Epiloog: aantekeningen voor toekomstige fietsers

Als afsluitend blogbericht wil ik graag nuttige informatie voor toekomstige fietsers delen, zowel aantekeningen over Myanmar als fietsland, als meer algemene reizigersinfo.

Navigatie

iPad map Sagaing

Ooit koop ik me een fiets gps, maar voorlopig behelp ik me met een tussenoplossing. Ik had mijn iPad mini bij als mediaconsole. In Myanmar navigeerde ik met behulp van twee kaartenapps. Eerst gebruikte ik de Open StreetMaps met de gratis MapsWithMe Lite app. Deze vrij beschikbare landkaarten worden ontwikkeld en aangevuld door vrijwilligers. Via de MapsWithMe app zijn de kaarten offline beschikbaar. De kwaliteit van het kaartmateriaal varieert. De grote steden in Myanmar (Yangon, Mandalay) en de toeristische gebieden (Bagan) zijn vrij goed uitgewerkt met vele ‘points of interest’. De verbindingswegen tussen de steden zijn vaak rudimentair getekend, maar voldoende om te navigeren. Ik gebruikte de MapsWithMe Lite app, maar er zijn tientallen apps die de Open Street Maps gebruiken. Na verloop van tijd maakte ik evenwel meer en meer gebruik van de Google Maps app. Deze gratis app van de internetgigant geeft vaak meer details dan de Open Maps, maar werkt in principe uitsluitend online. Niettemin laadt de app de kaarten in het cache-geheugen. Bijgevolg zoomde ik op voorhand online in op de weg die ik ging volgen en op de steden die ik ging bezoeken. Onderweg riep ik offline de nodige detailkaarten op uit de cache. De gps-functie van mijn iPad werkte uitsluitend via de WiFi. Zonder draadloos internet vond de iPad na enkele kilometers zelden waar ik was. Op voorhand had ik ook de Reise Know-How kaart van Myanmar gekocht. Wegens de grootschaligheid (1:1.500.000) heb ik deze kaart in Myanmar nauwelijks gebruikt. De kaart was slechts één keer een meerwaarde. In tegenstelling tot beide apps bevatte de kaart namen van enkele dorpen op de weg tussen Kyaukpadaung en Meiktila. Dankzij de papieren kaart wist ik ongeveer waar ik was.

Staat van de wegen

Ambachtelijke wegenwerken in Myanmar

In de maanden voor het vertrek heb ik ernstig overwogen om mountainbikebanden te steken. Verschillende bronnen waarschuwden immers voor de slechte staat van de wegen. Uiteindelijk ben ik toch vertrokken met de klassieke Schwalbe Marathon banden waarmee ik op de Vlaamse jaagpaden rijd. Ik heb geen spijt gehad van deze bandenkeuze. Meer zelfs, ik heb in Myanmar 1.600 km gefietst zonder ook maar één lekke band. De wegkwaliteit van de ‘high ways’ was beter dan ik had verwacht. Over het algemeen waren er weinig putten. Mobiele puttenvulteams speelden kort op de bal, en de meeste putten waren opgevuld. Het asfalt was niet helemaal vlak aangelegd en had een licht gerimpeld reliëf. Het ontbreekt de Birmezen immers aan de nodige high tech machines om het wegdek biljartvlak aan te leggen. De wegenwerken zijn er enorm primitief. Onder oude olievaten stookt men een vuurtje om de pek te smelten. Boven de laag gesmolten pek worden eerst keien en tenslotte een laag fijne kiezel uitgestrooid. Myanmar investeert serieus in het onderhoud van haar wegen, ik heb vaak wegenwerken gepasseerd. Waarschijnlijk worden de wegenwerken gefinancierd met de tolheffing op de ‘high ways’. De randen van de wegen hadden last van erosie, en hier was de kwaliteit van het wegdek minder. Bijgevolg reed ik vaak in het midden van het baanvak als het verkeer dit toeliet. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. In de kilometers voor Pakokku was het wegdek geteisterd door talloze putten. Ook het stuk tussen Mawlamyine en Thanbyuzayat was duidelijk versleten. Ik heb nagenoeg uitsluitend op verharde wegen gefietst. De uitzonderingen waren de veldwegen in Inwa en het binnengebied van Bagan.

Fietsen in Yangon

De Schwedagon Paya in Yangon

Fietsen in Yangon, mag dat wel? Volgens mij is fietsen in Yangon niet verboden. Op enkele grote lanen buiten het centrum heb ik inderdaad verbodsborden gezien. Op deze borden stonden evenwel motorfietsen afgebeeld en geen gewone fietsen. In vergelijking met de andere steden in Myanmar zijn er in Yangon nauwelijks fietsers. In het centrum rijden nog een aantal fietstaxi’s met zijkar rond. Buiten het centrum ben ik enkele schaarse fietspendelaars en zelfs een paar lokale wielertoeristen gepasseerd. Fietsen in Yangon is vergelijkbaar met fietsen in andere Zuidoost-Aziatische miljoenensteden zoals Bangkok. Yangon telt veel eenrichtingsstraten met 3 à 4 rijstroken met om de haverklap verkeerslichten. Het verkeer is druk en staat vaak in de file. De bussen zijn het gevaarlijkst. Het stuur zit meestal aan de rechterkant bij de bussen (evenals bij de meeste auto’s in Myanmar), terwijl het verkeer wel rechts rijdt. Bijgevolg zit je als fietser in de dode hoek van de bus als je langs links voorbijsteekt. Wie zich niet laat intimideren door het hectische verkeer in een Zuidoost-Aziatische miljoenenstad, en bovendien goed uitkijkt, kan zonder problemen in Yangon fietsen. In het totaal heb ik ruim 70 kilometer in Yangon gefietst, waarvan een kleine 30 kilometer in het donker.

Diefstalrisico

Ligfiets op slot in Mandalay

Myanmar kent nauwelijks misdaad tegen westerlingen. Het risico op een diefstal van je (lig)fiets is zeer beperkt. Indien mogelijk en als het niet teveel moeite was, legde ik mijn fiets ergens aan vast. Vaak was dit niet mogelijk, maar ik vond mijn ligfiets steeds waar ik hem had achtergelaten. Een parkeerplek in de schaduw vond ik veel belangrijker dan een plek met een houvast. Bij grotere toeristische attracties kon ik soms mijn fiets voor 100 of 200 Kyat (0,07 of 0,15 EUR) bij een parkeerwachter achterlaten. De Birmezen maakten ook gebruik van deze service. Alleen in de miljoenenstad Yangon legde ik consequent mijn fiets ergens aan vast, al moest ik soms even zoeken naar een houvast. Mijn ligfiets overnachtte meestal op de binnenplaats van het hotel. De meeste hotels hebben vooraan een verharde binnenplaats die met een poort van de straat is afgesloten. Ik heb mijn fiets nooit op mijn hotelkamer gestald, al was dat één of twee keer mogelijk.

Geldautomaten

De ATM-automaat in de Schwedagon Paya te Yangon

Volgens de Lonely Planet is een ATM een grote zeldzaamheid in Myanmar. Deze informatie is volledig achterhaald. Zelfs in de kleinere steden als Pakokku had bijna elk bankkantoor op de binnenplaats een ATM staan die 24/7 open was. De permanente openingstijd moet je evenwel met een korreltje zout nemen, aangezien de binnenplaatsen ’s nachts werden afgesloten. Of je er met een westerse credit- of debetkaart ook geld uit de muur kan halen, weet ik niet. Ik had immers geen nood aan een geldautomaat aangezien ik een royale hoeveelheid dollarbiljetten had meegenomen. De meest opmerkelijke plaats waar ik een ATM aantrof was de Shwedagon paya in Yangon. Zowel aan de oostelijke als aan de westelijke ingang stond een geldautomaat.

 

Hotelreserveringen

Uithangbord van een hotel met een gekko

“To book, or not to book?” Naargelang de situatie dit vereiste, boekte ik op voorhand een hotelkamer. Indien er geen bijzondere noodzaak was, zocht ik op de bonnefooi een hotel bij aankomst. In Yangon had ik vanuit België het Three Seasons Hotel geboekt. Met de fietsdoos was dit de handigste oplossing. Bovendien had het hotel het transport van de luchthaven geregeld. Daarentegen was ik blij dat ik in Bagan geen hotel had geboekt. Op basis van de hotellijst van de Lonely Planet genoot het Bagan Princess Hotel mijn voorkeur. In werkelijkheid voldeed de kamer die me werd aangeboden niet aan mijn verwachtingen. Omdat ik er geen kamer had geboekt, kon ik makkelijk verder fietsen. Uiteindelijk vond ik met een beetje geluk een betere kamer in het Thante Hotel. Voor de zekerheid had ik in Sat Se Beach een kamer in het Shwe Moe Motel gereserveerd. Achteraf gezien was dit niet nodig, en waren er betere hotels in Sat Se. Elke keer maakte ik de afweging of ik al dan niet een hotel zou boeken. Dankzij mijn ligfiets was ik zeer mobiel. Indien een bepaald hotel volzet was, kon ik makkelijk naar het volgende hotel fietsen.

Het blogplatform

Wordpress logoUit de vele blogplatformen koos ik WordPress.com als onderbouw van deze blog over mijn ligfietsvakanties. Deze keuze is gefundeerd op één belangrijke grondslag. In tegenstelling tot de concurrentie (bijvoorbeeld Weebly) heeft WordPress een (gratis) iPad app. Dankzij deze app kon ik mijn dagelijkse blogbericht offline schrijven. Als ik dan na enkele dagen eindelijk terug online kwam, hoefde ik slechts de foto’s op te laden en het bericht online te publiceren. Omdat ik dagelijks mijn ervaringen meteen in een blogbericht kon verwerken, sluit mijn blog nauwgezet aan bij hoe ik mijn ligfietsvakantie beleefd heb.

30 november: Landing in Zaventem

Na een korte slaap van amper drie uur liep om half twaalf ’s nachts de wekker af. Snel snel maakte ik me klaar. Voor het eerst in een maand trok ik sokken aan. Het voelde een beetje onwennig aan. De airport shuttle bracht me tijdig naar de luchthaven. De veiligheidscontrole was weer een lachertje op het vlak van vloeistoffen. Ik vroeg aan de security of ik mijn flesje water in de vuilbak moest gooien. Hij gaf een onduidelijk antwoord, en impulsief legde ik het flesje in het bakje bij mijn portefeuille en riem. Zouden ze in Doha al een vloeistoffenscanner in gebruik hebben? Het flesje werd terecht veilig bevonden, er zat immers geen pistool in verstopt.

Om kwart voor drie steeg mijn laatste vlucht op. Aan boord kon ik nog een viertal uren slapen. De vlucht verliep voorspoedig, en om 7:25u landden we in Zaventem. Mijn fietstassen rolden van de band, en de verfomfaaide fietsdoos trof ik aan de andere kant van de bagageband aan.

Fietsdoos naast de bagageband in de luchthaven van Zaventem

De fietsdoos paste alleen dwars op het karretje. Op de luchthaven rijden met een kar van twee meter breed was niet van de poes. Vaak waren de deuren te smal, en moest ik de doos door de deur dragen, mijn kar halen, en de doos terug op de kar zetten. Bij de eerste deur kreeg ik al meteen op mijn donder van een securityvrouw. Ze dacht dat ik een gevaarlijke doos achterliet toen ik terugliep om de rest van mijn bagage te halen. Daarenboven wachtte mijn vader me in de kiss & ride zone op het vertrekniveau op. Bijgevolg moest ik met doos en al de lift nemen. Uiteindelijk arriveerde ik op de afhaalplek, en staken we de fietsdoos in de Kangoo. Een kwartier later waren we bij mijn ouders thuis. Nadat we bijgepraat waren, stapte ik in mijn auto, en reed naar huis. Tijdens mijn afwezigheid heeft mijn moeder de trap geschilderd. Mijn huis zag er dus mooier uit dan toen ik vertrok. Mijn ligfiets blijft voorlopig ongemonteerd bij mijn ouders staan. Thuis wacht me immers een lege frigo, een volle wasmand, en een stoflaag van een maand. Bijgevolg heb ik vandaag wel iets anders te doen dan te ligfietsen. En zo eindigde mijn ligfietsreis in Myanmar.

Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

29 november: Naar huis via Doha

Om 4:05u liep de wekker af. Twintig minuten later zat ik aan de ontbijttafel. Twee personeelsleden waren speciaal voor mij zo vroeg opgestaan. Even voor vijf stopte een lange minibus voor de deur. We laadden mijn fietsdoos in, en na de check-out vertrok de airport shuttle. Op zo’n vroeg uur was het verkeer uitermate kalm. Vijfentwintig minuten later en 10.000 Kyat (7,50 EUR) armer zette de chauffeur mijn fiets en mij af aan de luchthaven. Aan de incheckbalie deden de hostessen eerst moeilijk over mijn fiets. Ze wilden zeker zijn dat ik mijn banden had afgelaten. Uiteindelijk kon ik hen min of meer overtuigen dat de banden plat waren. Vervolgens stuurden ze me terug naar de veiligheidscontrole om een “security sticker”. De baas van de security werd erbij gehaald. Hij wilde mijn doos openen om te checken of mijn banden effectief plat waren. Gelukkig was hij pragmatisch ingesteld, en vroeg hij me of ik nog tape had. Ik toonde het restantje van de rol dat duidelijk onvoldoende was om de doos terug dicht te tapen. Vervolgens toonde ik hem een foto van mijn ligfiets op mijn iPad. Dat was voldoende om hem te overtuigen, en ik kreeg de vereiste veiligheidssticker. Bij de incheckbalie herhaalde ik dit kunstje. Na het tonen van de foto werden ze aanzienlijk inschikkelijker. De fietsdoos werd gewogen en ik werd eindelijk ingecheckt. Overigens waren de twee veiligheidscontroles (de eerste voor de check-in en de tweede voor de boarding) een lachertje. Ik mocht telkens alles aanhouden, en werd met een scanstaaf gefouilleerd. Bij de tweede controle stonden verschillende flesjes water, maar de twee flesjes in mijn handbagage werden niet opgemerkt. Gelukkig, want na de laatste controle waren er geen faciliteiten meer. Overigens ben ik uit Myanmar vertrokken zonder de vertrektaks van 10$ te betalen. Ik veronderstel dat deze buitenlandersbelasting inmiddels is afgeschaft.

In de lucht boven Yangon

De vlucht naar Doha vertrok om 7:45u met een kwartier vertraging, maar landde een half uur te vroeg. In Doha moet ik ruim vijftien uur wachten op de aansluitende vlucht naar Zaventem. Qatar Airways biedt een gratis hotelkamer met maaltijdvoucher en transport aan passagiers aan die meer dan 8 uur en minder dan 24 uur moeten wachten op hun aansluiting. Weinig mensen weten dit, want het gros van de passagiers stapte in de transferterminal uit. Ik ben er zeker van dat veel meer passagiers hier recht op hebben, maar dit moet op voorhand worden geboekt. Aan een speciale balie in de aankomsthal ontving ik mijn vouchers. Na 40 minuten aanschuiven bij de immigratiedienst, stempelde een norse Qatari mijn paspoort af. Vervolgens wachtte ik nog twintig minuten op de shuttlebus naar het hotel. Ik vreesde onterecht dat het hotel in een verre voorstad van Doha lag. Op de voucher stond immers ‘Retaj Ar Rayyan Hotel‘. Gelukkig lag het hotel niet in de voorstad Al Rayyan, maar in de hoogbouwwijk aan de noordkant van de Baai van Doha. Het chique Retaj Hotel is een toren van 19 verdiepingen. Mijn ruime kamer lag op de twaalfde verdieping, en had zowel zicht op de zee als op de nabije wolkenkrabbers.

De Retaj Ar Rayyan hoteltoren in Doha

Na een douche ging ik lunchen in het restaurant van het hotel. De lunchformule was een uitgebreid buffet à volonté. “All you can eat”, dat moesten ze me geen twee keer zeggen. Ik heb er een zesgangendiner van gemaakt. Ik begon met champignonnenroomsoep, en vervolgens stelde ik een voorgerecht samen met onder meer sushi. Nadien volgde lamsstoofvlees met gebakken aardappeltjes. Vervolgens waagde ik me aan gegrilde krab en reuzengarnalen. Na de schaaldieren stelde ik een kaasschotel samen, om te eindigen met het uitgebreide assortiment aan desserten, dat ook enkele lokale specialiteiten bevatte. Het feestmaal was evenwel niet compleet. Bij een dergelijk eetfestijn horen aangepaste wijnen. In het streng islamitische Qatar werd plat water in plaats van wijn geschonken.

Na deze copieuze lunch wandelde ik naar een nabijgelegen shopping center om Qatarese Riyals uit de ATM te halen. Met dit geld nam ik een taxi naar het Museum van Islamitische Kunst. In deze schitterende collectie keek ik anderhalf uur mijn ogen uit. Het museum ligt op een kunstmatig schiereiland in de baai van Doha. Van hieruit is er een schitterend zicht op de wolkenkrabbers aan de overkant van de baai.

Avondschemering over de Baai van Doha

Toen het rond vijf uur donker werd, wandelde ik naar de Souq Waqif. Deze oorspronkelijk 19de-eeuwse soek is inmiddels zo vaak gerenoveerd dat het een karikatuur van zichzelf is geworden. Ik dronk er een Turkse koffie op een terrasje, en nam vervolgens een taxi terug naar het hotel. ’s Avonds mocht ik nogmaals genieten van het buffet. De copieuze lunch was evenwel nog niet verteerd, dus ik dineerde bescheiden en selectief. Vervolgens ben ik vroeg gaan slapen, aangezien ik om half twaalf moet opstaan om terug naar de luchthaven te gaan.

Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

28 november: Laatste dag in Yangon

Het was vele dagen geleden, maar deze morgen scheen de zon in een wolkenloze hemel. Om half acht stond ik op, en pas omstreeks half tien lag ik op de fiets voor de laatste kilometers in Myanmar. De eerste bestemming was de Mingalar Market, enkele kilometers ten noorden van het centrum. Deze markt was wel open, en leek een beetje op een verloederd shoppingcenter. De zes verdiepingen van het gebouw waren verbonden met roltrappen die al jaren geleden de geest hadden gegeven. Elke verdieping had een raster van smalle gangen. De winkeltjes waren slechts 1,5 op 1,5 meter breed en in blokken van twee of vier winkeltjes gegroepeerd. Sommige winkels hadden twee van zulke hokjes samengevoegd. De afdeling kleding was voornamelijk vrouwelijk georiënteerd, en daar had ik dus weinig aan. De horeca was onder een groot afdak op de dakverdieping geconcentreerd.

De Mingalar Market in Yangon

Vervolgens fietste ik langs het Kandawgyi-meer naar het National Museum. Ik moest mijn fototoestel in de locker achterlaten, dus ik kan geen foto’s tonen. De vier verdiepingen bevatten voornamelijk kunsthistorische artefacten uit de Birmese geschiedenis. Hier en daar waren er kleinere opstellingen voor propagandadoeleinden. Ook de minderheden kregen aandacht in een aparte zaal. De cliché opstelling legde de nadruk op folkloristische klederdracht.

Rond half één had ik alle opengestelde zalen gezien, en fietste ik naar een restaurant in de buurt. Toevallig kwam ik voorbij de nationale archiefdienst van Myanmar. Enkele jaren geleden was het onder jonge archivarissen een soort van ludieke sport om jezelf op de foto te zetten samen met een exotische archiefinstelling. Bij deze dien ik een late inzending in.

Selfie voor het National Archives Department of Myanmar

Ik lunchte in het “Feel Myanmar Restaurant” midden in de ambassadewijk van Yangon. Dit zou de favoriete lunchtent van de diplomaten zijn, en het restaurant zat deze middag inderdaad goed vol. Er was geen menu, ik moest aan het buffet aanwijzen wat ik wilde eten. De rekening van 7.000 Kyat (5,25 EUR) was gepeperd, wellicht omdat ik twee vleesgerechten had gekozen in plaats van de gebruikelijke één. Na de lunch fietste ik terug naar het hotel. Onderweg stopte ik bij het graf van de laatste mogulkeizer van India. De Britse kolonisator had hem in de 19de eeuw naar Yangon verbannen. Toen hij overleed werd hij hier begraven, en later ook zijn echtgenote en zijn twee zonen. De grafmonumenten liggen tegenwoordig in een Indische moskee, waarvan ze vandaag het plafond hebben geschilderd.

Het graf van Bahadur Shah Zafar

Vervolgens zette ik mijn fietstocht naar het hotel verder. Ik kwam in een file terecht, en het ging tergend traag vooruit. Ik passeerde de Bogyoke Market, die vandaag wel open was. Klaarblijkelijk had ik de verkeerde shoppingdag uitgekozen. Toen ik eindelijk om 14:25u terug aan het hotel was, had ik precies 1.600 kilometer in Myanmar gefietst zonder ook maar één lekke band. Om dit ronde cijfer te halen, heb ik het lot een beetje geholpen. Ik heb een kilometertje omgereden rond het rondpunt met de Sule Paya om precies op de 1.600 kilometer uit te komen.

Mijn fietstocht in Myanmar zat er nu echt op. Om drie uur begon ik mijn fiets klaar te maken om in de fietsdoos te steken. Met de hulp van iemand van het hotelpersoneel stak mijn fiets om 16:40u terug in de doos. De fietsdoos mag nog één nacht in mijn kamer blijven.

Fietsdoos in mijn hotelkamer

Vermits mijn fiets was ingepakt, ben ik ’s avonds in een restaurantje in de buurt gaan eten.

Fietsstatistieken:
15,16 km
1 u 9 min
13,17 km/u

27 november: Shoppen in Yangon

Deze morgen werd ik reeds om half acht wakker. Aan de ontbijttafel in het hotel geraakte ik in gesprek met een Vlaams koppel. Evenals bij mij liep hun Myanmarreis ten einde. Ze hadden zonder fiets gereisd in Myanmar, maar hadden elders een lange ervaring als fietsreiziger opgebouwd. Om 9:15u lag ik op de fiets. De eerste bestemming was een kleine Chinese tempel in het westen van Yangon.

Chinese tempel in Yangon

De tempel was snel gezien, en ik ging over tot het hoofddoel van de dag. Tijdens de afgelopen weken heb ik me ingehouden om te shoppen. Alles wat ik kocht moest ik immers de rest van de vakantie op de fiets meezeulen. In Yangon kon ik me eindelijk laten gaan. Eerst fietste ik naar de Thein Gyi Market die over een vijftal gebouwen verspreid is. De gebouwen waren evenwel grotendeels dicht, maar de winkels aan de buitenkant waren wel open. Over een maand is het Kerstmis, en zelfs in Yangon kan men kerstversiering kopen.

De Thein Gyi Market in Yangon

Het lunapark in één van de gebouwen was wel open. Het ‘Ali Baba Amusement Center’ was zowel een lunapark als een elektronisch casino. Voor 1.000 Kyat (0,75 EUR) kreeg ik 10 jetons. Eerst racete ik met een Ferrari op een circuit, en vervolgens redde ik de aarde van een invasie van aliens. Beide acties waren niet bepaald een succes wegens mijn verwaarloosbare lunaparkervaring. De resterende jetons verbraste ik op een automaat waarvan ik het spel absoluut niet snapte. Het had iets te maken met insecten tellen in horizontaal en diagonaal verband. Nadat ik mijn jetons verspeeld had, fietste ik naar de gekende Bogyoke Market. Dit complex was ook gesloten, dus hier kon ik niet terecht. Volgens Google Maps ligt de New Bogyoke Market hier schuin tegenover. De site was evenwel een grote bouwput. Tijdens het zoeken naar deze markten en het rondfietsen in de eenrichtingsstraten, viel het me op dat er veel winkels waren aan Anawratha Road tussen Sule Road en 27th Street. Ik legde mijn ligfiets op slot aan een boom, en kuierde in deze drukke straat. s’ Middags at ik een lekkere biryani (rijst met kip en saus) in een Indisch fastfood restaurant. In de namiddag fietste ik westwaarts naar de Nyaung Pin Lay Market, die ik helaas niet kon vinden. Teleurgesteld en een beetje moe fietste ik terug naar het hotel. Plots herinnerde ik me dat er om de hoek van het hotel een supermarkt lag. Te voet wandelde ik naar het Nawarat Center en kocht er een T-shirt van de SEA Games, de Zuidoost-Aziatische spelen die dit jaar in Myanmar plaatsvinden.

Vanavond ben ik eens goed gaan eten in een Japans restaurant om mijn voorlaatste avond in Myanmar te vieren. Vermits ik overmorgen extreem vroeg in de luchthaven moet zijn, zal het morgenavond bescheiden blijven. Bovendien steekt mijn ligfiets morgenavond terug in de doos, en zal ik niet meer zo mobiel zijn. Eerst nam ik verschillende sushirolletjes als voorgerecht. De hoofdschotel was niet helemaal wat ik had verwacht. Op de foto zag het er alvast niet uit als een kippenvleugel met rijst én frieten opgediend in een kom. De rekening was twee tot drie keer zo duur als gewoonlijk, maar om de voorlaatste avond te vieren kon ik me een uitgave van 7.800 Kyat (5,85 EUR) wel permitteren.

