1 juni: Naar huis

Mijn vlucht naar huis zou om 10u10 opstijgen. ’s Morgens genoot ik eerst nog van het ontbijtbuffet van het Hedistar Hotel. Tien minuten voor het vertrekuur van de shuttle bus stond ik klaar met mijn fietsdoos en banaantassen. De shuttle bus van het hotel was een groter model dan vorige maand. Er was ruimte voor meer passagiers. Helaas ging dit ten koste van de bagagecapaciteit. Mijn fietsdoos paste niet in het kleine bagagecompartiment. Om 7u30 vertrok de shuttle bus zonder mij.
De receptionist deed zijn best om een oplossing te vinden. Een uur lang wachtte ik machteloos af terwijl de stress toenam. Uiteindelijk kwam om 8u35 de andere shuttle bus aanrijden. Met deze bus was ik vorige maand mijn fietsdoos op de luchthaven gaan afhalen. Dit kleinere busmodel had een veel grotere bagageruimte waar mijn fietsdoos ruimschoots inpaste. Een kleine twintig minuten later zette dit privétransport me af aan Terminal 1 van de luchthaven.
Laat komen heeft ook voordelen. Ik werd meteen geholpen aan de check-in balie. Terwijl drie medewerkers mijn fietsdoos opmaten, checkte een vierde medewerkster mij in. Ze vroeg of ik het gewicht van mijn fietsdoos kon verminderen. Tot 23 kilogram mocht de doos gratis meevliegen, ofschoon de afmetingen van de doos het maximum ver overschreden. Ik kon evenwel niet in een handomdraai drie kilogram van mijn ligfiets strippen. Dus betaalde ik met mijn kredietkaart een toeslag van 150 $.
Vervolgens troonde de check-in medewerkster me mee naar de afdeling ‘Oversized Baggage’. Mijn doos was hier al aangekomen. De security gebood me om de fietsdoos te openen. Geholpen door de security medewerkers haalde ik de ligfiets half uit de doos. De security inspecteerde nauwgezet mijn fiets. Ze vielen over de luchtdruk achtervering. Ik legde hen uit dat de vering een overslagklep heeft. Bij overdruk zal de luchtdrukcylinder niet ontploffen maar lucht lossen. De security vertrouwde het niet met uitzondering van een jongeman die zelf een mountainbike had. Hij probeerde zijn collega’s gerust te stellen. Voor de zekerheid wilden ze toch de toestemming van SWISS hebben. Tien lange minuten wachtte ik op de toestemming terwijl de jongeman mij geruststelde. Bij SWISS namen ze gelukkig hun verantwoordelijkheid toen ze uit Tokyo gebeld werden over een rare fiets met luchtdrukvering. Het akkoord kwam er om 9u32, precies acht minuten voordat de boarding zou beginnen. Ik repte me naar de security check. Gelukkig was het uiterst kalm op de luchthaven. Precies om 9u40 sloot ik me aan de gate aan bij de rij mensen die op de boarding wachtten. Toen ik op het vliegtuig zat verdreef de grote opluchting de stress van de voorgaande uren. De eerste vlucht naar Zürich vertrok zonder vertraging.
De volgende twaalf uren verdreef ik de tijd met lezen en films kijken. De aansluiting naar Zaventem vertrok met ruim 50 minuten vertraging. Mijn banaantassen rolden als een van de eerste van de bagageband. De fietsdoos en ik kwamen bijna gelijktijdig bij de afdeling ‘Oversized Baggage’ aan. Mijn vader pikte me op in Parking 2. Ik schoof bij mijn ouders aan tafel terwijl we ondertussen bijpraatten. Na het eten haalde ik mijn ligfiets uit de doos en reed ik met de wagen naar huis.
Tijdens het uitpakken voelde ik de vermoeidheid van de lange dag opkomen. Nog douchen en het laatste blogbericht publiceren, en ik kan eindelijk in bed kruipen. Ongetwijfeld zal ik van deze fantastische fietsreis dromen. Japan heeft immers een onvergetelijke indruk nagelaten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

31 mei: Tokyo –> Narita

Voor de laatste etappe van mijn fietsreis stond ik wat vroeger op dan de afgelopen dagen. Na het bereiken van de finish moest ik mijn ligfiets terug in de fietsdoos steken. Ik liet de sleutel van het appartement achter in de brievenbus en wandelde naar de fietsenstalling van het metrostation. Ook de derde nacht op rij had mijn ligfiets overleefd. Maar nu ik dichterbij kwam merkte ik de papieren kennisgeving op die iemand gisterennamiddag rond mijn remkabel had geniet. Blijkbaar mogen alleen geregistreerde fietsen op de fietsenstalling geparkeerd worden. Mijn ligfiets is hier in Japan natuurlijk onbekend en nergens geregistreerd. De kennisgeving dreigde met een boete van 3.000 ¥ (23,53 €) en de verwijdering van mijn fiets. Gelukkig had ik dit binnen de 24 uur gezien.
Ik trok de kennisgeving los en stapte op de fiets. Vier kilometer verder bereikte ik Route #357 naar Chiba. Deze drukke weg lag aan weerszijden van een expresweg op hoge poten. Soms leek het dat er nog meer wegen parallel liepen. Gelukkig had Route #357 een afgescheiden fietspad. Bij de talrijke knooppunten met even drukke wegen moest ik telkens een fietspuzzel oplossen. Hoe steek ik over? Vaak kon ik met behulp van fiets- en voetgangersbruggen oversteken. Soms moest ik een eindje de dwarsbaan volgen tot het eerstvolgende verkeerslicht.
Route #357 volgde de kustlijn van de Baai van Tokyo. In de delta van Tokyo monden een dozijn grote en kleine rivieren in de baai uit. Regelmatig klom ik steile bruggen op tot het niveau van de hoge expresweg. Boven op de brug had ik dan een uitzicht op de skyline van Tokyo. Ter hoogte van Disneyland kon ik van op een brug het megahotel van het Disney Resort zien. Meer kon ik helaas niet zien van Disneyland, want ik fietste aan de verkeerde kant.
Na 32 kilometer verliet ik de drukke Route #357. Ik ging voor een laatste keer een beproefde tactiek toepassen en op een jaagpad naast een rivier fietsen. Een paar kilometer verder bereikte ik de rivier Hanami. Meteen had ik de drukte van de stad achter mij gelaten en fietste ik midden in de natuur. Op een paar kilometer na was het rustige fietspad helemaal geasfalteerd.
In de buurt van de stad Sakura verbreedde de rivier. In het vlakke land kreeg ik plots een fata morgana. Ik passeerde een oer-Hollandse windmolen alsof ik in pakweg Zaandam of Uitgeest aan het fietsen was. Uit nieuwsgierigheid stopte ik. Volgens het informatiepaneel had de Nederlandse overheid de windmolen ‘De Liefde’ in 1994 aan de stad Sakura geschonken wegens de veertigste verjaardag van de stad. Ik word volgend jaar ook veertig. Beste Nederlanders, krijg ik dan ook een windmolen voor mijn verjaardag?
Na 71 kilometer verliet ik de rivier terwijl de regendruppels geleidelijk aan talrijker werden. Even verderop stopte ik aan een eenvoudig noedelrestaurant. Na de lunch was de lichte bui over en begon ik aan de laatste acht kilometers van mijn fietsreis. Een korte beklimming bracht me op het plateau van Narita. Even later fietste ik langs een brede laan door de buitenwijken. In het steile centrum van Narita stuurde de gps me een doodlopende parking in. Wat de gps als een weg zag, was in werkelijkheid een steile trap omlaag. Ik volgde dan maar een winkelstraat die uitkwam aan het tempelcomplex dat ik een maand geleden op mijn eerste dag in Japan had bezocht.
Iets na twee uur arriveerde ik terug aan het Hedistar Hotel. Ruim 1.800 kilometer geleden was ik hier aan mijn fietsreis begonnen. De receptioniste herkende me nog. Na het inchecken vroeg ze spontaan of ik mijn grote doos terug wilde hebben. Met lichte spijt stak ik mijn ligfiets in de fietsdoos. Ik had nog wel verder willen fietsen, maar ja, aan alles komt een einde.
Fietsstatistieken:
80,24 km
4 u 13 min
19,06 km/u

28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.

Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.

In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.

Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.

In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.

Fietsstatistieken:
71,00 km

3 u 41 min

19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u

26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u

23 mei: Matsumoto –> Nagano

De verse koffiekoeken die ik gisteren in de supermarkt had gekocht waren deze ochtend nog eetbaar. Ik spoelde de koeken door met lauwe oploskoffie. De thermos met warm water stond immers al van gisterenmiddag op mijn kamer in de ryokan. De kleine bokaal oploskoffie had ik in Kyoto gekocht, en zal de volgende dagen nog af en toe van pas komen.
Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag om 12 uur in Matsumoto beginnen regenen. In mijn eindbestemming Nagano zou de regenbui pas rond 17 uur losbarsten. Het doel was dus om vóór de middag ver genoeg weg te zijn van Matsumoto en daarna tijdig in Nagano aan te komen. Ik nam niet de kortste route naar Nagano. Ik volgde de rivier Sai die door de bergen van Matsumoto naar Nagano stroomt.
Eerst fietste ik zes kilometer door de buitenwijken van Matsumoto naar de oever van de rivier. Dan fietste ik even op de drukke Route #19. Al snel leidde de gps me naar een rustigere weg die van dorp tot dorp in het glooiende landschap liep.
Toen het dal vernauwde, kwam ik terug uit op Route #19 naast de rivier. Deze bijwijlen drukke weg volgde meer dan 50 kilometer de grillige loop van de rivier stroomafwaarts door de bergen. Nagano ligt 200 meter lager dan Matsumoto. Wegens het glooiende landschap was het niet comfortabel om de hele tijd op het middelste voorblad te fietsen, maar ik deed het toch.
Eenmaal omringd door de bergen begon het te druppelen. Echt hard regende het niet. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille op in mijn banaantassen. Terwijl het heel de tijd bleef druppelen fietste ik zonder regenbescherming verder.
Tegen de middag bereikte ik de vlakte van Nagano. Hier begon het geleidelijk aan minder te druppelen. Er waren hier ook geen bergen om de regenwolken naar boven te stuwen. Ik begon uit te kijken naar een restaurant om te lunchen. In de laatste kilometers tussen de bergen was ik een snelwegparking met een paar restaurants voorbijgefietst. Toen vond ik het nog iets te vroeg om te lunchen. Terwijl de gps me door de buitenwijken van Nagano leidde, vermeed hij zorgvuldig elk restaurant. Pas in downtown Nagano op 500 meter van mijn hotel spotte ik een filiaal van de Sukiya fastfoodketen. Ik nam mijn tijd om te lunchen. Ik wilde niet voor de check-in tijd bij het hotel aankomen. In Nagano overnacht ik in het chique Hotel Metropolitan naast het station. Vele maanden geleden had ik hier een kamer geboekt voor bijna de helft van de normale prijs.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter en stapte terug op de ligfiets. Het druppelen was intussen over. Ik fietste naar de Zenko-ji tempel aan de andere kant van de stad. Op deze site staan een grote houten tempel en een houten poort uit de vroege achttiende eeuw.
Na een korte wandeling op de tempelsite fietste ik terug naar het hotel. Na de douche wandelde ik naar een supermarkt. Het begon opnieuw te druppelen, maar ik stoorde me er niet aan. ’s Avonds was het iets harder aan het regenen. Het hotel heeft een rechtstreekse toegang tot het station, dus ben ik zonder buiten te komen in één van de restaurantjes in het stationsgebouw gaan eten.
Fietsstatistieken:
83,55 km
3 u 53 min
21,48 km/u

21 mei: Itoigawa –> Matsumoto

Met een beetje schrik keek ik de voorbije dagen uit naar de etappe van vandaag. Niet de hoogtemeters maar de autotunnels boezemden me de meeste angst in. De route liep door een rivierdal recht de Japanse Alpen in. Dankzij de talrijke tunnels werd de hoogte geleidelijk gewonnen en waren haarspeldbochten overbodig. Volgens Google Maps zou de langste tunnel wel vijf kilometer lang zijn. Op voorhand had ik de tunnels in Google Streetview verkend. Meestal hadden de autotunnels geen verhoogd fietspad. Bijgevolg zou ik op de rijstrook van de auto’s en de vrachtwagens door de donkere tunnels moeten fietsen.
Even voor acht uur lag ik de fiets. Bij het eerste kruispunt fietste ik rechtdoor Route #148 naar Matsumoto in. Deze weg zou ik tot voorbij de bergen volgen. Verrassend snel doemden de eerste besneeuwde bergtoppen op.

Na 13 kilometer splitste een weg af en werd Route #148 minder druk. Even later dook ik de eerste tunnel in. De korte tunnel werd gevolgd door een kilometerslange halfopen tunnel. De hellingsgraad in de tunnels was bescheiden. De hoogtemeters werden voornamelijk in de open lucht gewonnen. Na nog een paar kortere tunnels kwam ik onvermijdelijk aan de tunnel van vijf kilometer. Een seingever met een rode vlag liet me stoppen voor wegenwerken aan de ingang van de tunnel. Ik wachtte enkele minuten tot een karavaan auto’s van de andere kant uit de tunnel kwam. De vlaggeman gaf teken aan het gemotoriseerd verkeer om door te rijden, maar ik moest tot de laatste auto wachten. Samen met de afsluitende werfbus vertrok ik. De chauffeur van het piepkleine Suzuki busje gebaarde om mijn ligfiets in de koffer te steken. Ik ging akkoord en stopte. Met twee tilden we de ligfiets dwars over de achterbank van het busje. Mijn ligfiets ging er maar nipt in. Het voorblad en de pedalen staken uit tussen de hoofdsteunen van de voorste zetels. Ik legde mijn banaantassen erbij, en zonder nadenken opende ik het portier aan de rechterkant. De chauffeur hield me tegen, en ik zag meteen waarom. Ik was even vergeten dat men in Japan links rijdt en dat het stuur zich dus aan de rechterkant bevindt. Ik zag mijn vergissing in en wandelde rond het busje naar het andere portier. Dankzij de wegenwerken kon ik de gevreesde tunnel overslaan.

Stilaan minderde het aantal tunnels en kwamen de besneeuwde bergtoppen dichterbij.

