6 november: Vientiane –> Pak Ngum

De rijst van het ontbijt ging deze ochtend weer moeizaam binnen. Toen zag ik müesli, fruit en yoghurt staan. Dit eet ik thuis dagelijks als ontbijt. De kom müesli met papaya lepelde ik vlot binnen. Pas na half negen lag ik op de fiets. De bestemming voor vandaag was Pak Ngum omdat Paksan net te ver weg is om in één etappe te bereiken. Het dorp Pak Ngum ligt op dik 60 kilometer van Vientiane. Omdat ik hier ben om te fietsen, besloot ik om niet de kortste weg te nemen. Bovendien zal ik de komende weken nog genoeg over snelweg #13 naar het zuiden fietsen. Bij de afslag van #13 op 12 km van het centrum reed ik rechtdoor over snelweg #10. Deze snelweg loopt door een licht golvend landschap dat de hele dag zou aanhouden. Na enkele kilometers werd ik ingehaald door een processie van auto’s met boeddhistische vlaggetjes. In het midden van de trage colonne speelde een live band op de laadbak van een vrachtwagen. Ik hield enkele kilometers hetzelfde tempo aan om van de live muziek te genieten.
wp-1478512315583.jpg
Voorbij een brug over een rivier versmalde de snelweg plots van drie naar één rijstrook in elke richting. Ook de wegmarkering verdween en de kwaliteit van het asfalt ging gevoelig achteruit. Na 47 km sloeg ik rechtsaf in de weg die Open Street Maps aanduidt met nummer 0118. Deze weg loopt rakelings langs de bergkam van het Phou Khao Khouay National Park met toppen van meer dan 1.000 meter hoog. Eerst bleef de kwaliteit van de weg gelijk aan snelweg #10. Maar na 3 km eindigde het asfalt abrupt en begon de gravel. Wasborden, diepe putten en los zand passeerden de revue. Mijn tempo daalde gevoelig. Maar het uitzicht op het platteland met de bergen op de achtergrond was vaak prachtig.
wp-1478512337744.jpg
Na 8 km gravel hield ik een frisdrankpauze. Maar de overige klanten lieten me niet gerust. Een oudere man maakte in onbegrijpelijk Laotiaans en met gebaren duidelijk dat hij mijn bril wilde opzetten. In ruil bood hij zelfs een blikje Beerlao aan. Ik zorgde ervoor dat hij geen kans kreeg om mijn bril te grijpen, en haastte me om snel verder te fietsen. Nog eens 8 km verder stopte ik in het dorpje Nakhai voor een kom noedelsoep. De soep smaakte verrukkelijk, en ze was ook vullend. In verhouding tot de doorsnee kom noedelsoep bevatte deze kom meer noedels en minder bouillon. Ik was de enige klant van het restaurant. Onder de tafels liepen kippen, katten, en honden.
De talrijke bruggen op de gravelweg stonden op punt om vervangen te worden. Naast de bruggen lagen alvast de betonnen balken voor de nieuwe bruggen. Slechts bij één brug waren ze effectief aan het werken, ofschoon het zondag was. De oude bruggen hadden een versleten planken vloer vol gaten. Uit veiligheidsoverwegingen stak ik de bruggen te voet over.
wp-1478512369993.jpg
Uiteindelijk bereikte ik om kwart na drie met 47 gravelkilometers op de teller snelweg #13. Vier kilometer zuidelijker stopte ik aan het Bouavanh Hotel. In dit landelijke hotel nam ik voor 130.000 Kip (14,74 EUR) een kamer met een dubbel bed, airco, en een lauwe douche. Wifi is er niet, evenals WC-papier. Maar intussen heb ik mezelf reeds aangeleerd hoe ik mijn gat kan schoonspuiten met een sproeier. Wat ik me wel afvraag, loopt de lokale bevolking na het toiletbezoek met een nat gat rond?
Fietsstatistieken:
100,67 km
5 u 0 min
20,12 km/u

