17 mei: Tsuruga –> Katayamazu Onsen

De etappe van vandaag was nog twee kilometer langer dan die van gisteren. Met de positieve ervaring van gisteren in het achterhoofd, stond ik toch iets later op. Lichtelijk overeten verliet ik het ontbijtbuffet. Ik controleerde nogmaals de weersvoorspelling. Rond de middag zou het regenen. Dat is al een pak beter dan de voorspelling van gisteren, die stelde dat het de hele dag zou regenen. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille toch op in een plastic zakje in mijn bagage.
Om 7u45 vertrok ik onder een zwaarbewolke hemel. Eerst fietste ik op Route #8 door de heuvels ten noorden van Tsuruga. Na 8 kilometer kwam ik aan de Japanse Zee uit. Vervolgens fietste ik 60 kilometer langs de ruige kust van Echizen.  Rechts van de weg rezen steile groene heuvels op, en links lag de kalme Japanse Zee met talrijke rotseilandjes.
In het eerste stuk was er nog veel verkeer. Enkele kilometers verder dook de drukke Route #8 terug de heuvels in, en volgde ik de rustige Route #305 langs de kustlijn. Op een Michelinkaart zou deze weg zonder twijfel aangeduid worden als ‘route pittoresque’ en over de hele lengte groen gemarkeerd zijn. Bij een impulsieve stop voor een fotomoment kreeg ik mijn linkse sandaal niet tijdig los uit de klikpedaal. Ik viel om en schaafde mijn elleboog. Mijn ligfiets was gelukkig in orde. Na de nodige EHBO-zorgen fietste ik verder. De schaafplek aan mijn elleboog zal vanavond wel flink pikken in het hete bad van de onsen.
De kustweg was verrassend vlak. Slechts af en toe moest ik kort klimmen. De kilometers maalden weer supervlot. Alleen het dozijn tunnels zorgde telkens voor een kort oponthoud. Voor elke tunnel stopte ik om mijn fietsverlichting aan te steken, en na de tunnel opnieuw om de lichten te doven. De meeste tunnels en zeker de langere hadden een verhoogd fietspad.
Nog voor tien uur begon het zachtjes te druppelen. Twee kilometer verder stopte ik onder een groot afdak. Ik trok mijn regenkleding aan en bevestigde de regenhoezen van mijn banaantassen. Toen ik eindelijk klaar was, was de regen al over. Twee kilometer verder borg ik mijn regenbescherming terug op.
Regelmatig waarschuwden verkeersborden voor grote golven. Vandaag was de waarschuwing niet nodig want de zee was zeer kalm. Het verkeersbord leek me geïnspireerd op de iconische prent van Hokusai met de grote golf. Vergelijk zelf bij Google Arts & Culture.
Nadat ik de prachtige kustlijn had verlaten, beklom ik een onverwacht lange heuvel. Op de top blies ik uit aan een houtzagerij. Een jonge vrouw kwam uit het kantoor en bood me een blikje cola en een flesje fruitsap aan. De cola was lauw, dus die legde ik opzij. Het fruitsap was wel gekoeld en goot ik vlot naar binnen. Ze was helemaal weg van mijn ligfiets. Ik somde de steden op waar ik al doorgefietst was. Bij elke stad trok ze grote ogen en zei ze het Japans equivalent van ‘wow!’. Ze vroeg of ze een foto van de ligfiets mocht maken, en uiteraard stemde ik toe. Een collega trok nog een paar foto’s van ons. Ik nam afscheid en fietste verder onder een luide ‘Kijk hoe hij fietst!’ (maar dan in het Japans).
Ik lunchte in de cafetaria van een winkelcentrum. Rond 14 uur begon het terug licht te druppelen. Een echte bui bleef gelukkig uit, en even later stopte de regen. In deze etappe verpulverde ik mijn snelheidsrecord van gisteren met meer dan 1 kilometer per uur. Mijn record in Japan staat nu op het gemiddelde van 22,71 kilometer per uur.
Om vijf na drie arriveerde ik in het kuuroord Katayamazu Onsen aan het Shibayama meer op ongeveer 7 kilometer van de stad Kaga. Ik had een kamer geboekt in het New Maruya Hotel. Dit vakantieverblijf maakt deel uit van dezelfde Yukai Resort keten waar ik ook in Toba twee nachten verbleef. Mijn verbazing was groot toen ik de kamerdeur opende. Ik had een reuzegrote familiekamer gekregen van wel 70 vierkante meter groot. De kamer had een badkamer met afgescheiden toilet en douche, een slaapkamer, een zithoek met zetels, een leefkamer met tatami’s, en een lange gang.
Ik liet mijn bagage achter en verkende te voet het centrum van Katayamazu Onsen. Behalve dat het kleine stadje bovenmatig veel hotels had, was er weinig bijzonders te zien. Voor het diner ontspande ik me in de onsen met zicht op het meer. Ik heb geen sauna gevonden, misschien is er geen. In het aanbod van het buffetrestaurant herkende ik veel gerechten van in Toba.
Fietsstatistieken:
112,59 km
4 u 57 min
22,71 km/u