Vlak voor de middag kwam ik in het skioord Hakuba. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano vonden hier de skiwedstrijden plaats. Aan het station lunchte ik in een klein noedelrestaurant. Op de noedelsoep dreef een tempurakrans van groentjes en garnalen.

Gestaag klom ik verder door het langerekte skidorp. In het bos voorbij het dorp werd het terug steiler. Dan sloeg ik rechtsaf naar het Aoki meer. Voorbij het meer mocht ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Na nog een tweede meer bereikte ik de vallei van Matsumoto. Een eind verder gidste de gps me naar een dijkweg naast een brede snelstromende rivier. Terwijl ik de rivier 14 kilometer stroomafwaarts volgde, hield ik makkelijk een hoog tempo aan.

Na ruim 100 kilometer naderde ik het centrum van Matsumoto. Even later fietste ik langs het bekende kasteel. Morgen zal ik de tijd nemen om dit kasteel te bezoeken, dus ik stopte niet. Via een fietspad langs een kronkelende gracht klom ik naar de voet van de bergen. Om kwart na vier arriveerde ik in een buitenwijk aan de ryokan Izumiya Zenbe. Een ryokan is een familiaal pension in Japanse stijl. De gastheer ontving me uiterst vriendelijk. De komende twee nachten zal ik terug op zijn Japans op de grond slapen.
Fietsstatistieken:
109,14 km
5 u 42 min
19,12 km/u

20 mei: Toyama –> Itoigawa

Op het gemak ontbeet ik in het restaurant van het hotel op de tiende verdieping. De zon scheen zowaar, al waren de bergen nog steeds bedekt met een dikke wolkenlaag. Vandaag stond een relatief korte etappe van een goede 80 kilometer op het programma. Daarom nam ik de tijd om na het ontbijt nog een keer de onsen te bezoeken. Pas om half tien lag ik op de fiets. Eerst reed ik de stad Toyama uit. Onderweg fietste ik voorbij een lokale voetbalmatch. Op een zondagvoormiddag kan je dit in de hele wereld tegenkomen, dus ook in Japan. De supporters moedigden hun team aan met liederen waarvan de melodie me bekend in de oren klonk maar uiteraard niet de tekst.
Eenmaal uit Toyama volgde ik Route #135 naar Namerikawa. Voorbij dit stadje kwam ik terug aan de zee uit. Hier stak ik enkele snelstromende bergrivieren over die rechtstreeks in zee uitmonden.
Deels langs een vrijliggend fietspad volgde ik de kustlijn. De felle wind was van richting veranderd en blies nu tegen. Zeker toen ik na het kustfietspad terug tussen de open rijstvelden laveerde, dwong de wind me tot zware inspanningen. Met veel moeite reed ik soms maar 15 kilometer per uur op een vlakke weg.
Om 13 uur stopte ik aan een restaurant voor een kom noedelsoep. Volgens mijn kaartapp was het restaurant gespecialiseerd in noedelsoep, maar ze serveerden duidelijk veel meer dan dat. Een paar kilometer verder vernauwde de vlakte tussen de zee en de heuvels tot amper honderd meter breed. Terwijl de ruimte tussen de zee en de steile heuvels steeds smaller werd, begon de weg geleidelijk te stijgen. Een reeks van halfopen tunnels beschermde de weg tegen vallende rotsblokken.
Uiteindelijk kwam ik aan een echte tunnel. Gelukkig kon ik de tunnel omzeilen langs een vrijliggend fietspad tussen de klif en de zee. Hier fotografeerde ik voor de laatste keer mijn ligfiets met de Japanse Zee op de achtergrond.
Door halfopen tunnels daalde ik terug af naar het zeeniveau. Tien kilometer verder bereikte ik de eindbestemming Itoigawa. In het plaatselijke filiaal van de Route-Inn hotelketen had ik een kamer geboekt. Het zeezicht vanuit mijn kamer was een leuke verrassing, ofschoon de zee nog tweehonderd meter verder ligt.
Juist naast het hotel ligt een filiaal van de restaurantketen waar ik in Nara tweemaal heb ontbeten. Om 19 uur wandelde ik er naartoe. Op een zondagavond zat het restaurant goed vol. Er stond een wachtrij tot aan de deur. Ik zag de wachtende mensen voor mij gegevens neerpennen in een formulier op een lessenaar. Ik volgde hun voorbeeld. Met behulp van de vertaalapp van Google begreep ik wat ik moest invullen: naam, aantal volwassenen en kinderen, roker of niet. Een kwartier later kwam er een tafeltje voor twee vrij en doorstreepte de serveerster mijn naam op het formulier.
Fietsstatistieken:
83,35 km
4 u 28 min
18,63 km/u

18 mei: De stranden van Kaga

Deze morgen bedekten wolken nog steeds de volledige hemel, maar ze waren minder grijs dan gisteren. Met 24°C was de temperatuur wel OK. Geen ideaal strandweer, maar toch trok ik er op uit met de ligfiets. De weerdienst voorspelde een onweer om 17 uur en nadien heel de nacht regen. Voor de zekerheid nam ik behalve mijn zwembroek ook regenkleding mee. Na negen kilometer zocht ik me een weg door de onoverzichtelijke steegjes van het dorp Kurosaki. Aan de andere kant van het dorp eindigde een steile klim aan een parking. Tussen de lokale begraafplaats en een bamboebos liep een aardeweg de kam van de heuvel over. Ik parkeerde mijn ligfiets. De aardeweg leidde naar een verlaten strandje omringd door groene kliffen.
Op Google Maps had ik foto’s gevonden van een overdekt strandterras. Deze constructie was niet te bekennen. Er lagen wel vele hopen aangespoelde rommel. Open en bloot trok ik mijn zwembroek aan. Het strand liep steil in zee af. Ik waagde me maar een goede vijf meter van de waterlijn. Ik was er helemaal alleen, niemand zou me komen redden mocht ik in de problemen komen. Het zeewater was niet warm maar ook niet te koud. Onder een stralende zon zou een duik in de Japanse Zee zeker een verfrissing zijn.
Ik liet me vanzelf opdrogen en fietste naar het volgende strand. Het grotere Katano Beach lag eveneens vol aangespoelde rommel. Zouden Japanners bij mooi weer hun strandlaken tussen de rommel leggen? Dat geloof ik niet. Hier was er wel een horecazaak, maar het Sea Side Café serveerde uitsluitend koffie.
Volgens de toeristische kaart van de regio Kaga zou er tussen Katano Beach en Shioya Beach een pittoreske fietsroute liggen. Ik zag wegwijzers maar die stuurden me in een kringetje. Daarom nam ik de gewone weg langs het binnenland. Op het groene strand van Shioya Beach zag ik ook geen strandkloppers.
Een kilometer verder overschreed ik de duizend fietskilometers in Japan. Even later vond ik een restaurantje voor een late lunch. Via dezelfde route als gisteren fietste ik terug naar Katayamazu Onsen. De lucht was grijzer dan ’s ochtends. Toch besloot ik om nog een rondje rond het Shibayama meer te fietsen. Rond het meer loopt een bewegwijzerde fietsroute van zeven kilometer. Na anderhalve kilometer voelde ik druppels vallen. Ik zette door, en terecht. Van een echte regenbui was nog geen sprake.
Tegen half vier arriveerde ik droog aan het hotel. Ik parkeerde mijn ligfiets onder een afdak. Wat mij betreft mocht het voorspelde onweer nu losbarsten.
Toen ik me na 18 uur in het buitenbad van de onsen ontspande, was het zachtjes aan het regenen. Van een onweer was vooralsnog geen sprake.
Fietsstatistieken:
48,74 km
2 u 32 min
19,21 km/u

17 mei: Tsuruga –> Katayamazu Onsen

De etappe van vandaag was nog twee kilometer langer dan die van gisteren. Met de positieve ervaring van gisteren in het achterhoofd, stond ik toch iets later op. Lichtelijk overeten verliet ik het ontbijtbuffet. Ik controleerde nogmaals de weersvoorspelling. Rond de middag zou het regenen. Dat is al een pak beter dan de voorspelling van gisteren, die stelde dat het de hele dag zou regenen. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille toch op in een plastic zakje in mijn bagage.
Om 7u45 vertrok ik onder een zwaarbewolke hemel. Eerst fietste ik op Route #8 door de heuvels ten noorden van Tsuruga. Na 8 kilometer kwam ik aan de Japanse Zee uit. Vervolgens fietste ik 60 kilometer langs de ruige kust van Echizen.  Rechts van de weg rezen steile groene heuvels op, en links lag de kalme Japanse Zee met talrijke rotseilandjes.
In het eerste stuk was er nog veel verkeer. Enkele kilometers verder dook de drukke Route #8 terug de heuvels in, en volgde ik de rustige Route #305 langs de kustlijn. Op een Michelinkaart zou deze weg zonder twijfel aangeduid worden als ‘route pittoresque’ en over de hele lengte groen gemarkeerd zijn. Bij een impulsieve stop voor een fotomoment kreeg ik mijn linkse sandaal niet tijdig los uit de klikpedaal. Ik viel om en schaafde mijn elleboog. Mijn ligfiets was gelukkig in orde. Na de nodige EHBO-zorgen fietste ik verder. De schaafplek aan mijn elleboog zal vanavond wel flink pikken in het hete bad van de onsen.
De kustweg was verrassend vlak. Slechts af en toe moest ik kort klimmen. De kilometers maalden weer supervlot. Alleen het dozijn tunnels zorgde telkens voor een kort oponthoud. Voor elke tunnel stopte ik om mijn fietsverlichting aan te steken, en na de tunnel opnieuw om de lichten te doven. De meeste tunnels en zeker de langere hadden een verhoogd fietspad.
Nog voor tien uur begon het zachtjes te druppelen. Twee kilometer verder stopte ik onder een groot afdak. Ik trok mijn regenkleding aan en bevestigde de regenhoezen van mijn banaantassen. Toen ik eindelijk klaar was, was de regen al over. Twee kilometer verder borg ik mijn regenbescherming terug op.
Regelmatig waarschuwden verkeersborden voor grote golven. Vandaag was de waarschuwing niet nodig want de zee was zeer kalm. Het verkeersbord leek me geïnspireerd op de iconische prent van Hokusai met de grote golf. Vergelijk zelf bij Google Arts & Culture.
Nadat ik de prachtige kustlijn had verlaten, beklom ik een onverwacht lange heuvel. Op de top blies ik uit aan een houtzagerij. Een jonge vrouw kwam uit het kantoor en bood me een blikje cola en een flesje fruitsap aan. De cola was lauw, dus die legde ik opzij. Het fruitsap was wel gekoeld en goot ik vlot naar binnen. Ze was helemaal weg van mijn ligfiets. Ik somde de steden op waar ik al doorgefietst was. Bij elke stad trok ze grote ogen en zei ze het Japans equivalent van ‘wow!’. Ze vroeg of ze een foto van de ligfiets mocht maken, en uiteraard stemde ik toe. Een collega trok nog een paar foto’s van ons. Ik nam afscheid en fietste verder onder een luide ‘Kijk hoe hij fietst!’ (maar dan in het Japans).
Ik lunchte in de cafetaria van een winkelcentrum. Rond 14 uur begon het terug licht te druppelen. Een echte bui bleef gelukkig uit, en even later stopte de regen. In deze etappe verpulverde ik mijn snelheidsrecord van gisteren met meer dan 1 kilometer per uur. Mijn record in Japan staat nu op het gemiddelde van 22,71 kilometer per uur.
Om vijf na drie arriveerde ik in het kuuroord Katayamazu Onsen aan het Shibayama meer op ongeveer 7 kilometer van de stad Kaga. Ik had een kamer geboekt in het New Maruya Hotel. Dit vakantieverblijf maakt deel uit van dezelfde Yukai Resort keten waar ik ook in Toba twee nachten verbleef. Mijn verbazing was groot toen ik de kamerdeur opende. Ik had een reuzegrote familiekamer gekregen van wel 70 vierkante meter groot. De kamer had een badkamer met afgescheiden toilet en douche, een slaapkamer, een zithoek met zetels, een leefkamer met tatami’s, en een lange gang.
Ik liet mijn bagage achter en verkende te voet het centrum van Katayamazu Onsen. Behalve dat het kleine stadje bovenmatig veel hotels had, was er weinig bijzonders te zien. Voor het diner ontspande ik me in de onsen met zicht op het meer. Ik heb geen sauna gevonden, misschien is er geen. In het aanbod van het buffetrestaurant herkende ik veel gerechten van in Toba.
Fietsstatistieken:
112,59 km
4 u 57 min
22,71 km/u

