5 mei: Yumoto –> Shizuoka

Gisterenavond had ik drie in plastic folie ingepakte koffiekoeken gekocht om vandaag als ontbijt te eten. Zo kon ik tijd uitsparen. Na anderhalve koffiekoek was ik voldaan. Ik stopte de overschot in mijn banaantas om een eventuele hongerklop te counteren. Stipt om 8 uur lag ik op de fiets voor een zware etappe. Meteen na het oversteken van de rivier begon de beklimming naar de Hakone bergpas. In 10 kilometer klom ik bijna 800 hoogtemeters. De beklimming was veel te steil om in een ruk met al mijn bagage te doen. Ik pauzeerde veelvuldig om op adem te komen. In het midden was er een strook van 1,2 kilometer met 12 haarspeldbochten. Sommige binnenbochten waren te steil om te fietsen. Dan stapte ik af en duwde ik mijn ligfiets door de bocht naar boven.
Deze weg was in de vroegmoderne periode een van de belangrijkste wegen van Japan. De zogenaamde ‘Tokaido‘ verbond Tokyo met het westen van het land. Tegenwoordig gebruikt het doorgaande verkeer een snelweg met tunnels door de bergen.
Na twee uur en half afzien bereikte ik de de eerste kam. Hierna volgde een korte afdaling naar het Ashi bergmeer. Vanaf het meer heb je een prachtig zicht op de Fuji berg. Ik nam even de tijd voor een fotomoment.
Voorbij het meer begon de beklimming opnieuw. Nu was de helling minder steil als voor het meer. Na 16,50 kilometer bereikte ik op 846 meter hoogte de top van de Hakone bergpas. Ik trok mijn winddichte regenjas aan want het was maar 13°C op de top. Tegen 50 km/u en regelmatig nog sneller raasde ik naar beneden. Na een afdaling van 15 kilometer stond ik terug iets boven het zeeniveau in een sterk verstedelijkte vlakte. Na talrijke verkeerslichten bereikte ik een zeer rustige straat naast de highway met nummer #1. Onderweg scheen de zon de hele tijd. Het enige wolkje in de hemel hing boven de Fuji berg.
IMG_1522
Om half een stopte ik langs de kant van de weg en at ik de rest van mijn ontbijt als lunch. Meteen na de lunch fietste ik verder. De GPS voerde me kriskras door de stad Fuji naar een brug over de gelijknamige rivier. Nadien fietste ik naast de tsunamikering aan het strand en half onder de verhoogde highway #1 naar de haven van Shizuoka. Het was een rustig fietspad van vaak 6 meter breed. De grootste hinder ondervond ik van de felle wind op kop. Voorbij de haven fietste ik door de uitgestrekte voorsteden van Shizuoka. Na 100,50 kilometer arriveerde ik om 16u50 eindelijk aan het Hotel Abant. Net als alle andere overnachtingsplaatsen had ik op voorhand een kamer in het zakenhotel geboekt. Voor mijn kamer op de achtste verdieping had ik enkele maanden geleden 5.826 ¥ (44,63 €) betaald inclusief het ontbijt.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter, en fietste meteen naar het kasteel van Shizuoka. Ik had geen tijd meer om het kasteel zelf te bezoeken. Binnen de kasteelmuren is een groot park. Dit weekend vond er een evenement plaats. Het park stond vol tenten. Wat voor evenement het was kon ik niet opmaken. Het enige wat ik kon ontcijferen was dat er tussen 11 tot 19 uur een carnaval en sambagroep zou optreden.
Fietsstatistieken:
102,92 km
6 u 10 minuten
16,68 km/u

