1 juni: Naar huis

Mijn vlucht naar huis zou om 10u10 opstijgen. ’s Morgens genoot ik eerst nog van het ontbijtbuffet van het Hedistar Hotel. Tien minuten voor het vertrekuur van de shuttle bus stond ik klaar met mijn fietsdoos en banaantassen. De shuttle bus van het hotel was een groter model dan vorige maand. Er was ruimte voor meer passagiers. Helaas ging dit ten koste van de bagagecapaciteit. Mijn fietsdoos paste niet in het kleine bagagecompartiment. Om 7u30 vertrok de shuttle bus zonder mij.
De receptionist deed zijn best om een oplossing te vinden. Een uur lang wachtte ik machteloos af terwijl de stress toenam. Uiteindelijk kwam om 8u35 de andere shuttle bus aanrijden. Met deze bus was ik vorige maand mijn fietsdoos op de luchthaven gaan afhalen. Dit kleinere busmodel had een veel grotere bagageruimte waar mijn fietsdoos ruimschoots inpaste. Een kleine twintig minuten later zette dit privétransport me af aan Terminal 1 van de luchthaven.
Laat komen heeft ook voordelen. Ik werd meteen geholpen aan de check-in balie. Terwijl drie medewerkers mijn fietsdoos opmaten, checkte een vierde medewerkster mij in. Ze vroeg of ik het gewicht van mijn fietsdoos kon verminderen. Tot 23 kilogram mocht de doos gratis meevliegen, ofschoon de afmetingen van de doos het maximum ver overschreden. Ik kon evenwel niet in een handomdraai drie kilogram van mijn ligfiets strippen. Dus betaalde ik met mijn kredietkaart een toeslag van 150 $.
Vervolgens troonde de check-in medewerkster me mee naar de afdeling ‘Oversized Baggage’. Mijn doos was hier al aangekomen. De security gebood me om de fietsdoos te openen. Geholpen door de security medewerkers haalde ik de ligfiets half uit de doos. De security inspecteerde nauwgezet mijn fiets. Ze vielen over de luchtdruk achtervering. Ik legde hen uit dat de vering een overslagklep heeft. Bij overdruk zal de luchtdrukcylinder niet ontploffen maar lucht lossen. De security vertrouwde het niet met uitzondering van een jongeman die zelf een mountainbike had. Hij probeerde zijn collega’s gerust te stellen. Voor de zekerheid wilden ze toch de toestemming van SWISS hebben. Tien lange minuten wachtte ik op de toestemming terwijl de jongeman mij geruststelde. Bij SWISS namen ze gelukkig hun verantwoordelijkheid toen ze uit Tokyo gebeld werden over een rare fiets met luchtdrukvering. Het akkoord kwam er om 9u32, precies acht minuten voordat de boarding zou beginnen. Ik repte me naar de security check. Gelukkig was het uiterst kalm op de luchthaven. Precies om 9u40 sloot ik me aan de gate aan bij de rij mensen die op de boarding wachtten. Toen ik op het vliegtuig zat verdreef de grote opluchting de stress van de voorgaande uren. De eerste vlucht naar Zürich vertrok zonder vertraging.
De volgende twaalf uren verdreef ik de tijd met lezen en films kijken. De aansluiting naar Zaventem vertrok met ruim 50 minuten vertraging. Mijn banaantassen rolden als een van de eerste van de bagageband. De fietsdoos en ik kwamen bijna gelijktijdig bij de afdeling ‘Oversized Baggage’ aan. Mijn vader pikte me op in Parking 2. Ik schoof bij mijn ouders aan tafel terwijl we ondertussen bijpraatten. Na het eten haalde ik mijn ligfiets uit de doos en reed ik met de wagen naar huis.
Tijdens het uitpakken voelde ik de vermoeidheid van de lange dag opkomen. Nog douchen en het laatste blogbericht publiceren, en ik kan eindelijk in bed kruipen. Ongetwijfeld zal ik van deze fantastische fietsreis dromen. Japan heeft immers een onvergetelijke indruk nagelaten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u
Advertenties