16 mei: Kyoto –> Tsuruga

Terwijl veel Belgen nog wakker waren, begon ik in Japan al aan een nieuwe dag. Om 6u15 (23u15 in België) liep mijn wekker af en stond ik op. Ik ontbeet en pakte mijn bagage terug in. De paraplu liet ik achter in het hotel. Om 7u40 fietste ik de straat uit. Mijn fiets-gps spartelde tegen en begon zonder noodzaak de route te herberekenen. Ondertussen navigeerde ik op mijn smartphone Kyoto uit tijdens de ochtendspits. Na een abrupte stop om op de kaartapp te kijken, viel mijn ketting er af. Ik trok latex wegwerphandschoenen aan en in een wip legde ik de ketting er terug op. Met propere handen fietste ik verder de stad uit. Intussen had de gps eindelijk de route herberekend en kon ik verder op de fiets-gps navigeren. Met een korte en makkelijke klim stak ik de oostelijke heuvelrug over. Na een vlakte kwam er een tweede en steilere heuvelrug. Aan de voet van de heuvels splitste de snelweg waar ik op fietste als een bos bloemen. De gps kon niet duidelijk maken welke bloem ik moest volgen. Ik koos voor Route #161 omdat op de wegwijzer mijn eindbestemming Tsuruga werd vermeld. Via een korte klim over een viaduct boog deze snelweg naar links af, terwijl ik volgens de gps meer rechtdoor moest. Ik stopte aan een oprit en raadpleegde de kaartapp van mijn smartphone. Route #161 ging de juiste richting uit, maar zou even later verdwijnen in een tunnel van anderhalve kilometer. Daarom wilde de gps me een andere snelweg laten nemen. Voorzichtig verliet ik Route #161 via de oprit. Aan de andere kant nam ik de oprit naar Route #1. Deze snelweg werd even later samen met een expresweg en een spoorlijn door een smal dal geperst.
Na de afdaling kwam ik in de stad Otsu aan het Biwameer. Met een oppervlakte van 675 vierkante kilometer is het Biwameer het grootste meer van Japan. Vandaag zou ik de volledige lengte van het meer affietsten. Van Otsu tot het 20 kilometer verder gelegen Katata fietste ik door één lange verstedelijkte zone. Uiteindelijk mocht ik van de gps Route #558 met de talrijke verkeerslichten verlaten voor een klein baantje vlak naast de oever van het meer.
Via de rustige Route #601 kwam ik 10 kilometer verder uit op de drukke hoofdweg #161 naar Tsuruga. De kilometers maalden supervlot. De wind blies zachtjes in mijn voordeel. Aan het uiteinde van het Biwameer sloeg ik linksaf een jaagpad naast een bergrivier in. De rivier stroomde rond een berg, en zo kon ik veel geleidelijker hoogte winnen dan langs Route #161.
Intussen was het middag geworden en keek ik uit naar een lunchgelegenheid. Op de kaartapp had ik twee kandidaten gezien, een café-lunchbar en een baanrestaurant. De lunchbar lag zo afgelegen dat haar faling me logisch leek. Het baanrestaurant lag wel optimaal aan een kruispunt van twee snelwegen, maar toch was het al jaren failliet. Bij het tankstation ertegenover vond ik alleen frisdrankautomaten maar niets om te eten. Ik stak een van de snoepjes in mijn mond die de chef-kok me onderweg naar Nara had gegeven. De bees smaakte een beetje zoals een Napoleon bonbon. Al zuigend op het snoepje vatte ik de slotklim aan.
Vijf kilometer verder en 200 meter hoger bereikte ik de top bij een skistation in verval. Na een snelle afdaling reed ik al voor 14 uur mijn eindbestemming binnen. Op twee kilometer van mijn hotel merkte ik eindelijk een restaurant op. De handelszaak kondigde haar gerechten in Japanse tekens aan zonder de gebruikelijke foto’s. Intussen heb ik al voldoende ervaring om de zaak als baanrestaurant te herkennen.
Na de noedelsoep legde ik vlot de laatste twee kilometer naar het hotel af. Ik had een kamer geboekt in het Manten Hotel aan het station van Tsuruga. In deze buurt zijn wel meer zakenhotels te vinden. Ik trok mijn zwembroek onderaan en legde me terug op mijn ligfiets. Tsuruga ligt aan een baai in de Japanse Zee. Een kleine vier kilometer verder in een park vol naaldbomen stopte ik aan het strand. Ik zag niemand zwemmen dus besloot ik om het ook niet te doen. Wel stak ik mijn voeten even in het koude zeewater. Er dreven overal kleine kwallen van 5 cm lang, dus ik was er snel terug uit.
Ik fietste terug naar het hotel. Na de douche ging ik me ontspannen in de onsen en de sauna. In de infomap van het hotel las ik dat alleen de mannenafdeling een sauna heeft. Vrouwen kunnen hier dus niet van de sauna genieten. Ook in Japan is er nog werk aan de gelijkheid tussen man en vrouw.
Op voorhand had ik de zwaartegraad van deze etappe een beetje overschat. Dat was voor niets nodig. Van alle ritten die ik tot nu toe in Japan heb gefietst, was dit de langste maar ook de snelste etappe.
Fietsstatistieken:
114,17 km
5 u 17 min
21,60 km/u

15 mei: Nog meer tempels en zentuinen

Gisteren was ik maar tot halverwege de oostelijke flank van tempels en zentuinen geraakt. Na het ontbijt pikte ik de draad van gisteren weer op. Ik fietste eerst 3 kilometer pal in oostelijke richting naar de Chion-in tempelsite. In de buurt van de hoofdingang waren ruime parkings voor bussen voorzien maar niets voor fietsen. Overal stonden verbodsborden, nergens kon ik mijn ligfiets reglementair parkeren. Ik vroeg aan een parkeerwachter waar de fietsenparking was, en hij wees vaag in de richting van downtown Kyoto. Ik durfde mijn ligfiets hier niet achterlaten. De stad verwijdert systematisch verkeerd geparkeerde fietsen. Ik had echt geen zin om na het bezoek aan de tempel bij de politie mijn ligfiets te moeten zoeken. Mijn degelijk kettingslot van Abus kost overigens meer dan de boete van 2.300 ¥ (17,55 €). Ik kan begrijpen dat het stadsbestuur Amsterdamse toestanden wil vermijden, maar voorzie dan wel voldoende fietsparkeerplaatsen.
Op mijn kaartapp zocht ik fietsenstallingen in de buurt. Uiteindelijk stalde ik mijn ligfiets op de officiële parking van het Nationaal Museum voor Moderne Kunst. Vervolgens wandelde ik meer dan een kilometer terug naar de Chion-in tempel. Als voorbereiding voor de restauratie waren bouwvakkers het hoofdgebouw aan het overkoepelen. Zo kan het niet binnenregenen als ze later het dak renoveren.
Het werflawaai verstoorde het zengevoel in de twee zentuinen van de tempel. Grind werd in deze tuinen voornamelijk gebruikt voor de wandelpaden en niet als sierelement. De groenpracht domineerde in deze zentuinen. De horden bezoekers van gisteren ben ik vandaag niet meer tegengekomen.
Na de Chion-in tempel bezocht ik de naburige Shoren-in tempel. Hier was wel een fietsenparking, maar die stond niet op mijn kaartapp. Op blote voeten wandelde ik eerst op de balkons van de houten tempelgebouwen. Ik passeerde langs oude beschilderde schuifdeuren en kleine altaren. Nadien wandelde ik op mijn teenslippers door de groene zentuin.
Op de terugweg naar mijn ligfiets ging ik een restaurant binnen. Ik bestelde het lunchmenu van 1.050 ¥ (8,01 €). Even later at ik omelet met rijst en een tas maïsroomsoep. Achteraf bracht de serveerster nog een heerlijke kop koffie.
Na de middag fietste ik naar de Nanzen-in tempel. Deze tempel had gelukkig wel een fietsenparking. Ook hier combineerde het bezoek een balkonwandeling met een afsluitende tuinwandeling.
Aansluitend bezocht ik de naburige Eikando Zenrin-ji tempel en zentuin. Daarna fietste ik 2 kilometer noordwaarts naar de laatste tempel op mijn programma. Bij de Ginkaku-ji tempel was het drukker dan de vorige tempels, maar nog lang niet zo druk als gisteren.
Na de tuinwandeling was het bijna 16 uur. Ik had zin om nog een site te bezoeken. Mijn verstand zei evenwel dat de meeste sites tussen 16 en 17 uur sluiten, en dat ik waarschijnlijk toch te laat zou aankomen. Daarom rondde ik mijn citytrip aan Kyoto af en fietste ik terug naar het hotel. Bij de aankomst aan het hotel zat de achterwielspanner nog vrij goed. Ik besloot het er op te wagen. Hopelijk houdt de wielspanner het morgen ook tijdens een etappe van meer dan 100 kilometer.
Fietsstatistieken:
15,66 km
0 u 58 min
16,18 km/u

10 mei: Iga –> Nara

De rit naar Nara was maar een halve etappe van 45 kilometer. Dus fietste ik na het ontbijt de heuvel op naar het Ueno kasteel. Ik parkeerde mijn ligfiets en wandelde in het park rond het kasteel. Een man die zijn hond uitliet bood spontaan aan om een foto van mij te nemen.
Aan de andere kant van het park botste ik op het Ninja Museum. Eergisteren in de sauna vertelde ik mijn reisschema aan een geïnteresseerde Japanner. Bij Iga riep hij spontaan “ninja!”. Nu werd het verband ook voor mij duidelijk. Op een donderdagochtend was het zeer kalm in het museum. Ik kocht een ticket voor 756 ¥ (5,80 €). Even later kreeg ik een privé-demonstratie van een verklede gids. Niet de vechttechniek maar de ninja-kunst om je te verbergen vormde het onderwerp van de demonstratie. Speciaal voor dit doel was een ninja-huis vol verborgen ruimtes nagebouwd. De gids demonstreerde hoe hij zich in een oogwenk achter een valse wand kon verbergen of een zwaard uit de vloer kon tevoorschijn toveren. Na de demonstratie bezocht ik de vaste opstelling van wapentuig en ander ninja-gereedschap.

Ik fietste terug naar het hotel om mijn bagage op te pikken. Even voor elf uur vertrok ik naar Nara. Route #163 liep eerst heuvel op heuvel af. Na 8 kilometer daalde de weg af naar de rivier Kizu. De rest van het traject volgde de weg de rivier door het beboste dal. Zonder fietspad was Route #163 net te druk om aangenaam op te fietsen.

Intussen had ik ook een probleem met de achterwielspanner. Hierdoor liep de uitlijning van het achterwiel scheef. Zo verhoogde de rolweerstand en sleep de remschijf tegen de schijfrem. Ik stopte en probeerde de ideale uitlijning te herstellen. Na verscheidene pogingen leek het in orde, maar een halve kilometer verder kwam het probleem terug. De herhaaldelijke uitlijnstops zorgden voor veel oponthoud. Omstreeks 13 uur had ik nog maar 26 kilometer afgelegd. Ik fietste door een bosrijke maar schaarsbewoonde streek. Het baanrestaurant ‘Daisen’ kwam dus onverwacht. Ik bestelde ‘katsudon’ (rijst met gepaneerde kotelet). Na de maaltijd volgde de chef-kok me naar buiten. Geïnteresseerd vroeg hij welke route ik fietste. Hij was verbaasd dat ik helemaal uit Tokyo naar hier was gefietst. Hij gaf me twee zakken snoep als aanmoediging cadeau.
Na ongeveer 35 kilometer sloeg ik linksaf en stak ik de rivier Kizu over. De volgende kilometers werd het steeds drukker. Om kwart na drie arriveerde ik aan het Onyado Nono Hotel vlakbij het treinstation van Nara. Het uithangbord van het hotel was zeer discreet, dus ik was er eerst voorbij gefietst. Het relatief nieuwe hotel is smaakvol ingericht met veel Japanse stijlelementen. Overal liggen tatami matten, dus iedereen loopt verplicht op blote voeten of sokken rond. Mijn schoeisel heb ik opgeborgen in de schoenenkluisjes naast de receptie. Op mijn blote voeten zwierde ik mijn bagage in mijn kamer af. Daarna sprong ik met mijn teenslippers terug op de ligfiets. Ik blijf twee nachten in Nara, maar ik wilde de historische site al even verkennen. Een dikke kilometer verder bezocht ik het Kofukuji tempelcomplex aan de voet van het historisch park. De tempel rechts van mij heeft de toepasselijke naam ‘Vijf-Verdiepingen-Pagode’, en dateert uit de vijftiende eeuw.

Bij valavond bezocht ik het onsencomplex van het hotel. Aan het station van Nara heb je natuurlijk geen zeezicht, maar het Japanse bad was weer zeer ontspannend.
Fietsstatistieken:
48,57 km

2 u 37 min

18,59 km/u

9 mei: Toba –> Iga

De shinto-goden van Ise Jingu hadden mijn schietgebedje gehoord. Toen ik vanmorgen opstond was het droog. Na het ontbijtbuffet verliet ik het resort. De uitcheckautomaat had een knop ‘English’, maar de kwitantie rolde er in het Japans uit. Er kwam per nacht een extra kost van 150 ¥ (1,15 €) bij. Het is mij niet duidelijk of het om kuurtaks dan wel BTW gaat. Google Translate vertaalde de Japanse karakters in ‘XB’, en daar werd ik niet wijzer van.
Ik fietste eerst terug naar Ise Jingu Geku langs dezelfde weg als gisteren. Via Route #37 fietste ik het centrum van Ise uit. De wind stond pal op kop. Indien ik zou moeten kiezen tussen de hele dag regen of de hele dag wind tegen, dan kies ik zonder aarzeling voor het laatste. De rivieren die ik overstak waren sterk gezwollen. Voor de regendagen stroomden de ondiepe rivieren gewoonlijk slechts door één geul van hun brede bedding. Nu gebruikten ze bijna de volledige breedte.
Onderweg naar de stad Tsu merkte ik een bushokje met fauteuils op. Dat lijkt me een slim idee. In plaats van je oude zetel naar de kringloopwinkel te brengen, zet je hem gewoon in het bushokje op het einde van je straat. Zo kan je er nog jarenlang van genieten telkens als je op de bus zit te wachten.
In Tsu nam ik niet de directe weg naar mijn eindbestemming Iga. De kortste weg leidt immers dwars door een laaggebergte. Verderop had ik een weg gevonden die geleidelijk de nodige hoogte won. Dus fietste ik Tsu voorbij in de richting van Seki. De drukke Route #10 had maar één rijstrook in elke richting en vaak geen apart fietspad.
’s Middags stopte ik aan een baanrestaurant. Van de Japanse menukaart kon ik alleen de cijfers lezen. De foto’s van de gerechten gaven me alvast een indicatie van de diverse schotels. Aan de hand van de structuur van de kaart begreep ik dat er een lunchaanbieding was: twee schotels plus dessert voor 950 ¥ (7,31 €). Even later bracht de serveerster een grote kom rijst met lange roereislierten. Deze schotel was voor mij qua omvang al een volwaardige maaltijd, maar een minuut later bracht ze ook nog een grote dampende kom noedelsoep. Zo stonden er twee maaltijden voor mijn neus, en ik moest nog 40 kilometer fietsen. Ik heb de rijst en de noedels maar voor tweederde opgegeten. Het dessert had ik eigenlijk niet verdiend. Licht overeten legde ik me terug op mijn ligfiets.
Voorbij de oprit van de expresweg sloeg ik linksaf Route #25 in. Deze rustige baan volgde de loop van een rivier. Al snel fietste ik midden in de groene bossen. Ik hoorde alleen het rivierwater klateren en de Japanse vogels fluiten. Af en toe passeerde er een auto. Eenmaal voorbij de steengroeve zag ik niemand meer. Zo klom ik 11 kilometer lang geleidelijk aan naar 300 meter hoogte. Deze weg is echt een aanrader.
Omstreeks half vijf arriveerde ik aan het Ueno Frex Hotel. Deze hoteltoren staat in de stadsrand van Iga tussen baanwinkels en pinksterkerken. Voor de ronde som van 5.000 ¥ (38,43 €) heb ik een westerse kamer inclusief ontbijt. Mijn ligfiets mocht zelfs bij mij op de kamer overnachten, maar eerst heb ik de ketting gesmeerd. Dat was nodig na de voorbije regendagen. Bovendien heb ik intussen al ruim 600 kilometer op Japanse bodem gefietst.
Fietsstatistieken:
107,82 km
6 u 5 min
17,73 km/u