4 mei: Hakone

Het Suimei hotel heeft geen restaurant. Voor het ontbijt stuurde de receptionist me naar een koffiebar in het station. Toen ik na mijn ontbijt terugkwam, was het kamermeisje mijn kamer al aan het kuisen. Ik liet haar rustig doen, en wachtte in een zetel in de lobby. Vijf minuten later kwam ze persoonlijk melden dat ze klaar was. Tegen half tien daalde ik met de fiets 2 kilometer naar het vorige dorp Iryuda. Op 150 meter van het station was hier een wassalon. Ik stopte mijn vuile was in de wasautomaat en stak vier muntjes van 100 ¥ (4 × 0,76 €) in de gleuf. Veertig minuten later was mijn kledij terug proper. Voor nog een muntje van 100 ¥ droogde ik de natte was. Ondertussen verkende ik per ligfiets het steile dorp.
Ik liet de propere was op mijn kamer achter, en wandelde naar het station. Voor 1.540 ¥ (11,80 €) kocht ik een retourticket naar het bergstation Sounzan. Eerst nam ik de bergtrein naar het stadje Gora. Deze trein wisselde onderweg in bijna elke stopplaats van rijrichting. Ik was in de laatste wagon ingestapt, en na de eerste halte zat ik plots vooraan in de trein. In Gora zag ik mensen aan tafels eten in een handelszaak met eentalig Japans uithangbord. Ik veronderstelde terecht dat het een restaurant was. Er was geen wachtrij dus ik kon meteen aan een tafel gaan zitten. Van de summiere menukaart kon ik alleen de prijzen lezen. De Google Translate app had moeite om de handgeschreven menukaart te ontcijferen. Ik herkende het woord ‘ramen‘. Toen de serveerster de bestelling kwam opnemen, sprak ik dit ene woord uit. Even later slurpte ik noedels uit een dampende kom soep.
Na de lunch wandelde ik de steile berg van het stadje op. Na een halve kilometer stapte ik alsnog op de kabeltrein naar Sounzan. Boven kreeg ik een mededeling die me zeer bekend in de oren klonk. Wegens de felle wind was de dienst van de gondelbaan afgelast. De gondel was helemaal niet zo essentieel als de veerboot van gisteren. En vandaag had ik een alternatief. Te voet klom ik op de autoweg verder naar de vulkaankrater van Owakudani. De Baai van Tokyo overzwemmen met ligfiets en bagage is tot nader order niet realistisch. De laatste twee kilometer wandelde ik voorbij een lange file. Ik was eerder boven bij de krater dan de aanschuivende auto’s. Wegens de afgelaste gondeldienst hadden blijkbaar veel te veel mensen voor de auto als alternatief gekozen. De parking kon de toevloed niet slikken. Ook de bussen stonden vast in de file, en waren vandaag geen alternatief.
De vulkaankrater ontstond drieduizend jaar geleden na een gigantische explosie. Vandaag laat de vulkaan nog steeds zwavelhoudend gas los. Boven aan de krater was er geen bescherming tegen de felle wind. Op de uitkijkplateau’s had je zicht op twee natuurlijke attracties. Aan de ene kant zag je gas borrelen uit de krater. Aan de andere kant had je een prachtig zicht op de berg Fuji.
Wegens de koude wind wandelde ik na een kwartier al terug naar Sounzan. Op de kabelbaan en vervolgens op de bergtrein had ik deze keer wel een zitplaats. Terug in Yumoto liep ik langs de talrijke souvenir- en delicatessenwinkels naar het hotel. Achter een uitstalraam zag ik een man kleine gevulde cakejes bakken aan een soort van cirkelvormige lopende band. Na twee rondjes waren ze klaar. Voor de stukprijs van 70 ¥ (0,54 €) kocht ik er vier. Ik at ze meteen met veel smaak op want ze waren nog lekker warm. Na de douche profiteerde ik ervan om meteen in de onsen van het hotel te baden. Ik was pas proper, dus moest ik me bij de onsen niet opnieuw wassen.
Fietsstatistieken:
6,55 km
0 u 26 min
15,08 km/u

