Erna: tips voor toekomstige fietsreizigers

Intussen ben ik al enkele maanden terug thuis. Als afsluitend blogbericht wil ik graag nuttige informatie voor toekomstige fietsers delen, zowel aantekeningen over Japan als fietsland, als meer algemene reizigersinfo.

 

Navigeren

Japan heeft een zeer dicht wegennet. Per vierkante kilometer heeft het hooggeïndustrialiseerde Japan gemiddeld 3 kilometer wegen (berekend op basis van cijfers van wegenwiki.nl). Dit is 2 kilometer minder dan het dichtbebouwde België (5 IMG_2369-1024x768km/km²), en vergelijkbaar met Nederland (3,35 km/km²). Voor de landen van mijn vorige fietsreizen, Laos en Cambodja, ligt de verhouding op respectievelijk 0,04 en 0,013 km/km². In deze landen fietste ik vaak dagenlang rechtdoor op dezelfde snelweg. Navigatie was gewoon een kwestie van je positie op de snelweg te bepalen tussen het startpunt en het eindpunt van de etappe. Het dichte wegennet van Japan maakte van navigeren opnieuw een serieuze uitdaging. Ik fietste kriskras doorheen uitgestrekte verstedelijkte gebieden. Op elk kruispunt stoppen en de smartphone bovenhalen zou echt niet praktisch zijn. Daarom investeerde ik op voorhand in een fiets gps.

Avondenlang stippelde ik de route van elke etappe tot in het detail uit. Het merk Garmin biedt gratis Open Street Maps aan via http://garmin.openstreetmap.nl/ . De Open Street Maps van Japan zijn goed uitgewerkt. Helaas ontbreken de hoogtelijnen zoals bij alle gratis kaarten van Garmin. Daarom stippelde ik mijn routes uit met Google Maps in terreinzicht op mijn tweede beeldscherm geopend. Zo kon ik steeds het reliëf controleren Schermafdruk BaseCampvan de route die Garmin voorstelde. In het programma Garmin Basecamp kan je met de Alt-toets de route verleggen. Meer dan eens raakte de route bij het verleggen in de knoop. Bij de etappe van Toba naar Iga wilde ik niet de kortste weg nemen door het laaggebergte. Helaas begreep Basecamp niet dat ik via een omweg geleidelijk aan naar Iga wilde klimmen. Telkens ik de route versleepte, maakte het programma de knoop erger en erger. Toen de etappeafstand tot 230 kilometer was aangewassen, stond ik de wanhoop nabij. De volgende avond kon ik met hernieuwde moed de knoop ontwarren en de afstand tot 107 kilometer terugbrengen.

Het uitstippelen van alle routes kostte me vele avonden. Maar op het moment zelf was IMG_1570-1024x768dit zeer handig. Ik moest gewoon de aanwijzingen van de fiets gps volgen. Af en toe stopte ik bij een twijfelgeval, in de meeste gevallen omdat twee wegen te dicht naast elkaar liepen. Tijdens de regendagen was ik blij dat ik gewoon de gps kon volgen. Zo kon ik vermijden om in de gietende regen op mijn smartphone de weg te moeten zoeken.

Je kan het ZIP-pakket met alle GPX-routes downloaden via deze link.

 

Fietsen in Japan

Aparte fietspaden zijn er nauwelijks in Japan. Gewoonlijk delen fietsers de infrastructuur met de voetgangers. Vaak geven blauwe verkeersborden deze situatie aan. IMG_1413Op de signalisatie staat de voetganger figuurlijk boven de fietser. De infrastructuur is duidelijk op maat van de voetgangers aangelegd, terwijl fietsers alleen getolereerd worden. Bij elke straat of oprit die het verhoogde ‘voetfietspad’ kruist, gaat het pad steil omlaag en dan weer steil omhoog. Het onderhoud laat ook dikwijls te wensen over, met scheuren en bulten in het asfalt en woekerend onkruid als gevolg. Op deze wijze is het lastig om een tempo aan te houden. Met uitzondering van de stadscentra maken weinig voetgangers en fietsers van de ‘voetfietspaden’ gebruik. Bij een aanzienlijk aantal drukke gewestwegen ontbreekt het IMG_1625‘voetfietspad’ of is het pad in onberijdbare toestand. Dan is het onvermijdelijk om uiterst links op de rijbaan te fietsen. Soms maar niet altijd heeft de weg een zijstrook. Volgens mij zijn Japanse chauffeurs gewend aan fietsers op de rijbaan. Meer dan eens werd ik langs rechts op de rijbaan voorbijgestoken door een lokale wielertoerist op een koersfiets. Voor mij was dit het signaal om zelf ook het ondermaatse voetfietspad te verlaten en op de linkse rijstrook mijn plaats naast de auto’s op te eisen. De talrijke bruggen en viaducten probeerde ik wel via het aparte ‘voetfietspad’ over te steken los van de abominabele kwaliteit. Op de smalle rijstroken van de bruggen kunnen auto’s de fietsers immers niet inhalen zonder de aangrenzende rijstrook te gebruiken. Dit genereerde al snel een file achter mij.