31 mei: Tokyo –> Narita

Voor de laatste etappe van mijn fietsreis stond ik wat vroeger op dan de afgelopen dagen. Na het bereiken van de finish moest ik mijn ligfiets terug in de fietsdoos steken. Ik liet de sleutel van het appartement achter in de brievenbus en wandelde naar de fietsenstalling van het metrostation. Ook de derde nacht op rij had mijn ligfiets overleefd. Maar nu ik dichterbij kwam merkte ik de papieren kennisgeving op die iemand gisterennamiddag rond mijn remkabel had geniet. Blijkbaar mogen alleen geregistreerde fietsen op de fietsenstalling geparkeerd worden. Mijn ligfiets is hier in Japan natuurlijk onbekend en nergens geregistreerd. De kennisgeving dreigde met een boete van 3.000 ¥ (23,53 €) en de verwijdering van mijn fiets. Gelukkig had ik dit binnen de 24 uur gezien.
Ik trok de kennisgeving los en stapte op de fiets. Vier kilometer verder bereikte ik Route #357 naar Chiba. Deze drukke weg lag aan weerszijden van een expresweg op hoge poten. Soms leek het dat er nog meer wegen parallel liepen. Gelukkig had Route #357 een afgescheiden fietspad. Bij de talrijke knooppunten met even drukke wegen moest ik telkens een fietspuzzel oplossen. Hoe steek ik over? Vaak kon ik met behulp van fiets- en voetgangersbruggen oversteken. Soms moest ik een eindje de dwarsbaan volgen tot het eerstvolgende verkeerslicht.
Route #357 volgde de kustlijn van de Baai van Tokyo. In de delta van Tokyo monden een dozijn grote en kleine rivieren in de baai uit. Regelmatig klom ik steile bruggen op tot het niveau van de hoge expresweg. Boven op de brug had ik dan een uitzicht op de skyline van Tokyo. Ter hoogte van Disneyland kon ik van op een brug het megahotel van het Disney Resort zien. Meer kon ik helaas niet zien van Disneyland, want ik fietste aan de verkeerde kant.
Na 32 kilometer verliet ik de drukke Route #357. Ik ging voor een laatste keer een beproefde tactiek toepassen en op een jaagpad naast een rivier fietsen. Een paar kilometer verder bereikte ik de rivier Hanami. Meteen had ik de drukte van de stad achter mij gelaten en fietste ik midden in de natuur. Op een paar kilometer na was het rustige fietspad helemaal geasfalteerd.
In de buurt van de stad Sakura verbreedde de rivier. In het vlakke land kreeg ik plots een fata morgana. Ik passeerde een oer-Hollandse windmolen alsof ik in pakweg Zaandam of Uitgeest aan het fietsen was. Uit nieuwsgierigheid stopte ik. Volgens het informatiepaneel had de Nederlandse overheid de windmolen ‘De Liefde’ in 1994 aan de stad Sakura geschonken wegens de veertigste verjaardag van de stad. Ik word volgend jaar ook veertig. Beste Nederlanders, krijg ik dan ook een windmolen voor mijn verjaardag?
Na 71 kilometer verliet ik de rivier terwijl de regendruppels geleidelijk aan talrijker werden. Even verderop stopte ik aan een eenvoudig noedelrestaurant. Na de lunch was de lichte bui over en begon ik aan de laatste acht kilometers van mijn fietsreis. Een korte beklimming bracht me op het plateau van Narita. Even later fietste ik langs een brede laan door de buitenwijken. In het steile centrum van Narita stuurde de gps me een doodlopende parking in. Wat de gps als een weg zag, was in werkelijkheid een steile trap omlaag. Ik volgde dan maar een winkelstraat die uitkwam aan het tempelcomplex dat ik een maand geleden op mijn eerste dag in Japan had bezocht.
Iets na twee uur arriveerde ik terug aan het Hedistar Hotel. Ruim 1.800 kilometer geleden was ik hier aan mijn fietsreis begonnen. De receptioniste herkende me nog. Na het inchecken vroeg ze spontaan of ik mijn grote doos terug wilde hebben. Met lichte spijt stak ik mijn ligfiets in de fietsdoos. Ik had nog wel verder willen fietsen, maar ja, aan alles komt een einde.
Fietsstatistieken:
80,24 km
4 u 13 min
19,06 km/u

