28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.

Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.

In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.

Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.

In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.

Fietsstatistieken:
71,00 km

3 u 41 min

19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u