Volgens de wet van het getal is de fietser baas op de jaagpaden langs de rivieren. De autovrije fietspaden op verhoogde dijken zijn grotendeels verhard en meestal in goede IMG_1750-1024x768staat. Ze zijn geweldig om gezwind kilometers te malen door een overwegend ruraal landschap. Langs sommige van deze fietsostrades heeft de overheid voorzieningen voor fietsers gebouwd. De fietsostrade langs de rivier Edogawa bijvoorbeeld heeft een heuse snelwegparking met sanitaire blok, picknicktafels en frisdrankautomaten. Sommige prefecturen doen extra inspanningen voor fietstoeristen. Aan de oostkust heeft de prefectuur Toyama een fietsroute langs haar kustlijn aangelegd. Een blauwe op het asfalt geschilderde markering duidt de fietsroute aan. Voor het autoverkeer is het duidelijk dat ze de weg met fietsers moeten delen. De markering bevestigt aan de fietsers dat ze het vermaledijde ‘voetfietspad’ mogen verlaten om hun plaats op de autoweg op te eisen.

 

Hotelreservaties

Ik landde in het begin van de Gouden Week in Japan. Wegens de vier feestdagen die jaarlijks in de eerste week van mei samenvallen, nemen de Japanners massaal vakantie. IMG_1388-1024x768De stedelingen reizen terug naar hun geboortestreek en bezoeken hun familie. Anderen genieten van een vakantie in eigen land. Treinen en hotels zijn voor de hele week nagenoeg volgeboekt. Daarom besloot ik om mijn hotelovernachtingen voor de Gouden Week ver op voorhand te boeken. Dit lukte prima voor de hotels in de steden. Maar voor de vakantieregio Hakone was ik vier maanden op voorhand al hopeloos te laat. Toen ik de Gouden Week had volgeboekt, ging ik door op mijn elan. Na een maand avondwerk had ik alle hotelovernachtingen voor mijn volledige fietsreis geboekt. Dit spaarde me veel avondwerk uit tijdens de fietsreis zelf. Ik moest niet meer elke avond de mogelijkheden voor de volgende overnachting opzoeken. Het volstond om even op te frissen wat het volgende hotel was. De vroegboekkorting vormde een bijkomend voordeel. Mijn eerste IMG_2190en mijn laatste nacht in Japan bracht ik in hetzelfde hotel door. Vier maanden op voorhand kostte een overnachting in het Hedistar Hotel in Narita 38,40 EUR. Toen ik 40 dagen op voorhand de laatste nacht boekte, betaalde ik voor hetzelfde kamertype plots 50,18 EUR. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan het boeken van alle overnachtingen. Het ontneemt de flexibiliteit om ad hoc het reisplan te wijzigen. Persoonlijk waardeer ik de voordelen van een uitgewerkt reisschema. Maar je hebt niet altijd alles in de hand. Het stormweer in de Baai van Tokyo dreigde mijn reisschema danig in de war te sturen. Gelukkig ging de wind tegen de middag liggen en kon ik alsnog met de ferry de baai oversteken. Zonder pech biedt een uitgewerkt schema meer voordelen dan nadelen.

 

Met een fietsdoos landen in Narita

Het landen met een fietsdoos in Narita had ik toch een beetje onderschat. Ik had nagelaten om op voorhand een luchthaventransfer voor mij en mijn fietsdoos te boeken. Ik ging er te gemakkelijk van uit dat ik een taxibus zou kunnen nemen. Op de luchthaven van Narita zijn de taxi’s strikt gereglementeerd. In de taxiwachtrij stonden uitsluitend zwarte sedans van hetzelfde merk en model. Mijn fietsdoos was veel te groot voor de IMG_1387-1024x768kofferbak van deze identieke taxi’s. Parallel met de taxiwachtrij stond een rij minibussen in allerlei maten en kleuren onder een betonnen luifel. De shuttle bussen waren allemaal gereserveerd. Geen enkele chauffeur van de busjes wilde mij en mijn doos vervoeren. Vervolgens wendde ik me vruchteloos tot het openbaar vervoer. Wegens mijn fietsdoos werd ik zowel bij de spoorwegen als bij de reguliere busdienst geweerd. Als laatste strohalm richtte ik me tot een bagagetransportdienst. Japanse luchthavens bieden een bijzondere dienstverlening aan om je bagage bij je hotel of thuis af te leveren. De bagage komt wel pas de volgende dag aan. Ook voor deze dienst was mijn doos te groot. Uiteindelijk besloot ik om mijn fiets uit te pakken en naar mijn hotel te fietsen. Ik gaf mijn doos bij de bagagedienst in bewaring. In de namiddag keerde ik met de shuttle bus van mijn hotel terug naar de luchthaven om mijn fietsdoos op te pikken. Bijna een halve dag na mijn landing zijn mijn fietsdoos, mijn ligfiets en ikzelf uiteindelijk goed bij het hotel in het centrum van Narita aangekomen. Niettemin had ik me veel ellende kunnen besparen door op voorhand een shuttle bus te boeken.