Fietsstatistieken:
14,81 km
0 u 56 min
15,59 km/u

26 november: Sporen naar Yangon

Omdat een loketbediende me gisteren had verzekerd dat ik voor mijn fiets om 7 uur in het station moest zijn, stond ik deze ochtend om 6:00u op. Haastig poetste ik mijn tanden en schoor ik me. Op 10 minuten tijd schrokte ik het hotelontbijt naar binnen. Ik fietste de heuvelrug over, en stipt om 7:00u arriveerde ik in het station. Ik ging naar het juiste loket waar een andere bediende dan gisteren zat. Ik legde uit dat ik een ticket voor mijn fiets wilde kopen. De bediende kwam achter het loket vandaan en troonde me mee naar de trein. Ik gaf mijn ligfiets aan, en twee mannen zetten hem in de gang van de ‘upper class’ wagon. Ik hoefde dus helemaal niet zo vroeg in het station te staan. Volgens de Lonely Planet is een treinrit drie keer zo duur als een busrit. In mijn geval is het precies andersom. Bij mijn twee busreizen kostte het ticket voor mijn fiets meer dan het ticket voor mezelf. Nu mijn fiets gratis mee kan reizen, is de trein goedkoper dan de bus.

Ligfiets op de trein van Mawlamyine naar Yangon

Stipt om 8:00u claxonneerde de machinist en zette de trein zich in beweging, om meteen terug stil te vallen. Er kwam nog een groepje met een berg bagage aangespurt. De passagiers sprongen snel op de trein, en met een minuut vertraging vertrok de trein alsnog.

De buitenkant van de trein in het station van Mawlamyine

De ‘upper class’ is de hoogste klasse van de trein naast de mindere ‘first class’ en de ‘ordinary class’ met de houten bankjes. In de ‘upperclas’ staan er twee brede zetels aan de ene kant van het gangpad en slechts één zetel aan de andere kant. De leuning van de zetel kon achteruit. Ik had helaas de meest crappy zetel van de wagon, en het mechanisme was geblokkeerd met een steen. De ramen hebben geen ruiten, alleen een luik en een zonnescherm. Door de open ramen waaide een verkoelend briesje.

Het interieur van de upperclass-wagon in de trein van Mawlamyine naar Yangon

De trein schudde vaak heftig heen en weer, alsof we op een bootje op de zee zaten. Op andere stukken deinde de trein fel op en neer, en zakte de wagon telkens door de vering. De trein reed nagenoeg de hele tijd door schier oneindige rijstvelden.

Rijstveld langs de spoorlijn tussen Mawlamyine en Yangon

Op papier was het een express trein, maar ik vond het meer een IR. De trein stopte immers ook in de kleinere steden maar niet in de dorpjes. Tijdens de hele rit probeerden venters hun waren aan de treinreizigers te verkopen. Gelukkig had ik genoeg gezuiverd drinkwater bij, want de venters verkochten alleen bijgevulde flessen.

Venters tijdens een stop van de trein naar Yangon

Om 17:50u arriveerden we eindelijk in Yangon, dit is 50 minuten na het verwachte uur van aankomst. Mijn ligfiets heeft de schokkende rit op het eerste zicht wonderwel overleefd. Vermits er geen fietsvoorzieningen zijn in het station van Yangon, moest ik mijn fiets op en af de trap dragen om de perrons over te steken. Onder grote belangstelling keek ik mijn fiets na en vertrok. Om 18:15u kwam ik aan in het Three Seasons Hotel waar ik ook verbleef tijdens mijn eerste nacht in Myanmar. Ik kreeg een kamer op het gelijkvloers, en zonder het te vragen werd mijn fietsdoos meteen naar mijn kamer gebracht. Naar verluid heeft de doos al die tijd onder een bed gelegen.

Fietsstatistieken:
5,98 km
0 u 22 min
15,75 km/u

25 november: Daguitstap naar Kyaik Maraw

De ritten in lijn zijn helaas op. Als toemaatje ondernam ik vandaag een daguitstap naar Kyaik Maraw (uit te spreken als Sjeik Miauw). Dit stadje op 24 kilometer van Mawlamyine heeft een vijftiende-eeuwse paya met een Boeddhabeeld uit dezelfde eeuw

Vermits Kyaik Maraw relatief dichtbij is, sliep ik uit tot kwart voor acht. Voor de eerste keer in Myanmar had ik deze nacht het aangename gevoel dat er een donsdekbed op mij lag. Een deken ingepakt in een lakenzak zorgde voor dit effect. Het ontbijt in Hotel Cinderella was zeer gevarieerd. Ik koos voor de gebakken noedels met het obligate spiegelei. Daarenboven werd er nog fruit, een kokoszoetigheid, en koffie, thee, en fruitsap geserveerd. Om halftien lag ik op de fiets. Ik stak eerst de heuvelrug over naar het station. Morgen neem ik de trein naar Yangon, en pas vanaf de dag ervoor kon ik een kaartje kopen. In de langgerekte stationshal lagen aan de uiteinden zowel links als rechts loketten. De signalisatie was eentalig Birmees, dus ik koos op goed geluk de rechtse kant. Dit bleek een foute keuze, want rechts is voor de bagage. Aan de linkse loketten mocht ik langs een zijdeur de ruimte achter de loketten betreden. Dat zie ik in België nog niet zo gauw gebeuren. Terwijl ik naast de loketbediende stond, verkocht hij mij een ticket voor 14$. Vervolgens ging ik terug naar de overkant om een kaartje voor mijn fiets te kopen. De loketbediende aan deze kant verliet zijn loket en stond me in de stationshal te woord. Hij kon me vandaag geen kaartje voor mijn fiets verkopen. Hij droeg me op om morgen om 7:00u terug te komen, dit is een uur voordat de trein vertrekt.

Om tien uur vertrok ik naar Kyaik Maraw. Helaas nam ik bij het eerste rondpunt de verkeerde afslag, en maakte ik een ommetje van acht kilometer. Uiteindelijk vond ik de juiste weg, en fietste ik tussen palmbomen en rijstvelden naar Kyaik Maraw. Zoals gewoonlijk was ik weer het fotomodel van alle passerende smartphone-eigenaars. De onderstaande jongens waren me wel heel hardnekkig aan het fotograferen en filmen. Ze bleven me aanhoudend filmen, en als ik stopte, hielden ze ook halt terwijl de camera bleef draaien. Ik besloot om hen een koekje van eigen deeg te geven, en ik schroefde mijn fototoestel op de houder aan het stuur. Nu kon ik hen ook op de foto vastleggen tijdens het rijden.

Fotograferen en gefotografeerd worden onderweg naar Kyaik Maraw

Omstreeks 11:40u arriveerde ik aan de tempel van Kyaik Maraw. De tempel en het Boeddhabeeld stammen allebei uit de vijftiende eeuw. Persoonlijk vind ik dat het beeld er best nog fris uitziet na al die eeuwen. Het lijkt alsof het boeddhabeeld pas gisteren is geplaatst. Het bijzondere aan dit beeld is dat Boeddha op een stoel lijkt te zitten, terwijl zittende Boeddha’s gewoonlijk worden afgebeeld met gekruiste benen.

Boeddhabeeld in de tempel van Kyaik Maraw

’s Middags at ik tegenover de paya in een restaurantje dat achterin een loods was verstopt. Meteen bij aankomst aan de paya kreeg ik een visitekaartje in de hand gedrukt met de boodschap dat ik daar kon eten. Om 13:15u fietste ik terug naar het hotel, alwaar ik om 14:30u aankwam. Nadien ben ik eerst te voet en vervolgens per fiets op zoek gegaan naar voorverpakte cakes en koffiekoeken, die ik morgen op de trein als lunch kan nuttigen. Bij deze lukrake fietstocht verdwaalde ik een beetje in een schamele buitenwijk van Mawlamyine. Nadat ik rechtsomkeer maakte, kwam ik al snel terug op bekendere wegen.

Fietsstatistieken:
67,89 km
3 u 21 min
20,24 km/u

24 november: Sat Se –> Mawlamyine

Vandaag begon ik aan de terugreis die ik over een kleine week heb uitgesmeerd. Het eerste deel was meteen ook de laatste etappe op de fiets. Eergisteren was ik vanuit Mawlamyine naar het strand van Sat Se gefietst, en vandaag fietste ik terug naar Mawlamyine. Ik stond om 6:45u op en wandelde naar de horecabuurt. Ik koos een restaurant uit, maar ik had het zwaar om de uitbaters te laten begrijpen dat ik wilde ontbijten. Uiteindelijk wees ik naar een kindje dat ontbeet aan één van de tafels. Prompt serveerden ze me een deel van het ontbijt van dat kindje. Dit hoefde nu ook weer niet, maar ik at toch de pannenkoek met kikkererwten op. Mijn honger was nog niet gestild, maar toch wandelde ik langs het strand terug naar het motel. Om 8:05u lag ik op de fiets. Mijn eerste stop was het stadje Thanbyuzayat op 16 kilometer. Ik stopte bij een theehuis voor een “second breakfast“, zoals de Hobbits dat zo mooi kunnen verwoorden. Nog voor ik neerzat, zette men reeds schalen met gefrituurde snacks op een tafeltje.

De weg was hetzelfde als eergisteren, al had ik de indruk dat het vandaag vlotter fietste. Onderweg kwam ik de onderstaande protserige poort tegen die ik eergisteren ook al had opgemerkt. Dergelijke poorten treft men in Myanmar vaak aan bij kloosters en soms bij het binnenrijden van steden en dorpen. Deze poort lijkt nergens naartoe te leiden. Een rode aardeweg verdwijnt in de verte tussen de rubberbomen. Misschien is het de oprit van een patserige rubberbaron?

Poort langs de weg van Thanbyuzayat naar Mawlamyine

Omstreeks kwart voor één arriveerde ik in Mawlamyine. Ik stopte bij een theehuis om te lunchen. Ik trok weer de verkeerde conclusie toen ik iemand noedelsoep zag eten. De uitbater sprak geen Engels, en belde met zijn broer om te vertalen. Uiteindelijk heeft hij speciaal voor mij gebakken noedels bereid. Ik liet het me smaken, en heb me licht overeten.

Nadat de lunch een beetje gezakt was, fietste ik de laatste kilometer naar het Cinderella Hotel dat ik gereserveerd had. Voor 25$ per nacht heb ik een kleine eenpersoonskamer met airco en frigo. Er is zelfs WiFi op de kamer. Bovendien slaap ik vannacht nog eens in witte lakens. Na de check-in controleerde ik mijn mail en Facebook, en werkte ik mijn blog bij.

’s Avonds ben ik gaan eten in een barbecuerestaurant met de atypische naam “Beerstation 2”. Nummer 3 ben ik elders in de stad tegengekomen, maar nummer 1 heb ik nog niet gevonden. In de frigo’s lagen allerlei vlees-, vis-, en groentensatés. Je maakte je keuze, en de satés werden op de BBQ gelegd. De satés smaakten heerlijk, maar het was wel een duur restaurantbezoek. Alleen al voor de satés bedroeg de rekening 5.000 Kyat (3,80 EUR), zonder de rijst en het vers getapte bier. Wellicht had ik als grote BBQ-fan veel meer satés geselecteerd dan de gemiddelde eter.

Fietsstatistieken:
89,50 km
4 u 21 min
20,51 km/u

23 november: Een dagje op het strand

Uitgeslapen stond ik deze morgen om acht uur op. Door de korte strandwandeling in de zon op een nuchtere maag naar de restaurantbuurt voelde ik me loom worden. Ik ontbeet met een Birmese currytafel. De kip was nog lauw in de plaats van koud, dus was de curry deze ochtend vers bereid.

Na het ontbijt ging ik zwemmen in de zee. Het strand heeft hier veel affiniteit met de Belgische kust. Het zandstrand loopt zeer geleidelijk af naar de zee. Om echt te zwemmen moet men al ver in zee gaan. Het water is net zo ondoorzichtig als in de Noordzee. Natuurlijk is het water wel warmer, en is het hier een pak rustiger. Na de zwempartij fietste ik over het strand naar de noordelijke kaap. Op het strand is er relatief druk verkeer. Er is immers geen dijk waar de mensen op kunnen flaneren. Daarom cruisen de Birmezen met de motorfiets en zelfs met de auto over en weer op het strand.