8 mei: Uitstap naar Ise Jingu

Het was nog droog toen ik deze morgen opstond. Gekleed in yukata ging ik naar het ontbijtbuffet. De brede mouwen van de yukata zijn niet zo handig. Ze hadden de neiging om het eten te raken. Geheel conform aan de weersvoorspelling begon het na het ontbijt alsnog te regenen. Ik besloot om te volharden in mijn planning en een daguitstap te maken naar Ise Jingu. Om een hele dag binnen in een hotel te zitten, daarvoor ben ik niet naar Japan gekomen. Bovendien gaat de onsen pas om vier uur in de namiddag open. Ise Jingu is het meest vereerde shinto schrijn in Japan. Het telt twee tempelsites die enkele kilometers uit elkaar liggen. De oorsprong van de schrijnen gaat ruim 1700 jaar terug.
Gehuld in regenkleding lag ik om tien uur op mijn ligfiets. Eerst terug naar Toba-centrum, dan een drukke baan volgen, en na 5 kilometer aan een 7-Eleven linksaf. Deze rustige weg deelde een dal met een riviertje en een spoorlijn. Na een eerste steile kilometer volgde een langere maar geleidelijke afdaling naar de stad Ise. In Ise had het al urenlang niet meer geregend want de straten waren nagenoeg droog. Ik fietste eerst door het stadscentrum naar Ise Jingu Geku, het buitenschrijn. Het hoofdschrijn van de Geku-site was niet toegankelijk, tenzij voor leden van de keizerlijke familie. De gewone Japanners en ik mochten zelfs geen foto’s maken bij het buitenste hek. Van op afstand zag de zijkant van het gebouwencomplex er uit als op de onderstaande foto.
Om de twintig jaar wordt een perfecte kopie van het schrijn opgetrokken op het aanpalende keienveld. Het vorige schrijn wordt dan afgebroken. Het gebouwencomplex van op de foto is dus van recente datum en zeker niet uit de derde eeuw. Op de site staan nog drie kleinere tempels, en die mochten wel gefotografeerd worden.
Het aanpalende Sengukan Museum was helaas gesloten. Vorige herfst was het museum getroffen door een tyfoon, en de schade was nog niet hersteld. Ondertussen had de regenbui mij ingehaald en begon het hier ook te druppelen. In de regen fietste ik naar het vier kilometer verder gelegen Ise Jingu Naiku, het binnenschrijn. Deze tempelsite ligt in een bos aan een rivier. Net als op de Geku-site werden gewone stervelingen op een respectabele afstand van het hoofdschrijn gehouden.
Na het bezoek aan de Naiku-site wandelde ik aan de overkant een straat vol houten huisjes in. De autovrije straat bootste een winkelstraat uit het vroegmoderne Japan na. Ik negeerde de souvenirwinkels en keek uit naar een restaurant om te lunchen.
In één ruk fietste ik na de lunch terug naar het hotel. Ik had mijn doorweekte kleding al opgehangen toen ik vaststelde dat de kuisploeg mijn yukata had meegenomen. Dus trok ik met tegenzin terug mijn natte en koude kleren aan om op het gelijkvloers een nieuwe yukata van het rek te nemen. Net als gisteren ontspande ik me vlak voor de schemering in de onsen. Daarna trok ik gekleed in de yukata en de bijhorende vest naar het buffetrestaurant. Alvast op het vlak van kleding viel ik vanavond niet uit de toon.
Fietsstatistieken:
37,47 km
1 u 56 min
19,32 km/u

7 mei: Hamamatsu –> Toba

De weersvoorspelling had gelijk, toen ik opstond regende het pijpenstelen. Vandaag was de eerste bestemming de veerboothaven van Iragomisaki. Aan deze kaap op het Atsumi schiereiland wilde ik de veerboot naar Toba nemen. Er was weinig wind, dus de veerdienst zou normaal werken. Tegen regen moet een veerboot kunnen, ze zijn immers waterdicht. Ik vertrok in regenkleding. Nog voor ik de stad Hamamatsu uit was, was ik al doorweekt. In de gutsende regen een minuut aan een verkeerslicht wachten, daar word je snel nat van. Doornat fietste ik langs lagunes omzoomd met palmbomen.
Gelukkig kon ik de aanwijzingen op de fiets-gps slaafs volgen. In de gietende regen is het geen pretje om aan elk kruispunt de weg te zoeken op je smartphone. Na 24 kilometer klom ik naar een plateau. Boven sloeg ik linksaf in Route #42. Deze rustige weg liep door een ruraal en licht glooiend landschap. Dit soort weg ligt me wel. Eindelijk kon ik eens tempo maken. De kilometers maalden vlot in een landelijke omgeving met veel glasteelt. De regen werd gevoelig minder, en ik begon zelfs te genieten van het fietsen.
Geleidelijk aan daalde ik terug af naar het zeeniveau. Op drie kilometer van de ferryhaven volgde nog een laatste steile beklimming. Al om 12u30 arriveerde ik na 75 kilometer aan de terminal. Ik kocht meteen een enkel ticket voor 2.580 ¥ (19,80 €) voor de boot van 13u40. Dit was dubbel zo duur als de veerboot van Kanaya naar Kurihama. Waarschijnlijk heb ik voor mijn ligfiets moeten bijbetalen. In de toiletten trok ik een droge T-shirt aan. Daarna at ik een kom rijst met kip en groenten in de cafetaria van de terminal. Tien minuten voor het vertrek fietste ik de veerboot op. De stouwers legden mijn ligfiets in de watten met enkele dekentjes.

Na een klein uur varen tussen eilandjes meerde de Isewan ferry aan in Toba. Dit is een vakantieregio aan de kust met verscheidene resorts. In een zeldzaam droog moment fietste ik op een kwartiertje naar mijn hotel. Ik had op voorhand twee nachten geboekt bij het Yukai Resort Saichoraku Hotel. Dit enigszins gedateerde vakantieverblijf ligt aan een vissershaven 3,5 kilometer ten noorden van de ferryterminal. Voor 8.400 ¥ (64,48 €) per nacht heb ik een ruime kamer in Japanse stijl met zicht op de zee en op de vissershaven. Het diner en het ontbijt zijn in de prijs begrepen. Vanavond slaap ik weer op een dunne matras op de grond. In tegenstelling tot de garage in Takeoka is er hier wel beddengoed. Het resort is duidelijk gericht op de eigen inwoners. De receptioniste sprak maar een paar woorden Engels. Ze troonde me mee naar een rek om de hoek om een ‘yukata‘ in mijn maat uit te kiezen. De katoenen badjassen in Japanse stijl lagen niet in stapels van S tot XXL maar volgens lichaamslengte. Ik schurkte tegen de ondergrens van mijn maat aan. De yukata raakte net niet de grond.
Ik hing mijn natte kleding te drogen. Na de warme douche zette ik thee. Terwijl ik de thee dronk barstte een felle regenbui los. Maar nu zat ik binnen lekker droog in mijn yukata. Tegen de schemering begaf ik me naar het onsencomplex. Behalve het Japanse bad van 40°C was er ook een ijsbad en een sauna. Geen idee of de sauna ook tot de Japanse cultuur behoort of uit Scandinavië is geïmporteerd. In de sauna raakte ik in gesprek met een Japanner. Hij kon maar een paar woorden Engels. Ik legde uit dat ik in zijn land een tour ‘by bike’ maakte. “Harley?” vroeg hij. Neen, ‘bicycle’, die rare soort fiets die je wellicht naast de ingang van het hotel zag staan. Vervolgens somde ik de plaatsen op waar ik vandaan kwam en de eerstvolgende etappes.

Om half acht startte mijn shift om te dineren in het restaurant. Ik viel een beetje uit de toon toen ik het restaurant betrad. Driekwart van de gasten liep in yukata rond. Ik had gewoon een broek en een hemd aan, want ik wilde het omgekeerde niet meemaken. Stel je voor dat ik in yukata zou arriveren terwijl iedereen gewoon gekleed is. Het buffet à volonté was zeer uitgebreid. Ik heb me moeten inhouden om me niet te overeten aan de onbekende lekkernijen.
Fietsstatistieken:
78,82 km
4 u 6 min
19,23 km/u

6 mei: Shizuoka –> Hamamatsu

Ondanks de harde matras heb ik goed geslapen in het Abant Hotel. Het inclusieve ontbijt had een westers aanbod van toast met roerei en worstjes. De koffie uit de automaat liep ook vlot binnen. Tegen half negen lag ik op de ligfiets. Eerst fietste ik de stad Shizuoka uit. Dan begon ik aan een zachte klim. Alvorens ik het door had, had ik de bergpas al bereikt. Vervolgens ging het door een tunnel terug naar beneden. De tunnel had gelukkig een breed afgescheiden fietspad.
Beneden in de vlakte kwam ik terug in verstedelijkt gebied. Na het oversteken van de tweede rivier stuurde de GPS me op een bospad recht een steile berg op. Ik vond het bospad niet, maar het alternatief was ook veel te steil om op te fietsen. Boven op het plateau kwam ik in een uitgestrekte theeplantage aan. Zelfs op zondag snoeiden theeboeren de theestruiken met een boogvormige haagschaar.

Zachtjes klom ik nog acht kilometer lang tussen de theestruiken verder het plateau op. Plots stuurde de GPS me in een supersteil baantje naar een dorpje in het dal. Aan de andere kant moest ik op momenten even steil terug naar boven klimmen, eerst tussen de theevelden, nadien door een bos. Vaak duwde ik mijn ligfiets naar boven. Uiteindelijk stuurde de GPS me een onverharde veldweg in, maar die liep dood aan een mesthoop.

Via een veel te steile afdaling op een smal bospad kwam ik stilaan terug in een verstedelijkte vlakte. Om kwart voor één hield ik halt bij een restaurant dat als logo een rode varkenskop had. Het bleek een Chinees noedelrestaurant te zijn. Ik wees op het fotomenu een schotel aan die er lekker uitzag. Even later werd een koude noedelsalade opgediend. Op een foto kan je niet zien of een schotel warm of koud is. Gelukkig had ik nog een bord warme rijst als bijgerecht besteld.
Na de middag fietste ik verder door de voorsteden van Hamamatsu. Ik volgde vaak snelweg #1 via een parallelweg of een fietspad. De talrijke verkeerslichten en viaducten drukten het tempo. Pas om tien na vier kwam ik bij het Hotel Concorde in het centrum van Hamamatsu aan. Net als gisteren is het een hoteltoren, maar dan wel dubbel zo hoog. Ook mijn kamer met twee eenpersoonsbedden op de elfde verdieping is hoger gelegen dan gisteren. Deze relatief ruime kamer had ik op voorhand geboekt voor 38,31 €.

Na de douche wandelde ik naar het kasteelpark van Hamamatsu dat vlak naast het hotel ligt. Nu had ik (een beetje) tijd om het kasteel te bezoeken, maar het was gesloten. Dus wandelde ik terug naar het hotel, en stak mijn vuile was op de vierde verdieping in een wasautomaat. Ik had er slechts twee muntjes van 100 ¥ (0,77 €) voor nodig, eentje voor de automaat en eentje voor een zakje waspoeder. Een wasautomaat in het hotel is wel handig op een fietsreis. Zo kan je ’s avonds zelf de was doen, en dan heb ik het niet over wassen in de lavabo. In mijn vorige fietsreizen in Zuidoost-Azië vond ik alleen wasserijen die er 24 uur over doen. Zoveel tijd had ik alleen op rustdagen ter beschikking.

Nadat ik de natte was voor nog een muntje van 100 ¥ in de droogtrommel had laten zwieren, wandelde ik de kilometer naar de uitgaansbuurt van Hamamatsu. Blijkbaar lag het kasteel en het hotel toch niet zo centraal in de stad. In de uitgaansbuurt was de keuze veel te groot. Uiteindelijk stapte ik impulsief een restaurant binnen. Naast twee kippensatés at ik een kom rijst met gehakt en een rauw ei erbovenop. Op de terugweg voelde ik fijne druppels vallen. Volgens de weersvoorspelling zal het morgen regenen…
Fietsstatistieken:

83,60 km
5 u 13 min

16,04 km/u

5 mei: Yumoto –> Shizuoka

Gisterenavond had ik drie in plastic folie ingepakte koffiekoeken gekocht om vandaag als ontbijt te eten. Zo kon ik tijd uitsparen. Na anderhalve koffiekoek was ik voldaan. Ik stopte de overschot in mijn banaantas om een eventuele hongerklop te counteren. Stipt om 8 uur lag ik op de fiets voor een zware etappe. Meteen na het oversteken van de rivier begon de beklimming naar de Hakone bergpas. In 10 kilometer klom ik bijna 800 hoogtemeters. De beklimming was veel te steil om in een ruk met al mijn bagage te doen. Ik pauzeerde veelvuldig om op adem te komen. In het midden was er een strook van 1,2 kilometer met 12 haarspeldbochten. Sommige binnenbochten waren te steil om te fietsen. Dan stapte ik af en duwde ik mijn ligfiets door de bocht naar boven.
Deze weg was in de vroegmoderne periode een van de belangrijkste wegen van Japan. De zogenaamde ‘Tokaido‘ verbond Tokyo met het westen van het land. Tegenwoordig gebruikt het doorgaande verkeer een snelweg met tunnels door de bergen.
Na twee uur en half afzien bereikte ik de de eerste kam. Hierna volgde een korte afdaling naar het Ashi bergmeer. Vanaf het meer heb je een prachtig zicht op de Fuji berg. Ik nam even de tijd voor een fotomoment.
Voorbij het meer begon de beklimming opnieuw. Nu was de helling minder steil als voor het meer. Na 16,50 kilometer bereikte ik op 846 meter hoogte de top van de Hakone bergpas. Ik trok mijn winddichte regenjas aan want het was maar 13°C op de top. Tegen 50 km/u en regelmatig nog sneller raasde ik naar beneden. Na een afdaling van 15 kilometer stond ik terug iets boven het zeeniveau in een sterk verstedelijkte vlakte. Na talrijke verkeerslichten bereikte ik een zeer rustige straat naast de highway met nummer #1. Onderweg scheen de zon de hele tijd. Het enige wolkje in de hemel hing boven de Fuji berg.
IMG_1522
Om half een stopte ik langs de kant van de weg en at ik de rest van mijn ontbijt als lunch. Meteen na de lunch fietste ik verder. De GPS voerde me kriskras door de stad Fuji naar een brug over de gelijknamige rivier. Nadien fietste ik naast de tsunamikering aan het strand en half onder de verhoogde highway #1 naar de haven van Shizuoka. Het was een rustig fietspad van vaak 6 meter breed. De grootste hinder ondervond ik van de felle wind op kop. Voorbij de haven fietste ik door de uitgestrekte voorsteden van Shizuoka. Na 100,50 kilometer arriveerde ik om 16u50 eindelijk aan het Hotel Abant. Net als alle andere overnachtingsplaatsen had ik op voorhand een kamer in het zakenhotel geboekt. Voor mijn kamer op de achtste verdieping had ik enkele maanden geleden 5.826 ¥ (44,63 €) betaald inclusief het ontbijt.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter, en fietste meteen naar het kasteel van Shizuoka. Ik had geen tijd meer om het kasteel zelf te bezoeken. Binnen de kasteelmuren is een groot park. Dit weekend vond er een evenement plaats. Het park stond vol tenten. Wat voor evenement het was kon ik niet opmaken. Het enige wat ik kon ontcijferen was dat er tussen 11 tot 19 uur een carnaval en sambagroep zou optreden.
Fietsstatistieken:
102,92 km
6 u 10 minuten
16,68 km/u