 

Ik heb echt genoten van mijn fietsvakantie. Japan is op dit vlak een aanrader. Het land biedt verscheidenheid op elk vlak. Van de tempels en kastelen in de steden tot de theeplantages en bamboebossen op het platteland, ik raakte er niet op uitgekeken. Ik heb langs twee zeeën en door de Japanse Alpen gefietst. Van op de hoge jaagpaden naast de rivieren ontdekte ik keer op keer nieuwe dingen. Overal verbleef ik in betaalbare hotels IMG_2072die zich konden meten met Europese standaarden. Japanse particulariteiten als de yukata en het toilet met automatische sproeier maakten elke overnachting bijzonder. Op de futons in de Japanse stijlkamers heb ik doorgaans goed geslapen. De Japanse keuken is enorm veelzijdig en heeft mij steeds gesmaakt. Yakitori was mijn favoriet. Het prijspeil van de horeca ligt in Japan op drievierde van België. Eten en drinken was relatief betaalbaar, met uitzondering van alcohol. Hoge accijnzen maken bier en andere alcoholische dranken kunstmatig duur. Niettegenstaande ik alleen in het land rondfietste, voelde me overal veilig. Op een maand tijd lag ik bijna 98 uren op de ligfiets en legde ik 1.846 kilometer af. Voor mij was de fietsvakantie echt geslaagd. Misschien keer ik over enkele jaren wel terug voor een rondje op de zuidelijke eilanden Kyushu en Shikoku.

Advertenties

Nadien: tips voor toekomstige fietsreizigers

Traditiegetrouw schrijf ik achteraf een nabeschouwing met tips voor toekomstige fietsers. Maar eerst moet ik nog vertellen of ik herenigd werd met mijn ligfiets. Mijn laatste blogbericht eindigt immers in mineur. De fietsdoos was niet op de luchthaven van Zaventem aangekomen. Uiteindelijk verliet ik de luchthaven zonder ligfiets. De volgende avond werd de fietsdoos bij mijn ouders thuis afgeleverd. Waar mijn ligfiets zich in de tussenliggende uren bevond, blijft een onopgehelderd raadsel. Achteraf gezien had de tijdelijke verdwijning van mijn fiets onmiskenbaar enkele voordelen. Het bespaarde ons een nachtelijke autorit door de vrieskou over de autostrade met de koffer wagenwijd open. Met de fietsdoos in de koffer kunnen de achterportieren immers niet meer sluiten. Nu was het aangenaam warm in de cabine van de auto. Ik had toch geen fietsplannen voor de volgende dag. De dag na de levering aan huis pakte ik mijn fiets uit. De ligfiets had geen schade bij het transport opgelopen. Maar de fietsdoos was versleten en zou geen derde fietsreis meer aankunnen.

 

Overnachten langs snelweg #13

img_3282Mijn reis van Vientiane naar het zuiden liep grotendeels over snelweg #13. Tweemaal verliet ik deze snelweg om een lus in het binnenland te maken. Tijdens de reisvoorbereiding hield ik rekening met de overnachtingsmogelijkheden bij de indeling van de route in fietsetappes. De overnachtingsmogelijkheden vond ik voornamelijk in Google Maps en in de offline Open Street Maps van de app Maps.me. Maar soms vond ik geen overnachtingsmogelijkheid op het uitgebalanceerde punt tussen twee etappes. Veiligheidshalve voorzag ik dan een korte en een lange etappe. In werkelijkheid liggen er veel meer guest houses langs snelweg #13 dan de kaarten vermelden. Ik fietste meestal om de 10 kilometer voorbij een guest house. Wie een beetje van avontuur houdt, kan de route meer uitbalanceren. Onderweg langs snelweg #13 vind je ongetwijfeld een overnachtingsmogelijkheid in de buurt van je gewenste etappe-eindpunt. Indien de kwaliteit ondermaats is, fiets je gewoon verder naar de volgende overnachtingsmogelijkheid.

De guest houses langs snelweg #13 waren vaak in motelstijl gebouwd. De grote kamers hadden weinig charme maar beschikten wel over airconditioning en een eigen badkamer. Naast de vleugel met de kamers hadden vele motels een vrijstaand restaurant en soms ook een karaokebar gebouwd. De restaurants en karaokebars waren zonder uitzondering gesloten. De ambitieuze investeringen in restaurants en karaokebars rendeerden zo goed als nergens. Vaak was ik de enige gast in de guest houses langs snelweg #13.