Selfie met ligfiets op het strand van Sat Se

Deze middag zag ik een kledingzaak een hoogst provocerende T-shirt die in België hoogstwaarschijnlijk verboden is. Het hakenkruis is een oeroud boeddhistisch gelukssymbool dat de nazi’s jammerlijk misbruikt hebben. Ik begrijp dus volkomen dat het hakenkruis in Myanmar in decoratiemotieven opduikt. Daarentegen bestaat er hier ook een kledingmerk met de naam “original brand nazi”. De adelaar met het hakenkruis in de kleuren rood, wit, en zwart laat er geen toeval over bestaan. Bovendien heb ik de afgelopen weken nog T-shirts van dit bedenkelijke merk gezien. Zo zag ik een rode T-shirt met een witte cirkel en hierin een zwart hakenkruis, precies zoals de vlag van de nazi’s. Ik heb zelfs een T-shirt gezien waarin naar de “final solution” werd gerefereerd. Neonazi’s kunnen hier alvast koopjes doen en hun garderobe flink uitbreiden.

T-shirts van het verwerpelijke merk 'original brand nazi'

In de namiddag deed ik het spiegelbeeld van de voormiddag. Eerst wandelde ik naar de zuidelijke kaap, en vervolgens ging ik nog eens zwemmen. Toen ik pas vertrokken was, kruiste ik een groepje Birmese jongeren. Ze spraken me aan, en vroegen of ik met hen op de foto wilde staan. Na de groepsfoto wilde één van de jongens alleen met mij op de foto. Uiteindelijk sta ik met elk van de jongens nog eens apart op de foto. Ik heb geen idee waarom ze met mij op de foto wilden. Zonder ligfiets ben ik immers een doodgewone westerse toerist, en die lopen er wel meer rond.

Groepsfoto met lokale jongeren op het strand van Sat Se

Fietsstatistieken:
4,93 km
0 u 21 min
13,50 km/u

22 november: Mawlamyine –> Sat Se

Om kwart voor zeven liep de wekker af en stond ik op. Het hotelontbijt was deze ochtend beperkt tot een kleine portie rijst met kikkererwten en een spiegelei. Stipt om 8:00u lag ik op de fiets met bestemming Sat Se, een strand aan de Golf van Martaban ten zuiden van Mawlamyine.

Ook vandaag fietste ik grotendeels over heuvels beplant met rubberbomen. Volgens de Lonely Planet zijn rijstvelden en palmbomen kenmerkend voor de deelstaat Mon. Na een week fietsen in deze regio, geloof ik toch dat rubberbomen deze deelstaat meer kenmerken. De kwaliteit van de weg was over het algemeen minder goed. De weg leek vaak een lappendeken door alle putten die gevuld zijn.

Glooiende weg tussen Mawlamyine en Thanbyuzayat

Onderweg reed ik voorbij een reusachtige zittende Boeddha in aanbouw. De werf startte in 2005. Inmiddels is alleen het hoofd bijna voltooid.

De reusachtige zittende Boeddha van Lite Tat in aanbouw (Khat Ya Khat Yu)

Om 11:45u arriveerde ik na 67 kilometer in Thanbyuzayat. In dit stadje begint de “Death Railway“. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legden de Japanners hier dwars door de jungle een spoorlijn aan richting Thailand. Tienduizenden Aziatische dwangarbeiders en Europese krijgsgevangenen bouwden deze spoorlijn, en duizenden stierven onder onmenselijke omstandigheden. De gesneuvelden uit de Commonwealth liggen op een oorlogskerkhof even buiten het stadje Thanbyuzayat. Deze gruwelijke episode uit de Tweede Wereldoorlog werd verfilmd in “The Bridge on the River Kwai“.

Het oorlogskerkhof van Thanbyuzayat

Na de lunch legde ik het laatste stuk naar Sat Se af. Omstreeks kwart voor drie arriveerde ik op mijn bestemming. Op het moment dat ik eindelijk de zee zag, splitste de weg in twee. Ik heb slechts zeer beperkte kaartgegevens van Sat Se, en ik wist niet waar het guest house lag dat ik had gereserveerd. Ik koos rechts omdat in deze richting volgens de kaart de langste straat was. Na een kilometer ging het asfalt over in zand. Een beetje verder zag ik een hotel in aanbouw. Niettemin mondde de weg uiteindelijk in het lokale dorpje uit. Inmiddels werd de kwaliteit van de weg gaandeweg slechter, en moest ik meer en meer mijn ligfiets door stroken los zand duwen. Uiteindelijk besloot ik om terug te keren en links te proberen. Enkele honderden meters verder trof ik het Shwe Moe Motel. Voor 20$ per nacht heb ik een trapeziumvormige kamer met een dubbel hemelbed en een badkamer met koude douche. Er is geen airco maar wel een ventilator. Het laken ontbreekt, dus ik mag vannacht weer in mijn zijden slaapzak kruipen. Het enige positieve punt is de ligging vlak aan het strand. Achteraf gezien had ik hier niet moeten reserveren. Er zijn immers nog andere guest houses in Sat Se waaronder ik ter plekke een keuze kon maken. Daarenboven zijn er nog twee hotels in aanbouw.

Sat Se is een rustige badplaats waar de lokale bevolking hun strandvakanties doorbrengen. De zwemmers concentreren zich ter hoogte van de horecazaken. Enkele honderden meters verder ter hoogte van mijn guest house is het strand leeg.

Het strand van Sat Se

Na de check-in ging ik even pootje baden in de zee. Vervolgens dronk en at ik een kokosnoot op een terrasje in de schaduw. Nadien ging ik terug naar het motel, en trok ik mijn zwembroek aan. Ter hoogte van het guest motel was ik een half uur lang de enige zwemmer. Voor de verandering genoot ik nadien nog eens van de zonsondergang.

Roze zonsondergang in Sat Se

s’ Avonds was het niet gemakkelijk om een restaurantje te vinden. De restaurantscène van Sat Se leek uitgestorven. Ik begrijp niet waar de Birmese vakantiegangers dineren. Uiteindelijk ben ik dan toch een leeg restaurant binnengestapt. Het enige wat ik kon krijgen was een duur bord met rijst, gekookte groenten, en stukjes kip, dit alles overvloedig overgoten met saus.

Fietsstatistieken:
87,76 km
4 u 19 min
20,26 km/ u

21 november: Mawlamyine

Deze morgen mocht ik een uurtje langer slapen. Het lukte me niet, en om 7:23u stond ik al op. Op het gemak ontbeet ik en vervolgens checkte ik mijn mail en Facebook. Pas om kwart na negen trok ik er op uit met de ligfiets. Ik beklom de heuvelrug en bezocht alle paya’s die ik tegenkwam. Er was nauwelijks of geen Engelse signalisatie. Bijgevolg had ik het moeilijk om uit te vissen voor welke paya ik precies stond, en of die tempel bezienswaardig was of niet.

Paya's op de heuvel van Mawlamyine

Na de middag bezocht ik het Mon Cultural Museum. De Mon zijn een minderheid die enkele eeuwen geleden een groot rijk hadden binnen Myanmar. Tegenwoordig hebben de Mon slechts een deelstaat in de Unie van Myanmar met Mawlamyine als hoofdstad. Het museum toonde voornamelijk archeologische artefacten uit de 17de tot de 19de eeuw. Op drie kwartier had ik de collectie bekeken.

Mon Cultural Museum te Mawlamyine

Op de traphal hing een tweetalig propagandabord met de boodschap “Only Union Spirit is True Patriotism”. Het Myanmar-gevoel is dus belangrijker dan het Mon-nationalisme.

Only Union Spirit is True Patriotism

Halverwege de namiddag hield ik de stad voor bekeken. Om 15:00u fietste ik impulsief over de 2,5 km lange brug over de rivier Thanlwin naar Martaban (Mottama). Dit stadje, ook gekend van de gelijknamige Golf, ligt ten noorden van Mawlamyine. Gelukkig had de brug een goede asfaltlaag als wegdek en geen ijzeren planken met spleten. Aan de overkant zocht ik meteen een terrasje op. Onmiddellijk werd ik omsingeld door een dertigtal schoolkinderen en andere omstaanders. Ze bleven de hele tijd naar mijn fiets en mij kijken, en lazen over mijn schouders mee in mijn eBook. Ik dronk gezwind mijn blikje limoensap op en vertrok naar een paya aan de rivieroever. Hier had ik een prachtig uitzicht over meerdere rivierarmen. Toen ik blootsvoets op het betonnen voetpad rond de paya liep, schoot er plots een kleine zwart-gele slang weg naar het gras ernaast.

20131121-202033.jpg

Omstreeks 16:20u was ik terug in het hotel, op tijd om de zonsondergang aan de overkant van de rivier te zien.

Zonsondergang in Mawlamyine

Fietsstatistieken:
33,93 km
1 u 59 min
17,03 km/u

20 november: Hpa-an –> Mawlamyine

Herhaling kan het verwachtingspatroon fnuiken. Nadat ik om 6:40u was opgestaan, ging ik in hetzelfde theehuis als gisteren ontbijten. Helaas waren er vandaag geen warme bananenflappen, en was de noedelsoep maar lauw. Ik vertrok om 8:06u door natte straten onder een volledig bewolkte hemel richting Mawlamyine. De eerste 25 kilometer liep de kaarsrechte weg door platte rijstvelden.

De weg tussen Hpa-an en Mawlamyine

Vervolgens begon de weg te glooien. Na 40 kilometer kwam ik aan een spanbrug over een rivier van een kilometer breed. De smalle ijzeren planken van 15 centimeter breed lagen in de lengte van de brug. Tussen de planken waren spleten waarin de wielen van mijn fiets makkelijk pasten. Doorheen de spleten zag ik de rivier stromen. Over de brug fietsen was geen optie, dus heb ik voorzichtig en zeer geconcentreerd mijn fiets voortgeduwd. Ik slaakte een zucht van opluchting toen ik de overkant bereikte. Ruim tien kilometer verder moest ik opnieuw een spletenbrug over, maar de overspanning was deze keer slechts 300 meter.

Brug over de Gyaing rivier tussen Hpa-an en Mawlamyine

Enkele kilometers na de eerste brug kruiste ik een Nederlands fietskoppel. Ze waren op daguitstap in de ruime omgeving van Hpa-an. Na een korte babbel over ligfietsen en het vergelijken van onze routes gingen we elk onze eigen weg.

Rijstveld onderweg naar Mawlamyine

Omstreeks half twaalf reed ik na 60 kilometer de stad Mawlamyine binnen. Ik had eergisteren al een rangschikking gemaakt van de hotels in de Lonely Planet. Mijn eerste keuze was reeds volzet, had ik eergisteren telefonisch vernomen. Bijgevolg klopte ik aan bij mijn tweede keuze. Tot mijn verbazing hadden ze een kamer vrij. Geen ‘single’ of ‘double’ maar een ‘triple room’. De prijs per nacht bedroeg 45$, dit is 10$ meer dan een dubbele kamer. Voor deze prijs heb ik in het Sandalwood Hotel een ruime kamer met een enkel en een dubbel bed. De vloer en de wanden zijn helemaal betegeld. De kamer heeft een eigen badkamer, airco, en een frigo. En het allerbelangrijkste, er is WiFi in de lobby. Inmiddels was ik reeds zes dagen aan één stuk offline, dus vond ik het hoog tijd om de band met het thuisfront terug aan te halen. ’s Avonds heb ik eindelijk mijn blog bijgewerkt en mijn e-mail gelezen.

In de namiddag ben ik over de heuvelrug naar het station gefietst. Mawlamyine is een langwerpige stad aan een uitwaaierende riviermonding. Midden in de stad loopt over de hele lengte een heuvelrug met tempels op de toppen. Het station ligt aan de andere kant van de heuvelrug. Ik wilde reeds een ticket kopen voor mijn terugreis naar Yangon op 26 november. Helaas kan men maar vanaf één dag op voorhand een ticket kopen. Bijgevolg fietste ik onverrichterzake verder rond de heuvelrug naar het hotel. Toen ik aankwam, stond de opa van het hotel al op mij te wachten. Hij is een grote fan van mijn ligfiets, en had voordien met zijn smartphone reeds foto’s van mij op de ligfiets genomen. Zijn dienst was afgelopen, en hij troonde me mee naar zijn stamtheehuis een kilometer verderop. We dronken koffie én thee, en ondertussen vertelde hij me over de toeristische bezienswaardigheden in Mawlamyine en omgeving. Nadien heb ik nog de Kyaik Thanlan Paya op één van de heuvels bezocht. Hier was een mooi uitzicht op Mawlamyine en het estuarium.

