22 mei: Het kasteel van Matsumoto

Mijn ontbijttafel in de ryokan stond boordevol kommetjes. Ik wist niet waar eerst aan te beginnen. Bij mijn aankomst in de ontbijtruimte stak de vriendelijke gastvrouw twee tafelvuurtjes aan. Het ene vuurtje was een mini-barbecue. De twee stukken vis begonnen meteen te grillen. Op het andere vuurtje begon een pot tofu te pruttelen. De gastvrouw zei dat de tofu over tien minuten klaar zou zijn. Terwijl ik de vis regelmatig omdraaide, proefde ik van de veelheid van potjes. Ik had eigenlijk alleen de kamer geboekt zonder het diner en het ontbijt. Maar in deze buitenwijk zijn de ryokans talrijk en de gewone restaurants zeldzaam. Gewoonlijk nemen de gasten in een ryokan de formule met diner en ontbijt. Daarom reserveerde ik gisteren bij mijn aankomst alsnog de maaltijden. Het Japanse ontbijt kostte meer dan het diner van gisterenavond, maar het was het waard.
Bij een Japans ontbijt wordt thee en geen koffie geschonken. Na het ontbijt lichtte de gastvrouw me in dat de koffie klaar staat in de lobby. Op mijn gemak dronk ik twee tassen koffie terwijl ik op mijn e-reader las. Ik vertrok pas na tien uur met de ligfiets naar het kasteel van Matsumoto. Dit kasteel is één van de oudste bewaarde houten kastelen van Japan. Het werd gebouwd op het einde van de zestiende eeuw.
Het kasteel is dé attractie van Matsumoto, ik was hier dus niet alleen. Ik parkeerde mijn ligfiets op de gratis fietsenparking naast de hoofdingang. Vervolgens kocht ik voor 610 ¥ (4,65 €) een toegangsticket voor de donjon. Langs supersteile trappen met hoge treden klom ik naar de zesde en bovenste verdieping van de kasteeltoren. De oudere bezoekers hadden veel moeite met de trappen. Regelmatig stond ik aan een steile trap aan te schuiven om naar boven of beneden te kunnen gaan. Boven moest ik op mijn knieën gaan zitten om door de lage ramen van het uitzicht te kunnen genieten.
Aansluitend bezocht ik het Matsumoto City Museum dat naast het kasteel ligt. De toegang was inbegrepen bij het ticket voor het kasteel. Geheel conform met haar naam vertelde het stadsmuseum de geschiedenis van de stad van de prehistorie tot heden. Potscherven en oude wapens illustreerden het verhaal.
Tegen de middag wandelde ik naar de oude handelswijk Nakamachi. De reisgids raadde een wandeling in deze buurt aan. Ik vond er niets charmant aan, dus ik wandelde verder. Uiteindelijk kwam ik het gloednieuwe Æon shoppingcenter tegen. Dit is uiteraard ook niet charmant,  maar het shoppingcenter had wel een grote food court. Ik deed de ronde en koos een restaurant dat een soort van krokante kiptempura afficheerde. Bestellen gebeurde via een tablet op de tafel. De serveerster hielp me om te bestellen. Per vergissing bestelde ik een extra groot bord kip en een miniportie rijst. Na de lunch kuierde ik uit nieuwsgierigheid even door het winkelcentrum. Daarna wandelde ik terug naar mijn ligfiets aan het kasteel. Ik fietste vier kilometer in westelijke richting de stad uit. Een kilometer voorbij de expresweg naar Nagano hield ik halt aan het Matsumoto City Open-Air Architectural Museum. Dit is een hele mond vol voor een soort van mini-Bokrijk. Er stonden hier geen keuterboerderijen en dorpsschooltjes. De focus lag op openbare gebouwen uit de negentiende en twintigste eeuw. Onder meer het oude gerechtshof van Matsumoto was naar hier verhuisd. De poppen zijn typisch voor een museumopstelling in het Verre Oosten.
Naast het gerechtshof had men ook een jeugdgevangenis en een zijdefabriek heropgebouwd. Rond 16 uur fietste ik terug naar de ryokan. De gastheer had slecht nieuws voor mij. Vanavond was er geen diner en morgen ook geen ontbijt. Ik stapte terug op de fiets en reed naar de supermarkt. Hier kocht ik een paar echte koffiekoeken en geen voorverpakte koeken. Hopelijk zijn ze morgenochtend nog lekker. ’s Avonds legde ik me terug op de ligfiets om een restaurant op te zoeken.
Fietsstatistieken:
24,24 km
1 u 19 min
18,41 km/u