 

Mobiele data via een lokale simkaart

img_4110Op aanraden van een badmintonvriend heb ik me een lokale simkaart aangeschaft. Simkaarten worden verkocht in kraampjes met smartphones. Ik betaalde slechts 40.000 Kip (4,69 EUR) voor de simkaart, maar volgens mij kan het nog goedkoper. Vervolgens liet ik er een pakket mobiele data op zetten. Voor amper 10.000 Kip (1,17 EUR) had ik recht op 250 MB data. Er zijn verschillende aanbieders van telecomdiensten in Laos waaronder Unitel en Beeline. Ik koos voor het merk Mphone van het staatsbedrijf Lao Telecom. De dekkingsgraad van Laotel was ruim voldoende. Overal langs de weg had ik ontvangst. Meestal surfte ik tegen een snelheid van 3G. In afgelegen streken had ik minstens een EDGE verbinding (2,5G). Mobiel internet kwam onderweg goed van pas. Zo kon ik de online kaarten van Google Maps raadplegen. Soms had mijn overnachtingsplaats geen wifi. Met de lokale simkaart en het mobiele datapakket kon ik toch in verbinding treden met het thuisfront. Later leerde ik hoe ik mijn smartphone als mobiele hotspot kon gebruiken. Zo kon ik mijn dagelijks blogbericht via mijn tablet publiceren. Het downloaden van de digitale krant ging met 3G ongeveer even snel als via de (trage) plaatselijke wifi. Maar het opladen van een prepaid Laotiaans gsm-nummer is niet vanzelfsprekend. Dat werkt via USSD codes. Ik had geen flauw benul van de USSD codes die Laotel gebruikte. Daarom slaagde ik in Tat Lo pas na de tweede aankoop om het belkrediet in mobiele data te converteren. Toevallig vond ik na mijn thuiskomst op het internet een wiki over prepaid simkaarten: http://prepaid-data-sim-card.wikia.com/ . Deze wiki geeft per land een overzicht van de aanbieders van prepaid simkaarten. Per operator verstrekt de wiki de valabele USSD codes om de simkaart op te laden. Bij mijn volgende fietsreis zal ik voor het vertrek deze wiki raadplegen. Het is immers te laat als je merkt dat je mobiel krediet de bodem heeft bereikt.

 

De staat van de wegen

wp-1479466622977.jpgWaarschijnlijk had ik geluk want ik passeerde geen wegenwerken in uitvoering. Vorig jaar in Cambodja fietste ik geregeld langs wegenwerken. De snelweg was voor enkele honderden meters opgebroken. Terwijl wegenwerkers de ene helft verhardden, reed het verkeer parallel over een stoffige zandstrook met wasbord en putten. Maar overal waar ik in Laos kwam waren de wegen grotendeels afgewerkt. Nochtans worden onverharde wegen in hoog tempo verhard. De Lonely Planet beschreef in haar editie van februari 2014 de 60 kilometer tussen Lak Sao en Ban Tha Lang als een ware helletocht. Omgekantelde vrachtwagens zouden de quasi-verticale beklimmingen van de bochtige grindweg versieren. Anderhalf jaar later was deze weg volledig verhard en de hellingsgraad gefatsoeneerd. In de haast om alle wegen te verharden gebruiken de wegenwerkers vaak minderwaardige materialen. Over een laag pek strooien ze dikke kiezels met een doorsnede van ruim een centimeter. Deze ruwe afwerking verhoogt de rolweerstand gevoelig. Voor auto’s en motorfietsen maakt het weinig uit, hooguit stijgt het brandstofverbruik. Maar op de fiets moest ik merkbaar harder trappen om vooruit te geraken. Mijn Schwalbe Marathon buitenbanden hebben de grove asfaltwegen goed verteerd. Uiteindelijk is ruw verhard nog steeds flink beter dan onverhard. De wegwijzers en plaatsnaamborden zijn steeds tweetalig Laotiaans-Engels.

 

De straathonden

img_4070Zoals overal in Zuidoost-Azië zijn straathonden in Laos talrijk aanwezig. Overdag slapen ze meestal op de rand van de straat. Op hun dooie gemak steken ze de weg over. Voor passanten hebben ze weinig aandacht. Blaffen en achternalopen doen ze haast nooit. In Laos had ik geen schrik van loslopende honden. Daarentegen kunnen de honden in Thailand en in het bijzonder in Ayutthaya een pak agressiever uit de hoek komen. In werkelijkheid heeft het merendeel van de honden een baasje en zijn het dus geen echte straathonden. Ze krijgen van hun baasje de vrijheid om op straat rond te hangen. Laotianen doen niet aan geboorteplanning bij honden. Vaak heeft een gezin twee of meer honden. Dezelfde ‘straathonden’ tref je ook aan in typische familiebedrijven zoals restaurants. Ze lopen vrij rond onder de tafels, en zelfs de keuken is voor hen geen verboden terrein. In guest houses moet je oppassen dat ze niet in je kamer binnenglippen. Evenals de Belgische honden zijn ze nieuwsgierig en zoeken ze je aandacht. Ze besnuffelen je en schuren tegen je benen. Het Instituut voor Tropische Geneeskunde adviseert om contact met loslopende honden te vermijden. De dodelijke ziekte rabiës (hondsdolheid) is immers nog niet uitgeroeid in Laos. In de praktijk bleek dit advies onhaalbaar. De honden luisterden nauwelijks en bleven aandacht zoeken. De incubatietijd voor rabiës duurt tot een jaar, dus ik tel met een bang hartje af. Hoogstwaarschijnlijk volkomen onterecht.