3 mei: Takeoka –> Yumoto

Afgelopen nacht had ik mijn eerste slaapervaring in de Japanse stijl. Doorheen de dunne matras voelde ik de harde tatamivloer. Met een tweede matras er op lag ik wel zacht. Beddengoed trof ik niet aan, maar wel een stapel fleecedekens. Ik gebruikte er een als dekbed en een tweede rolde ik op als hoofdkussen. Ik kroop in mijn zijden slaapzak, en ik sliep prima. Toen ik rond 7 uur opstond, waaide het hard. Mijn vrees werd waarheid toen ik de ferryterminal in Kanaya bereikte. De dienst was voor onbepaalde duur afgelast wegens stormweer.
Het enige alternatief was met de trein rond de baai sporen. Maar de stationschef weigerde mijn fiets omdat hij niet ingepakt was. Dus zat ik voorlopig vast in Kanaya. Ik besloot te wachten tot de wind zou gaan liggen, hopelijk in de namiddag, en anders morgen.
Achter het loket van de veerdienst zag ik een potje met paperclips. Met gebaren vroeg ik of ik er een mocht hebben. Nu kon ik eindelijk de Japanse simkaart installeren. Van thuis uit had ik een simkaart voor mobiele data gekocht en laten leveren in het Hedistar Hotel in Narita. Helaas kreeg ik de simkaartgleuf van mijn smartphone niet open. Je hebt een fijne pin nodig om de veer te activeren. De paperclip was ideaal voor dit doel. Ik verwisselde en installeerde de Japan Travel SIM van IJMio, en even later was ik na ruim 24 uur terug verbonden met de digitale wereld. Dit gaf de mogelijkheid om online een oplossing voor het ferryprobleem te zoeken en hiervoor Japanse contacten aan te spreken.
Tegen 11 uur had ik al grote honger. De industriële koffiekoeken waren blijkbaar snel verteerd. Ik stapte een westerse fastfoodtent binnen en bestelde een bord rijst met gepaneerde kotelet. Toen ik rond 12 uur terug aan de ferry terminal kwam, was de dienst hervat. Zeer opgelucht kocht ik meteen voor 1.200 ¥ (9,10 €) een ticket voor de boot van 12u25. Ik mocht als eerste inschepen. Wat later begon de bijna lege veerboot aan de overtocht.
De boot deinde licht op en neer, maar onvoldoende om zeeziek te worden. Veertig minuten later fietste ik in Kurihama de kade op. Eerst volgde ik een kanaal, vervolgens stak ik twee heuvelruggen over. Dan kwam ik aan het strand uit. De eerste kilometers stond het verkeer op de kustweg aan te schuiven in een lange file. Ik fietste de stilstaande auto’s langs links voorbij. Toen er twee rijstroken in elke richting waren, loste de file snel op.
Parallel met de kustweg liep een fietspad tussen het strand en de duinen. Helaas was het fietspad niet befietsbaar. De sterke wind had grote zandplassen op het fietspad geblazen. Bij de tweede plas ben ik uitgegleden. Het scheelde niet veel of ik was omgevallen. Ik besloot om terug te gaan en de kustweg te blijven volgen tot in de stad Odawara. Vanaf daar was het nog 5 kilometer klimmen tot Yumoto.
Met 2 tot 3 uur vertraging stopte ik aan het Hotel Suimei. Deze morgen heb ik lang gedacht dat ik er vandaag nooit zou geraken, maar het was toch gelukt. In dit hotel had ik op voorhand een kamer geboekt in een bijgebouw aan de overkant van de straat. Op initiatief van het personeel mocht ik mijn ligfiets in de hal aan de ingang stallen. Achteraf heeft men er een label met Japans opschrift aangehangen.
Na het diner van kip teriyaki trok ik de kimono van het hotel aan en begaf ik me naar de ‘onsen‘. Dit is een welnessbad in typisch Japanse stijl. De vakantieregio Hakone waar ik nu ben is bekend voor zijn vele onsen. Het water wordt speciaal aangevoerd uit de bergen. Een warm bad op zijn Japans is inderdaad heel relaxerend. Dit ga ik de komende weken nog vaak doen.
Fietsstatistieken:
79,22 km
4 u 25 min
17,91 km/u

