16 februari: Sightseeing in Phnom Penh

In Phnom Penh heb ik een rustmoment van twee dagen ingelast. Vandaag sliep ik uit tot acht uur. Ik stelde in het ontbijtbuffet van het hotel een kom müesli met yoghurt en vers fruit samen, dat was lang geleden. Na het ontbijt gaf ik mijn vuile was af in een guest house een straat verder. Ik had immers over het hoofd gezien dat een chique hotel voor elke extra dienst buitensporig veel aanrekent. Het Villa Langka Hotel hanteert een gedifferentieerde prijslijst voor de wasdienst, die me in het totaal 12,60 $ zou kosten. In vergelijking kost het wassen van 1 onderbroek (0,80$) hier meer dan mijn hele was in het King Boutique Hotel in Siem Reap (0,75$). Toevallig vond ik in de buurt een goedkoop guest house dat mijn hele was van 1,1 kg voor 1,50$ deed.

De eerste bestemming van mijn sightseeing tour was het Koninklijk Paleis. Ik kwam er om vijf voor tien aan en parkeerde mijn ligfiets op een bewaakte motorfietsparking op de hoek van het domein. Cambodja is een constitutionele monarchie, en evenals koning Filip en koning Willem-Alexander doet koning Norodom Sihamoni niets anders dan lintjes knippen. De koning verblijft wel in het Koninklijk Paleis, dus bepaalde delen waren niet toegankelijk. Omstreeks kwart na tien werd ik reeds verjaagd uit de zone rond de troonzaal. Ik dacht eerst dat ze voorzorgen namen om tijdig aan hun lange middagpauze te kunnen beginnen. Het Paleis is immers gesloten tussen 11 en 14 uur. Achteraf zag ik een limousine wegrijden met een vlaggetje op de motorkap met veel zwart die ik niet kon thuisbrengen. Vermoedelijk had de koning intussen een ambassadeur in de troonzaal geaccrediteerd.

IMG_0293

Nadien bezocht ik het nabijgelegen Nationaal Museum, dat voornamelijk beelden tentoonstelde uit de periode voor, tijdens en na Angkor. Fotograferen was verboden, dus ik kan hierbij geen foto publiceren. Toen ik het museum voor bekeken hield was het middag. Ik wandelde naar een overdekte markt in de buurt. Ik at er rijst met kippenbotjes, in feite meer bot dan kip. Na de lunch wandelde ik naar Wat Ounalom, dat is de hoofdzetel van het Cambodjaanse boeddhisme. De site stond vol moderne tempels (of waren het monnikenverblijven?). Een oude man bij een stupa deed teken om te komen. Hij opende een kleine donkere ruimte met een boeddhabeeld. Hij stak een wierrookstokje aan en gaf het aan mij. Vervolgens doopte hij een bundel wierrookstokjes in water, en begon me ritueel te zegenen (oneerbiedig gesteld mijn bril nat te sprenkelen). Na afloop van de ceremonie legde ik een gift in de schaal voor het boeddhabeeld. Ik wandelde terug naar mijn ligfiets langs de promenade aan de monding van de Tonle Sap rivier in de brede Mekong. De promenade was omzoomd door landenvlaggen. De Belgische vlag hing tussen de Irakese en de Vietnamese vlag.

IMG_0290

Vervolgens fietste ik naar Wat Phnom. Deze kunstmatige tempelberg is midden in een rondpunt gelegen met een omtrek van 700 meter (dat heb ik achteraf met de kilometerteller nagemeten). Hier zou reeds in de 15de eeuw een tempel op gebouwd zijn, maar na opeenvolgende vernieuwbouwprojecten is de huidige tempel uit de vorige eeuw niet zo bijzonder.

IMG_0291

Mijn laatste bezoek betrof de centrale markt Psar Thmey. Deze overdekte markt is gehuisvest in een enorme koepel met vier armen. Onder de centrale koepel zaten juweliers, en in de armen werd voornamelijk kleding verkocht. Rondom de markt zat het verkeer helemaal strop.

IMG_0292

Volgens de fietsreisgids van Bernadette Speet kan je je fiets bij de toeristische attracties en op de lokale markten voor 100 tot 200 Riel (0,02 tot 0,04 EUR) parkeren op een bewaakte motorfietsparking. Dit klopt, maar intussen is de prijs vertienvoudigd. Aan het Koninklijk Paleis betaalde ik 2.000 Riel (0,43 EUR), aan Wat Phnom 1.000 Riel (0,22 EUR), en aan de Psar Thmey slechts 500 Riel (0,11 EUR). Uiteindelijk is dit nog steeds weinig geld om achteraf je fiets ongedeerd terug te zien.