 

img_3339Laos ervoer ik als een genoeglijke bestemming voor fietsreizigers. Het land heeft voldoende afwisseling tussen natuur (watervallen en karstbergen) en cultuur (tempels en stupa’s). De horeca is er supergoedkoop, alleen in Thailand is eten en slapen nog goedkoper. Onderweg zijn er voldoende overnachtingsmogelijkheden om de fietsreis op maat in etappes in te delen. De alomtegenwoordige noedelsoep vormt de ideale lunch voor fietsreizigers. De soep bevat immers veel water, zout en eiwitten. Kortom, ik zie meer dan genoeg redenen om je eigen ‘Tour de Lao’ te maken. Zelfs aan fietsreizigers zonder ervaring in Zuidoost-Azië kan ik Laos warm aanbevelen. Mijn allereerste fietsreis in dit continent ondernam ik ook in Laos. Toen fietste ik van de hoofdstad Vientiane naar het noorden van het land. Achteraf gezien is het plattere zuiden toch iets makkelijker befietsbaar dan het bergachtige noorden.

Achteraf: tips voor toekomstige fietsreizigers

Als nabeschouwing van mijn ligfietsreis in Cambodja wil ik graag enkele nuttige tips aan toekomstige (fiets-)reizigers aanreiken. Specifieke vragen over mijn ervaringen als fietsreiziger in Cambodja kan je via de interactietools van deze blog stellen.

 

Navigatie

SnelwegsignalisatieNa mijn vorige fietsreis in Myanmar heb ik me een nieuwe smartphone uit de hogere prijsklasse aangeschaft. De Samsung Galaxy S4 was in Cambodja mijn navigatietoestel. In tegenstelling tot mijn vorige goedkope smartphone en mijn iPad mini kon dit toestel me steeds vertellen waar ik precies op de kaart was. Gewoon een tiental seconden wachten, en het pijltje verplaatste zich naar mijn huidige positie. In hoofdzaak navigeerde ik met de MAPS.ME app met Open StreetMaps. Af en toe vulde ik deze app aan met Google Maps. De ‘points of interest’ (hotels, restaurants, bezienswaardigheden) van beide apps waren deels hetzelfde en deels verschillend, dus beide apps vulden elkaar aan. Niettemin stelde ik soms conflicten vast tussen tussen beide apps. De ene app tekende een weg op de ene wijze, terwijl de andere dezelfde weg elders baande. Meestal had MAPS.ME gelijk, zoals bijvoorbeeld bij de weg van Siem Reap naar de Banteay Srei tempel en het landmijnenmuseum. De schaarse wegwijzers bevonden zich in de steden of bij kruispunten van twee snelwegen, en waren steeds tweetalig Khmer-Engels.

 

Staat van de wegen

IMG_0273-1Ik heb in Cambodja hoofdzakelijk op de snelwegen gefietst. Alle snelwegen die ik heb befietst waren geasfalteerd. De tijd van de stoffige wegen van rode aarde zoals op de iconische coverfoto van de reisgids van Bernadette Speet, ligt definitief in het verleden, althans voor de hoofdwegen die ik befietste. De kwaliteit van het asfalt varieerde, maar was steeds befietsbaar. Sommige stukken waren ambachtelijk vernieuwd door middel van een laag pek met kiezels, en dit fietste minder aangenaam. Ik passeerde vaak wegenwerken waarbij men alvast het oude asfalt had verwijderd zodat een stoffige zandstrook vol putten overbleef. De wegenwerkers namen dikwijls te veel hooi op hun vork. Ze braken meer af dan ze konden vernieuwen.

De snelwegen hadden meestal een zijstrook om het soms drukke verkeer te ontvluchten. Helaas was de strook niet altijd verhard en soms 15 cm lager dan de hoofdweg, en dus niet altijd bruikbaar voor fietsers. Een achteruitkijkspiegel is essentieel om het langs achter naderende verkeer in de gaten te houden. Als ik een vrachtwagen zag naderen, week ik tijdig uit naar de zijstrook. Ik had zelfs twee achteruitkijkspiegels gemonteerd zodat ik beide kanten achter mij in de gaten kon houden. De rechtse spiegel kwam ook goed van pas in Thailand waar men links rijdt. In het totaal heb ik tijdens mijn ligfietsreis 1.640 km gefietst met dezelfde Schwalbe Marathon banden als mijn fietsreis in Myanmar in 2013. Evenals toen had ik geen enkele lekke band.

 

Diefstalrisico

Ligfiets op slot rond bomenCambodja is een straatarm land, diefstal is dus verleidelijk als je van minder dan 1$ per dag moet leven. Ik legde mijn ligfiets nagenoeg altijd vast aan een boom, een paal of een hek, tenzij ik oogcontact kon onderhouden. Behalve een spiraalslot had ik ook een stalen antidiefstal kabel van 2,5 meter met cijferslot bij. Met deze kabel kon ik mijn fiets makkelijk aan een dikke boom vastleggen. Daarenboven gebruikte ik de kabel als afschrikking voor tasgraaiende jongens achterop motorfietsen. Als ligfietser kan ik mijn tas alleen maar achter mij op het bagagerek plaatsen. Preventief bind ik mijn achtertas stevig vast aan mijn bagagerek. Als ik onderweg was met al mijn bagage, hoefde ik al die moeite niet te doen. Ik maakte immers steeds in mijn banaantassen een plekje vrij voor de achtertas. Vermits de banaantassen naast mij over de zetel hangen, zijn ze goed beschermd tegen tasgraaiers.