2 mei: Narita –> Takeoka

Deze nacht compenseerde ik de slechte nachtrust van op het vliegtuig. Ik sliep goed, maar om zeven uur was ik al wakker. Ik ontbeet op het gemak in het restaurant van het hotel. Om vijf voor negen lag ik op de fiets voor de eerste echte etappe. In de heenreis wil ik de metropool Tokyo graag vermijden. De miljoenenstad ligt aan de gelijknamige Baai van Tokyo. Vandaag fiets ik naar de ene landtong. Morgen steek ik met een veerboot de baai over naar de andere landtong.
Eerst fietste ik langs een grote steenweg doorheen licht heuvelend landschap naar de provinciehoofdstad Chiba. Naast de weg lag meestal een combinatie voetpad-fietspad. Het pad wisselde voortdurend in kwaliteit en breedte. Lag het pad bijvoorbeeld op een verhoogde berm, dan liep het pad op elke oprit stijl af en terug op. Dat werkte als een heuse verkeersremmer voor fietsers. Gewoonlijk duidde een blauw verkeersbord met voetgangers en een fietser het voetfietspad aan.

Na het doorkruisen van de stad Chiba fietste ik langs de uitgestrekte haven. De brede en drukke baan had gelukkig een voetfietspad van soms prima kwaliteit. Tegen de middag was het 24° C bij een betrokken hemel, ideaal fietsweer wat mij betreft. Na 58 kilometer stopte ik aan een filiaal van een afhaalketen. Ik had al 15 kilometer geen restaurant meer gezien, dus ik was blij dat ik mijn honger eindelijk kon stillen. Het restaurantje had geen tafels om te zitten. De klanten reden meteen naar huis met hun bestelling. Ik moest mijn bakje rijst met fishsticks buiten op de stoep opeten. Voor het luttele bedrag van 300 ¥ (2,26 €) kon ik hier echt niet over klagen. Voorbij de haven kwam ik terug in de heuvels terecht. Eenmaal kon ik de drukke baan even vermijden dankzij een parallelweg langs pas aangeplante rijstvelden.

Op drie kilometer van mijn eindpunt stopte ik in het dorp Futssu aan een supermarkt. In het kleinere dorp waar ik logeer verwacht ik weinig faciliteiten te vinden. Ik kocht een paar industrieel vervaardigde koffiekoeken om morgen mee te ontbijten. In het laatste stukje had ik eindelijk zicht op de Baai van Tokyo.

Om half vijf na 92 kilometer arriveerde ik aan een oude garage in het dorpje Takeoka. Via AirBnB had ik de garage voor een nacht gehuurd voor 30,93 €. De garage was ruim genoeg voor twee auto’s, laat staan voor mijn ligfiets. In het voormalige kantoortje naast de garage kan je slapen. De slaapgelegenheid was eenvoudig ingekleed: een slaapzaaltje met tatami’s om volgens de Japanse gewoonte op de grond te slapen. Een lavabo met koud water en een hudo vormden de primitieve badkamer. Voorts stond er een frigo en microgolfoven plus een tafel en twee stoelen. Op voorhand heb ik lang gezocht naar een goede overnachtingsplaats. In de omgeving van de ferryhaven is het aanbod evenwel zeer beperkt. Uiteindelijk was ik blij toen ik de garage vond.
Ik waste me zo goed als mogelijk aan de lavabo. Na de wasbeurt zag ik dat het buiten zacht regende. Dat compliceerde mijn avondlijke plannen. Ik wilde immers een dorp terug fietsen om te dineren. In Takeoka is hoogstwaarschijnlijk geen eetgelegenheid. Ik trok mijn regenkleding aan en fietste in het donker terug naar Futssu. Aan het eerste het beste restaurant waar het licht brandde stopte ik. Ik kwam in een rommelige huiskamer terecht. De man des huizes bakte voor mij een bord noedels terwijl zijn echtgenote manden vlechtte. Een tiental zelfgevlochten manden hing aan de muur met een prijskaartje aan. Op de terugweg regende het nauwelijks. Ik kwam veilig terug bij de garage aan.
Fietsstatistieken:
99,47 km

