17 november: Kinpun –> Thaton

Zoals gewoonlijk lag ik deze ochtend omstreeks acht uur op de fiets. De bestemming van vandaag was het stadje Thaton. Omdat Hpa-an nogal ver is voor één fietsdag, heb ik deze rit opgesplitst. Morgen fiets ik van Thaton naar Hpa-an. 35 minuten na mijn vertrek was ik al terug in het stadje Kyaikto. Klaarblijkelijk had ik me eergisteren vergist, en ligt Kinpun wel degelijk hoger dan Kyaikto. De weg slingerde de hele tijd door heuvels met rubberplantages. Af en toe was er een langere klim of afdaling. De weg was in iets minder staat dan gewoonlijk, en vooral drukker.

Plantage tussen Kyaikto en Thaton

Op tien kilometer van Thaton werd ik plots voorbijgestoken door een motorfiets met achterop een man met een mega videocamera. De motorfiets stopte, en de man deed teken om te stoppen. Verbaasd stopte ik, en de cameraman begon te filmen. Hij had een ouderwets grote camera die op zijn schouder rustte en met een plumeau als micro. Ik vroeg hem “Myanmar TV?”, en hij antwoordde bevestigend “Yes”. Misschien kom ik hier vanavond op televisie in de Birmese versie van Man Bijt Hond.

Om 12:00u arriveerde ik na een tachtigtal kilometer in Thaton. Het eerste guest house dat ik probeerde was tot mijn verbazing volgeboekt. De uitbaatster van het tweede guest house vertelde me dat ze geen ‘foreigner licence’ heeft, en dus geen buitenlanders in huis kon nemen. Waarom had ze dan een Engelstalige wegwijzer en uithangbord? Beide guest houses verwezen me naar een derde guest house, het Tain Pyar Rest House. Hier waren weinig kamers vrij, dus ik nam genoegen met een ‘triple room’ met eigen badkamer en airco voor 35$. Omdat de kamer voor drie is bedoeld, was ze vrij ruim. De bedden misten evenwel lakens, zodat ik straks mijn zijden slaapzak nog eens moet gebruiken.

In de namiddag bezocht ik de lokale paya. Het tempelcomplex was relatief groot voor het stadje, en er was veel volk.
Met respect voor de lokale voorschriften liep ik blootsvoets in het complex. De tegelvloer was evenwel bezaaid met rijstkorrels, en dat was pijnlijk voor mijn zachte westerse voeten. Het leek alsof ik over kleine steentjes liep. Eén van de stupa’s was duidelijk in trek bij de duiven.

Duiven op de stupa van Thaton

In de late namiddag passeerde er een kruising tussen een processie en een carnavalsstoet in het stadje. Deels stapten brave meisjes en jongens waardig op in een processie. Af en toe passeerden er carnavaleske stukken die wild dansten en lawaai maakten. Birmese boomcars luisterden de stoet op met extreem luide muziek. Volgens informatie die ik achteraf van de receptionist kreeg, vierden de inwoners van Thaton vandaag en vanavond het Tazaungdaing festival ter ere van de volle maan, dat jaarlijks in november plaatsvindt. Vooral in Thaton wordt dit hevig gevierd, in de overige steden in de omgeving wordt dit veel minder gevierd.

Stoet in Thaton ter gelegenheid van Tazaungdaing

Een ander aspect aan Tazaungdaing is het gratis eten. Op verschillende plaatsen langs de weg staan lange tafels en delen mensen een gratis maaltijd uit aan iedereen die honger heeft. Na de processie wandelde ik nog wat verder in het stadje, en passeerde ik een lange tafel in een zijstraat. Typisch voor Myanmar, gaf een man commentaar door een microfoon. Hij zag me passeren, en nodigde me in beperkt Engels uit om mee aan tafel te schuiven. Ogenblikkelijk stond ik in de algemene belangstelling. Ik besloot om op de uitnodiging in te gaan, en ging aan een tafel zitten. Prompt kreeg ik een bord rijst voorgeschoteld, waarover men een lekkere saus met warme groenten kapte. Vervolgens legde men smalle gefrituurde vissenstaarten (of waren het kleine alen?) in mijn bord. Uit beleefdheid heb ik er twee gegeten, maar ik vond ze ongelofelijk taai. De limonade en de rauwe groenten heb ik niet aangeraakt. Ik legde de man met de micro uit dat mijn zwakke westerse maag hier niet tegen kon. Hij legde me ook de reden van de gratis maaltijd uit. Het eten werd bekostigd door de giften van de gelovigen doorheen het jaar. De opdieners bleven bijscheppen totdat ik aangaf dat ik genoeg had gegeten.