21 mei: Itoigawa –> Matsumoto

Met een beetje schrik keek ik de voorbije dagen uit naar de etappe van vandaag. Niet de hoogtemeters maar de autotunnels boezemden me de meeste angst in. De route liep door een rivierdal recht de Japanse Alpen in. Dankzij de talrijke tunnels werd de hoogte geleidelijk gewonnen en waren haarspeldbochten overbodig. Volgens Google Maps zou de langste tunnel wel vijf kilometer lang zijn. Op voorhand had ik de tunnels in Google Streetview verkend. Meestal hadden de autotunnels geen verhoogd fietspad. Bijgevolg zou ik op de rijstrook van de auto’s en de vrachtwagens door de donkere tunnels moeten fietsen.
Even voor acht uur lag ik de fiets. Bij het eerste kruispunt fietste ik rechtdoor Route #148 naar Matsumoto in. Deze weg zou ik tot voorbij de bergen volgen. Verrassend snel doemden de eerste besneeuwde bergtoppen op.

Na 13 kilometer splitste een weg af en werd Route #148 minder druk. Even later dook ik de eerste tunnel in. De korte tunnel werd gevolgd door een kilometerslange halfopen tunnel. De hellingsgraad in de tunnels was bescheiden. De hoogtemeters werden voornamelijk in de open lucht gewonnen. Na nog een paar kortere tunnels kwam ik onvermijdelijk aan de tunnel van vijf kilometer. Een seingever met een rode vlag liet me stoppen voor wegenwerken aan de ingang van de tunnel. Ik wachtte enkele minuten tot een karavaan auto’s van de andere kant uit de tunnel kwam. De vlaggeman gaf teken aan het gemotoriseerd verkeer om door te rijden, maar ik moest tot de laatste auto wachten. Samen met de afsluitende werfbus vertrok ik. De chauffeur van het piepkleine Suzuki busje gebaarde om mijn ligfiets in de koffer te steken. Ik ging akkoord en stopte. Met twee tilden we de ligfiets dwars over de achterbank van het busje. Mijn ligfiets ging er maar nipt in. Het voorblad en de pedalen staken uit tussen de hoofdsteunen van de voorste zetels. Ik legde mijn banaantassen erbij, en zonder nadenken opende ik het portier aan de rechterkant. De chauffeur hield me tegen, en ik zag meteen waarom. Ik was even vergeten dat men in Japan links rijdt en dat het stuur zich dus aan de rechterkant bevindt. Ik zag mijn vergissing in en wandelde rond het busje naar het andere portier. Dankzij de wegenwerken kon ik de gevreesde tunnel overslaan.

Stilaan minderde het aantal tunnels en kwamen de besneeuwde bergtoppen dichterbij.

Vlak voor de middag kwam ik in het skioord Hakuba. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano vonden hier de skiwedstrijden plaats. Aan het station lunchte ik in een klein noedelrestaurant. Op de noedelsoep dreef een tempurakrans van groentjes en garnalen.

Gestaag klom ik verder door het langerekte skidorp. In het bos voorbij het dorp werd het terug steiler. Dan sloeg ik rechtsaf naar het Aoki meer. Voorbij het meer mocht ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Na nog een tweede meer bereikte ik de vallei van Matsumoto. Een eind verder gidste de gps me naar een dijkweg naast een brede snelstromende rivier. Terwijl ik de rivier 14 kilometer stroomafwaarts volgde, hield ik makkelijk een hoog tempo aan.

Na ruim 100 kilometer naderde ik het centrum van Matsumoto. Even later fietste ik langs het bekende kasteel. Morgen zal ik de tijd nemen om dit kasteel te bezoeken, dus ik stopte niet. Via een fietspad langs een kronkelende gracht klom ik naar de voet van de bergen. Om kwart na vier arriveerde ik in een buitenwijk aan de ryokan Izumiya Zenbe. Een ryokan is een familiaal pension in Japanse stijl. De gastheer ontving me uiterst vriendelijk. De komende twee nachten zal ik terug op zijn Japans op de grond slapen.
Fietsstatistieken:
109,14 km
5 u 42 min
19,12 km/u