26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

25 mei: De baden van Kusatsu Onsen

De gastheer van mijn ryokan had me gisteren meegedeeld dat het ontbijt om 7u30 in mijn kamer zou worden geserveerd. Dus zette ik mijn wekker om 7u15. Ik was net uit het bed gestapt, toen het personeel me belde. Of ze mochten langskomen voor het ontbijt? Ik trok snel mijn yukata aan, en een minuut later werd er op de deur geklopt. Eerst werd mijn matras en beddengoed in de ingebouwde kast opgeborgen. Dan plaatste de gastheer twee mini-tafeltjes waar zo-even mijn matras lag. Nog een paar minuten later bracht de gastvrouw het traditionele Japanse ontbijt. Mijn kamerdeur bleef de hele tijd openstaan. Samen met de ontbijtservice op de kamer gaf dit me onwillekeurig toch een ziekenhuisgevoel. Voor de privacy sloot het personeel wel steeds de schuifdeur tussen de leefruimte en het inkomhalletje.
Na het ontbijt gebruikte ik het andere privé-bad van de ryokan. Het bleek een vierkant buitenbad te zijn. Vervolgens wandelde ik in yukata naar het centrale plein van het kuuroord. In de ‘Yubatake‘ op het plein wordt het hete geothermische bronwater afgekoeld voordat het onder de talrijke badhuizen wordt verdeeld. Net als in Yellowstone verkleuren de rotsen door het hete mineraalrijke water.
Intussen had ik opgemerkt dat ik als enige in yukata rondliep. Toch zette ik door en wandelde ik naar het Sainokawara park een kilometer ten westen van het centrum. Hier stroomt een warme rivier dwars door het park. Verspreid over het park liggen verscheidene voetbaden.
Aan het einde van het park ligt een openlucht badcomplex. Ik betaalde 600 ¥ (4,68€) voor de toegang en betrad het mannengedeelte. In het midden van het openluchtbad staat een houten scherm. Links is voor de vrouwen en rechts voor de mannen. Vanuit het bad had ik een prachtig zicht op de beboste heuvels rondom. De donkergroene dennen en de lichtgroene loofbomen contrasteerden magistraal met de staalblauwe hemel. Gelukkig had ik mijn bril aangehouden zodat ik van het uitzicht kon genieten. Na een uurtje baden wandelde ik terug naar de ryokan. Ik wisselde de yukata voor een broek en een hemd. Zo voelde ik me meer op mijn gemak en was ik terug in lijn met de kledingstijl van de Japanse bezoekers.
In de namiddag spotte ik meer en meer mensen in yukata. Blijkbaar is in yukata op straat rondlopen gelijk aan drinken, dat doe je ook niet voor twaalf uur ’s middags. Omstreeks drie uur wandelde ik naar het Ohtakinoyu badcomplex aan de oostkant van Kusatsu. De toegang kostte 900 ¥ (7,00 €). Voor deze prijs kon ik naar hartenlust baden in een veelzijdig assortiment van Japanse baden. Binnen was er een binnenbad, een sauna, en een koud badje. Buiten waren nog twee hete baden. In de kelderverdieping bevond zich de vermaarde ‘awase-yu’. Dit is een reeks van vijf kleine baden met oplopende temperatuur. Het koudste bad was 40°C, dat is de normale temperatuur van een Japans bad. Het volgende was al 43°C warm, en het derde bijna 45°C. Dan kwamen de twee grootste baden van de reeks met respectievelijk 45,6 en 45,8° C. In het warmste bad vloeide constant een straal heet water. Door de beweging van het water voelde dit bad nog warmer aan. De bedoeling was om je lichaam geleidelijk aan te laten wennen aan steeds hogere temperaturen. Meteen in het heetste bad stappen voelt aan alsof je levend gekookt wordt. Maar als je voldoende tijd neemt en in de juiste richting baadt, dan kan je het heetste bad perfect aan. Gespreid over mijn bezoek heb ik drie cycli voltooid en telkens tot aan mijn nek in het heetste bad kunnen zitten.
Tegen vijf uur had ik genoeg gebaad voor vandaag. Mijn vingers waren compleet verrimpeld. Met een omweg langs de Yubatake op het centrale plein slenterde ik terug naar de ryokan.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u