16 mei: Kyoto –> Tsuruga

Terwijl veel Belgen nog wakker waren, begon ik in Japan al aan een nieuwe dag. Om 6u15 (23u15 in België) liep mijn wekker af en stond ik op. Ik ontbeet en pakte mijn bagage terug in. De paraplu liet ik achter in het hotel. Om 7u40 fietste ik de straat uit. Mijn fiets-gps spartelde tegen en begon zonder noodzaak de route te herberekenen. Ondertussen navigeerde ik op mijn smartphone Kyoto uit tijdens de ochtendspits. Na een abrupte stop om op de kaartapp te kijken, viel mijn ketting er af. Ik trok latex wegwerphandschoenen aan en in een wip legde ik de ketting er terug op. Met propere handen fietste ik verder de stad uit. Intussen had de gps eindelijk de route herberekend en kon ik verder op de fiets-gps navigeren. Met een korte en makkelijke klim stak ik de oostelijke heuvelrug over. Na een vlakte kwam er een tweede en steilere heuvelrug. Aan de voet van de heuvels splitste de snelweg waar ik op fietste als een bos bloemen. De gps kon niet duidelijk maken welke bloem ik moest volgen. Ik koos voor Route #161 omdat op de wegwijzer mijn eindbestemming Tsuruga werd vermeld. Via een korte klim over een viaduct boog deze snelweg naar links af, terwijl ik volgens de gps meer rechtdoor moest. Ik stopte aan een oprit en raadpleegde de kaartapp van mijn smartphone. Route #161 ging de juiste richting uit, maar zou even later verdwijnen in een tunnel van anderhalve kilometer. Daarom wilde de gps me een andere snelweg laten nemen. Voorzichtig verliet ik Route #161 via de oprit. Aan de andere kant nam ik de oprit naar Route #1. Deze snelweg werd even later samen met een expresweg en een spoorlijn door een smal dal geperst.
Na de afdaling kwam ik in de stad Otsu aan het Biwameer. Met een oppervlakte van 675 vierkante kilometer is het Biwameer het grootste meer van Japan. Vandaag zou ik de volledige lengte van het meer affietsten. Van Otsu tot het 20 kilometer verder gelegen Katata fietste ik door één lange verstedelijkte zone. Uiteindelijk mocht ik van de gps Route #558 met de talrijke verkeerslichten verlaten voor een klein baantje vlak naast de oever van het meer.
Via de rustige Route #601 kwam ik 10 kilometer verder uit op de drukke hoofdweg #161 naar Tsuruga. De kilometers maalden supervlot. De wind blies zachtjes in mijn voordeel. Aan het uiteinde van het Biwameer sloeg ik linksaf een jaagpad naast een bergrivier in. De rivier stroomde rond een berg, en zo kon ik veel geleidelijker hoogte winnen dan langs Route #161.
Intussen was het middag geworden en keek ik uit naar een lunchgelegenheid. Op de kaartapp had ik twee kandidaten gezien, een café-lunchbar en een baanrestaurant. De lunchbar lag zo afgelegen dat haar faling me logisch leek. Het baanrestaurant lag wel optimaal aan een kruispunt van twee snelwegen, maar toch was het al jaren failliet. Bij het tankstation ertegenover vond ik alleen frisdrankautomaten maar niets om te eten. Ik stak een van de snoepjes in mijn mond die de chef-kok me onderweg naar Nara had gegeven. De bees smaakte een beetje zoals een Napoleon bonbon. Al zuigend op het snoepje vatte ik de slotklim aan.
Vijf kilometer verder en 200 meter hoger bereikte ik de top bij een skistation in verval. Na een snelle afdaling reed ik al voor 14 uur mijn eindbestemming binnen. Op twee kilometer van mijn hotel merkte ik eindelijk een restaurant op. De handelszaak kondigde haar gerechten in Japanse tekens aan zonder de gebruikelijke foto’s. Intussen heb ik al voldoende ervaring om de zaak als baanrestaurant te herkennen.
Na de noedelsoep legde ik vlot de laatste twee kilometer naar het hotel af. Ik had een kamer geboekt in het Manten Hotel aan het station van Tsuruga. In deze buurt zijn wel meer zakenhotels te vinden. Ik trok mijn zwembroek onderaan en legde me terug op mijn ligfiets. Tsuruga ligt aan een baai in de Japanse Zee. Een kleine vier kilometer verder in een park vol naaldbomen stopte ik aan het strand. Ik zag niemand zwemmen dus besloot ik om het ook niet te doen. Wel stak ik mijn voeten even in het koude zeewater. Er dreven overal kleine kwallen van 5 cm lang, dus ik was er snel terug uit.
Ik fietste terug naar het hotel. Na de douche ging ik me ontspannen in de onsen en de sauna. In de infomap van het hotel las ik dat alleen de mannenafdeling een sauna heeft. Vrouwen kunnen hier dus niet van de sauna genieten. Ook in Japan is er nog werk aan de gelijkheid tussen man en vrouw.
Op voorhand had ik de zwaartegraad van deze etappe een beetje overschat. Dat was voor niets nodig. Van alle ritten die ik tot nu toe in Japan heb gefietst, was dit de langste maar ook de snelste etappe.
Fietsstatistieken:
114,17 km
5 u 17 min
21,60 km/u