3 mei: Takeoka –> Yumoto

Afgelopen nacht had ik mijn eerste slaapervaring in de Japanse stijl. Doorheen de dunne matras voelde ik de harde tatamivloer. Met een tweede matras er op lag ik wel zacht. Beddengoed trof ik niet aan, maar wel een stapel fleecedekens. Ik gebruikte er een als dekbed en een tweede rolde ik op als hoofdkussen. Ik kroop in mijn zijden slaapzak, en ik sliep prima. Toen ik rond 7 uur opstond, waaide het hard. Mijn vrees werd waarheid toen ik de ferryterminal in Kanaya bereikte. De dienst was voor onbepaalde duur afgelast wegens stormweer.
Het enige alternatief was met de trein rond de baai sporen. Maar de stationschef weigerde mijn fiets omdat hij niet ingepakt was. Dus zat ik voorlopig vast in Kanaya. Ik besloot te wachten tot de wind zou gaan liggen, hopelijk in de namiddag, en anders morgen.
Achter het loket van de veerdienst zag ik een potje met paperclips. Met gebaren vroeg ik of ik er een mocht hebben. Nu kon ik eindelijk de Japanse simkaart installeren. Van thuis uit had ik een simkaart voor mobiele data gekocht en laten leveren in het Hedistar Hotel in Narita. Helaas kreeg ik de simkaartgleuf van mijn smartphone niet open. Je hebt een fijne pin nodig om de veer te activeren. De paperclip was ideaal voor dit doel. Ik verwisselde en installeerde de Japan Travel SIM van IJMio, en even later was ik na ruim 24 uur terug verbonden met de digitale wereld. Dit gaf de mogelijkheid om online een oplossing voor het ferryprobleem te zoeken en hiervoor Japanse contacten aan te spreken.
Tegen 11 uur had ik al grote honger. De industriële koffiekoeken waren blijkbaar snel verteerd. Ik stapte een westerse fastfoodtent binnen en bestelde een bord rijst met gepaneerde kotelet. Toen ik rond 12 uur terug aan de ferry terminal kwam, was de dienst hervat. Zeer opgelucht kocht ik meteen voor 1.200 ¥ (9,10 €) een ticket voor de boot van 12u25. Ik mocht als eerste inschepen. Wat later begon de bijna lege veerboot aan de overtocht.
De boot deinde licht op en neer, maar onvoldoende om zeeziek te worden. Veertig minuten later fietste ik in Kurihama de kade op. Eerst volgde ik een kanaal, vervolgens stak ik twee heuvelruggen over. Dan kwam ik aan het strand uit. De eerste kilometers stond het verkeer op de kustweg aan te schuiven in een lange file. Ik fietste de stilstaande auto’s langs links voorbij. Toen er twee rijstroken in elke richting waren, loste de file snel op.
Parallel met de kustweg liep een fietspad tussen het strand en de duinen. Helaas was het fietspad niet befietsbaar. De sterke wind had grote zandplassen op het fietspad geblazen. Bij de tweede plas ben ik uitgegleden. Het scheelde niet veel of ik was omgevallen. Ik besloot om terug te gaan en de kustweg te blijven volgen tot in de stad Odawara. Vanaf daar was het nog 5 kilometer klimmen tot Yumoto.
Met 2 tot 3 uur vertraging stopte ik aan het Hotel Suimei. Deze morgen heb ik lang gedacht dat ik er vandaag nooit zou geraken, maar het was toch gelukt. In dit hotel had ik op voorhand een kamer geboekt in een bijgebouw aan de overkant van de straat. Op initiatief van het personeel mocht ik mijn ligfiets in de hal aan de ingang stallen. Achteraf heeft men er een label met Japans opschrift aangehangen.
Na het diner van kip teriyaki trok ik de kimono van het hotel aan en begaf ik me naar de ‘onsen‘. Dit is een welnessbad in typisch Japanse stijl. De vakantieregio Hakone waar ik nu ben is bekend voor zijn vele onsen. Het water wordt speciaal aangevoerd uit de bergen. Een warm bad op zijn Japans is inderdaad heel relaxerend. Dit ga ik de komende weken nog vaak doen.
Fietsstatistieken:
79,22 km
4 u 25 min
17,91 km/u

2 mei: Narita –> Takeoka

Deze nacht compenseerde ik de slechte nachtrust van op het vliegtuig. Ik sliep goed, maar om zeven uur was ik al wakker. Ik ontbeet op het gemak in het restaurant van het hotel. Om vijf voor negen lag ik op de fiets voor de eerste echte etappe. In de heenreis wil ik de metropool Tokyo graag vermijden. De miljoenenstad ligt aan de gelijknamige Baai van Tokyo. Vandaag fiets ik naar de ene landtong. Morgen steek ik met een veerboot de baai over naar de andere landtong.
Eerst fietste ik langs een grote steenweg doorheen licht heuvelend landschap naar de provinciehoofdstad Chiba. Naast de weg lag meestal een combinatie voetpad-fietspad. Het pad wisselde voortdurend in kwaliteit en breedte. Lag het pad bijvoorbeeld op een verhoogde berm, dan liep het pad op elke oprit stijl af en terug op. Dat werkte als een heuse verkeersremmer voor fietsers. Gewoonlijk duidde een blauw verkeersbord met voetgangers en een fietser het voetfietspad aan.

Na het doorkruisen van de stad Chiba fietste ik langs de uitgestrekte haven. De brede en drukke baan had gelukkig een voetfietspad van soms prima kwaliteit. Tegen de middag was het 24° C bij een betrokken hemel, ideaal fietsweer wat mij betreft. Na 58 kilometer stopte ik aan een filiaal van een afhaalketen. Ik had al 15 kilometer geen restaurant meer gezien, dus ik was blij dat ik mijn honger eindelijk kon stillen. Het restaurantje had geen tafels om te zitten. De klanten reden meteen naar huis met hun bestelling. Ik moest mijn bakje rijst met fishsticks buiten op de stoep opeten. Voor het luttele bedrag van 300 ¥ (2,26 €) kon ik hier echt niet over klagen. Voorbij de haven kwam ik terug in de heuvels terecht. Eenmaal kon ik de drukke baan even vermijden dankzij een parallelweg langs pas aangeplante rijstvelden.

Op drie kilometer van mijn eindpunt stopte ik in het dorp Futssu aan een supermarkt. In het kleinere dorp waar ik logeer verwacht ik weinig faciliteiten te vinden. Ik kocht een paar industrieel vervaardigde koffiekoeken om morgen mee te ontbijten. In het laatste stukje had ik eindelijk zicht op de Baai van Tokyo.

Om half vijf na 92 kilometer arriveerde ik aan een oude garage in het dorpje Takeoka. Via AirBnB had ik de garage voor een nacht gehuurd voor 30,93 €. De garage was ruim genoeg voor twee auto’s, laat staan voor mijn ligfiets. In het voormalige kantoortje naast de garage kan je slapen. De slaapgelegenheid was eenvoudig ingekleed: een slaapzaaltje met tatami’s om volgens de Japanse gewoonte op de grond te slapen. Een lavabo met koud water en een hudo vormden de primitieve badkamer. Voorts stond er een frigo en microgolfoven plus een tafel en twee stoelen. Op voorhand heb ik lang gezocht naar een goede overnachtingsplaats. In de omgeving van de ferryhaven is het aanbod evenwel zeer beperkt. Uiteindelijk was ik blij toen ik de garage vond.
Ik waste me zo goed als mogelijk aan de lavabo. Na de wasbeurt zag ik dat het buiten zacht regende. Dat compliceerde mijn avondlijke plannen. Ik wilde immers een dorp terug fietsen om te dineren. In Takeoka is hoogstwaarschijnlijk geen eetgelegenheid. Ik trok mijn regenkleding aan en fietste in het donker terug naar Futssu. Aan het eerste het beste restaurant waar het licht brandde stopte ik. Ik kwam in een rommelige huiskamer terecht. De man des huizes bakte voor mij een bord noedels terwijl zijn echtgenote manden vlechtte. Een tiental zelfgevlochten manden hing aan de muur met een prijskaartje aan. Op de terugweg regende het nauwelijks. Ik kwam veilig terug bij de garage aan.
Fietsstatistieken:
99,47 km

5 u 28 min

18,17 km/u

1 mei: Aankomst in Narita

Om kwart voor acht ’s morgens landde de Airbus in Narita op ca. 75 kilometer van Tokyo. Het was kalm aan de immigratiedienst. Na twee vingerafdrukken en een portretfotootje plakte de ambtenaar een sticker in mijn paspoort. Ik zag mijn fietsdoos al van ver bij de bagageband staan. Even later rolden mijn banaantassen op de band en voelde ik me heel opgelucht en gelukkig. Mijn fietsreis kon echt beginnen.
IMG_1387-1024x768
Ik had nagelaten om op voorhand een airport pick-up te regelen. Dat begon zich snel te wreken. In de taxiwachtrij stonden uitsluitend klassieke sedans met kofferbak. Al de minibussen die ik zag waren gereserveerd. Een jongedame van de informatiedienst zocht samen met mij naar een oplossing. Met de fietsdoos dwars op een karretje gingen we een verdieping lager naar het treinstation. De poortbewaker schudde vastberaden met de vinger: geen fietsdozen op de trein! Bij de reguliere busdienst hetzelfde verhaal. Japanse luchthavens bieden een bijzondere dienstverlening aan om je bagage bij je hotel of thuis af te leveren. De bagage komt wel pas de volgende dag aan. Ook voor deze dienst was mijn doos te groot. Uiteindelijk besloot ik om mijn fiets uit te pakken en naar mijn hotel te fietsen. Mijn doos gaf ik voor 820 ¥ (6,17 €) in bewaring.
Gelukkig had ik op voorhand een rustige GPS-route uitgestippeld. De route liep grotendeels langs een kanaal met een jaagpad van grove grind. Langs de andere kant van het jaagpad lagen bamboebossen en pas aangeplante rijstvelden en hier en daar een mastodonthotel.
IMG_1388-1024x768
Een uurtje later arriveerde ik na ruim 10 kilometer aan het Hedistar Hotel. Hier had ik enkele maanden geleden een kamer geboekt voor 38,40 €. Ik liet mijn banaantassen achter, en fietste naar een 7-Eleven shop om aan de ATM yen af te halen. Op de terugweg at ik in een fastfoodrestaurant tegenover het hotel een heerlijke kom rijst met gepaneerde vleesrepen voor amper 529 ¥ (3,98 €). Vervolgens stapte ik op de gratis pendelbus van het hotel. Ik haalde snel mijn fietsdoos in de luchthaven op, en 10 minuten later nam ik dezelfde pendelbus terug naar het hotel. Deze extra lange minibus had achteraan een grote laadruimte met twee achterportieren, ideaal voor fietsdozen. De receptioniste beloofde om mijn fietsdoos gratis voor een maand te bewaren in het bagagelokaal. Beneden in de parkeergarage is er zelfs een fietsenstalling. Het Hedistar Hotel is dus zeer geschikt als hub voor fietsreizigers, op voorwaarde dat je vlucht na de middag landt. De pendelbus pikt pas vanaf de namiddag gasten aan de luchthaven op.
IMG_1400-1024x768
Rond half vijf besloot ik om de plaatselijke tempel te bezoeken. Het tempelcomplex was verrassend uitgestrekt en omvatte ook een park en een bos. De meeste tempelgebouwen waren gesloten, hoewel het complex de capaciteit had om veel volk te ontvangen.  Op de terugweg door het bos begon het al te schemeren.
Fietsstatistieken:
17,88 km
1 u 11 min
15,04 km/u

Nadien: tips voor toekomstige fietsreizigers

Traditiegetrouw schrijf ik achteraf een nabeschouwing met tips voor toekomstige fietsers. Maar eerst moet ik nog vertellen of ik herenigd werd met mijn ligfiets. Mijn laatste blogbericht eindigt immers in mineur. De fietsdoos was niet op de luchthaven van Zaventem aangekomen. Uiteindelijk verliet ik de luchthaven zonder ligfiets. De volgende avond werd de fietsdoos bij mijn ouders thuis afgeleverd. Waar mijn ligfiets zich in de tussenliggende uren bevond, blijft een onopgehelderd raadsel. Achteraf gezien had de tijdelijke verdwijning van mijn fiets onmiskenbaar enkele voordelen. Het bespaarde ons een nachtelijke autorit door de vrieskou over de autostrade met de koffer wagenwijd open. Met de fietsdoos in de koffer kunnen de achterportieren immers niet meer sluiten. Nu was het aangenaam warm in de cabine van de auto. Ik had toch geen fietsplannen voor de volgende dag. De dag na de levering aan huis pakte ik mijn fiets uit. De ligfiets had geen schade bij het transport opgelopen. Maar de fietsdoos was versleten en zou geen derde fietsreis meer aankunnen.