Gratis maaltijd in Thaton ter gelegenheid van het Tazaungdaing festival

’s Avonds wandelde ik terug naar het tempelcomplex. Er kuierden vele jonge mensen rond, en de sfeer was gezellig. Af en toe werd in de verte een vuurwerkpijl afgestoken.

Fietsstatistieken:
85,30 km
3 u 51 min
22,07 km/u

16 november: De Gouden Rots

Vandaag had ik mijn eerste fietsloze dag sinds ik in Myanmar ben. Om 8:30u vertrok ik te voet naar de vrachtwagenterminal in het centrum van het basiskamp Kinpun. Oorspronkelijk was ik van plan om de 12 steile kilometer naar de Gouden Rots te fietsen. In de praktijk bleek dit niet haalbaar. De weg is immers te smal om vrij tweerichtingsverkeer mogelijk te maken. Indien iedereen zomaar met zijn auto of bromfiets op en af zou rijden, zou het verkeer snel stranden in een ongelofelijke en gevaarlijke chaos. En bovendien is er op de top nauwelijks plaats om te parkeren. Bijgevolg mogen alleen vrachtwagens de smalle weg oprijden. Halverwege is er een halteplaats waar de op- en afrijdende vrachtwagens elkaar kunnen passeren. Een checkpoint met slagbomen dwingt deze maatregel af.

Slagboom aan de voet van de weg naar de Gouden Rots

Het verplichte openbaar vervoer is geregeld met vrachtwagens en niet met bussen. In de open laadbak van elke vrachtwagen passen wel veertig passagiers op smalle houten banken zonder beenruimte. De tocht naar boven duurt 45 minuten tot een uur. Dit transportmiddel haalt natuurlijk nooit de Europese veiligheidsrichtlijnen voor openbaar vervoer. Niettemin was in de prijs van een enkele rit (2.500 Kyat / 1,90 EUR) een levensverzekering inbegrepen.

Het busstation in Kinpun

Achteraf ben ik blij dat ik niet naar boven mocht fietsen. De weg was verschrikkelijk steil. De hellingsgraad bedroeg vaak meer dan 20%. Naar boven wandelen kon een valabel alternatief zijn. Er loopt immers een wandelpad naar de top. Ik heb evenwel geen geschikte wandelschoenen bij voor een bergwandeling van 4 tot 6 uur (enkele richting). Met mijn teenslippers of mijn fietssandalen zag ik dit niet zitten.

Selfie voor de Gouden Rots

De Gouden Rots is een goudgeschilderd rotsblok dat boven een steile bergwand balanceert. De boeddhisten in Myanmar vinden dit zeer bijzonder, en de site is uitgegroeid tot het grootste bedevaartsoord in Myanmar. Met de hele familie bezoeken ze de Gouden Rots. Zonder oneerbiedig te willen zijn, had het wel iets weg van een strand. Hele families picknickten en sliepen onder geïmproviseerde luifels. Er waren talloze souvenirkraampjes en eetgelegenheden. En in de plaats van de zee was er een gouden rots.

Birmezen schuilen voor de zon onder geïmproviseerde luifels bij de Gouden Rots

Om 14:15u hield ik de spectaculaire uitzichten voor bekeken, en keerde ik terug naar het hotel.

Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

15 november: Bago –> Kinpun

Vandaag heb ik de duizend fietskilometers in Myanmar overschreden. Nochtans voelde ik me deze morgen niet super. Ik had slecht geslapen, en werd twee minuten voordat de wekker om 6:45u zou aflopen vanzelf wakker. Na het ontbijt voelde ik me beter, maar nog geen 100%. Om 8:05u stapte ik toch op de fiets. Eerst reed ik 22 kilometer terug naar Payagyi. Niet ver van Bago stond er een waterbuffel pal op de straat met een air van “You shall not pass!!!”. Uiteraard reed ik er gewoon rond.