5 november: De tempels van Vientiane

Na een nachtrust van 10 uur voelde ik me uitgeslapen. Niettemin had ik last van lichte hoofdpijn en diarree. En het ontbijt ging ook moeizaam binnen. Waarschijnlijk had ik gisteren iets verkeerd gegeten. Was het de bittere visstoofpot of de noedelsoep van gisterenmiddag? Ik besloot om niet af te wachten en meteen een korte antibioticakuur op te starten. De hoofdpijn onderdrukte ik met een paracetamolletje. De volgende uren had ik geen last meer, en kon ik de toerist in Vientiane uithangen. Op mijn Te Zien lijstje stonden voornamelijk tempels.

Om 10u fietste ik naar de eerste tempel op een kilometer van mijn hotel. Ik liet mijn ligfiets afgesloten op de tempelsite achter en wandelde naar nog drie tempels in de buurt. Het steeds vastleggen en losmaken van ligfiets en toptas kost immers veel tijd. 

Na de vierde tempel fietste ik naar de belangrijkste tempel van Vientiane schuin tegenover het presidentieel paleis. Na Wat Sisaket stak ik de straat over en bezocht Haw Pha Kaeo. Deze tempel bevatte binnenin een museum van religieuze kunst. De afgeleefde vitrines waren gevuld met oude boeddhabeeldjes en aardewerk zonder enig onderschrift. Voordat ik met noedelsoep lunchte, fietste ik over de promenade van de Mekong.

In de namiddag bezocht ik meer afgelegen tempels. Eerst fietste ik naar That Luang op 4 km van het centrum. De nationale stupa van Laos had net een nieuwe couche goudverf gekregen. De schilders waren nog bezig met de afbraak van de stelling.

Vervolgens fietste ik naar de laatste ‘tempel’. Het Kaysone Phomvihane Museum ligt aan de grote baan op 6 km ten noorden van het centrum. Dit was de voormalige residentie van Kaysone Phomvihane, de minder bekende Laotiaanse collega van Ho Chi Minh en Pol Pot. Kameraad Kaysone wekt tegenwoordig weinig interesse in zijn daden op. Ik was de enige bezoeker van het museum. Op vraag van de militair die de poort bewaakte, registreerde ik mezelf in het gastenboek. De weinige bezoekers die zich voor mij hadden ingeschreven waren allemaal autochtoon. Ik legde mijn ligfiets vast, en wandelde over de immense voortuin langs het standbeeld van Kaysone naar het paleis. Binnenin was een tiental personeelsleden aanwezig om bezoekers te ontvangen die niet kwamen. Het museum zelf gaf een overzicht van de onafhankelijkheidsstrijd en aansluitende revolutie. Oude foto’s en persoonlijke voorwerpen van Kaysone (o.a. zaklamp en pistool) documenteerden het verhaal. De presentatie op het einde toonde de verwezenlijkingen van de volksleider na de overwinning. Ik vond het bezoek zeker de moeite waard. Inkom kostte amper 5.000 Kip (0,55 EUR) zoals alle tempels die inkomgeld vragen.

Op de terugweg stopte ik bij het winkelcentrum Talat Sao. Hier kocht ik aan een kraampje van smartphones een Laotiaanse simkaart voor 40.000 Kip (4,40 EUR) plus 25.000 Kip (2,75 EUR) belkrediet. De verkoopster heeft nog 10.000 Kip van haar prijs afgedaan toen ik aanstalten maakte om door te gaan. Dit had ik niet gespeeld. Ik begreep niet volledig hoe het werkte en ik twijfelde terecht of ik de simkaart wel aan de praat zou krijgen. Gelukkig installeerde de verkoopster de simkaart in mijn plaats. Mijn smartphone heeft nu 3G en de mails stroomden direct binnen. Ook Google Maps wist me meteen te vinden op de kaart, en dat was de hoofdreden om een simkaart te kopen. Zo kan ik onderweg ook Google Maps raadplegen als op de offline Open Street Maps te weinig wegen en POI’s staan. Bijkomend kan een lokaal GSM-nummer handig zijn in noodgevallen.
Fietsstatistieken:

22,38 km

1 u 17 min

17,43 km/u

4 november: Nong Khai –> Vientiane 

De zon kwam op onder een open hemel. De wolken hadden we in Bangkok achtergelaten. De nachttrein kwam een paar minuten voor zeven aan in de grensstad Nong Khai. Na een ondiepe slaap van zeven uur voelde ik me niet zo fris. Ik ontbeet in het eerste restaurant dat ik tegenkwam. Vervolgens fietste ik naar het centrum om een ATM te zoeken. Volgende maand kom ik Thailand binnen in een dunbevolkte streek. Mogelijk vind ik pas in de eerste grote stad een geldautomaat. Het ommetje was overbodig, want aan de Thaise kant van de grens stond ook een ATM. Het was kalm aan de grensovergang. Thailand verlaten ging zeer vlot. Vervolgens fietste ik de Vriendschapsbrug over de Mekong over naar de Laotiaanse kant.

Ik had op voorhand in de Laotiaanse ambassade in Brussel een visum geregeld. Maar de grenswacht stuurde me terug om een formulier in te vullen. Het formulier vroeg uitsluitend naar gegevens die ik reeds bij de visumaanvraag in Brussel had gegeven. Om 9 uur mocht ik officieel het grondgebied van Laos betreden. In plaats van richting Vientiane fietste ik de andere kant uit. Zeven kilometer van de grens ligt het Xieng Khuan Buddha Park. Deze tuin vol betonnen boeddhabeelden had oorspronkelijk een religieus doel. De oudste beelden dateren uit de jaren vijftig. Intussen is het een toeristische trekpleister die busladingen Chinezen en andere boeddhistische Aziaten lokt. Dit park had ik reeds in 2008 willen bezoeken, maar toen verloor ik teveel tijd bij de grensovergang.

Na het Buddha Park stapte ik op de fiets met bestemming Vientiane. Onderweg stopte ik voor een frisdrankpauze en later voor de lunch. Als ligfietser genoot ik van de grote aandacht. Passerende bromfietsen en auto’s vertraagden om met hun smartphone een foto te maken. Bij elke stop kwamen er mannen toegestroomd om mijn ligfiets vol bewondering te bekijken en aan te raken. Gegarandeerd informeerden ze naar de kostprijs.

Om kwart voor twee arriveerde ik aan het New Rose Boutique Hotel. Begin augustus had ik hier een kamer geboekt voor 47,25 EUR per nacht. In grotere steden besteed ik graag meer geld aan een overnachting met comfort en een goeie ligging. Dit compenseert de vaak schrale guesthouses in de dorpen op het platteland. De hoekkamer bleek verrassend groot te zijn, en had zelfs een balkon. Na de douche bezocht ik nog per fiets de oudste tempel van Vientiane  (Wat Si Muang) en op de terugweg een met gras begroeide stupa (That Dam). Terug in het hotel verzamelde ik mijn was en deed de was binnen bij een guesthouse 100 meter verder. Hier vroeg men 20.000 kip (2,21 EUR) voor 1 kg. Bij mijn eigen hotel kost het wassen van één T-shirt al 2 $ (1,80 EUR).

s’Avonds dineerde ik in een Laotiaans restaurant dat werd aangeprezen door de Lonely Planet. Het visstoofpotje smaakte ongelooflijk bitter. Een beetje jammer, want ik had trek in een lekkere maaltijd. Nadien begon de vermoeidheid door te wegen, en ik besloot vroeg te gaan slapen.
Fietsstatistieken:

48,91 km

2 u 23 min

20,49 km/u