 

Overnachten langs snelweg #13

img_3282Mijn reis van Vientiane naar het zuiden liep grotendeels over snelweg #13. Tweemaal verliet ik deze snelweg om een lus in het binnenland te maken. Tijdens de reisvoorbereiding hield ik rekening met de overnachtingsmogelijkheden bij de indeling van de route in fietsetappes. De overnachtingsmogelijkheden vond ik voornamelijk in Google Maps en in de offline Open Street Maps van de app Maps.me. Maar soms vond ik geen overnachtingsmogelijkheid op het uitgebalanceerde punt tussen twee etappes. Veiligheidshalve voorzag ik dan een korte en een lange etappe. In werkelijkheid liggen er veel meer guest houses langs snelweg #13 dan de kaarten vermelden. Ik fietste meestal om de 10 kilometer voorbij een guest house. Wie een beetje van avontuur houdt, kan de route meer uitbalanceren. Onderweg langs snelweg #13 vind je ongetwijfeld een overnachtingsmogelijkheid in de buurt van je gewenste etappe-eindpunt. Indien de kwaliteit ondermaats is, fiets je gewoon verder naar de volgende overnachtingsmogelijkheid.

De guest houses langs snelweg #13 waren vaak in motelstijl gebouwd. De grote kamers hadden weinig charme maar beschikten wel over airconditioning en een eigen badkamer. Naast de vleugel met de kamers hadden vele motels een vrijstaand restaurant en soms ook een karaokebar gebouwd. De restaurants en karaokebars waren zonder uitzondering gesloten. De ambitieuze investeringen in restaurants en karaokebars rendeerden zo goed als nergens. Vaak was ik de enige gast in de guest houses langs snelweg #13.

 

Mobiele data via een lokale simkaart

img_4110Op aanraden van een badmintonvriend heb ik me een lokale simkaart aangeschaft. Simkaarten worden verkocht in kraampjes met smartphones. Ik betaalde slechts 40.000 Kip (4,69 EUR) voor de simkaart, maar volgens mij kan het nog goedkoper. Vervolgens liet ik er een pakket mobiele data op zetten. Voor amper 10.000 Kip (1,17 EUR) had ik recht op 250 MB data. Er zijn verschillende aanbieders van telecomdiensten in Laos waaronder Unitel en Beeline. Ik koos voor het merk Mphone van het staatsbedrijf Lao Telecom. De dekkingsgraad van Laotel was ruim voldoende. Overal langs de weg had ik ontvangst. Meestal surfte ik tegen een snelheid van 3G. In afgelegen streken had ik minstens een EDGE verbinding (2,5G). Mobiel internet kwam onderweg goed van pas. Zo kon ik de online kaarten van Google Maps raadplegen. Soms had mijn overnachtingsplaats geen wifi. Met de lokale simkaart en het mobiele datapakket kon ik toch in verbinding treden met het thuisfront. Later leerde ik hoe ik mijn smartphone als mobiele hotspot kon gebruiken. Zo kon ik mijn dagelijks blogbericht via mijn tablet publiceren. Het downloaden van de digitale krant ging met 3G ongeveer even snel als via de (trage) plaatselijke wifi. Maar het opladen van een prepaid Laotiaans gsm-nummer is niet vanzelfsprekend. Dat werkt via USSD codes. Ik had geen flauw benul van de USSD codes die Laotel gebruikte. Daarom slaagde ik in Tat Lo pas na de tweede aankoop om het belkrediet in mobiele data te converteren. Toevallig vond ik na mijn thuiskomst op het internet een wiki over prepaid simkaarten: http://prepaid-data-sim-card.wikia.com/ . Deze wiki geeft per land een overzicht van de aanbieders van prepaid simkaarten. Per operator verstrekt de wiki de valabele USSD codes om de simkaart op te laden. Bij mijn volgende fietsreis zal ik voor het vertrek deze wiki raadplegen. Het is immers te laat als je merkt dat je mobiel krediet de bodem heeft bereikt.

 

De staat van de wegen

wp-1479466622977.jpgWaarschijnlijk had ik geluk want ik passeerde geen wegenwerken in uitvoering. Vorig jaar in Cambodja fietste ik geregeld langs wegenwerken. De snelweg was voor enkele honderden meters opgebroken. Terwijl wegenwerkers de ene helft verhardden, reed het verkeer parallel over een stoffige zandstrook met wasbord en putten. Maar overal waar ik in Laos kwam waren de wegen grotendeels afgewerkt. Nochtans worden onverharde wegen in hoog tempo verhard. De Lonely Planet beschreef in haar editie van februari 2014 de 60 kilometer tussen Lak Sao en Ban Tha Lang als een ware helletocht. Omgekantelde vrachtwagens zouden de quasi-verticale beklimmingen van de bochtige grindweg versieren. Anderhalf jaar later was deze weg volledig verhard en de hellingsgraad gefatsoeneerd. In de haast om alle wegen te verharden gebruiken de wegenwerkers vaak minderwaardige materialen. Over een laag pek strooien ze dikke kiezels met een doorsnede van ruim een centimeter. Deze ruwe afwerking verhoogt de rolweerstand gevoelig. Voor auto’s en motorfietsen maakt het weinig uit, hooguit stijgt het brandstofverbruik. Maar op de fiets moest ik merkbaar harder trappen om vooruit te geraken. Mijn Schwalbe Marathon buitenbanden hebben de grove asfaltwegen goed verteerd. Uiteindelijk is ruw verhard nog steeds flink beter dan onverhard. De wegwijzers en plaatsnaamborden zijn steeds tweetalig Laotiaans-Engels.

 

De straathonden

img_4070Zoals overal in Zuidoost-Azië zijn straathonden in Laos talrijk aanwezig. Overdag slapen ze meestal op de rand van de straat. Op hun dooie gemak steken ze de weg over. Voor passanten hebben ze weinig aandacht. Blaffen en achternalopen doen ze haast nooit. In Laos had ik geen schrik van loslopende honden. Daarentegen kunnen de honden in Thailand en in het bijzonder in Ayutthaya een pak agressiever uit de hoek komen. In werkelijkheid heeft het merendeel van de honden een baasje en zijn het dus geen echte straathonden. Ze krijgen van hun baasje de vrijheid om op straat rond te hangen. Laotianen doen niet aan geboorteplanning bij honden. Vaak heeft een gezin twee of meer honden. Dezelfde ‘straathonden’ tref je ook aan in typische familiebedrijven zoals restaurants. Ze lopen vrij rond onder de tafels, en zelfs de keuken is voor hen geen verboden terrein. In guest houses moet je oppassen dat ze niet in je kamer binnenglippen. Evenals de Belgische honden zijn ze nieuwsgierig en zoeken ze je aandacht. Ze besnuffelen je en schuren tegen je benen. Het Instituut voor Tropische Geneeskunde adviseert om contact met loslopende honden te vermijden. De dodelijke ziekte rabiës (hondsdolheid) is immers nog niet uitgeroeid in Laos. In de praktijk bleek dit advies onhaalbaar. De honden luisterden nauwelijks en bleven aandacht zoeken. De incubatietijd voor rabiës duurt tot een jaar, dus ik tel met een bang hartje af. Hoogstwaarschijnlijk volkomen onterecht.

 

img_3339Laos ervoer ik als een genoeglijke bestemming voor fietsreizigers. Het land heeft voldoende afwisseling tussen natuur (watervallen en karstbergen) en cultuur (tempels en stupa’s). De horeca is er supergoedkoop, alleen in Thailand is eten en slapen nog goedkoper. Onderweg zijn er voldoende overnachtingsmogelijkheden om de fietsreis op maat in etappes in te delen. De alomtegenwoordige noedelsoep vormt de ideale lunch voor fietsreizigers. De soep bevat immers veel water, zout en eiwitten. Kortom, ik zie meer dan genoeg redenen om je eigen ‘Tour de Lao’ te maken. Zelfs aan fietsreizigers zonder ervaring in Zuidoost-Azië kan ik Laos warm aanbevelen. Mijn allereerste fietsreis in dit continent ondernam ik ook in Laos. Toen fietste ik van de hoofdstad Vientiane naar het noorden van het land. Achteraf gezien is het plattere zuiden toch iets makkelijker befietsbaar dan het bergachtige noorden.

4 december: De lange terugvlucht

Op een belangrijke vertrekdag zoals vandaag zorgt mijn onderbewustzijn ervoor dat ik me niet overslaap. Ruim een uur voor de wekker werd ik wakker terwijl mijn brein allerlei vertrekproblemen aan het oplossen was. Ik draaide me nog eens om, maar een kwartier voor de wekker afging stond ik alsnog op. Ik nam de tijd om rustig te ontbijten. Nadien trieerde ik mijn bagage. Stipt om 9:30u pikte het gereserveerde busje mij en mijn fietsdoos op met bestemming Suvarnabhumi Airport. Op een zondagvoormiddag was het verkeer rustig. Reeds 35 minuten later kwamen we op de luchthaven aan, precies drie uur voor het vertrek van mijn vlucht.
Volgens de voorwaarden van SWISS kost het transport van een fiets 100 EUR of 150 USD per richting. Dit bedrag moet in de lokale munt betaald worden. Helaas gebruikten de Thai de dollar als referentiemunt. Tegenwoordig is de wisselkoers van de euro bijna gelijk aan de dollar. Ik betaalde 5.380 Baht (142,07 EUR), dat is 1.600 Baht meer dan verwacht.
Na deze financiële tegenvaller ging ik naar de volgende hindernis. Ik moest de fietsdoos afleveren bij de afdeling Oversize Baggage Check-in. Zoals ik nog herinnerde van mijn vorige fietsreis, past mijn fietsdoos niet in de scanner. Ik hergebruikte dezelfde doos, dus ik had het probleem verwacht. De dames van de afdeling keken elkaar aan, niet goed weten wat te doen. Na enkele minuten stuurden ze me terug naar de check-in. De dame die het geld voor het fietstransport had ontvangen, was duidelijk aan het multitasken. Ze telefoneerde voortdurend terwijl ze met haar handen dossiers behandelde. Na 5 minuten vroeg ze plotseling of ik de fiets kon herverpakken. Ik antwoordde dat ik geen alternatief voor de doos had. Eventueel zou ik de fiets even kunnen uitpakken. Zo werd het probleem opgelost. Ik opende de doos, haalde mijn fiets eruit, en plaatste de ligfiets diagonaal op de lopende band van de scanner. De fiets verdween volledig in de scanner maar kwam er aan de andere kant niet uit. De ligfiets zat geblokkeerd. De bediende zette de loopband stil, en met verenigde krachten haalden we de fiets er langs de andere kant terug uit. Ik stak de fiets terug in de doos. Ten slotte boden de dames me tape aan om de doos terug te verzegelen.
wp-1480951873780.jpg
Nadat mijn fiets en ik eindelijk ingecheckt waren, passeerde ik achtereenvolgens de veiligheidscontrole en de paspoortcontrole. Ruim een half uur voor de boarding arriveerde ik aan de gate. Drie uur op voorhand komen was duidelijk geen overbodige luxe als je met een fietsdoos vliegt. De vlucht vertrok met een half uur vertraging naar Zürich. Geen nood, want de vluchtduur werd evenredig ingekort. Een uurtje later vlogen we over de Ayeryarwady delta van Myanmar.
wp-1480951880971.jpg
Drie films en elf uur later landde het vliegtuig voorspoedig op de luchthaven van Zürich. Maar was het nu echt nodig om in de veiligheidscontrole zo streng te zijn op vloeistoffen? Het voelde aan alsof de Zwitsers de veiligheidscontrole in Bangkok niet vertrouwden. Een kleine twee uur later steeg mijn aansluitende vlucht naar Zaventem op. Toen ik in Zaventem na de lange wandeling aan de bagageband kwam, zag ik meteen mijn banaantassen aanrollen. Tevergeefs wachtte ik op de fietsdoos. Nadat de laatste koffer van Zürich van de band was gerold, wendde ik me tot de dienst verloren bagage. Daar wist men ook niet waar mijn fiets was. Ik liet mijn gegevens achter en verliet de bagagehal. Mijn vader pikte me op in Parking 1 en door de vrieskou reden we naar het huis van mijn ouders. Hier had ik vijf weken geleden mijn auto achtergelaten. Helaas had mijn wagen kou gevat en weigerde de blazer van de verwarming dienst. s’Nachts bij -1°C kreeg ik de ruiten niet duurzaam ontdooid. Dus parkeerde ik mijn auto in hun garage en leende ik van hen een wagen om naar huis te rijden. Om 1:15u (7:15u Bangkoktijd) lag ik eindelijk onder een dubbeldik donsdeken in mijn eigen bed.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

