11 mei: Wandeling in het Narapark

Mijn arrangement in het Onyado Nono Hotel bevat de overnachting en toegang tot de onsen maar niet het ontbijt. Het hotel serveert wel een ontbijtbuffet in haar restaurant,  maar de vraagprijs van 1.800 ¥ (13,81 €) had ik er niet voor over. Een paar honderd meter van het hotel stapte ik een filiaal van een fastfoodketen binnen. De keten noemt zich Café ‘Restaurant Gast’, waarbij de laatste twee woorden in Japanse karakters worden geschreven. Ik had er al eens gegeten in het filiaal bij de ferryhaven van Kanaya. Toen begreep ik het systeem niet. Ik wachtte aan een tafel om te bestellen, maar de serveerster negeerde mij. Uiteindelijk ben ik toen naar de kassa gegaan en heb ik daar mijn bestelling doorgegeven. Vanochtend ontdekte ik een bel tussen de sausflesjes. Na het rinkelen van de bel kwam de serveerster meteen mijn bestelling opnemen. Toen ik koffie bestelde, legde ze uit dat ik mezelf kon bedienen van alle (niet-alcoholische) dranken. Uiteindelijk ontbeet ik voor 648 ¥ (4,97 €). Hier kom ik morgen terug.
Na het ontbijt wandelde ik naar het historisch park van Nara. Dit uitgestrekte park met een oppervlakte van ruim 500 hectare ligt ten noordoosten van de stad. Vooraan op het vlakke gedeelte staan verscheidene tempelsites. Achteraan liggen enkele steile beboste heuvels. Ik besloot om de ligfiets op stal te laten. Zo zou ik een lus kunnen maken langs de meeste bezienswaardigheden. Fietsen is mogelijk in het Narapark, maar niet overal. Het Narapark is ook de thuis van meer dan duizend herten. De wilde dieren lopen vrij rond in het park. Ze hebben geen schrik van mensen. Integendeel, de bezoekers voederen hen met speciale hertenkoekjes. Volgens de overlevering zijn vier shinto-goden op de rug van een hert naar het Narapark verhuisd. Daarom kende men aan de herten een speciale status toe.
Eerst bezocht ik een tempel op de Kofukuji site die ik gisterennamiddag alleen aan de buitenkant had bekeken. Vervolgens wandelde ik naar de boeddhabeeldenhal van het Nationale Museum. Deze hal stelde boeddhabeelden in alle maten en houdingen tentoon. Zoals de meeste sites in het Narapark was het museum verplichte kost voor scholieren in uniform.
Nadien verkende ik de Yoshikien Garden. Deze Japanse tuin had onder meer een mostuin. Indien je eigen gazon meer mos dan gras bevat, kan je dit eenvoudig oplossen door je gazon als ‘mostuin’ te herdopen. Vervolgens bezocht ik de naburige Todai-ji tempel. Deze gigantische houten tempel herbergt een even reusachtig boeddhabeeld.
Toevallig zag ik op het juiste moment een restaurant. Na de lunch wilde ik de Wakakusa berg beklimmen. De eerste twee bospaden die ik probeerde waren verderop afgesloten. Bij het derde en juiste pad begreep ik waarom. Voor het beklimmen van de berg moest je een ticket van 150 ¥ (1,15 €) kopen. Het pad ging steil naar boven, het eerste stuk via een lange trap, vervolgens op een brede gazon met wijd uitzicht. Boven op de top had ik een prachtig uitzicht over het park en de stad Nara.
Ik daalde aan de andere kant de berg af langs een breed bospad. Zo kwam ik in de buurt van het Kasuga Taisha schrijn met de kenmerkende roodwitte gebouwen. Dit schrijn staat terecht op de lijst van Unesco Werelderfgoed.
Nadien bezocht ik in de nieuwe vleugel van het Nationaal Museum een tijdelijke tentoonstelling over de schatten van het Kasuga Taisha schrijn. Bij deze tentoonstelling rondde ik mijn bezoek aan het Narapark af, en wandelde ik terug naar het hotel. Vandaag heb ik geen kilometer gefietst, maar volgens de stappenteller van mijn smartphone heb ik wel 20,3 kilometer gewandeld.
Fietsstatistieken: 
0,00 km
0 u 0 min
0,00 km/u