28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.
Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.
In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.
Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.
In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.
Fietsstatistieken:
71,00 km
3 u 41 min
19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u

26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u

23 mei: Matsumoto –> Nagano

De verse koffiekoeken die ik gisteren in de supermarkt had gekocht waren deze ochtend nog eetbaar. Ik spoelde de koeken door met lauwe oploskoffie. De thermos met warm water stond immers al van gisterenmiddag op mijn kamer in de ryokan. De kleine bokaal oploskoffie had ik in Kyoto gekocht, en zal de volgende dagen nog af en toe van pas komen.
Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag om 12 uur in Matsumoto beginnen regenen. In mijn eindbestemming Nagano zou de regenbui pas rond 17 uur losbarsten. Het doel was dus om vóór de middag ver genoeg weg te zijn van Matsumoto en daarna tijdig in Nagano aan te komen. Ik nam niet de kortste route naar Nagano. Ik volgde de rivier Sai die door de bergen van Matsumoto naar Nagano stroomt.
Eerst fietste ik zes kilometer door de buitenwijken van Matsumoto naar de oever van de rivier. Dan fietste ik even op de drukke Route #19. Al snel leidde de gps me naar een rustigere weg die van dorp tot dorp in het glooiende landschap liep.
Toen het dal vernauwde, kwam ik terug uit op Route #19 naast de rivier. Deze bijwijlen drukke weg volgde meer dan 50 kilometer de grillige loop van de rivier stroomafwaarts door de bergen. Nagano ligt 200 meter lager dan Matsumoto. Wegens het glooiende landschap was het niet comfortabel om de hele tijd op het middelste voorblad te fietsen, maar ik deed het toch.
Eenmaal omringd door de bergen begon het te druppelen. Echt hard regende het niet. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille op in mijn banaantassen. Terwijl het heel de tijd bleef druppelen fietste ik zonder regenbescherming verder.
Tegen de middag bereikte ik de vlakte van Nagano. Hier begon het geleidelijk aan minder te druppelen. Er waren hier ook geen bergen om de regenwolken naar boven te stuwen. Ik begon uit te kijken naar een restaurant om te lunchen. In de laatste kilometers tussen de bergen was ik een snelwegparking met een paar restaurants voorbijgefietst. Toen vond ik het nog iets te vroeg om te lunchen. Terwijl de gps me door de buitenwijken van Nagano leidde, vermeed hij zorgvuldig elk restaurant. Pas in downtown Nagano op 500 meter van mijn hotel spotte ik een filiaal van de Sukiya fastfoodketen. Ik nam mijn tijd om te lunchen. Ik wilde niet voor de check-in tijd bij het hotel aankomen. In Nagano overnacht ik in het chique Hotel Metropolitan naast het station. Vele maanden geleden had ik hier een kamer geboekt voor bijna de helft van de normale prijs.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter en stapte terug op de ligfiets. Het druppelen was intussen over. Ik fietste naar de Zenko-ji tempel aan de andere kant van de stad. Op deze site staan een grote houten tempel en een houten poort uit de vroege achttiende eeuw.
Na een korte wandeling op de tempelsite fietste ik terug naar het hotel. Na de douche wandelde ik naar een supermarkt. Het begon opnieuw te druppelen, maar ik stoorde me er niet aan. ’s Avonds was het iets harder aan het regenen. Het hotel heeft een rechtstreekse toegang tot het station, dus ben ik zonder buiten te komen in één van de restaurantjes in het stationsgebouw gaan eten.
Fietsstatistieken:
83,55 km
3 u 53 min
21,48 km/u