16 mei: Kyoto –> Tsuruga

Terwijl veel Belgen nog wakker waren, begon ik in Japan al aan een nieuwe dag. Om 6u15 (23u15 in België) liep mijn wekker af en stond ik op. Ik ontbeet en pakte mijn bagage terug in. De paraplu liet ik achter in het hotel. Om 7u40 fietste ik de straat uit. Mijn fiets-gps spartelde tegen en begon zonder noodzaak de route te herberekenen. Ondertussen navigeerde ik op mijn smartphone Kyoto uit tijdens de ochtendspits. Na een abrupte stop om op de kaartapp te kijken, viel mijn ketting er af. Ik trok latex wegwerphandschoenen aan en in een wip legde ik de ketting er terug op. Met propere handen fietste ik verder de stad uit. Intussen had de gps eindelijk de route herberekend en kon ik verder op de fiets-gps navigeren. Met een korte en makkelijke klim stak ik de oostelijke heuvelrug over. Na een vlakte kwam er een tweede en steilere heuvelrug. Aan de voet van de heuvels splitste de snelweg waar ik op fietste als een bos bloemen. De gps kon niet duidelijk maken welke bloem ik moest volgen. Ik koos voor Route #161 omdat op de wegwijzer mijn eindbestemming Tsuruga werd vermeld. Via een korte klim over een viaduct boog deze snelweg naar links af, terwijl ik volgens de gps meer rechtdoor moest. Ik stopte aan een oprit en raadpleegde de kaartapp van mijn smartphone. Route #161 ging de juiste richting uit, maar zou even later verdwijnen in een tunnel van anderhalve kilometer. Daarom wilde de gps me een andere snelweg laten nemen. Voorzichtig verliet ik Route #161 via de oprit. Aan de andere kant nam ik de oprit naar Route #1. Deze snelweg werd even later samen met een expresweg en een spoorlijn door een smal dal geperst.
Na de afdaling kwam ik in de stad Otsu aan het Biwameer. Met een oppervlakte van 675 vierkante kilometer is het Biwameer het grootste meer van Japan. Vandaag zou ik de volledige lengte van het meer affietsten. Van Otsu tot het 20 kilometer verder gelegen Katata fietste ik door één lange verstedelijkte zone. Uiteindelijk mocht ik van de gps Route #558 met de talrijke verkeerslichten verlaten voor een klein baantje vlak naast de oever van het meer.
Via de rustige Route #601 kwam ik 10 kilometer verder uit op de drukke hoofdweg #161 naar Tsuruga. De kilometers maalden supervlot. De wind blies zachtjes in mijn voordeel. Aan het uiteinde van het Biwameer sloeg ik linksaf een jaagpad naast een bergrivier in. De rivier stroomde rond een berg, en zo kon ik veel geleidelijker hoogte winnen dan langs Route #161.
Intussen was het middag geworden en keek ik uit naar een lunchgelegenheid. Op de kaartapp had ik twee kandidaten gezien, een café-lunchbar en een baanrestaurant. De lunchbar lag zo afgelegen dat haar faling me logisch leek. Het baanrestaurant lag wel optimaal aan een kruispunt van twee snelwegen, maar toch was het al jaren failliet. Bij het tankstation ertegenover vond ik alleen frisdrankautomaten maar niets om te eten. Ik stak een van de snoepjes in mijn mond die de chef-kok me onderweg naar Nara had gegeven. De bees smaakte een beetje zoals een Napoleon bonbon. Al zuigend op het snoepje vatte ik de slotklim aan.
Vijf kilometer verder en 200 meter hoger bereikte ik de top bij een skistation in verval. Na een snelle afdaling reed ik al voor 14 uur mijn eindbestemming binnen. Op twee kilometer van mijn hotel merkte ik eindelijk een restaurant op. De handelszaak kondigde haar gerechten in Japanse tekens aan zonder de gebruikelijke foto’s. Intussen heb ik al voldoende ervaring om de zaak als baanrestaurant te herkennen.
Na de noedelsoep legde ik vlot de laatste twee kilometer naar het hotel af. Ik had een kamer geboekt in het Manten Hotel aan het station van Tsuruga. In deze buurt zijn wel meer zakenhotels te vinden. Ik trok mijn zwembroek onderaan en legde me terug op mijn ligfiets. Tsuruga ligt aan een baai in de Japanse Zee. Een kleine vier kilometer verder in een park vol naaldbomen stopte ik aan het strand. Ik zag niemand zwemmen dus besloot ik om het ook niet te doen. Wel stak ik mijn voeten even in het koude zeewater. Er dreven overal kleine kwallen van 5 cm lang, dus ik was er snel terug uit.
Ik fietste terug naar het hotel. Na de douche ging ik me ontspannen in de onsen en de sauna. In de infomap van het hotel las ik dat alleen de mannenafdeling een sauna heeft. Vrouwen kunnen hier dus niet van de sauna genieten. Ook in Japan is er nog werk aan de gelijkheid tussen man en vrouw.
Op voorhand had ik de zwaartegraad van deze etappe een beetje overschat. Dat was voor niets nodig. Van alle ritten die ik tot nu toe in Japan heb gefietst, was dit de langste maar ook de snelste etappe.
Fietsstatistieken:
114,17 km
5 u 17 min
21,60 km/u