Waterbuffel op de weg naar Kyaikto

Vervolgens nam ik de afslag richting Kyaikto. De weg was plat en goed, en liep door oneindige rijstvelden. Het landschap was heel open. Dit had als nadeel dat schaduw een schaars goed was. Soms moest ik wel tien kilometer fietsen alvorens eindelijk onder een boom te kunnen uitrusten.

Vlakke weg tussen Bago en de Sittaung rivier

Na het oversteken van een brede rivier (niet op de bovenstaande foto), veranderde het landschap. De weg slingerde nu door heuvels geflankeerd door rubberplantages. Ondertussen ritste ik noodgedwongen mijn broekspijpen aan. Ondanks de transparante zonnespray van factor 50, begonnen mijn bovenbenen en knieën genadeloos te verbranden.

Glooiende weg tussen de Sittaung rivier en Kyaikto

Omstreeks 12:30u na 82,5 km stopte uitgeput ik in een dorpje bij een theehuis. Ik zette me aan een tafeltje, en vervolgens gebeurde er niets. Normaal komt er meteen iemand vragen wat ik wil hebben, maar nu keken ze me minutenlang aan. Uiteindelijk zette een jonge vrouw haar baby even weg, en haalde zonder iets te vragen een blikje cola. Vervolgens kon ik de mensen in het theehuis duidelijk maken dat ik honger had. Uiteindelijk kreeg ik een bord gekookte rijst en een bordje met koude kip in pikante saus. Ik at de rijst en viste de kip uit de saus. Ondertussen bleven de klanten van het theehuis me aangapen. Van tijd tot tijd stelde iemand een vraag die ik meestal niet verstond. De gasten spraken ondertussen geanimeerd over mijn ligfiets. Een oudere man werd overmoedig, en zette mijn fiets recht om er mee rond te rijden. Ik greep meteen in, en voor de rest van de tijd kwamen ze nog nauwelijks aan mijn fiets. Vlak voor het vertrek, wilde ik me zoals gewoonlijk insmeren met de zonnespray. De Myanmarezen vonden dit ongelooflijk interessant, en wilden het ook proberen. Ik moest op de hand van een tweetal mannen spuiten. Ik heb het maar bij één man gedaan, omdat ik spaarzaam moet zijn met de zonnespray. De bus is immers al minder dan halfvol, en ik moet er nog twee weken mee toekomen. Ik heb hier in Myanmar in de winkels nog geen zonnecrème gezien.

Na deze vreemde lunch fietste ik om 13:20u verder. Eerst moest ik nog een stevige heuvel over die zonder eten zeer zwaar zou geweest zijn. Vervolgens daalde de weg af naar Kyaikto. Volgens de kaartgegevens zou mijn kilometerteller nu 87 km moeten aangeven. In de werkelijkheid stond er al 96 km op de teller. In het stadje Kyaikto nam ik de afslag naar Kinpun, het basiskamp voor iedereen die Mount Kyaiktiyo ofte ‘Gouden Rots’ wil bezoeken. Deze bergtop is een bedevaartsoord, en lokt behalve enkele westerse toeristen duizenden Birmese pelgrims. Bij de term ‘basiskamp’ denk ik een een kamp aan de voet van een berg, waarbij al geklommen moet worden om het te bereiken. De weg slingerde opnieuw tussen heuvels met rubberplantages. Niettemin had ik de indruk dat ik meer daalde dan klom.

Vlak voor Kinpun stond er een bord dat mijn grootmoeder in de bloemetjes zette. Ik heb geen flauw idee wat de Birmese tekst wil zeggen. Voor mij was het alvast duidelijk: een bloemetje voor Moemoe.

Ligfiets voor het uithangbord 'Moemoe' tussen Kyaikto en Kinpun

In Kinpun nam ik een bungalow in het Golden Sunrise Hotel. De eigenares zou Belgisch zijn, maar ik heb haar niet ontmoet. De ruime kamer met parketvloer en een prachtige badkamer kost me 52$ per nacht. Zoveel heb ik in Myanmar nog nooit voor een hotelkamer betaald. Ik stemde toe omdat ik al sinds gisteren met dit hotel in mijn hoofd zat. Bovendien was ik moe van de fietstocht, en had ik geen zin om meer hotels af te dweilen.

Fietsstatistieken:
113,11 km
5 u 24 min
20,88 km/u