Fietsstatistieken:
77,20 km
3 u 56 min
19,57 km/u

19 november: De karstbergen van Hpa-an

De afgelopen nacht heb ik kou geleden omdat de airco op 22 graden was geprogrammeerd. Mijn eigen schuld, ik had de airco maar niet zo koud moeten instellen. Deze morgen ben ik een uur later opgestaan dan gewoonlijk. Omdat de New Day Bakery gesloten was, ontbeet ik in het theehuis ernaast. Ik kreeg een lekker ontbijt van noedelsoep en vier soorten gefrituurde en gevulde snacks in filodeeg voor amper 900 Kyat (0,70 EUR). Wegens de toevallige sluiting van de westerse bakkerij, heb ik het voorlopig lekkerste Birmese ontbijt gegeten van de hele reis.

Om 9:40u vertrok ik voor een fietstocht rond en door de grote concentratie van karstbergen ten zuiden van Hpa-an. Eerst bezocht ik Kaw Ka Thawng, een grot met Boeddhabeelden. Dit was niet zo spectaculair. Aan de overkant van een meertje lag het dorpje Lakkana. Hier had ik een mooi zicht op vers aangeplante rijstvelden met op de achtergrond karstbergen.

Karstbergen en groen rijstveld bij het dorp Lakkana (omgeving van Hpa-an)

Enkele kilometers verder slingerde de weg tussen karstbergen. Het was prachtig om hier doorheen te fietsen. Voorbije de karstbergen kwam ik aan de Yae Ta Khon waterval. De waterval zelf heb ik niet gezien. Maar de dorpelingen hadden een dam gebouwd die een waterbekken vulde met het riviertje dat uit een karstberg kwam. Op deze wijze ontstond een openluchtzwembad waarrond de dorpelingen drankgelegenheden uitbaatten. Op een dinsdagnamiddag was er weinig volk. Ik vermoed dat het hier in het weekend veel drukker is. Ik pauzeerde hier met mijn voeten in het water en een ijskoude cola bij de hand.

Openluchtzwembad bij de Yae Ta Khon waterval

Mijn laatste halte was Kyauk Kalap, een klooster op een eiland in een kunstmatig meer. Het klooster had een kleine karstberg als landmark. Op deze rots had ik ook een prachtig zicht op Mount Zwekabin.

Het Kyauk Kalap klooster in de omgeving van Hpa-an

Mount Zwekabin in de buurt van Hpa-an

Om 15:45u was ik terug in het guest house. Nadien ben ik nog naar een tempel aan de rivieroever gegaan om te genieten van de zonsondergang.

Zonsondergang in Hpa-an

Fietsstatistieken:
48,60 km
2 u 38 min
18,34 km/u

18 november: Thaton –> Hpa-an

Deze morgen ontbeet ik in het theehuis tegenover het guest house. Op kosten van het guest house diende de uitbaatster het gangbare hotelontbijt voor buitenlanders op: toast met spiegelei, bananen, oploskoffie en thee. Vandaag werd dit aanbod aangevuld met cakes in cellofaanverpakking. Pas om 8:25u lag ik op de fiets. Vandaag stond er slechts een korte rit van 55 kilometer op het programma. Uiteindelijk haalde ik dit aantal niet eens, en na 52 kilometer kwam ik al aan in Hpa-an. De weg was eerst nagenoeg vlak. Vervolgens fietste ik weeral over heuvels met rubberbomen. De heuvels waren kleiner en minder steil dan gewoonlijk. Bovendien was ook het landschap meer gevarieerd. Naast de obligate rubberbomen was er plaats voor andere vegetatie. Daarenboven verscheen er hier en daar een karststenen bult. Het laatste stuk was terug nagenoeg vlak.

De weg tussen Thaton en Hpa-an met een karstberg op de achtergrond

Omstreeks elf uur reed ik het provinciestadje Hpa-an binnen. Het hotel van mijn eerste keuze was helaas volzet. Het volgende hotel kon me uitsluitend een kamer met gedeeld sanitair aanbieden. Bovendien was er geen plaats om mijn fiets overdag veilig te stallen. Mijn ligfiets mocht wel overnachten in één van de winkeltjes op de gelijkvloers. Bij het derde guest house stoorde ik de botte uitbater tijdens zijn lunch. Hij zei slechts één woord: “full”. Het vierde hotel was duidelijk in verbouwing. Hiermee had ik de lijst van de Lonely Planet van hotels in het stadscentrum zonder succes afgewerkt. Ik besloot een hotel op te zoeken op enkele kilometers van het centrum. Net toen ik vertrok, las ik toevallig het woord “guest house” op een voor de rest volledig Birmees uithangbord. De uitbater toonde me eerst een vierkante kamer zonder ramen met alleen een bed in voor 10.000 Kyat (7,70 EUR) per nacht. De airco in de gang koelde de omringende kamers doorheen hoge met muggengaas bekleedde openingen in de binnenmuur. Ik zei neen, en vervolgens toonde hij me een andere kamer aan de achterkant van het gebouw. In deze kamer stond ook een dubbel bed zonder lakens. Maar de kamer was wel uitgerust met een eigen badkamer met WC en koude douche. Een smal raam zonder glas maar met een luik zorgde voor direct licht. Bovendien was de kamer recent gerenoveerd. De airco was nieuw, evenals de elektriciteit en de sanitaire toestellen. De muren hadden net als de voorgevel een couche paarse verf gekregen. Voor dit alles vroeg de uitbater het dubbele, met name 20.000 Kyat (15,30 EUR). Zonder lang over na te denken nam ik deze kamer in het Than Lwin Oo Guest House op de Thida Road vlakbij het kruispunt met de Thitsar Street.

’s Middags at ik eerst een lekkere en grote portie gebakken noedels in het Khit-Thit restaurant, die ik doorspoelde met twee Star Cola‘s. Na de middag verkende ik het stadscentrum. Ik bezocht onder meer een paya aan de rivieroever met een mooi uitzicht op karstheuvels. Ik kwam onverwacht veel westerse toeristen tegen. Nu begrijp ik waarom al die hotels volgeboekt waren.

Karstbergen in de omgeving van Hpa-an

Met de ervaring van gisteren en deze middag in het achterhoofd, besloot ik om hotelreservaties voor de rest van mijn verblijf in Myanmar te maken. In Yangon had ik al van thuis uit een hotel geboekt, waar hopelijk nog steeds mijn fietsdoos staat. Ik had nog voor zes nachten een slaapplaats te zoeken. Eerst wil ik twee nachten in Mawlamyine verblijven, vervolgens twee nachten in Sat Se Beach, en tenslotte opnieuw twee nachten in Mawlamyine. Met de telefoon in de lobby van het guest house belde ik het Cinderella Hotel in Mawlamyine op. Helaas was het hotel van mijn eerste keuze reeds volzet voor 20-21 november, maar voor 24-25 november kon de receptioniste wel een reservatie maken. Dit hotel was volgens de Lonely Planet het enige met WiFi in Mawlamyine. Bijgevolg kan ik mogelijk pas een halve week later mijn blog bijwerken en mijn e-mails checken. De stad Mawlamyine is groot genoeg, dus ik verwacht wel ergens een kamer op de bonnefooi te vinden. Daarentegen staat er in de Lonely Planet slechts één guest house in Sat Se Beach. Bijgevolg moet ik zeker zijn dat ik daar terecht kan na een fietstocht van ruim 80 kilometer. Dezelfde dag onverrichterzake terug naar Mawlamyine fietsen zie ik alvast niet zitten. Gelukkig had het guest house een kamer vrij, die ik natuurlijk prompt reserveerde.

Fietsstatistieken:
54,34 km
2 u 33 min
21,17 km/u

17 november: Kinpun –> Thaton

Zoals gewoonlijk lag ik deze ochtend omstreeks acht uur op de fiets. De bestemming van vandaag was het stadje Thaton. Omdat Hpa-an nogal ver is voor één fietsdag, heb ik deze rit opgesplitst. Morgen fiets ik van Thaton naar Hpa-an. 35 minuten na mijn vertrek was ik al terug in het stadje Kyaikto. Klaarblijkelijk had ik me eergisteren vergist, en ligt Kinpun wel degelijk hoger dan Kyaikto. De weg slingerde de hele tijd door heuvels met rubberplantages. Af en toe was er een langere klim of afdaling. De weg was in iets minder staat dan gewoonlijk, en vooral drukker.

Plantage tussen Kyaikto en Thaton

Op tien kilometer van Thaton werd ik plots voorbijgestoken door een motorfiets met achterop een man met een mega videocamera. De motorfiets stopte, en de man deed teken om te stoppen. Verbaasd stopte ik, en de cameraman begon te filmen. Hij had een ouderwets grote camera die op zijn schouder rustte en met een plumeau als micro. Ik vroeg hem “Myanmar TV?”, en hij antwoordde bevestigend “Yes”. Misschien kom ik hier vanavond op televisie in de Birmese versie van Man Bijt Hond.

Om 12:00u arriveerde ik na een tachtigtal kilometer in Thaton. Het eerste guest house dat ik probeerde was tot mijn verbazing volgeboekt. De uitbaatster van het tweede guest house vertelde me dat ze geen ‘foreigner licence’ heeft, en dus geen buitenlanders in huis kon nemen. Waarom had ze dan een Engelstalige wegwijzer en uithangbord? Beide guest houses verwezen me naar een derde guest house, het Tain Pyar Rest House. Hier waren weinig kamers vrij, dus ik nam genoegen met een ‘triple room’ met eigen badkamer en airco voor 35$. Omdat de kamer voor drie is bedoeld, was ze vrij ruim. De bedden misten evenwel lakens, zodat ik straks mijn zijden slaapzak nog eens moet gebruiken.

In de namiddag bezocht ik de lokale paya. Het tempelcomplex was relatief groot voor het stadje, en er was veel volk.
Met respect voor de lokale voorschriften liep ik blootsvoets in het complex. De tegelvloer was evenwel bezaaid met rijstkorrels, en dat was pijnlijk voor mijn zachte westerse voeten. Het leek alsof ik over kleine steentjes liep. Eén van de stupa’s was duidelijk in trek bij de duiven.

Duiven op de stupa van Thaton

In de late namiddag passeerde er een kruising tussen een processie en een carnavalsstoet in het stadje. Deels stapten brave meisjes en jongens waardig op in een processie. Af en toe passeerden er carnavaleske stukken die wild dansten en lawaai maakten. Birmese boomcars luisterden de stoet op met extreem luide muziek. Volgens informatie die ik achteraf van de receptionist kreeg, vierden de inwoners van Thaton vandaag en vanavond het Tazaungdaing festival ter ere van de volle maan, dat jaarlijks in november plaatsvindt. Vooral in Thaton wordt dit hevig gevierd, in de overige steden in de omgeving wordt dit veel minder gevierd.

Stoet in Thaton ter gelegenheid van Tazaungdaing

Een ander aspect aan Tazaungdaing is het gratis eten. Op verschillende plaatsen langs de weg staan lange tafels en delen mensen een gratis maaltijd uit aan iedereen die honger heeft. Na de processie wandelde ik nog wat verder in het stadje, en passeerde ik een lange tafel in een zijstraat. Typisch voor Myanmar, gaf een man commentaar door een microfoon. Hij zag me passeren, en nodigde me in beperkt Engels uit om mee aan tafel te schuiven. Ogenblikkelijk stond ik in de algemene belangstelling. Ik besloot om op de uitnodiging in te gaan, en ging aan een tafel zitten. Prompt kreeg ik een bord rijst voorgeschoteld, waarover men een lekkere saus met warme groenten kapte. Vervolgens legde men smalle gefrituurde vissenstaarten (of waren het kleine alen?) in mijn bord. Uit beleefdheid heb ik er twee gegeten, maar ik vond ze ongelofelijk taai. De limonade en de rauwe groenten heb ik niet aangeraakt. Ik legde de man met de micro uit dat mijn zwakke westerse maag hier niet tegen kon. Hij legde me ook de reden van de gratis maaltijd uit. Het eten werd bekostigd door de giften van de gelovigen doorheen het jaar. De opdieners bleven bijscheppen totdat ik aangaf dat ik genoeg had gegeten.

Gratis maaltijd in Thaton ter gelegenheid van het Tazaungdaing festival

’s Avonds wandelde ik terug naar het tempelcomplex. Er kuierden vele jonge mensen rond, en de sfeer was gezellig. Af en toe werd in de verte een vuurwerkpijl afgestoken.