15 mei: Nog meer tempels en zentuinen

Gisteren was ik maar tot halverwege de oostelijke flank van tempels en zentuinen geraakt. Na het ontbijt pikte ik de draad van gisteren weer op. Ik fietste eerst 3 kilometer pal in oostelijke richting naar de Chion-in tempelsite. In de buurt van de hoofdingang waren ruime parkings voor bussen voorzien maar niets voor fietsen. Overal stonden verbodsborden, nergens kon ik mijn ligfiets reglementair parkeren. Ik vroeg aan een parkeerwachter waar de fietsenparking was, en hij wees vaag in de richting van downtown Kyoto. Ik durfde mijn ligfiets hier niet achterlaten. De stad verwijdert systematisch verkeerd geparkeerde fietsen. Ik had echt geen zin om na het bezoek aan de tempel bij de politie mijn ligfiets te moeten zoeken. Mijn degelijk kettingslot van Abus kost overigens meer dan de boete van 2.300 ¥ (17,55 €). Ik kan begrijpen dat het stadsbestuur Amsterdamse toestanden wil vermijden, maar voorzie dan wel voldoende fietsparkeerplaatsen.
Op mijn kaartapp zocht ik fietsenstallingen in de buurt. Uiteindelijk stalde ik mijn ligfiets op de officiële parking van het Nationaal Museum voor Moderne Kunst. Vervolgens wandelde ik meer dan een kilometer terug naar de Chion-in tempel. Als voorbereiding voor de restauratie waren bouwvakkers het hoofdgebouw aan het overkoepelen. Zo kan het niet binnenregenen als ze later het dak renoveren.
Het werflawaai verstoorde het zengevoel in de twee zentuinen van de tempel. Grind werd in deze tuinen voornamelijk gebruikt voor de wandelpaden en niet als sierelement. De groenpracht domineerde in deze zentuinen. De horden bezoekers van gisteren ben ik vandaag niet meer tegengekomen.
Na de Chion-in tempel bezocht ik de naburige Shoren-in tempel. Hier was wel een fietsenparking, maar die stond niet op mijn kaartapp. Op blote voeten wandelde ik eerst op de balkons van de houten tempelgebouwen. Ik passeerde langs oude beschilderde schuifdeuren en kleine altaren. Nadien wandelde ik op mijn teenslippers door de groene zentuin.
Op de terugweg naar mijn ligfiets ging ik een restaurant binnen. Ik bestelde het lunchmenu van 1.050 ¥ (8,01 €). Even later at ik omelet met rijst en een tas maïsroomsoep. Achteraf bracht de serveerster nog een heerlijke kop koffie.
Na de middag fietste ik naar de Nanzen-in tempel. Deze tempel had gelukkig wel een fietsenparking. Ook hier combineerde het bezoek een balkonwandeling met een afsluitende tuinwandeling.
Aansluitend bezocht ik de naburige Eikando Zenrin-ji tempel en zentuin. Daarna fietste ik 2 kilometer noordwaarts naar de laatste tempel op mijn programma. Bij de Ginkaku-ji tempel was het drukker dan de vorige tempels, maar nog lang niet zo druk als gisteren.
Na de tuinwandeling was het bijna 16 uur. Ik had zin om nog een site te bezoeken. Mijn verstand zei evenwel dat de meeste sites tussen 16 en 17 uur sluiten, en dat ik waarschijnlijk toch te laat zou aankomen. Daarom rondde ik mijn citytrip aan Kyoto af en fietste ik terug naar het hotel. Bij de aankomst aan het hotel zat de achterwielspanner nog vrij goed. Ik besloot het er op te wagen. Hopelijk houdt de wielspanner het morgen ook tijdens een etappe van meer dan 100 kilometer.
Fietsstatistieken:
15,66 km
0 u 58 min
16,18 km/u

