24 november: Sat Se –> Mawlamyine

Vandaag begon ik aan de terugreis die ik over een kleine week heb uitgesmeerd. Het eerste deel was meteen ook de laatste etappe op de fiets. Eergisteren was ik vanuit Mawlamyine naar het strand van Sat Se gefietst, en vandaag fietste ik terug naar Mawlamyine. Ik stond om 6:45u op en wandelde naar de horecabuurt. Ik koos een restaurant uit, maar ik had het zwaar om de uitbaters te laten begrijpen dat ik wilde ontbijten. Uiteindelijk wees ik naar een kindje dat ontbeet aan één van de tafels. Prompt serveerden ze me een deel van het ontbijt van dat kindje. Dit hoefde nu ook weer niet, maar ik at toch de pannenkoek met kikkererwten op. Mijn honger was nog niet gestild, maar toch wandelde ik langs het strand terug naar het motel. Om 8:05u lag ik op de fiets. Mijn eerste stop was het stadje Thanbyuzayat op 16 kilometer. Ik stopte bij een theehuis voor een “second breakfast“, zoals de Hobbits dat zo mooi kunnen verwoorden. Nog voor ik neerzat, zette men reeds schalen met gefrituurde snacks op een tafeltje.

De weg was hetzelfde als eergisteren, al had ik de indruk dat het vandaag vlotter fietste. Onderweg kwam ik de onderstaande protserige poort tegen die ik eergisteren ook al had opgemerkt. Dergelijke poorten treft men in Myanmar vaak aan bij kloosters en soms bij het binnenrijden van steden en dorpen. Deze poort lijkt nergens naartoe te leiden. Een rode aardeweg verdwijnt in de verte tussen de rubberbomen. Misschien is het de oprit van een patserige rubberbaron?

Poort langs de weg van Thanbyuzayat naar Mawlamyine

Omstreeks kwart voor één arriveerde ik in Mawlamyine. Ik stopte bij een theehuis om te lunchen. Ik trok weer de verkeerde conclusie toen ik iemand noedelsoep zag eten. De uitbater sprak geen Engels, en belde met zijn broer om te vertalen. Uiteindelijk heeft hij speciaal voor mij gebakken noedels bereid. Ik liet het me smaken, en heb me licht overeten.

Nadat de lunch een beetje gezakt was, fietste ik de laatste kilometer naar het Cinderella Hotel dat ik gereserveerd had. Voor 25$ per nacht heb ik een kleine eenpersoonskamer met airco en frigo. Er is zelfs WiFi op de kamer. Bovendien slaap ik vannacht nog eens in witte lakens. Na de check-in controleerde ik mijn mail en Facebook, en werkte ik mijn blog bij.

’s Avonds ben ik gaan eten in een barbecuerestaurant met de atypische naam “Beerstation 2”. Nummer 3 ben ik elders in de stad tegengekomen, maar nummer 1 heb ik nog niet gevonden. In de frigo’s lagen allerlei vlees-, vis-, en groentensatés. Je maakte je keuze, en de satés werden op de BBQ gelegd. De satés smaakten heerlijk, maar het was wel een duur restaurantbezoek. Alleen al voor de satés bedroeg de rekening 5.000 Kyat (3,80 EUR), zonder de rijst en het vers getapte bier. Wellicht had ik als grote BBQ-fan veel meer satés geselecteerd dan de gemiddelde eter.

Fietsstatistieken:
89,50 km
4 u 21 min
20,51 km/u

23 november: Een dagje op het strand

Uitgeslapen stond ik deze morgen om acht uur op. Door de korte strandwandeling in de zon op een nuchtere maag naar de restaurantbuurt voelde ik me loom worden. Ik ontbeet met een Birmese currytafel. De kip was nog lauw in de plaats van koud, dus was de curry deze ochtend vers bereid.

Na het ontbijt ging ik zwemmen in de zee. Het strand heeft hier veel affiniteit met de Belgische kust. Het zandstrand loopt zeer geleidelijk af naar de zee. Om echt te zwemmen moet men al ver in zee gaan. Het water is net zo ondoorzichtig als in de Noordzee. Natuurlijk is het water wel warmer, en is het hier een pak rustiger. Na de zwempartij fietste ik over het strand naar de noordelijke kaap. Op het strand is er relatief druk verkeer. Er is immers geen dijk waar de mensen op kunnen flaneren. Daarom cruisen de Birmezen met de motorfiets en zelfs met de auto over en weer op het strand.

Selfie met ligfiets op het strand van Sat Se

Deze middag zag ik een kledingzaak een hoogst provocerende T-shirt die in België hoogstwaarschijnlijk verboden is. Het hakenkruis is een oeroud boeddhistisch gelukssymbool dat de nazi’s jammerlijk misbruikt hebben. Ik begrijp dus volkomen dat het hakenkruis in Myanmar in decoratiemotieven opduikt. Daarentegen bestaat er hier ook een kledingmerk met de naam “original brand nazi”. De adelaar met het hakenkruis in de kleuren rood, wit, en zwart laat er geen toeval over bestaan. Bovendien heb ik de afgelopen weken nog T-shirts van dit bedenkelijke merk gezien. Zo zag ik een rode T-shirt met een witte cirkel en hierin een zwart hakenkruis, precies zoals de vlag van de nazi’s. Ik heb zelfs een T-shirt gezien waarin naar de “final solution” werd gerefereerd. Neonazi’s kunnen hier alvast koopjes doen en hun garderobe flink uitbreiden.