2 december: Ayutthaya –> Bangkok

De wekker blijft een aandachtspunt. Deze morgen heb ik hem weer niet gehoord. Gelukkig heb ik me maar drie minuten overslapen. Evenals gisteren ontbeet ik met 2×2 pannenkoeken. Het guest house serveert het ontbijt normaal pas vanaf 8u. Dat vind ik vrij laat voor een fietsdag. Gisteren vroeg de zus van de gastvrouw of ik morgen naar Bangkok zou fietsen. Ik zei ja en bracht het ontbijtuur ter sprake. De gastvrouw stelde voor om het ontbijt om 7:30u op te dienen. Ik had graag nog een halfuur vroeger ontbeten, maar ik stemde in met het compromis.
Aldus vertrok ik vandaag pas om 8:40u. Ik stak de oostelijke brug over en fietste terug langs de Wat Phanam Choeng en Baan Hollanda naar het zuiden. De verhoogde weg liep door een volledig vlak landschap. Vervang de rijstvelden door gras en koeien, en je waant je in de polders van de Lage Landen.
wp-1480679445886.jpg
De forse wind blies me de eerste kilometers vooruit. Later ging de wind liggen. Na ongeveer 20 kilometer kwam ik aan in het stadje Bang Pa-In. Ik sloeg rechtsaf het centrum in. Ik wilde graag een blik werpen op het gelijknamige koninklijke paleis. Helaas was het omvangrijke kasteeldomein van Bang Pa-In volledig ommuurd en kon ik niets zien. Ik had geen tijd om het paleis echt te bezoeken. Bovendien reisde ik met volle bepakking. Daarom fietste ik terug naar de hoofdweg. Enkele kilometers verder bereikte ik de eerste ‘khlong‘ of kanaal. Tussen Ayutthaya en Bangkok lopen verscheidene noordzuid-kanalen. Parallel met de khlong loopt vaak een weg.
wp-1480679465819.jpg
De weg naast de Khlong Prem Prachakon had slechts één rijstrook in elke richting en was relatief rustig. Ik volgde het kaarsrechte kanaal ongeveer 25 kilometer tot de khlong in een breed kanaal uitkwam. Eén keer liep de weg dood op een grote snelweg. Motorfietsers konden gelukkig onder de snelweg duiken via een tunnel met een hoogte  van amper 1,5 meter. Voor ligfietsers is dit uiteraard geen probleem.
wp-1480679457344.jpg
Even voor de monding stopte ik voor een colapauze. Tijdens de pauze zocht ik het volgende stuk van de route uit. Voorbij de brug over het brede kanaal sloeg ik meteen rechts af om aansluiting te zoeken met de volgende noordzuid khlong. Op de kaart van Maps.me had ik een sluis opgemerkt. Ik hoopte om hierover deze khlong over te steken. De sluis was nog in aanbouw, maar via een smal bruggetje kon ik toch oversteken. Aan de overkant ontdekte ik dat het jaagpad was afgesloten. Noodgedwongen keerde ik terug naar de vorige brug. Heen en terug had ik 5 kilometer omgereden voor niets. Ik zocht mezelf een weg door de universiteitsstad Rangsit naar de eerstvolgende brug over de Khlong Prapa. Op de middag stopte ik aan een restaurant met gestoffeerde houten stoelen. Het restaurant had geen menukaart, maar het A4-formulier van de ober stond vol menukeuzes. Hij stelde kip van de barbecue met kleefrijst voor. Dat lust ik, dus stemde ik in. Vervolgens stelde hij gebakken rijst met varkensreepjes voor. Dat is ook lekker, dus gaf ik weer mijn instemming. Even later serveerde hij beide hoofdschotels. Aan de kip zat meer vlees aan dan de kippen in Laos. De gebakken rijst had een lekkere smaak die ik niet kon thuisbrengen. Lichtelijk overeten rekende ik af. Ik betaalde 180 Baht (5,05 EUR) voor twee hoofdschotels en een cola. Ik klaagde niet, 5 euro voor twee hoofdschotels blijft weinig naar Belgische normen. Voor ik vertrok gaf de zaakvoerder me ongevraagd vier flesjes water cadeau.
Met twee overbodige liters water fietste ik verder. Een paar kilometer verder bereikte ik de brug over de Khlong Prapa. Het kanaal was afgeboord met een betonnen muur en prikkeldraad. Als laagliggende fietser moest ik het kanaalzicht missen. De parallelweg had geen zijstrook. Het drukke verkeer kon me moeilijk voorbijsteken. Het enige positieve punt was de bareel die vrachtwagens efficiënt tegenhield. Het vorige kanaal was toch aangenamer om langs te fietsen.
wp-1480679483618.jpg
Naarmate  ik Bangkok naderde verbreedde de weg en werd het verkeer drukker en drukker.  Na 68 kilometer stond ik in de eerste file. Soms stond ik 3 minuten voor een rood licht te wachten terwijl de seconden op het display aftelden. Ongeveer 10 kilometer voorbij de brug wisselde ik terug naar de Khlong Prem Prachakon. Via de wijk Dusit reed ik het centrum van Bangkok binnen. Om 14:15u na een fietsreis van 1.765 kilometer arriveerde ik terug aan het New Siam Riverside Guest House. In dit hotel had ik begin november mijn fietsdoos achtergelaten.
wp-1480679504296.jpg
Na de douche bracht ik de rest van de namiddag aan het zwembad door. Bij valavond wandelde ik naar het rondpunt aan het einde van Rambuttri Road. Hier bevindt zich mijn favoriete eetkraam dat dikke rijstsoep met gehaktballen en een rauw ei serveert. Er staan heel veel eetkramen in deze wijk, maar dit is het enige dat deze gloeiendhete rijstsoep verkoopt. Toen ik in maart 2015 na mijn fietsreis in Cambodja in de late namiddag het eetkraam bezocht, was het nog in opbouw. Ik had geen tijd om te wachten want ik vloog die avond naar huis. Vorige maand op mijn enige avond in Bangkok was het eetkraam om half zeven helaas uitverkocht. Dus wandelde ik vandaag rond half zes naar het eetkraam. Nu kwam ik op het juiste moment om van de rijstsoep te genieten.
wp-1480679514302.jpg
Fietsstatistieken:
85,92 km
3 u 39 min
23,57 km/u

1 december: Het Unesco-Werelderfgoed van Ayutthaya

Even na acht schoof ik deze ochtend aan de ontbijttafel van het guest house aan. De pannenkoeken waren niet de centimeterdikke lappen die ik de afgelopen weken meermaals op mijn bord kreeg. Ze hadden de gekende dunne Europese textuur, en zo smaakten ze ook. Na het ontbijt plonsde ik nog eventjes in het zwembad, en vertrok met de ligfiets naar de eerste tempel. De Wat Phra Mahathat was meteen een fotogenieke tempelruïne, al was ik er duidelijk niet alleen.
wp-1480598108687.jpg
Wegens het overlijden van de Koning zijn alle tempelruïnes en staatsmusea gratis te bezoeken tot 31 januari 2017. Profiteer ervan, zou ik zeggen. De nog actieve tempels vroegen wel 20 Baht (0,53 EUR) inkom. Wellicht hadden ze dit geld nodig om hun werking te financieren. De naburige tempel Wat Ratchaburana stond half in de stellingen. Dus fietste ik naar de Wat Thammikarat. Naast deze tempelruïne stond een grote verzameling hanenbeelden rond het standbeeld van een zittende koning. Jean-Luc Dehaene zaliger had deze tempel zeker een bezoekje moeten brengen. Naar verluidt verzamelde hij hanenbeelden in zijn tuin.
wp-1480598129797.jpg
Voor de middag bezocht ik nog een laatste tempel ten noorden van het eiland. De Birmezen hadden de Wat Na Phra Meru niet verwoest omdat ze de tempel als artilleriepost gebruikten. Daarom geeft deze tempel een goede impressie hoe de tempelruïnes er in de 18de eeuw en vroeger hadden uitgezien. Na deze tempel lunchte ik in een restaurantje onderweg.
 wp-1480598149466.jpg
Omstreeks 13u arriveerde ik aan de belangrijkste tempelsite. Door een zee van winkeltjes zocht ik mijn weg naar de ingang van de tempel Wihaan Phra Mongkhon Bophit. Deze tempel was helaas gesloten wegens restauratiewerken. Dus wandelde ik verder naar de naburige tempelruïne van Wat Phra Si Sanphet. De drie witte stupa’s (of chedi’s) waren uiterst fotogeniek.
wp-1480598160298.jpg
Vervolgens fietste ik naar het Chao Sam Phraya National Museum. Dit museum stelt een groot aantal boeddhabeelden uit de glorietijd van Ayutthaya tentoon. Maar het museum heeft ook twee schatkamers met massief gouden artefacten die gevonden zijn bij archeologische opgravingen in tempelruïnes.
wp-1480598176293.jpg
Na het museum fietste ik naar het fort Pom Phet in het zuidoosten van het eiland. Het strategisch gelegen fort bewaakt de samenvloeiing van de twee rivieren die van Ayutthaya een eiland maken. Toen ik nadien op de kaart mijn volgende bestemming plande, dacht ik plots aan de fotogenieke tempel van gisteren. Ik was helemaal vergeten om deze tempel te bezoeken. Dus fietste ik meteen naar de tempelruïne Wat Phra Ram in het historische park. Nadien besloot ik naar de laatste en meest afgelegen tempelruïne te fietsen. De site van Wat Chai Wattanaram ligt helemaal in het zuidwesten buiten het eiland. Het zonlicht verflauwde stilaan. In Zuidoost-Azië is dit één van de beste fotomomenten van de dag.
wp-1480598184451.jpg
Om kwart voor vijf vertrok ik huiswaarts. Zeven kilometer verder in het guest house nam ik snel een douche en ontspande in het zwembad.
Fietsstatistieken:
24,12 km
1 u 13 min
19,71 km/u

30 november: Aankomst in Ayutthaya

Om half zes werd ik deze ochtend gewekt door dichtklappende bedden. Anderhalf uur later reed de trein het Hualamphong station van Bangkok binnen. De trein had een kwartier in het rangeerstation op een vrij spoor moeten wachten, en had zo een kleine vertraging opgelopen. Ik liep meteen naar de bagagewagon om mijn fiets af te halen.
wp-1480515528678.jpg
Daarna begaf ik me naar het loket om een ticket naar Ayutthaya te kopen. Voordat het in de 18de eeuw werd platgebrand door de Birmezen, was Ayutthaya de hoofdstad van Thailand. Tegenwoordig zijn de tempelruïnes Unesco Werelderfgoed. De provinciestad ligt 70 kilometer ten noorden van Bangkok. De eerste trein vertrok onmiddellijk. Op de eerstvolgende zou ik twee uur en half moeten wachten. Ik had eigenlijk eerst in de cafetaria van het station willen ontbijten. Terwijl ik de voor- en nadelen afwoog besloot de loketbediende in mijn plaats. Ze gaf me voor 20 Baht (0,53 EUR) een ticket derde klasse voor de trein die eigenlijk twee minuten geleden had moeten vertrekken. Ik haastte me naar perron 9. Bij de conducteur kocht ik een ticket voor mijn ligfiets voor 100 Baht (2,64 EUR), dat is het vijfvoudige van mijn eigen ticket. Voor de veel langere rit van Ubon Ratchathani betaalde ik 10 Baht minder. Ik bond mijn fiets vast en zocht een zitplaats. Vervolgens gebeurde er … niets! De trein van 7:00u vertrok pas een uur later.
Om 9:30u kwam de trein aan in Ayutthaya. Ik liep het eerste het beste restaurant binnen om te ontbijten. Vervolgens fietste ik 2,5 kilometer naar mijn hotel. Ik had het Baan Tebpitak Guest House op voorhand geboekt voor 1.389 Baht per nacht. Mijn kamer heeft de gebruikelijke functionaliteiten zoals airco, frigo en wifi. Daarenboven heeft het guest house een zwembad. Vermits ik vandaag de enige gast ben, heb ik het zwembad voor mij alleen.
Ik nam een douche en laafde me aan de wifi. Na een korte zwembeurt fietste ik naar het Tourist Information Center. Onderweg stopte ik bij het eerste het beste restaurant voor de lunch. De gebakken noedels waren zeer lekker, maar ik heb toch ongewoon lang moeten wachten. Nog voor ik het bezoekerscentrum bereikte, zag ik de eerste indrukwekkende tempel. De Wat Phra Ram ga ik morgen zeker in detail bekijken.
wp-1480515542018.jpg
Bezoekers van het Tourist Information Center volgen het parkeersignalisatie tot helemaal achteraan de enorme lege parking achter het Center. Toen ik mijn fiets parkeerde bleek de ingang vooraan te zijn. Op de tweede verdieping biedt het Center een inleidende presentatie over Ayutthaya aan. De presentatie focust op de stenen overblijfselen en het gewone leven van de vier eeuwen toen het de hoofdstad van Siam was. Elke tempel kwam aan bod, en ik had het hard om steeds te onthouden wat waar lag.
Na de inleiding fietste ik naar het zuidoosten. De oude stadskern van Ayutthaya bevindt zich op een eiland met rivieren rondom dat ongeveer 10 vierkante kilometer groot is. Ik verliet het eiland langs de oostelijke brug. Aan de overkant van het eiland tegen de rivier ligt de oude handelspost van de Verenigde Oostindische Compagnie. Met Nederlandse steun heeft men de fundering opgegraven en ernaast een museum gebouwd.
wp-1480515555016.jpg
Het museum vertelt het verhaal van handelsmissie van de VOC in Siam met behulp van tweetalige panelen en reproducties. Het inkomgeld bedraagt 50 Baht (1,32 EUR). Onder het museum is een museumcafé dat Nederlandse koffie zou schenken. Ik nam geen tijd om dit te verifiëren, want inmiddels was het reeds 16:00u en ik wilde nog twee tempels in de buurt bezoeken. Wat Phanam Choeng was een grote en moderne tempelsite. Ik arriveerde kennelijk langs een zij-ingang. Een groep militairen woonde een eredienst bij onder een overdekte parking. De afgelopen maand heb ik meer dan voldoende moderne tempels bezocht, dus fietste ik naar de tweede tempel. Op het terrein van de Wat Yai Chai Mongkhon stond wel een mooie oude stupa.
wp-1480515564515.jpg
Nadat ik hier een tijdje had rondgelopen en genoten, fietste ik terug naar mijn guest house. De hotelmanager vertelde me dat ze speciaal voor mij het zwembad had gekuist, dus sprong ik nog eens in het zwembad.
s’Avonds fietste ik naar twee restaurants aan de rivier die de Lonely Planet had aanbevolen. Toen ik op de plek aankwam trof ik geen enkel restaurant aan. Ik fietste verder en schakelde over op plan B, met name stoppen voor elk restaurant dat ik passeerde. Net toen ik de rivier wilde verlaten, zag ik het eerste van de twee restaurants. Het plannetje van de Lonely Planet was duidelijk niet correct. In het Saithong Restaurant stond “draft beer” op de menu. De afgelopen weken had ik uitsluitend flesbier gedronken. In tegenstelling tot Cambodja is tapbier in Laos en Thailand een zeldzaamheid. Hoewel er geen prijs werd vermeld bestelde ik impulsief het tapbier. Even later kreeg ik een getapte 33’er, maar op het aparte dranktafeltje plaatste de opdienster nog een extra literkan met bier. Met één pintje was ik al tevreden, een liter hoefde nu ook weer niet. Van zodra mijn glas halfleeg was goten de opdieners het glas terug vol.
Fietsstatistieken:
27,98 km
1 u 30 min
18,59 km/u