14 mei: De tempels en schrijnen van Kyoto

In de loop van de nacht was de regen eindelijk gestopt. Toen ik na het ontbijt buiten kwam, scheen de zon tussen kleine witte wolkjes. Nu kon ik eindelijk Kyoto per ligfiets verkennen zoals ik het maanden geleden had gepland. De stad Kyoto is aan alle kanten omgeven door bergen behalve aan de zuidkant. De meeste tempels en schrijnen liggen aan de voet van de oostelijke bergen. Ik fietste 5 kilometer in zuidoostelijke richting. Mijn eerste stop was het Fushimi Inari schrijn. Ik arriveerde langs de zijkant via een smal steegje. In de hoofdstraat stond duidelijk een fietsparkeerverbod aangegeven. Dus maakte ik rechtsomkeer naar de wirwar van steegjes om mijn ligfiets ergens discreet te parkeren. Op de kaartapp van mijn smartphone plaatste ik een virtuele speld om mijn ligfiets vlot te kunnen terugvinden. Even later sloot ik me aan bij de massa bezoekers in de hoofdstraat.
Shintoïstische heiligdommen hebben vaak een kenmerkende rode toegangspoort. Deze traditionele ‘torii‘ staan symbool voor de overgang van de gewone wereld naar de heilige wereld. Bij het Fushimi Inari schrijn heeft men dit principe creatief opengetrokken. In plaats van één poort staat het volledige parcours volgebouwd met torii. Het was alsof je onder een lange arcade van oranjerode torii liep.
In het eerste stuk perste de massa zich moeizaam door de smalle torii. De arcade van torii was voor iedereen nieuw, en niemand weerstond de drang om dit op de foto vast te leggen. Voorbij de afslag naar de berg Inari werd het minder druk. De galerij van torii klom gestaag de berg op. Onderweg passeerden we verscheidene schrijnen, en ook op de top van de Inari stond een schrijn. Boven op de berg stonden de torii verder uit elkaar dan aan de voet.
Tegen de middag fietste ik een kilometer noordwaarts. De Tofuku-ji tempel heeft twee aparte siertuinen die elk voor zich 400 ¥ (3,05 €) entreegeld vroegen. De Hojo Hasso tuin had aan de voorkant een siertuin met rotsblokken op grind en in een hoekje een paar mosbergen. Het grind was in gestileerde sporen getrokken. Bij het woord siertuin denk ik spontaan aan groenpracht en bloemen en niet aan een grindperk met rotsen. Maar bij een zentuin draait alles rond symboliek. De rotsblokken in deze tuin staan voor de vier hemelse eilanden, de grindpatronen voor de ruige zee, en de mosbergen voor de vijf heilige bergen.
Toen ik terug op de ligfiets lag, was de lunchtijd bijna voorbij. Ik besloot om onderweg naar de volgende tempel te stoppen aan een restaurant. Op een drukke baan zag ik hier en daar een eetgelegenheid maar nooit een naar mijn zin. Uiteindelijk stopte ik aan een tempura-restaurant. Bij tempura worden ingrediënten in een beslag geduwd en kort gefrituurd. Voor 900 ¥ (6,68 €) at ik een smakelijk bord met tempura-reuzengarnalen en tempura-groenten op een bed van witte rijst.
Om half drie fietste ik naar de laatste tempel voor vandaag. Onderweg naar de parking belandde ik in een file bergop. Boven aan de parking moest ik ook een parkeerticket voor mijn fiets kopen. Het ticket van 200 ¥ (1,52 €) bleek een dagpas te zijn die geldig was op 10 fietsenparkings verspreid over de belangrijkste bezienswaardigheden van Kyoto. Te voet mengde ik me in de massa die zich door een straatje met souvenirwinkels naar de Kiyomizu-dera tempel slenterde. Ik merkte opvallend veel bezoekers in kimono op, vooral jonge vrouwen maar ook mannen. In Kyoto kan je op tal van plaatsen een kimono voor één dag huren. Ik ben niet meteen van plan om er zelf een te huren. Een kimono is immers nogal onhandig op een ligfiets.
Na het bezoek aan de tempel fietste ik naar de fietsenwinkel Wadachi in de buurt van mijn hotel aan de drukke Gojo Dori boulevard. Het probleem met de achterwielspanner bleef ook vandaag steeds terugkeren. De fietsmonteur haalde de wielspanner er uit. Op het eerste zicht was er niets mis mee, behalve dat de hendel nogal stroef bewoog. Hij smeerde de hendel en plaatste de spanner terug in de naaf. Het wiel klemde terug goed. De rolweerstand leek weer prima in orde te zijn. Morgen zal ik ondervinden of het probleem echt is opgelost. Desnoods keer ik morgenavond weer. Samen pompten we de banden naar een spanning van 5 bar. Toen ik vroeg wat de rekening was, wuifde de monteur dat het gratis was.
Fietsstatistieken:
15,90 km
1 u 3 min
15,14 km/u