T-shirts van het verwerpelijke merk 'original brand nazi'

In de namiddag deed ik het spiegelbeeld van de voormiddag. Eerst wandelde ik naar de zuidelijke kaap, en vervolgens ging ik nog eens zwemmen. Toen ik pas vertrokken was, kruiste ik een groepje Birmese jongeren. Ze spraken me aan, en vroegen of ik met hen op de foto wilde staan. Na de groepsfoto wilde één van de jongens alleen met mij op de foto. Uiteindelijk sta ik met elk van de jongens nog eens apart op de foto. Ik heb geen idee waarom ze met mij op de foto wilden. Zonder ligfiets ben ik immers een doodgewone westerse toerist, en die lopen er wel meer rond.

Groepsfoto met lokale jongeren op het strand van Sat Se

Fietsstatistieken:
4,93 km
0 u 21 min
13,50 km/u

22 november: Mawlamyine –> Sat Se

Om kwart voor zeven liep de wekker af en stond ik op. Het hotelontbijt was deze ochtend beperkt tot een kleine portie rijst met kikkererwten en een spiegelei. Stipt om 8:00u lag ik op de fiets met bestemming Sat Se, een strand aan de Golf van Martaban ten zuiden van Mawlamyine.

Ook vandaag fietste ik grotendeels over heuvels beplant met rubberbomen. Volgens de Lonely Planet zijn rijstvelden en palmbomen kenmerkend voor de deelstaat Mon. Na een week fietsen in deze regio, geloof ik toch dat rubberbomen deze deelstaat meer kenmerken. De kwaliteit van de weg was over het algemeen minder goed. De weg leek vaak een lappendeken door alle putten die gevuld zijn.

Glooiende weg tussen Mawlamyine en Thanbyuzayat

Onderweg reed ik voorbij een reusachtige zittende Boeddha in aanbouw. De werf startte in 2005. Inmiddels is alleen het hoofd bijna voltooid.

De reusachtige zittende Boeddha van Lite Tat in aanbouw (Khat Ya Khat Yu)

Om 11:45u arriveerde ik na 67 kilometer in Thanbyuzayat. In dit stadje begint de “Death Railway“. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legden de Japanners hier dwars door de jungle een spoorlijn aan richting Thailand. Tienduizenden Aziatische dwangarbeiders en Europese krijgsgevangenen bouwden deze spoorlijn, en duizenden stierven onder onmenselijke omstandigheden. De gesneuvelden uit de Commonwealth liggen op een oorlogskerkhof even buiten het stadje Thanbyuzayat. Deze gruwelijke episode uit de Tweede Wereldoorlog werd verfilmd in “The Bridge on the River Kwai“.

Het oorlogskerkhof van Thanbyuzayat

Na de lunch legde ik het laatste stuk naar Sat Se af. Omstreeks kwart voor drie arriveerde ik op mijn bestemming. Op het moment dat ik eindelijk de zee zag, splitste de weg in twee. Ik heb slechts zeer beperkte kaartgegevens van Sat Se, en ik wist niet waar het guest house lag dat ik had gereserveerd. Ik koos rechts omdat in deze richting volgens de kaart de langste straat was. Na een kilometer ging het asfalt over in zand. Een beetje verder zag ik een hotel in aanbouw. Niettemin mondde de weg uiteindelijk in het lokale dorpje uit. Inmiddels werd de kwaliteit van de weg gaandeweg slechter, en moest ik meer en meer mijn ligfiets door stroken los zand duwen. Uiteindelijk besloot ik om terug te keren en links te proberen. Enkele honderden meters verder trof ik het Shwe Moe Motel. Voor 20$ per nacht heb ik een trapeziumvormige kamer met een dubbel hemelbed en een badkamer met koude douche. Er is geen airco maar wel een ventilator. Het laken ontbreekt, dus ik mag vannacht weer in mijn zijden slaapzak kruipen. Het enige positieve punt is de ligging vlak aan het strand. Achteraf gezien had ik hier niet moeten reserveren. Er zijn immers nog andere guest houses in Sat Se waaronder ik ter plekke een keuze kon maken. Daarenboven zijn er nog twee hotels in aanbouw.

Sat Se is een rustige badplaats waar de lokale bevolking hun strandvakanties doorbrengen. De zwemmers concentreren zich ter hoogte van de horecazaken. Enkele honderden meters verder ter hoogte van mijn guest house is het strand leeg.

Het strand van Sat Se

Na de check-in ging ik even pootje baden in de zee. Vervolgens dronk en at ik een kokosnoot op een terrasje in de schaduw. Nadien ging ik terug naar het motel, en trok ik mijn zwembroek aan. Ter hoogte van het guest motel was ik een half uur lang de enige zwemmer. Voor de verandering genoot ik nadien nog eens van de zonsondergang.

Roze zonsondergang in Sat Se

s’ Avonds was het niet gemakkelijk om een restaurantje te vinden. De restaurantscène van Sat Se leek uitgestorven. Ik begrijp niet waar de Birmese vakantiegangers dineren. Uiteindelijk ben ik dan toch een leeg restaurant binnengestapt. Het enige wat ik kon krijgen was een duur bord met rijst, gekookte groenten, en stukjes kip, dit alles overvloedig overgoten met saus.

Fietsstatistieken:
87,76 km
4 u 19 min
20,26 km/ u