 

Geldzaken

Cambodja geldVolgens de reisgidsen tref je geldautomaten uitsluitend in de steden aan. Volgens mij kan je in de grotere dorpen ook geld pinnen in de grijze mammoetgebouwen van ACLEDA Bank die de skyline van de landelijke dorpscentra domineerden. Uit de meeste geldautomaten kan je uitsluitend US dollar afhalen. Afgeronde bedragen werden steevast in briefjes van 100$ uitgekeerd. Vraag je bijvoorbeeld 300$ aan de automaat, dan krijg je drie briefjes van honderd. Het 100$ biljet is veel te groot voor courante betalingen. Alleen luxehotels kunnen teruggeven. Een hotelkamer van 15$ kan je niet met een 100$ biljet betalen, laat staan een restaurantrekening. Om kleinere biljetten uit de muur te halen, paste ik een trucje toe. Als ik bijvoorbeeld 200$ wilde afhalen, dan vroeg ik slechts 195$. Zo kreeg ik slechts één briefje van 100, en de rest werd in kleinere coupures uitbetaald. Volgens de Lonely Planet kan je bij de Canadia Bank geld uit de automaat halen zonder extra kosten. Dit klopt niet, deze bank rekende mij steeds 4$ kosten aan. Andere banken vroegen soms 5$, dus Canadia Bank is niet bij de duurste banken.

Betalingen gebeurden zowel in dollar als in riel. De algemene regel was dat 1$ steeds het equivalent van 4.000 riel is. Bedroeg de restaurantrekening bijvoorbeeld 10.000 riel, dan kon je dit bedrag in riel passen, of je gaf 3$ en je kreeg 2.000 riel terug. Andersom kreeg je soms 1$ terug als je een rekening van 6.000 riel met een biljet van 10.000 riel betaalde. Wegens de voortdurende wisselwerking tussen dollar en riel heb ik geen zicht op mijn budget voor eten en drinken. Wissel daarom nooit grote bedragen in riel, want door middel van teruggave in riel op dollarbetalingen ontvang je meer riel dan je wenst. Ik had geluk in deze carrousel, want toen ik na een kleine maand terug in Thailand kwam, had ik amper 5.200 riel (1,19 EUR) over. Geld wisselen kan je in elke stad op de lokale markt. Behalve het visum aan de grens, heb ik in Cambodja nooit met Thaise baht betaald. De Birmese obsessie voor kreukvrije fonkelnieuwe dollarbiljetten heeft Cambodja gelukkig nog niet besmet. Een gekreukt dollarbiljet met een ezelsoor werd zonder problemen aanvaard.

 

Hotelreservaties

Gevel NYNY Hotel KampotVoor ik vertrok had ik van thuis uit slechts vier hotels geboekt: Bangkok, Siem Reap, Phnom Penh, en Tatai. Het New Siam Riverside Guest House in Bangkok boekte ik op voorhand met het oog op de airport pickup van mijn fietsdoos. De Rainbow Lodge nabij Tatai reserveerde ik wegens het beperkte aanbod in de omgeving en omdat het alleen per boot bereikbaar is (je kan er niet zomaar langsfietsen). Het King Boutique Hotel in Siem Reap en het Villa Langka Boutique Hotel in Phnom Penh boekte ik vanuit mijn woonkamer wegens de drukke toeristische steden waarin ze liggen. Indien je in Siem Reap of Phnom Penh op de bonnefooi aanklopt, dan zijn de beste hotels al lang volzet. Dit probleem ondervond ik in Kampot en Sihanoukville waar ik niet tijdig op voorhand een kamer had gereserveerd. In Kampot kwam ik aan op de dag van het Chinese nieuwjaar, een officieuze feestdag in Cambodja. In Sihanoukville had ik de avond voordien na urenlang zoeken gelukkig op de valreep nog een vrije kamer gevonden. Daarom raad ik aan om ook in deze steden tijdig een kamer te boeken, zodat je zeker in het hotel van je eerste keuze terecht kan. In de minder toeristische steden onderweg kon ik op de bonnefooi steeds bij mijn eerste keuze terecht. Een kamer boeken in steden als Sisophon en Pursat is volgens mij onnodig. Ten slotte heb ik nog een tip als je wanhopig een kamer in een volgeboekte stad zoekt. Bestudeer op de kaartenapps (bijvoorbeeld MAPS.ME en Google Maps) op de kaart het gebied waarin je graag wil logeren. Je treft er vaak hotels aan die niet in de Lonely Planet staan, die niet te vinden zijn op Tripadvisor, en die niet samenwerken met hotelboekwebsites als Booking.com of Agoda. Soms hebben deze hotels wel een eigen website waarop je een kamer kan boeken. Via deze weg ontdek je hotels waarvan je niet wist dat ze bestonden.