13 mei: De paleizen van shogun en keizer

Gisterenavond heb ik tot vrij laat het dikke hoofdstuk Kyoto in mijn reisgids gelezen. Daarom sliep ik vandaag een beetje langer dan gewoonlijk. In de supermarkt had ik gisteren cruesli, yoghurt en bananen gevonden. Dus ontbeet ik vanochtend min of meer zoals ik thuis gewoon ben. Het raam van mijn kamer heeft melkglas dat ik niet kan openen. Na het ontbijt ging ik buiten poolshoogte van het weer nemen. De voorspelde regen gutste inderdaad uit de hemel. Ondertussen ken ik het al. Op een Japanse regendag regent het nonstop de hele dag. Buien met tussendoor opklaringen zijn een Europees fenomeen. Ik besloot om mijn ligfiets droog onder de brede dakrand van het hotel te laten staan. Kyoto heeft een uitgebreid en veelzijdig openbaar vervoersnetwerk voor haar anderhalf miljoen inwoners. Naast stadsbussen rijden hier ook metrostellen en regionale treinen. Maar zoals wel vaker in steden het geval is, worden de lijnen uitgebaat door verschillende maatschappijen met een afzonderlijke tariefstructuur. Op het internet vond ik het plan van het stedelijke busnetwerk. Ik besloot naar een belangrijk busknooppunt te wandelen om voor 600 ¥ (4,59 €) een dagpas te kopen. Maar eerst investeerde ik in het supermarktje schuin tegenover het hotel in een transparante paraplu.
Van de zeventiende tot de negentiende eeuw had de Japanse keizer louter ceremoniële bevoegdheden. De werkelijke macht was in handen van de shogun, die als een soort premier en opperbevelhebber het land regeerde. De keizer en de shogun hadden elk hun eigen paleis in Kyoto. Ik nam eerst een bus naar het paleis van de shogun, het Nijo-jo Kasteel. Voor 600 ¥ (4,59 €) mocht ik de paleistuin binnenwandelen. De belangrijkste bezienswaardigheid op deze site is het Ninomaru paleis. Zelfs op een zondag liep het hier vol schoolkinderen in uniform.
Ik borg mijn paraplu op in een speciale paraplulocker. Gisteren na mijn bezoek aan de Higashi Hongan-ji tempel had ik het plastic schoenenzakje bijgehouden. Ik hergebruikte het zakje om mijn fietssandalen in te steken. Op kousenvoeten betrad ik het paleis. Het parcours bracht me langs een hele reeks kamers met prachtig beschilderde schuifdeuren en tatami’s op de vloer. De schilderingen leken net nieuw en dat was ook zo. Alle schuifdeuren waren reproducties. De originele schuifdeuren heb ik achteraf in een apart museum bewonderd. Daar konden ze in gepaste bewaarcondities worden tentoongesteld. Na het paleisbezoek leidde het parcours me in de gietende regen door de paleistuin. Achteraan de tuin had de shogun nog een kasteel met slotgracht laten bouwen voor het geval hij aangevallen zou worden.
Het deed deugd om tijdens de lunch even droog te zitten in een restaurant. Na de middag nam ik een bus naar het keizerlijk paleis. Het paleis ligt in een tuin van 11 hectare dat op zijn beurt is ingebed in een park van 65 hectare. Ik wist niet dat de westelijke poort de ingang van het paleis was. Dus wandelde ik helemaal rond de ommuurde paleistuin tot ik aan de ingang kwam. De inkom was gratis. In tegenstelling tot het paleis van de shogun liep het parcours tussen de gebouwen en er niet in.
Omstreeks 16 uur was ik klaar met het keizerlijk paleis. Ik nam een bus naar twee tempelsites ten noordoosten van het paleis. Dit had ik niet meer moeten doen. De tempels sloten al om 16u00. De Koto-in tempel was bij aankomst al gesloten, en ook het Daitoku-ji tempelcomplex leek verlaten. Precies op de sluitingstijd botste ik onverwacht op de Kohrin-in tempel. Voor 600 ¥ (4,59 €) mocht ik nog snel deze voormalige familietempel van een hoogadelijke familie bezoeken.
Na dit bezoek keerde ik terug naar het hotel. De eerste bus die kwam bracht me naar het station van Kyoto. Hier stapte ik over op bus 26. Deze bus reed helemaal niet de richting uit die ik had verwacht. Dus liet ik de chauffeur stoppen aan de eerstvolgende halte. Bij het afstappen maakte de chauffeur me duidelijk dat mijn dagpas niet geldig was op zijn bus. Ik moest een nieuw ticketje kopen voor 230 ¥ (1,76 €). Klaarblijkelijk was ik op een bus 26 van een concurrerende maatschappij opgestapt. Om verdere verrassingen te voorkomen wandelde ik de laatste mijl naar het hotel.
Fietsstatistieken:
0,00 km
0 u 0 min
0,00 km/u