Fietsstatistieken:
85,30 km
3 u 51 min
22,07 km/u

16 november: De Gouden Rots

Vandaag had ik mijn eerste fietsloze dag sinds ik in Myanmar ben. Om 8:30u vertrok ik te voet naar de vrachtwagenterminal in het centrum van het basiskamp Kinpun. Oorspronkelijk was ik van plan om de 12 steile kilometer naar de Gouden Rots te fietsen. In de praktijk bleek dit niet haalbaar. De weg is immers te smal om vrij tweerichtingsverkeer mogelijk te maken. Indien iedereen zomaar met zijn auto of bromfiets op en af zou rijden, zou het verkeer snel stranden in een ongelofelijke en gevaarlijke chaos. En bovendien is er op de top nauwelijks plaats om te parkeren. Bijgevolg mogen alleen vrachtwagens de smalle weg oprijden. Halverwege is er een halteplaats waar de op- en afrijdende vrachtwagens elkaar kunnen passeren. Een checkpoint met slagbomen dwingt deze maatregel af.

Slagboom aan de voet van de weg naar de Gouden Rots

Het verplichte openbaar vervoer is geregeld met vrachtwagens en niet met bussen. In de open laadbak van elke vrachtwagen passen wel veertig passagiers op smalle houten banken zonder beenruimte. De tocht naar boven duurt 45 minuten tot een uur. Dit transportmiddel haalt natuurlijk nooit de Europese veiligheidsrichtlijnen voor openbaar vervoer. Niettemin was in de prijs van een enkele rit (2.500 Kyat / 1,90 EUR) een levensverzekering inbegrepen.

Het busstation in Kinpun

Achteraf ben ik blij dat ik niet naar boven mocht fietsen. De weg was verschrikkelijk steil. De hellingsgraad bedroeg vaak meer dan 20%. Naar boven wandelen kon een valabel alternatief zijn. Er loopt immers een wandelpad naar de top. Ik heb evenwel geen geschikte wandelschoenen bij voor een bergwandeling van 4 tot 6 uur (enkele richting). Met mijn teenslippers of mijn fietssandalen zag ik dit niet zitten.

Selfie voor de Gouden Rots

De Gouden Rots is een goudgeschilderd rotsblok dat boven een steile bergwand balanceert. De boeddhisten in Myanmar vinden dit zeer bijzonder, en de site is uitgegroeid tot het grootste bedevaartsoord in Myanmar. Met de hele familie bezoeken ze de Gouden Rots. Zonder oneerbiedig te willen zijn, had het wel iets weg van een strand. Hele families picknickten en sliepen onder geïmproviseerde luifels. Er waren talloze souvenirkraampjes en eetgelegenheden. En in de plaats van de zee was er een gouden rots.

Birmezen schuilen voor de zon onder geïmproviseerde luifels bij de Gouden Rots

Om 14:15u hield ik de spectaculaire uitzichten voor bekeken, en keerde ik terug naar het hotel.

Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

15 november: Bago –> Kinpun

Vandaag heb ik de duizend fietskilometers in Myanmar overschreden. Nochtans voelde ik me deze morgen niet super. Ik had slecht geslapen, en werd twee minuten voordat de wekker om 6:45u zou aflopen vanzelf wakker. Na het ontbijt voelde ik me beter, maar nog geen 100%. Om 8:05u stapte ik toch op de fiets. Eerst reed ik 22 kilometer terug naar Payagyi. Niet ver van Bago stond er een waterbuffel pal op de straat met een air van “You shall not pass!!!”. Uiteraard reed ik er gewoon rond.

Waterbuffel op de weg naar Kyaikto

Vervolgens nam ik de afslag richting Kyaikto. De weg was plat en goed, en liep door oneindige rijstvelden. Het landschap was heel open. Dit had als nadeel dat schaduw een schaars goed was. Soms moest ik wel tien kilometer fietsen alvorens eindelijk onder een boom te kunnen uitrusten.

Vlakke weg tussen Bago en de Sittaung rivier

Na het oversteken van een brede rivier (niet op de bovenstaande foto), veranderde het landschap. De weg slingerde nu door heuvels geflankeerd door rubberplantages. Ondertussen ritste ik noodgedwongen mijn broekspijpen aan. Ondanks de transparante zonnespray van factor 50, begonnen mijn bovenbenen en knieën genadeloos te verbranden.

Glooiende weg tussen de Sittaung rivier en Kyaikto

Omstreeks 12:30u na 82,5 km stopte uitgeput ik in een dorpje bij een theehuis. Ik zette me aan een tafeltje, en vervolgens gebeurde er niets. Normaal komt er meteen iemand vragen wat ik wil hebben, maar nu keken ze me minutenlang aan. Uiteindelijk zette een jonge vrouw haar baby even weg, en haalde zonder iets te vragen een blikje cola. Vervolgens kon ik de mensen in het theehuis duidelijk maken dat ik honger had. Uiteindelijk kreeg ik een bord gekookte rijst en een bordje met koude kip in pikante saus. Ik at de rijst en viste de kip uit de saus. Ondertussen bleven de klanten van het theehuis me aangapen. Van tijd tot tijd stelde iemand een vraag die ik meestal niet verstond. De gasten spraken ondertussen geanimeerd over mijn ligfiets. Een oudere man werd overmoedig, en zette mijn fiets recht om er mee rond te rijden. Ik greep meteen in, en voor de rest van de tijd kwamen ze nog nauwelijks aan mijn fiets. Vlak voor het vertrek, wilde ik me zoals gewoonlijk insmeren met de zonnespray. De Myanmarezen vonden dit ongelooflijk interessant, en wilden het ook proberen. Ik moest op de hand van een tweetal mannen spuiten. Ik heb het maar bij één man gedaan, omdat ik spaarzaam moet zijn met de zonnespray. De bus is immers al minder dan halfvol, en ik moet er nog twee weken mee toekomen. Ik heb hier in Myanmar in de winkels nog geen zonnecrème gezien.

Na deze vreemde lunch fietste ik om 13:20u verder. Eerst moest ik nog een stevige heuvel over die zonder eten zeer zwaar zou geweest zijn. Vervolgens daalde de weg af naar Kyaikto. Volgens de kaartgegevens zou mijn kilometerteller nu 87 km moeten aangeven. In de werkelijkheid stond er al 96 km op de teller. In het stadje Kyaikto nam ik de afslag naar Kinpun, het basiskamp voor iedereen die Mount Kyaiktiyo ofte ‘Gouden Rots’ wil bezoeken. Deze bergtop is een bedevaartsoord, en lokt behalve enkele westerse toeristen duizenden Birmese pelgrims. Bij de term ‘basiskamp’ denk ik een een kamp aan de voet van een berg, waarbij al geklommen moet worden om het te bereiken. De weg slingerde opnieuw tussen heuvels met rubberplantages. Niettemin had ik de indruk dat ik meer daalde dan klom.

Vlak voor Kinpun stond er een bord dat mijn grootmoeder in de bloemetjes zette. Ik heb geen flauw idee wat de Birmese tekst wil zeggen. Voor mij was het alvast duidelijk: een bloemetje voor Moemoe.

Ligfiets voor het uithangbord 'Moemoe' tussen Kyaikto en Kinpun

In Kinpun nam ik een bungalow in het Golden Sunrise Hotel. De eigenares zou Belgisch zijn, maar ik heb haar niet ontmoet. De ruime kamer met parketvloer en een prachtige badkamer kost me 52$ per nacht. Zoveel heb ik in Myanmar nog nooit voor een hotelkamer betaald. Ik stemde toe omdat ik al sinds gisteren met dit hotel in mijn hoofd zat. Bovendien was ik moe van de fietstocht, en had ik geen zin om meer hotels af te dweilen.

Fietsstatistieken:
113,11 km
5 u 24 min
20,88 km/u

14 november: Erfgoedbeleving in Bago

Gisterenavond ben ik uiteindelijk toch niet zo vroeg gaan slapen als gepland. Mijn boek was eenvoudigweg te spannend. Toen ik om 7:45u opstond, had ik desalniettemin negen en half uur geslapen. Na een rustig ontbijt vertrok ik omstreeks half tien met de fiets. Op mijn gemak bezocht ik de bezienswaardigheden van Bago. De bloeiperiode van Bago loopt van de tiende tot de zestiende eeuw. De monumenten van Bago zijn dus meer dan 400 jaar oud. Dit is er evenwel niet aan te zien. De meeste tempels zien eruit alsof ze maximaal een halve eeuw oud zijn. Oorlogen en natuurrampen hebben immers heel veel verwoest. Nadien werden veel tempels heropgebouwd. De liggende Boeddha op de onderstaande foto dateert bijvoorbeeld uit de tiende eeuw. Bij de verwoesting van de stad in 1757, werd het beeld overwoekerd door de jungle. Pas op het einde van de negentiende eeuw werd het beeld herontdekt en blootgelegd. Nadien werd het beeld veelvuldig ‘gerestaureerd’ tot het huidige resultaat. Bovendien bouwde men een soort van fabriekshal over het beeld om het te beschermen tegen zon en regen.

Selfie voor de liggende Boeddha van Bago

De Myanmarezen hebben een heel andere kijk op erfgoed. Een tempel blijft in de eerste plaats een religieuze ereplaats. Bijgevolg onderhouden ze eeuwenoude paya’s als hedendaagse tempels. Een facelift voor een Boeddhabeeld, een extra stupa, een nieuw schrijn, dit kan allemaal in een historisch tempelcomplex. Boeddhabeelden krijgen overigens vaak een schreeuwerig flikkerende ledverlichting in de vorm van een stralenkrans.

Ook bij andere monumenten gaat men in Myanmar vaak driest te werk. In de jaren negentig legden archeologen de resten van een zestiende-eeuws paleis bloot. Van de oorspronkelijke constructie werden alleen restanten van de dikke teakhouten pilaren aangetroffen. Om het paleis voor de toeristen toch wat levendiger te maken, werd het met veel fantasie helemaal gereconstrueerd. Op de onderstaande foto werden de oorspronkelijke teakhouten pilaren in de paleiszalen tentoongesteld naast de nieuwe pilaren.

Het paleis van Bago

Vanavond kreeg ik in het restaurant iets compleet anders opgediend dan ik had besteld. Het restaurant had nochtans een tweetalige Birmees-Engelse menukaart. Ik wees naar “roast duck with ananas”, maar ik kreeg een soort van loempia met vis voorgeschoteld. De visgerechten stonden enkele bladzijden verder op de kaart. Niettemin was de loempia superlekker. Hij werd opgediend op een bedje van krokante kroepoeknoedels en sla. De sla heb ik natuurlijk laten liggen. In de tropen eet men beter geen rauwe groenten om reizigersdiarree te vermijden. De rekening was ook een verrassing: 6.000 Kyat (4,60 EUR)! Omdat het zo goed gesmaakt had, vergaf ik hen de gepeperde rekening. Overigens staan op de menukaarten in Myanmar zelden prijzen. De rekening is altijd een verrassing.

Later op de avond begon het plots licht te druppelen en te waaien. Ik heb snel mijn ligfiets in de lobby gezet, en even later barstte het onweer los.

Fietsstatistieken:
27,33 km
1 u 37 min
16,88 km/u

13 november: Aankomst in Bago

De bus dropte me deze nacht om 3:50u op de autostrade vlakbij de afrit Bago. Het was pikkedonker en het centrum van Bago was nog 30 km verder. Ik had geen zin in een nachtelijke fietstocht, dus ben ik maar even verder gereden op zoek naar een rustplaats. Een kilometer verder kwam ik aan een verlicht tankstation. Ik besloot om hier het daglicht af te wachten, en zette me op een betonnen reling. Twee jonge pompbedienden waren ijverig het tankstation aan het vegen. Toen ze begrepen dat ik hier nog een tijdje zou zitten, kwam een attente pompbediende een ligstoel brengen. In de ligstoel kon ik nog wat verder soezen. Natuurlijk werd ik bij het minste geluid wakker. Toen de ochtend naderde, kreeg ik het vanwege de ochtenddauw toch kou met mijn fleece aan. Omstreeks 5:45u begon het licht te worden. Rond kwart na zes vertrok ik nadat ik de pompbediende voor de ligstoel had bedankt met 1.000 Kyat.

Tien kilometer verder in een groot dorp aan een kruispunt ontbeet ik. Het was weer eten wat de pot schafte, dus at ik alweer rijst met kikkererwten en twee omeletten. Vervolgens stapte ik op de fiets voor het laatste stuk. Plots zag ik kleine groepjes westerlingen uit de tegenovergestelde richting fietsen. Met uitzondering van de toeristen die een fiets huurden in Mandalay of Bagan, waren dit de eerste westerlingen die ik op de fiets zag. Ze hadden allemaal dezelfde fietsen en reisden zonder bagage. Hoogstwaarschijnlijk ging het om een georganiseerde fietsreis waarbij de bagage steeds van hotel naar hotel wordt vervoerd.