Epiloog: aantekeningen voor toekomstige fietsers

Als afsluitend blogbericht wil ik graag nuttige informatie voor toekomstige fietsers delen, zowel aantekeningen over Myanmar als fietsland, als meer algemene reizigersinfo.

Navigatie

iPad map Sagaing

Ooit koop ik me een fiets gps, maar voorlopig behelp ik me met een tussenoplossing. Ik had mijn iPad mini bij als mediaconsole. In Myanmar navigeerde ik met behulp van twee kaartenapps. Eerst gebruikte ik de Open StreetMaps met de gratis MapsWithMe Lite app. Deze vrij beschikbare landkaarten worden ontwikkeld en aangevuld door vrijwilligers. Via de MapsWithMe app zijn de kaarten offline beschikbaar. De kwaliteit van het kaartmateriaal varieert. De grote steden in Myanmar (Yangon, Mandalay) en de toeristische gebieden (Bagan) zijn vrij goed uitgewerkt met vele ‘points of interest’. De verbindingswegen tussen de steden zijn vaak rudimentair getekend, maar voldoende om te navigeren. Ik gebruikte de MapsWithMe Lite app, maar er zijn tientallen apps die de Open Street Maps gebruiken. Na verloop van tijd maakte ik evenwel meer en meer gebruik van de Google Maps app. Deze gratis app van de internetgigant geeft vaak meer details dan de Open Maps, maar werkt in principe uitsluitend online. Niettemin laadt de app de kaarten in het cache-geheugen. Bijgevolg zoomde ik op voorhand online in op de weg die ik ging volgen en op de steden die ik ging bezoeken. Onderweg riep ik offline de nodige detailkaarten op uit de cache. De gps-functie van mijn iPad werkte uitsluitend via de WiFi. Zonder draadloos internet vond de iPad na enkele kilometers zelden waar ik was. Op voorhand had ik ook de Reise Know-How kaart van Myanmar gekocht. Wegens de grootschaligheid (1:1.500.000) heb ik deze kaart in Myanmar nauwelijks gebruikt. De kaart was slechts één keer een meerwaarde. In tegenstelling tot beide apps bevatte de kaart namen van enkele dorpen op de weg tussen Kyaukpadaung en Meiktila. Dankzij de papieren kaart wist ik ongeveer waar ik was.

Staat van de wegen

Myanmar_249In de maanden voor het vertrek heb ik ernstig overwogen om mountainbikebanden te steken. Verschillende bronnen waarschuwden immers voor de slechte staat van de wegen. Uiteindelijk ben ik toch vertrokken met de klassieke Schwalbe Marathon banden waarmee ik op de Vlaamse jaagpaden rijd. Ik heb geen spijt gehad van deze bandenkeuze. Meer zelfs, ik heb in Myanmar 1.600 km gefietst zonder ook maar één lekke band. De wegkwaliteit van de ‘high ways’ was beter dan ik had verwacht. Over het algemeen waren er weinig putten. Mobiele puttenvulteams speelden kort op de bal, en de meeste putten waren opgevuld. Het asfalt was niet helemaal vlak aangelegd en had een licht gerimpeld reliëf. Het ontbreekt de Birmezen immers aan de nodige high tech machines om het wegdek biljartvlak aan te leggen. De wegenwerken zijn er enorm primitief. Onder oude olievaten stookt men een vuurtje om de pek te smelten. Boven de laag gesmolten pek worden eerst keien en tenslotte een laag fijne kiezel uitgestrooid. Myanmar investeert serieus in het onderhoud van haar wegen, ik heb vaak wegenwerken gepasseerd. Waarschijnlijk worden de wegenwerken gefinancierd met de tolheffing op de ‘high ways’. De randen van de wegen hadden last van erosie, en hier was de kwaliteit van het wegdek minder. Bijgevolg reed ik vaak in het midden van het baanvak als het verkeer dit toeliet. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. In de kilometers voor Pakokku was het wegdek geteisterd door talloze putten. Ook het stuk tussen Mawlamyine en Thanbyuzayat was duidelijk versleten. Ik heb nagenoeg uitsluitend op verharde wegen gefietst. De uitzonderingen waren de veldwegen in Inwa en het binnengebied van Bagan.