29 november: De hoogtepunten van Ubon Ratchathani

In afwachting op de nachttrein naar Bangkok bezocht ik overdag de hoogtepunten van Ubon Ratchathani. Eerst sliep ik uit tot 8 uur. Ik ontbeet in de lobby van het hotel met spiegelei en groenten en met toast en confituur. De overnachting was exclusief ontbijt, maar de oploskoffie in zelfbediening was wel inbegrepen. Ubon Ratchathani is een grotere stad dan verwacht. Mijn hotel lag verder van het centrum dan gepland. Daarom nam ik de fiets naar het eerste hoogtepunt.
wp-1480480287193.jpg
De tempel van Wat Thung Si Meuang had een oud houten bibliotheekgebouwtje dat in een vijver stond. Hier werden vroeger de beschreven palmbladeren bewaard. Op de palmbladeren schreef men traktaten over het boeddhisme en geschiedenis maar ook over natuurwetenschappelijke kennisdomeinen zoals geneeskundige planten. Tegenwoordig wordt de collectie elders in betere omstandigheden bewaard en onderzocht door wetenschappers. Maar enkele palmbladeren waren als voorbeeld in een lijst tentoongesteld. Ik liet mijn ligfiets achter bij de tempel en wandelde naar het gelijknamige park Thung Si Meuang. Hier stond deze gigantische gouden kaars op een bootje.
wp-1480480298291.jpg
Vervolgens wandelde ik een beetje doelloos door het winkelcentrum. Ik kwam onder meer een uniformenwinkel van het Thaise leger en politie tegen. Ze verkochten hier ook alle nodige accessoires zoals de rangtekens en afdelinginsignes. Je kon hier ook medailles kopen. Hiervoor moest je wat dieper in de buidel tasten. Een medaille kostte tussen 1.400 en 1.700 Baht (37,00 en 44,92 EUR). Twee straten verder botste ik op een muziekwinkel waar de voorste rekken gevuld waren met cassettes van Thaise artiesten.
wp-1480480310609.jpg
Na de lunch bezocht ik terug enkele tempels. Ik wandelde eerst naar Wat Tai. Naast de obligate boeddhabeelden was het terrein van deze tempel volgepropt met beelden van Thaise goden. Ik vond het wel iets hebben.
wp-1480480320781.jpg
Nadien wandelde ik terug naar de tempel waar ik mijn ligfiets had achtergelaten. Vervolgens fietste ik naar twee tempels in het westen van de stad. De tempel Wat Ubon Si Rattanaram zou pronken met een bijzonder jaden boeddhabeeldje. Volgens mij was het zo klein dat ik het niet heb gespot. De tweede tempel Wat Supatanaram had niets bijzonders behalve dat het middenin een middelbare school was gelegen. Dus fietste ik terug naar mijn hotel om mijn bagage op te pikken. Om 16:30u arriveerde ik aan het station.
wp-1480480332752.jpg
Ik ging meteen langs bij het bagageloket om een ticket voor mijn ligfiets te kopen. Maar de loketbedienden maakten me duidelijk dat er geen plaats was voor mijn fiets op de “Special Express” van 19:00u. Deze sneltrein had immers geen bagagewagon. Mijn ligfiets stond nochtans ostentatief naast mij toen ik gisteren mijn eigen ticket kocht. Ik had de loketbediende van de afdeling reizigers zelfs nog de weg gevraagd naar het bagageloket voor mijn fiets. Ik liet het rusten en boekte mijn ticket voor 50 Baht (1,32 EUR) om voor de “Rapid” trein van 19:30u. Deze trein had wel een bagagewagon. Vervolgens kocht ik voor 90 Baht (2,38 EUR) een ticket voor mijn fiets. Nadien at ik een bord gebakken noedels in een restaurantje tegenover het station. Toen ik nadien op een stoel op het perron wachtte, kwam de “Special Express” aan. De trein zag er blinkend nieuw uit. Jammer dat er geen bagagewagon aan hing. De “Rapid” vertrok een minuut te vroeg naar Bangkok, of misschien staat mijn klok niet meer juist? De steward begon meteen de zitplaatsen om te bouwen in stapelbedden. Gelukkig was er nauwelijks volk op de trein, zodat ik even verderop kon gaan zitten.
Fietsstatistieken:
12,75 km
0 u 42 min
18,12 km/u

28 november: Khong Chiam –> Ubon Ratchathani

De Thaise versie van noedelsoep is best eetbaar. In het restaurant waar ik deze ochtend ontbeet werd ze opgediend met lepel en vork. Noedelsoep eten met een vork in plaats van met eetstokjes was toch even aanpassen. Ik probeerde de noedels op z’n Italiaans met mijn vork op mijn lepel te draaien, en dat lukte aardig. Eten is hier heel goedkoop. Ik betaalde 40 Baht (1,06 EUR) voor de noedelsoep, dat is bijna 1.000 Kip (0,12 EUR) minder dan de goedkoopste noedelsoep die ik in Laos heb gegeten.
Omstreeks 8:40u lag ik op de fiets. Eerst klom ik terug de tempelberg boven Khong Chiam op. Nadien werd de weg langzamerhand vlakker maar nooit helemaal vlak. Tot mijn verbazing zag ik links en rechts van de weg koffieplantages. Ik dacht dat koffie pas vanaf enige hoogte gedijt, en ik bevond me niet veel boven het Mekongniveau. De koffiestruiken zagen er ook niet zo gezond uit. De onderste bladeren waren vergeeld.
wp-1480331236265.jpg
Na 34 kilometer stak ik in het stadje Phibun Mangsahan de rivier Mun over. Even later fietste ik terug op de brede snelweg tussen de grens en mijn eindbestemming Ubon Ratchathani. Het was druk op de snelweg. Gelukkig kon ik uitwijken naar een aparte zijstrook voor fietsers. Helaas werd de zijstrook in de dorpen ook als parkeerstrook gebruikt. Dan had ik in mijn achteruitkijkspiegels nodig om het aankomende verkeer te evalueren.
wp-1480331245821.jpg
Om elf uur stopte ik voor een uitzonderlijk vroege lunchpauze. Het eten is hier wel supergoedkoop, maar de porties zijn relatief klein. Daarom besloot ik om vandaag vier in plaats van de gebruikelijke drie maaltijden te nuttigen. Zo kan ik de hongerklop van gisterenavond voorkomen toen ik in het restaurant op mijn diner wachtte. Deze keer had ik wel eetstokjes ter beschikking om mijn noedelsoep te eten.
Nog voor de middag lag ik terug op de fiets. Even na 13u arriveerde ik na 78 kilometer aan het station van de stad Ubon Ratchathani. Het station ligt een eind buiten het centrum aan de andere kant van de rivier Mun. Ik kocht een ticket voor de nachttrein naar Bangkok van morgenavond. De loketbediende stelde een trein voor die niet in het rooster op de website van de Thaise spoorwegen wordt vermeld. De snelle “Special Express” trein vertrekt om 19:00u en komt de volgende ochtend reeds om 5:15u in Bangkok aan. Ik betaalde 821 Baht (21,70 EUR) voor het onderste bed in een gekoelde tweede klassewagon.
wp-1480331256544.jpg
Nadat ik mijn ticket had gekocht, rustte ik een half uurtje uit onder de stationsluifel. Vervolgens fietste ik de laatste 5,5 kilometer naar mijn hotel in het centrum van de stad. Ik had op voorhand een kamer in het T3 House geboekt voor 18,15 EUR. Bij deze boeking deed ik een financieel voordeeltje. Een ‘superior room’ kost immers 700 Baht (18,50 EUR) op de bonnefooi. Wellicht stond de wisselkoers drie maanden geleden gunstiger dan vandaag. De grote kamer stond een paar treden hoger in de luxeschaal ten opzichte van de hotels van de afgelopen week. Eindelijk terug een dekbed in plaats van een deken, en de grote badkamer had zelfs een regendouche. Nadat ik me onder de kunstmatige regenbui had gewassen, fietste ik een kilometer verder naar de Peppers Bakery. Ubon Ratchathani is een grotere stad, dus de afstanden zijn in verhouding. Ik trakteerde me op een kop ongezoete koffie en twee lekkere koffiekoeken voor 115 Baht  (3,04 EUR). Op de terugweg bezocht ik het tempelcomplex Wat Jaeng, maar de tempel zelf was gesloten. Dus parkeerde ik mijn ligfiets aan het hotel, en haalde in mijn kamer een gewassen maar compleet verrimpeld hemd. In de kleine wasserij op de hoek van de straat gaf ik het aan de dame achter de strijktafel. Ze streek het hemd vakkundig voor 20 Baht (0,53 EUR) terwijl ik toekeek. Vanavond kan ik gaan dineren in een versgestreken hemd.
Fietsstatistieken:
86,07 km
3 u 46 min
22,87 km/u

27 november: Champasak –> Khong Chiam

Overslapen, dat was me deze fietsreis nog niet overkomen. Ruim een half uur nadat de wekker had moeten afgaan keek ik toevallig naar de klok op mijn smartphone. Ik verschoot en haastte me om toch een beetje van de tijd in te halen. Het kleine winkeltje nabij mijn hotel bleek ook noedelsoep te serveren. Dat was handig, dan hoefde ik niet naar de verderaf gelegen toeristische restaurants te wandelen.
Even voor half negen lag ik op de ligfiets. Eerst fietste ik naar de verbindingsweg tussen Pakse en Thailand. De weg had dezelfde goede kwaliteit als gisteren en was grotendeels vlak. Maar in de open Mekongvlakte had ik de wind tegen. Mijn benen waren nog niet warmgelopen. Al gauw voelde ik de inspanning in de spieren boven mijn knieën. Onderweg passeerde ik twee tolbarrières, maar ik mocht zonder betaling doorfietsen.
wp-1480247921542.jpg
Na ruim 27 kilometer bereikte ik de verbindingsweg. Deze nieuw aangelegde weg had 2×2 rijstroken met perfect asfalt behalve bij de middelste 15 kilometer. In het middenstuk ontbrak de eindlaag en de wegmarkering. De wind werkte nu mee. In een flink tempo maalde ik de vlakke kilometers naar de Thaise grens. Pas de laatste kilometer voor de grens ging de weg omhoog. Zelfs inclusief een frisdrankpauze bereikte ik even voor de middag na 66 kilometer de grens. Hier spendeerde ik nog enkele duizenden van mijn resterende Kippen aan een kom noedelsoep. Deze kom was echt de allerlaatste op Laotiaanse bodem. Even later begaf ik me naar de grens.
wp-1480247932942.jpg
Er was weinig volk aan de Laotiaanse emigratiedienst. Na de betaling van 10.000 Kip (1,15 EUR) exitgeld stempelde de beambte mijn paspoort af. Gelukkig had ik nog voldoende Kip op zak. Uiteindelijk heb ik nog 26.000 Kip (2,99 EUR) over. Ik fietste in het niemandsland de heuvel verder op tot de Thaise immigratie. Ik vond niet meteen waar ik moest zijn. Aan een reeks gesloten slagbomen zag ik een bordje met een fietssymbool. Ik fietste onder de gesloten maar onbewaakte slagboom door. Dit kan je doen met een ligfiets, maar met een gewone trekkingfiets bots je natuurlijk tegen de bareel. Plots kwam ik aan de snelweg richting het Thaise binnenland. Indien ik wenste, kon ik makkelijk doorrijden en illegaal door Thailand reizen. Maar ik wilde de correcte procedure volgen zodat ik achteraf geen problemen krijg. Ik fietste nog eens rond het immigratiegebouw, en nu vond ik wel waar ik moest zijn. Tien minuten later was ik legaal in Thailand met een verblijfsvergunning voor 14 dagen. De rouwperiode voor hun overleden Koning is duidelijk nog niet voorbij. Maar de mensen droegen opmerkelijk meer kleur dan toen ik begin deze maand in Bangkok was. 
wp-1480247943247.jpg
Voorbij de grens liep een brede snelweg met 2×2 rijstroken naar het binnenland. De snelweg hield geen rekening met de talrijke heuvels en liep er recht over. In één van de steile afdalingen op de kaarsrechte weg van smetteloos asfalt heb ik mijn snelheidsrecord voor deze fietsreis scherpgesteld op 58,20 kilometer per uur. 
Elf kilometer voorbij de grens verliet ik de snelweg. Even later nam ik een ongewone colapauze. In plaats van een gekoeld flesje of blikje kreeg ik een plastiek zakje vol ijs. Hierin werd de warme cola uitgegoten en op deze wijze ogenblikkelijk ijskoud gekoeld. Het zakje werd verzegeld met een elastiekje alsof ik het mee naar huis zou nemen. Met een rietje dronk ik zo snel mogelijk de cola op voordat het te waterig werd.
Om 14:50u na 92 kilometer arriveerde ik aan het stadje Khong Chiam waar de rivier Mun in de Mekong mondt. Ik stopte bij het Ban Suan Peerada. Het uithangbord vermeldde geen type, dus ik weet niet of het een hotel, guest house, resort of lodge is. Ik had deze verzameling bungalows op Google Maps gevonden. Blijkbaar was ik de enige, want ik heb geen andere gasten gezien. De dame waarbij ik naar een kamer informeerde sprak geen woord Engels. Ze belde iemand die de taal wel sprak. De tweede dame vertelde me aan de telefoon dat een kamer 500 Baht (13,25 EUR) per nacht kost. Voor deze prijs heb ik een vrij grote bungalow met dubbel bed, airco, frigo, badkamer, wifi, en terras. Naast het bed staat een grote lage tafel, ideaal om mijn bagage op uit te stallen.
Ik zwierde mijn bagage af. Zonder te douchen fietste ik een kilometer verder naar de samenvloeiing van de twee rivieren. De Mekong heeft een rode kleur en de Mun eerder een donkerblauwe. De samenvloeiing geeft speciale effecten bij het mengen van deze twee kleuren. Het tweekleurenpunt is één van de twee belangrijkste attracties van Khong Chiam, maar ik was de enige bezoeker.
wp-1480247956533.jpg
Daarna fietste ik naar de andere bezienswaardigheid, met name een tempel die op een heuvel boven de stad ligt. De Wat Tham Khuha Sawan is op zichzelf zeker het bezoek waard. Maar de echte meerwaarde ligt in het prachtige uitzicht over de stad en de Mekong.
wp-1480247967027.jpg
Fietsstatistieken:
101,05 km
4 u 36 min
21,93 km/u