Welkom in Bago

Na dertig kilometer kwam ik aan in Bago, de grootste en drukste stad sinds ik Mandalay verliet. Ik volgde de hoofdbaan dwars door de stad, en stopte bij het Bago Star Hotel op vier kilometer van het centrum. Hier nam ik voor 35$ per nacht een kamer in een rij bungalows. Het hotel heeft WiFi in de lobby, dus na de verkwikkende douche sloot ik weer aan bij de digitale wereld. Ik maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de achterstallige blogberichten van de afgelopen dagen te publiceren. Niettemin voelde ik de vermoeidheid opkomen na ruim 24 uur onderweg geweest te zijn. Ik besloot het vandaag rustig aan te doen. Ik kon het evenwel niet laten om op de middag naar de Kyaik Pun Paya nabij het hotel te wandelen. Ik had de hitte en de afstand toch een beetje onderschat. Na het bezoek lunchte ik in een theehuis vlakbij de paya. U raadt al wat de pot schafte: alweer rijst met kikkererwten en spiegeleieren. Niet dat ik het niet lust, maar ik heb toch graag wat meer variatie. Hopelijk krijg ik vanavond iets anders op mijn bord.

De paya nabij het hotel

Na de lunch ging ik terug naar het hotel. Tergend traag downloadde ik de krant. Het was de eerste keer in Myanmar dat ik de krant las. Vervolgens nam ik een plons in het ondoorzichtige zwembad van het hotel, dat de Lonely Planet als ‘murky’ omschrijft. De zwempartij friste me goed op. Na het zwemmen was de vermoeidheid duidelijk verminderd. Bijgevolg besloot ik in de late namiddag om met de fiets nog een ander paya te bezoeken aan de andere kant van de stad. De Shwemawdaw Paya is nog hoger dan de al indrukwekkende Shwedagon Paya in Yangon. Toen ik nadien terugkwam bij het hotel, zag ik een koppel westerse toeristen het hotel uitwandelen. Eindelijk niet meer alleen. Ik had immers alweer het vermoeden dat ik de enige gast was, ten onrechte dus.

De Shwemawdaw Paya in Bago

’s Avonds ben ik gaan eten in het “Ocean Restaurant”. Ondanks de naam stond er helaas geen vis op de menu. Ik bestelde gebakken gehaktballetjes, maar in de plaats kreeg ik varkensstukjes in zoetzure saus, wat natuurlijk ook lekker is. In ieder geval ga ik vanavond vroeg slapen, en morgen een beetje uitslapen.

Fietsstatistieken:
49,79 km
2 u 26 min
20,33 km/u

12 november: Popa –> Meiktila

Deze morgen ontbeet ik als enige gast in het restaurant van het hotel. Behalve de obligate eieren, werd ook rijst met kikkererwten opgediend. Dit gerecht was een trendsetter voor de dag, want ook ’s middags en ’s avonds werd het me voorgeschoteld. Vandaag stond op papier de koninginnenrit op het programma. Volgens de karige kaartinformatie zou de weg de hele dag door het heuvelachtige landschap slingeren. In de praktijk viel het goed mee. Eerst was er een steile afdaling van 5 kilometer vol haarspeldbochten. Vervolgens bleef het nog een aantal kilometers zacht dalen. Uiteindelijk begonnen de heuvels, de ene al wat hoger dan de andere. Lange en korte beklimmingen en afdalingen losten elkaar af. Toch ging het meer af dan op. Toen ik op de bestemming aankwam, stond er een gemiddelde snelheid van 22 kilometer per uur op de teller. Dit is het snelste gemiddelde tot nu toe.

De weg tussen Popa en Meiktila

Pas om 12:50u en 97 km kwam ik een restaurant tegen. Na de currytafel legde ik vlot de resterende kilometers naar Meiktila af. Reeds om 14:15u na 114 km was ik op mijn bestemming. Onderweg bedacht ik dat ik vanavond nog een nachtbus zou kunnen nemen naar Bago in het zuiden, in plaats van in Meiktila te overnachten. Na mijn aankomst in Meiktila kocht ik meteen een busticket voor mezelf (8.500 Kyat / 6,40 EUR) en mijn ligfiets (11.000 Kyat / 8,25 EUR). Vervolgens bezocht ik het stadje, dat ik snel gezien had. Ik had nog een uurtje over voor het donker zou worden. Ik besloot om eens rond het meer van Meiktila te fietsen. Helaas reed ik verkeerd, en zat ik in een ‘dead end’. Om niet verder te verdwalen keerde ik veiligheidshalve terug.

De gouden eendenboot van Meiktila

Vervolgens restte me nog één ding voor ik om 19:00u op de bus zou stappen: eten. Vlakbij de bushalte vond ik een restaurantje op de stoep. Na het eten wachtte ik hier tot het tijd was voor de bus. Ik ben er ook naar het toilet geweest, en zag op deze manier hoe de familie leefde. Het gebouw had slechts één grote kamer. Links stonden bamboe bedden voor de hele familie, rechts werd in beslag genomen door de keuken van het restaurant. Aan de andere kant was een deur naar een deels overdekte koer. Behalve een deel van de restaurantkeuken, stond hier ook het toilet met wanden van golfplaat. Binnen in het kotje was een Franse WC in de grond, die men doorspoelde met een kommetje water.

Meiktila kwam enkele maanden geleden negatief in het nieuws na zware rellen tussen boeddhisten en moslims. De rellen ontaardden in een pogrom tegen moslims, waarbij moskeeën en moslimhuizen in de vlammen opgingen, en enkele moslims gelyncht werden. Ik vermoed dat de rellen zich in de buurt van de bushalte afspeelden. Hier waren een tweetal gesloten moskeeën, en uitgebrande huizen stonden leeg of werden verbouwd. Bovendien waren er ook heel wat lege bouwpercelen waar huizen van de grond af aan werden heropgebouwd. Op één van de ruïnes wapperde een boeddhistisch vlaggetje als symbool van verovering.

Moskee in Meiktila

De bus was een wat ouder model met minder comfort dan bij de heenreis. Toen ik opstapte was de bus bijna leeg. Vervolgens reden we twee à drie uren op secundaire wegen, en regelmatig pikten we nieuwe passagiers op. Pas na 22:00u reden we de autostrade richting Yangon op. De zetels waren zeer smal. Lichaamscontact met de onbekende Birmese buurman was onvermijdelijk, ook al waren we allebei smalle mensen.

Ligfiets in de koffer van de bus naar Bago

Fietsstatistieken:
129,15 km
6 u 13 min
20,74 km/u

11 november: Bagan –> Popa

Nadat ik deze morgen nog eens van het uitgebreide ontbijtbuffet had genoten, lag ik om 8:26u op de fiets. Vandaag was de bestemming Popa, een uitgedoofde vulkaan met een tempelcomplex op een klif. De eerste 15 kilometer waren vals plat. Vervolgens ging het heuvel op heuvel af, de ene al wat steiler dan de andere. Nadien volgde een zachte afdaling van meerdere kilometers. De afdaling werd meteen cash betaald, want de verloren hoogte moest ingehaald worden via een steile klim met haarspeldbochten. De kwaliteit van het wegdek was goed voor de Myanmarese normen, zelfs bij het stuk secundaire weg.

De weg tussen Bagan en Popa

Tenslotte arriveerde ik aan de afslag naar het dorp Popa aan de voet van de berg. Hier was al meteen een hotel. Ik wilde niet het eerste het beste hotel nemen, dus op zoek naar alternatieven fietste ik verder naar het dorp Popa. Het centrum van dit dorp is een T-sprong. Ik fietste de twee overige wegen enkele honderden meters in zonder een hotel tegen te komen. Nochtans stelt de Lonely Planet dat er meerdere guest houses in Popa zijn, plus het top-end hotel Mount Popa Resort. Ik fietste terug naar dat ene hotel, de Nay Minn Thar Inn. Voor 45$ nam ik er een relatief duur stuk van een bungalow. In tegenstelling tot Bagan zijn de bungalows in Popa niet rond een zwembad gegroepeerd. Het personeel is alvast zeer vriendelijk en attent. Niettemin heb ik de indruk dat er nauwelijks of geen gasten zijn, en dat ik nagenoeg zeker de enige westerling ben.

De tempelrots van Popa

Nadat ik mijn bagage had achtergelaten, fietste ik terug naar Popa om te lunchen. Vervolgens fietste ik verder naar het tempelcomplex op de rots. Onderweg kwam ik plots alsnog een guest house en een hotel tegen. Te laat, want ik had reeds een kamer in het eerste hotel genomen. Het tempelcomplex staat op een bijna loodrechte rots. Met een trap klommen de pelgrims en de schaarse toeristen naar boven. De rots is bewoond door beige aapjes die de trap volpoepen. Enkele mannen kuisten de apenstront van de trap, en vroegen in ruil een ‘donation’. in het tempelcomplex worden ‘nat‘ aangebeden. Dit zijn oeroude animistische goden. In Myanmar leven de ‘nat’ in symbiose met het boeddhisme. Boven op de rots was er een adembenemend uitzicht in alle richtingen.

Apen op de tempelrots van Popa

’s Avonds heb ik in het restaurant van het hotel gegeten. Op voorhand had het personeel me reeds gevraagd wat ik wilde eten. Ik was immers de enige restaurantbezoeker. Het was een speciale ervaring om te eten terwijl er drie personeelsleden alleen voor mij stand-by stonden. Tijdens het eten kreeg ik plots schrik. Als ik effectief de enige gast ben, dan is het relatief makkelijk om me te vermoorden en mijn geld te pikken. Niemand weet dat ik hier in dit hotel ben. Indien dit blogbericht op het internet verschijnt, dan mogen jullie gerust zijn. Dan was mijn angst onterecht, en heb ik het overleefd.

Fietsstatistieken:
61,15 km
3 u 30 min
17,41 km/u

10 november: Een rondje Bagan

Deze morgen sliep ik een uurtje langer uit dan gewoonlijk. Vervolgens genoot ik van het uitgebreide ontbijtbuffet in de tuin naast het zwembad. Eindelijk eens een hotelontbijt waarbij ik de eieren kon skippen! Toen ik na het ontbijt op de fiets wilde stappen, was het aan het druppelen. Ik had er niet op gerekend dat ik in Myanmar nog regen zou meemaken. De afgelopen week straalde de zon steeds op een open hemel. De eerstvolgende regendruppels zou ik pas voelen als ik terug in België ben, dacht ik. Na een kwartier stopte het druppelen, maar de hele dag bleef het bewolkt, en kwam de zon er nooit helemaal door. Een kwartier later dan gepland begon ik aan een fietstocht door het uitgestrekte Bagan met de duizenden tempels.

Selfie met de zelfontspanner in Bagan

Eerst stopte ik bij de motorfietsgarage om de hoek. Na 590 kilometer snakte mijn ketting naar verse olie. Ik wees naar mijn ketting, en zei ondertussen “oil”. De garagist zocht een spuitbus, en samen begonnen we de ketting te oliën. De olie was een dikke vloeistof en had een roze kleur. Hopelijk blijft er niet teveel stof in plakken. In ieder geval maakte de ketting achteraf minder geluid. Ik vroeg de garagist wat het kostte, maar hij maakte duidelijk dat het gratis was.

In Bagan ben ik niet meer de enige toerist op de fiets. Om het uitgestrekte gebied te verkennen is de fiets een handig vervoersmiddel. Bovendien hebben de autoriteiten aan buitenlanders verboden om met een motorfiets in Bagan rond te rijden. Luie toeristen kunnen een elektrische fiets van Chinese makelij huren. In principe hoeft men op deze fietsen niet te trappen, tenzij de batterij plat is. Gisterenavond heb ik een man zien zwoegen op de trappers van een elektrische fiets. Hij was zeker nog vijf kilometer verwijderd van Nyaung U. Hij was nog lang niet thuis met de platte batterij.

Twee toeristen op e-bike in Bagan

Omstreeks half drie was ik terug in het hotel voor een zwempauze. Na de verfrissende plons sprong ik terug op de fiets om enkele afgelegen paya’s in het binnenland te bezoeken. Bagan is ontsloten door hoofdwegen die een uitgerekte rechthoek vormen. Vele tempels zijn bereikbaar vanaf de hoofdwegen. Binnen in de rechthoek zijn er ook prachtige tempels die enkel bereikbaar zijn via zandwegen. Deze wegen zijn slecht befietsbaar, want ze bestaan vaak uit stroken strandzand. Iedereen die ooit heeft geprobeerd om te fietsen in het mulle strandzand kan me beamen, in los zand valt niet te fietsen. Sommige stukken legde ik dus noodgedwongen te voet af. Uiteraard trok dit het gemiddelde van het aantal kilometers per uur fel naar beneden.