12 mei: Nara –> Kyoto

Op het programma van vandaag stond maar een halve etappe van ongeveer 50 kilometer. Dus sliep ik uit tot acht uur en ging ik me nog voor het ontbijt een laatste keer ontspannen in de onsen van het hotel. De sauna had een groot flatscreen. Op dit ochtendlijke uur werd een luchtige ontbijtshow uitgezonden met een computeranimatie als centrale gast. Na het Japanse bad ontbeet ik in hetzelfde restaurant als gisterenochtend.
Om half elf vertrok ik naar Kyoto, de cultuurhoofdstad van Japan, en in Europa ook algemeen gekend door het klimaatprotocol. Langs een brede laan fietste ik de stad uit. Na 5 kilometer kwam ik aan de Heijo site. In dit park van ruim een vierkante kilometer groot stond in de achtste eeuw het keizerlijke paleis. Ook de toenmalige hoofdstad Nara was op deze site gevestigd. Tegenwoordig is hier weinig te zien. Het lijkt meer een gewoon park dan een archeologische opgraving. Er liep zelfs een spoorlijn dwars door het park. Hier en daar had men een paleis gereconstrueerd. Op een zonnige zaterdagvoormiddag speelde de plaatselijke jeugd gezellig een potje voetbal.
 De weg daalde geleidelijk tot aan een rivier. Naast de rivier lag een autovrij fietspad op een verhoogde dijk. De wind stond deze keer aan mijn kant en blies me naar Kyoto. Op een zonnige zaterdag fietste ik niet alleen op dit jaagpad. Ik kruiste veel wielertoeristen maar nooit een peloton.
Na 34 kilometer vloeiden drie rivieren samen. Ik volgde een andere rivier stroomopwaarts naar Kyoto. Om een uur of één verliet ik even het jaagpad om een restaurant te zoeken. De laatste twee kilometer fietste ik binnendoor naar mijn hotel. Al om half drie arriveerde ik bij het filiaal van Japan Hotels in de wijk Gojo Muromachi. Mijn kamer was al klaar, dus ik moest niet wachten tot het vooraf gecommuniceerde tijdstip van 16 uur. Omdat er in Kyoto zoveel bezienswaardigheden zijn, blijf ik hier vier nachten. Daarom heb ik een kamer met kitchenette geboekt. Zo kan ik op dit rustpunt van een beetje huiselijkheid genieten.
Ik liet mijn bagage achter en fietste naar de Kyoto Tower tegenover het centraal station van Kyoto. Deze naaldtoren is amper 100 meter hoog. Omdat er in Kyoto geen hoogbouw is, heb je vanaf het observatiedek op deze hoogte al een prachtig 360° uitzicht.
Op de terugweg naar het hotel stopte ik bij het Higashi Hongan-ji tempelcomplex. De site telde twee gigantische houten tempels. Merkwaardig genoeg stonden in de tempels geen grote boeddhabeelden opgesteld. De gelovige bezoekers baden voor een lege ruimte. Om de tempels te betreden moesten de schoenen uit. Aan de grens van de schoenenvrije zone werden witte plastic zakjes verdeeld om je schoenen in op te bergen. Japan is echt verslingerd aan plastic zakjes. Koop je in een supermarktje een flesje frisdrank, dan zal de kassierster het flesje zonder vragen in een plastic zakje verpakken.
In de supermarkt kocht ik een assortiment sushi als diner. Ik had besloten om de kitchenette van mijn kamer niet te gebruiken. Om zelf te koken was het keukentje onvoldoende uitgerust. Voor 500 ¥ (3,83 €) had ik wel een set met pannen en eetgerei gehuurd. Maar de basisingrediënten om te koken ontbraken. Er waren geen kruiden, geen olie, niets. Om dat allemaal te kopen om maximaal vier keer te gebruiken, dat vond ik niet redelijk. Ik had ook geen zin om de overschot mee te nemen op de rest van mijn fietsreis. Elk gewicht telt op de fiets, zeker in de bergen.
Fietsstatistieken:
55,13 km
2 u 35 min
21,36 km/u