Na het bezoek aan de markt fietste ik terug naar het hotel. De rest van de namiddag rustte ik uit aan het zwembad.

Fietsstatistieken:
10,40 km
0 u 35 min
17,55 km/u

28 november: Laatste dag in Yangon

Het was vele dagen geleden, maar deze morgen scheen de zon in een wolkenloze hemel. Om half acht stond ik op, en pas omstreeks half tien lag ik op de fiets voor de laatste kilometers in Myanmar. De eerste bestemming was de Mingalar Market, enkele kilometers ten noorden van het centrum. Deze markt was wel open, en leek een beetje op een verloederd shoppingcenter. De zes verdiepingen van het gebouw waren verbonden met roltrappen die al jaren geleden de geest hadden gegeven. Elke verdieping had een raster van smalle gangen. De winkeltjes waren slechts 1,5 op 1,5 meter breed en in blokken van twee of vier winkeltjes gegroepeerd. Sommige winkels hadden twee van zulke hokjes samengevoegd. De afdeling kleding was voornamelijk vrouwelijk georiënteerd, en daar had ik dus weinig aan. De horeca was onder een groot afdak op de dakverdieping geconcentreerd.

De Mingalar Market in Yangon

Vervolgens fietste ik langs het Kandawgyi-meer naar het National Museum. Ik moest mijn fototoestel in de locker achterlaten, dus ik kan geen foto’s tonen. De vier verdiepingen bevatten voornamelijk kunsthistorische artefacten uit de Birmese geschiedenis. Hier en daar waren er kleinere opstellingen voor propagandadoeleinden. Ook de minderheden kregen aandacht in een aparte zaal. De cliché opstelling legde de nadruk op folkloristische klederdracht.

Rond half één had ik alle opengestelde zalen gezien, en fietste ik naar een restaurant in de buurt. Toevallig kwam ik voorbij de nationale archiefdienst van Myanmar. Enkele jaren geleden was het onder jonge archivarissen een soort van ludieke sport om jezelf op de foto te zetten samen met een exotische archiefinstelling. Bij deze dien ik een late inzending in.

Selfie voor het National Archives Department of Myanmar

Ik lunchte in het “Feel Myanmar Restaurant” midden in de ambassadewijk van Yangon. Dit zou de favoriete lunchtent van de diplomaten zijn, en het restaurant zat deze middag inderdaad goed vol. Er was geen menu, ik moest aan het buffet aanwijzen wat ik wilde eten. De rekening van 7.000 Kyat (5,25 EUR) was gepeperd, wellicht omdat ik twee vleesgerechten had gekozen in plaats van de gebruikelijke één. Na de lunch fietste ik terug naar het hotel. Onderweg stopte ik bij het graf van de laatste mogulkeizer van India. De Britse kolonisator had hem in de 19de eeuw naar Yangon verbannen. Toen hij overleed werd hij hier begraven, en later ook zijn echtgenote en zijn twee zonen. De grafmonumenten liggen tegenwoordig in een Indische moskee, waarvan ze vandaag het plafond hebben geschilderd.

Het graf van Bahadur Shah Zafar

Vervolgens zette ik mijn fietstocht naar het hotel verder. Ik kwam in een file terecht, en het ging tergend traag vooruit. Ik passeerde de Bogyoke Market, die vandaag wel open was. Klaarblijkelijk had ik de verkeerde shoppingdag uitgekozen. Toen ik eindelijk om 14:25u terug aan het hotel was, had ik precies 1.600 kilometer in Myanmar gefietst zonder ook maar één lekke band. Om dit ronde cijfer te halen, heb ik het lot een beetje geholpen. Ik heb een kilometertje omgereden rond het rondpunt met de Sule Paya om precies op de 1.600 kilometer uit te komen.

Mijn fietstocht in Myanmar zat er nu echt op. Om drie uur begon ik mijn fiets klaar te maken om in de fietsdoos te steken. Met de hulp van iemand van het hotelpersoneel stak mijn fiets om 16:40u terug in de doos. De fietsdoos mag nog één nacht in mijn kamer blijven.

Fietsdoos in mijn hotelkamer

Vermits mijn fiets was ingepakt, ben ik ’s avonds in een restaurantje in de buurt gaan eten.

Fietsstatistieken:
15,16 km
1 u 9 min
13,17 km/u