Stupa in Bagan

Morgen stap ik terug op de fiets voor een rit in lijn. De bestemming is Mount Popa, een uitgedoofde vulkaan met een prachtige paya op de top. Ik verwacht de eerstkomende dagen geen WiFi tegen te komen, dus vanaf morgen verdwijn ik een tijdje van de radar.

Fietsstatistieken:
43,31 km
2 u 48 min
15,42 km/u

6 november: Golvend naar een reuzenklok

Vandaag stond de eerste rit in lijn op het programma, al was het een zeer kort ritje. Het eindpunt was Sagaing, op een goede 25 km van Mandalay. Na een uur en een kwartier was ik er al. Ik zwierde mijn bagage af in het guest house, en stapte terug op de fiets richting Mingun. De trekpleister van deze erfgoedsite op 22 km ten noorden van Sagaing is een reuzenklok. Ze beweren hier dat het de grootste klok ter wereld is, maar dat heb ik niet nagemeten.

De klok van Mingun

Daarenboven bevat de site een kolossale berg bakstenen als restant van een onafgewerkte en megalomane stupa.

De stupa van Mingun

Al bij al had ik Mingun snel gezien, en keerde ik na drie kwartier plus een uurtje om te lunchen al terug. De weg van Sagaing naar Mingun was licht golvend, en vooral in de laatste kilometers waren de hellingen kort maar stijl. In de dalen lag vaak los zand opgehoopt. Na elke afdaling moest ik dus fors in de remmen om niet onderuit te schuiven in de zandbak. Vervolgens kon ik vanuit quasi stilstand de beklimming van de volgende heuvel aanvatten. Onderweg zag ik hoe men in Myanmar van jongs af aan leert om met het afvalprobleem om te gaan. Ik betrapte twee schooljongens die recht tegenover een school een grote mand met afval ledigden. Uit de hoeveelheid afval die er al lag, kan ik alleen maar vaststellen dat het een dagdagelijkse gewoonte was.

Afvalbeheer in een school tussen Mingun en Sagaing

Nadat ik terug in Sagaing was, beklom ik te voet een mooie paya op de Sagaing Hill. Het uitzicht was prachtig. Toen ik in de schemering terugkwam bij het guesthouse, werkte de elektriciteit niet. Klaarblijkelijk had de hele stad last van een stroomonderbreking. Bijgevolg nam ik een koude douche in het schemerduister. Vervolgens deed ik de was in de lavabo met mijn koplamp op het hoofd. Tijdens de was sprong er plots een lamp in de kamer aan, maar in de badkamer was er helaas nog geen licht. Achteraf begreep ik dat het guesthouse een generator had aangezet, waardoor bepaalde circuits toch stroom kregen. De ventilator werkte ook, en dus hing ik mijn was te drogen in een windtunnelconstructie. Na een uurtje was de stroomonderbreking afgelopen.

De was drogen met een ventilator

Het Sein Pann Myaing Guest House is tamelijk schraal. Voor 15$ heb ik een kamer van 3 op 3 meter met een dubbel bed. Daarenboven is er nog een badkamer met koude douche en lavabo, en een WC die niet kan doorspoelen. De kamer heeft wel airco. Het bed was sober opgemaakt. Er was een hoeslaken over het bed getrokken, en er lag een opgevouwen deken. Het laken ontbrak en de kussens hadden geen kussenslopen. Gelukkig had ik een zijden slaapzak bij. De deur werd afgesloten met een hangslot aan de buitenkant en met een grendel aan de binnenkant. De mater familias van mijn guest house in Mandalay had dit guest house de avond voordien voor mij geboekt. Ze heeft een schriftje vol met hotels en guest houses in Myanmar, gerangschikt per stad. Volgens mij kent ze meer hotels dan de Lonely Planet. Dit guest house stond er alvast niet in. Overigens kende de Lonely Planet ook The Ma Ma in Mandalay niet.

Fietsstatistieken:
77,69 km
4 u 11 min
18,54 km/u

8 november: Monywa –> Pakokku

Vijf minuten voor de wekker om 6:45u zou aflopen, ben ik vanzelf wakker geworden. Na het ontbijt met een dubbele omelet in het restaurant van het hotel, was ik om 8 uur op de baan. Vandaag fietste ik over secundaire wegen. De kwaliteit van de wegen verraste me in positieve zin. De wegen waren weliswaar smaller dan gisteren, maar het wegdek was relatief vlak en de meeste putten waren opgevuld. Onderweg kwam ik enkele mobiele puttenvulteams tegen. Wegenarbeiders zijn niet zoals in België hoofdzakelijk mannen. De teams waren zeer gemengd, en zeker de helft was vrouwelijk.

De weg tussen Monywa en Pakokku

Vandaag ben ik ook de brede rivier Chindwin overgestoken, waarvan ik gisterenavond foto’s van de zonsondergang had gemaakt. Op de plaats van de brug zag de rivier er heel anders uit. Ongeveer viervijfde was modderbank, en aan de rechteroever was slechts een smalle vaargeul. Waarschijnlijk zal de Chindwin wel een imposante rivier zijn in het moessonseizoen.

Brug over de Chindwin

Evenals gisteren was de weg relatief plat. Niettemin heb ik drie zachte maar kilometerslange beklimmingen achter de rug, waartegen naar verhouding veel te weinig afdalingen tegenover stonden. De laatste 30 kilometer werd het wegdek slechter en smaller. De secundaire wegen waren in ieder geval rustiger dan gisteren. Bovendien ben ik vandaag nauwelijks gestalkt geweest door motorfietsen.

Omstreeks 14:45u kwam ik in Pakokku aan. Ik nam een kamer in het Tha Pye Nyo Guest House. Voor 20.000 Kyat (15 EUR) heb ik een kamer met een kingsize bed met witte lakens, een frigo en een propere tegelvloer. De inbegrepen badkamer was maar matig, en ik moest me alweer tevredenstellen met een koude douche. Gelukkig is het nemen van een koude douche in november niet hetzelfde in het warme Myanmar dan in het koude België. Hopelijk kan ik morgen in Bagan nog eens van een warme douche genieten. Al bij al is dit duidelijk de beste kamer sinds ik Mandalay verliet. Vanavond at in een lokaal theehuis met plastic stoeltjes op kindermaat. Ik kreeg lauwe rijst met koude kip en rauwe groenten voorgeschoteld. Wegens de taalbarrière is het zeer moeilijk om te sturen wat er wordt opgediend. Deze middag genoot ik van een groot bord met gebakken noedels, maar deze avond viel het tegen. Overigens eet ik hier meer eieren dan me lief is. Indien het ontbijt inbegrepen is bij het hotel, dan komt er sowieso omelet of roerei op het bord. En eieren zijn vaak een ingrediënt van rijst- of noedelschotels. Vaak eet ik dus meerdere eieren per dag.

Toen ik na het restaurant terug naar het hotel wandelde, passeerde ik een straatfestivalletje. Op een podium brachten kinderen karaokenummers. Dit lokte veel toeschouwers. De laatste rij was gevuld met motorfietsers, die uit nieuwsgierigheid stopten.

Karaoke-festival in Pakokku

Fietsstatistieken:
116,89 km
5 u 21 min
21,84 km/u

5 november: Hoofdsteden hoppen

Na twee dagen Mandalay was het vandaag tijd om de omgeving te bezoeken. De Birmese koningen veranderden vroeger vaak van hoofdstad, soms wel bijna jaarlijks. Behalve Mandalay zelf, zijn er een drietal voormalige hoofdsteden in de omgeving. Vandaag bezocht ik Amarapura en Inwa met de fiets, goed voor een fietstocht van een kleine 80 kilometer. Amarapura heeft momenteel geen hoofdstedelijke allures meer. De site bevat enkele oude paya’s, maar de grote trekpleister is een teakhouten brug van een kilometer die een ondiep meer dwarst. Tijdens de wandeling heen en terug genoot ik van mooie vergezichten. Over de brug fietsen was geen optie. Zelfs de lokale bevolking liep over de smalle brug vol spleten en zonder reling met de fiets in de hand. Bijgevolg heb ik mijn fiets voor 200 Kyat (0,15 EUR) onder de hoede van een parkeerwachter aan de oever achtergelaten.

Brug van Amarapura

Een reusachtige paya in Amarapura werd toevallig gerestaureerd. Geen metalen stellingen hier zoals bij de kathedraal van Antwerpen, maar een fijnmazig netwerk van bamboe.

Paya van Amarapura met bamboe stellingen

Daarentegen had Inwa wel stedelijke kenmerken, met onder meer restanten van de stadsmuur.

Stadspoort van Inwa

Tegenwoordig is Inwa evenwel teruggevallen tot de status van landelijk dorpje, waarin toevallig een hoge concentratie van paya’s en ruïnes staan. De zandwegen waren vol putten en half verhard met steenpuin, waardoor ik niet sneller dan 10 kilometer per uur kon rijden. Ik had de afstand naar Inwa een beetje onderschat, dus ik ben pas om 14:30u aangekomen. Veel tijd had ik niet, maar wel voldoende om me een beeld te kunnen vormen van de site. Ruim een uur later ben ik alweer vertrokken om nog voor het donker terug in mijn hotel te zijn.

Zandweg in Inwa

Vandaag heb ik nog een lokale verkeersregel opgemerkt die me de vorige dagen niet was opgevallen. Auto’s die op een chaotisch kruispunt gewoon rechtdoor willen rijden, geven dit soms aan met hun richtingaanwijzers. Ze zetten dan hun dubbele pinkers op, en pinken dus links én rechts tegelijkertijd. De eerste keer had ik het niet door. Op een druk kruispunt stond in het midden een auto naar links te pinken. Ik vroeg me af waarom de auto in het midden stond en niet links, want nu zou de auto mij moeten kruisen. Toen het verkeer opschoof, kon ik zien dat hij ook naar rechts pinkte. Vervolgens reed hij gewoon knal rechtdoor.

Fietsstatistieken:
79,30 km
4 u 3 min
19,50 km/u

Proloog: De route

Uiteraard heb ik al een route van mijn ligfietsreis in Myanmar uitgestippeld. Op het onderstaande kaartje kan je de ruwe lijnen van de geplande route bekijken. Klik op het kaartje om het te vergroten. Als je op deze link klikt, dan opent het kaartje in Google Maps. De rode lijnen wil ik fietsen, de dunne groene lijnen zijn transfers met het openbaar vervoer.

Routeplan Myanmar 2013

Ik land in Yangon, een miljoenenstad aan de rivierdelta. Vervolgens neem ik de nachtbus naar Mandalay, de tweede stad van het land, gelegen in de centrale vlakte in het binnenland. In Mandalay begint mijn fietstocht. Via Monywa en Pakokku fiets ik naar Bagan. Deze Unesco Werelderfgoed site bevat duizenden stokoude stupa’s. Vervolgens fiets ik verder via de vulkaantempel Mount Popa naar Meiktila. Hier neem ik de nachtbus naar de stad Bago nabij Yangon. Bijgevolg pas ik voor de toeristische trekpleister van Inle Lake. Heen en terug naar dit meer fietsen zou teveel tijd kosten, zelfs al neem ik één keer het openbaar vervoer. Bovendien ben ik zeer nieuwsgierig naar de provincies Bago en Mon in het zuidoosten van Myanmar. Deze streek zou onterecht veel minder bezocht worden door toeristen.

Vanuit Bago wil ik via Kyaikto (Golden Rock) over Thaton naar de karstheuvels van Hpa-An. Tenslotte fiets ik over Mawlamyine naar Thanbyuzayat, dit is het eindpunt van de beruchte Birma spoorlijn uit de Tweede Wereldoorlog. Als eindpunt rust ik even uit op het nabijgelegen strand van Sat Se. In de planning heb ik drie dagen op overschot, die ik onderweg naar keuze kan invullen. Bij eventuele pech kunnen de extra dagen de nodige ademruimte geven.

Vervolgens vat ik de terugreis aan. In Mawlamyine neem ik de trein naar Yangon. Als ik dit tenminste nog durf, nadat ik zoveel horrorverhalen heb gelezen over de spoorwegen in Myanmar. Eenmaal terug in Yangon, heb ik nog drie dagen tijd om deze stad te verkennen. Na ruim vier weken in Myanmar neem ik tenslotte het vliegtuig huiswaarts.

Alles te samen schat ik deze route op ruim 1000 fietskilometers. Natuurlijk is dit maar een plan dat ik thuis achter mijn bureau heb bedacht. Ik ben benieuwd wat de werkelijkheid zal brengen.