5 u 28 min

18,17 km/u

1 mei: Aankomst in Narita

Om kwart voor acht ’s morgens landde de Airbus in Narita op ca. 75 kilometer van Tokyo. Het was kalm aan de immigratiedienst. Na twee vingerafdrukken en een portretfotootje plakte de ambtenaar een sticker in mijn paspoort. Ik zag mijn fietsdoos al van ver bij de bagageband staan. Even later rolden mijn banaantassen op de band en voelde ik me heel opgelucht en gelukkig. Mijn fietsreis kon echt beginnen.
IMG_1387-1024x768
Ik had nagelaten om op voorhand een airport pick-up te regelen. Dat begon zich snel te wreken. In de taxiwachtrij stonden uitsluitend klassieke sedans met kofferbak. Al de minibussen die ik zag waren gereserveerd. Een jongedame van de informatiedienst zocht samen met mij naar een oplossing. Met de fietsdoos dwars op een karretje gingen we een verdieping lager naar het treinstation. De poortbewaker schudde vastberaden met de vinger: geen fietsdozen op de trein! Bij de reguliere busdienst hetzelfde verhaal. Japanse luchthavens bieden een bijzondere dienstverlening aan om je bagage bij je hotel of thuis af te leveren. De bagage komt wel pas de volgende dag aan. Ook voor deze dienst was mijn doos te groot. Uiteindelijk besloot ik om mijn fiets uit te pakken en naar mijn hotel te fietsen. Mijn doos gaf ik voor 820 ¥ (6,17 €) in bewaring.
Gelukkig had ik op voorhand een rustige GPS-route uitgestippeld. De route liep grotendeels langs een kanaal met een jaagpad van grove grind. Langs de andere kant van het jaagpad lagen bamboebossen en pas aangeplante rijstvelden en hier en daar een mastodonthotel.
IMG_1388-1024x768
Een uurtje later arriveerde ik na ruim 10 kilometer aan het Hedistar Hotel. Hier had ik enkele maanden geleden een kamer geboekt voor 38,40 €. Ik liet mijn banaantassen achter, en fietste naar een 7-Eleven shop om aan de ATM yen af te halen. Op de terugweg at ik in een fastfoodrestaurant tegenover het hotel een heerlijke kom rijst met gepaneerde vleesrepen voor amper 529 ¥ (3,98 €). Vervolgens stapte ik op de gratis pendelbus van het hotel. Ik haalde snel mijn fietsdoos in de luchthaven op, en 10 minuten later nam ik dezelfde pendelbus terug naar het hotel. Deze extra lange minibus had achteraan een grote laadruimte met twee achterportieren, ideaal voor fietsdozen. De receptioniste beloofde om mijn fietsdoos gratis voor een maand te bewaren in het bagagelokaal. Beneden in de parkeergarage is er zelfs een fietsenstalling. Het Hedistar Hotel is dus zeer geschikt als hub voor fietsreizigers, op voorwaarde dat je vlucht na de middag landt. De pendelbus pikt pas vanaf de namiddag gasten aan de luchthaven op.
IMG_1400-1024x768
Rond half vijf besloot ik om de plaatselijke tempel te bezoeken. Het tempelcomplex was verrassend uitgestrekt en omvatte ook een park en een bos. De meeste tempelgebouwen waren gesloten, hoewel het complex de capaciteit had om veel volk te ontvangen.  Op de terugweg door het bos begon het al te schemeren.
Fietsstatistieken:
17,88 km
1 u 11 min
15,04 km/u