Fietsen in Yangon

Myanmar_040Fietsen in Yangon, mag dat wel? Volgens mij is fietsen in Yangon niet verboden. Op enkele grote lanen buiten het centrum heb ik inderdaad verbodsborden gezien. Op deze borden stonden evenwel motorfietsen afgebeeld en geen gewone fietsen. In vergelijking met de andere steden in Myanmar zijn er in Yangon nauwelijks fietsers. In het centrum rijden nog een aantal fietstaxi’s met zijkar rond. Buiten het centrum ben ik enkele schaarse fietspendelaars en zelfs een paar lokale wielertoeristen gepasseerd. Fietsen in Yangon is vergelijkbaar met fietsen in andere Zuidoost-Aziatische miljoenensteden zoals Bangkok. Yangon telt veel eenrichtingsstraten met 3 à 4 rijstroken met om de haverklap verkeerslichten. Het verkeer is druk en staat vaak in de file. De bussen zijn het gevaarlijkst. Het stuur zit meestal aan de rechterkant bij de bussen (evenals bij de meeste auto’s in Myanmar), terwijl het verkeer wel rechts rijdt. Bijgevolg zit je als fietser in de dode hoek van de bus als je langs links voorbijsteekt. Wie zich niet laat intimideren door het hectische verkeer in een Zuidoost-Aziatische miljoenenstad, en bovendien goed uitkijkt, kan zonder problemen in Yangon fietsen. In het totaal heb ik ruim 70 kilometer in Yangon gefietst, waarvan een kleine 30 kilometer in het donker.

Diefstalrisico

Myanmar_117Myanmar kent nauwelijks misdaad tegen westerlingen. Het risico op een diefstal van je (lig)fiets is zeer beperkt. Indien mogelijk en als het niet teveel moeite was, legde ik mijn fiets ergens aan vast. Vaak was dit niet mogelijk, maar ik vond mijn ligfiets steeds waar ik hem had achtergelaten. Een parkeerplek in de schaduw vond ik veel belangrijker dan een plek met een houvast. Bij grotere toeristische attracties kon ik soms mijn fiets voor 100 of 200 Kyat (0,07 of 0,15 EUR) bij een parkeerwachter achterlaten. De Birmezen maakten ook gebruik van deze service. Alleen in de miljoenenstad Yangon legde ik consequent mijn fiets ergens aan vast, al moest ik soms even zoeken naar een houvast. Mijn ligfiets overnachtte meestal op de binnenplaats van het hotel. De meeste hotels hebben vooraan een verharde binnenplaats die met een poort van de straat is afgesloten. Ik heb mijn fiets nooit op mijn hotelkamer gestald, al was dat één of twee keer mogelijk.

Geldautomaten

Myanmar_047Volgens de Lonely Planet is een ATM een grote zeldzaamheid in Myanmar. Deze informatie is volledig achterhaald. Zelfs in de kleinere steden als Pakokku had bijna elk bankkantoor op de binnenplaats een ATM staan die 24/7 open was. De permanente openingstijd moet je evenwel met een korreltje zout nemen, aangezien de binnenplaatsen ’s nachts werden afgesloten. Of je er met een westerse credit- of debetkaart ook geld uit de muur kan halen, weet ik niet. Ik had immers geen nood aan een geldautomaat aangezien ik een royale hoeveelheid dollarbiljetten had meegenomen. De meest opmerkelijke plaats waar ik een ATM aantrof was de Shwedagon paya in Yangon. Zowel aan de oostelijke als aan de westelijke ingang stond een geldautomaat.

 

Hotelreserveringen

Myanmar_011“To book, or not to book?” Naargelang de situatie dit vereiste, boekte ik op voorhand een hotelkamer. Indien er geen bijzondere noodzaak was, zocht ik op de bonnefooi een hotel bij aankomst. In Yangon had ik vanuit België het Three Seasons Hotel geboekt. Met de fietsdoos was dit de handigste oplossing. Bovendien had het hotel het transport van de luchthaven geregeld. Daarentegen was ik blij dat ik in Bagan geen hotel had geboekt. Op basis van de hotellijst van de Lonely Planet genoot het Bagan Princess Hotel mijn voorkeur. In werkelijkheid voldeed de kamer die me werd aangeboden niet aan mijn verwachtingen. Omdat ik er geen kamer had geboekt, kon ik makkelijk verder fietsen. Uiteindelijk vond ik met een beetje geluk een betere kamer in het Thante Hotel. Voor de zekerheid had ik in Sat Se Beach een kamer in het Shwe Moe Motel gereserveerd. Achteraf gezien was dit niet nodig, en waren er betere hotels in Sat Se. Elke keer maakte ik de afweging of ik al dan niet een hotel zou boeken. Dankzij mijn ligfiets was ik zeer mobiel. Indien een bepaald hotel volzet was, kon ik makkelijk naar het volgende hotel fietsen.

Het blogplatform

Wordpress logoUit de vele blogplatformen koos ik WordPress.com als onderbouw van deze blog over mijn ligfietsvakanties. Deze keuze is gefundeerd op één belangrijke grondslag. In tegenstelling tot de concurrentie (bijvoorbeeld Weebly) heeft WordPress een (gratis) iPad app. Dankzij deze app kon ik mijn dagelijkse blogbericht offline schrijven. Als ik dan na enkele dagen eindelijk terug online kwam, hoefde ik slechts de foto’s op te laden en het bericht online te publiceren. Omdat ik dagelijks mijn ervaringen meteen in een blogbericht kon verwerken, sluit mijn blog nauwgezet aan bij hoe ik mijn ligfietsvakantie beleefd heb.