10 mei: Iga –> Nara

De rit naar Nara was maar een halve etappe van 45 kilometer. Dus fietste ik na het ontbijt de heuvel op naar het Ueno kasteel. Ik parkeerde mijn ligfiets en wandelde in het park rond het kasteel. Een man die zijn hond uitliet bood spontaan aan om een foto van mij te nemen.
Aan de andere kant van het park botste ik op het Ninja Museum. Eergisteren in de sauna vertelde ik mijn reisschema aan een geïnteresseerde Japanner. Bij Iga riep hij spontaan “ninja!”. Nu werd het verband ook voor mij duidelijk. Op een donderdagochtend was het zeer kalm in het museum. Ik kocht een ticket voor 756 ¥ (5,80 €). Even later kreeg ik een privé-demonstratie van een verklede gids. Niet de vechttechniek maar de ninja-kunst om je te verbergen vormde het onderwerp van de demonstratie. Speciaal voor dit doel was een ninja-huis vol verborgen ruimtes nagebouwd. De gids demonstreerde hoe hij zich in een oogwenk achter een valse wand kon verbergen of een zwaard uit de vloer kon tevoorschijn toveren. Na de demonstratie bezocht ik de vaste opstelling van wapentuig en ander ninja-gereedschap.

Ik fietste terug naar het hotel om mijn bagage op te pikken. Even voor elf uur vertrok ik naar Nara. Route #163 liep eerst heuvel op heuvel af. Na 8 kilometer daalde de weg af naar de rivier Kizu. De rest van het traject volgde de weg de rivier door het beboste dal. Zonder fietspad was Route #163 net te druk om aangenaam op te fietsen.

Intussen had ik ook een probleem met de achterwielspanner. Hierdoor liep de uitlijning van het achterwiel scheef. Zo verhoogde de rolweerstand en sleep de remschijf tegen de schijfrem. Ik stopte en probeerde de ideale uitlijning te herstellen. Na verscheidene pogingen leek het in orde, maar een halve kilometer verder kwam het probleem terug. De herhaaldelijke uitlijnstops zorgden voor veel oponthoud. Omstreeks 13 uur had ik nog maar 26 kilometer afgelegd. Ik fietste door een bosrijke maar schaarsbewoonde streek. Het baanrestaurant ‘Daisen’ kwam dus onverwacht. Ik bestelde ‘katsudon’ (rijst met gepaneerde kotelet). Na de maaltijd volgde de chef-kok me naar buiten. Geïnteresseerd vroeg hij welke route ik fietste. Hij was verbaasd dat ik helemaal uit Tokyo naar hier was gefietst. Hij gaf me twee zakken snoep als aanmoediging cadeau.
Na ongeveer 35 kilometer sloeg ik linksaf en stak ik de rivier Kizu over. De volgende kilometers werd het steeds drukker. Om kwart na drie arriveerde ik aan het Onyado Nono Hotel vlakbij het treinstation van Nara. Het uithangbord van het hotel was zeer discreet, dus ik was er eerst voorbij gefietst. Het relatief nieuwe hotel is smaakvol ingericht met veel Japanse stijlelementen. Overal liggen tatami matten, dus iedereen loopt verplicht op blote voeten of sokken rond. Mijn schoeisel heb ik opgeborgen in de schoenenkluisjes naast de receptie. Op mijn blote voeten zwierde ik mijn bagage in mijn kamer af. Daarna sprong ik met mijn teenslippers terug op de ligfiets. Ik blijf twee nachten in Nara, maar ik wilde de historische site al even verkennen. Een dikke kilometer verder bezocht ik het Kofukuji tempelcomplex aan de voet van het historisch park. De tempel rechts van mij heeft de toepasselijke naam ‘Vijf-Verdiepingen-Pagode’, en dateert uit de vijftiende eeuw.

Bij valavond bezocht ik het onsencomplex van het hotel. Aan het station van Nara heb je natuurlijk geen zeezicht, maar het Japanse bad was weer zeer ontspannend.
Fietsstatistieken:
48,57 km

2 u 37 min

18,59 km/u

9 mei: Toba –> Iga

De shinto-goden van Ise Jingu hadden mijn schietgebedje gehoord. Toen ik vanmorgen opstond was het droog. Na het ontbijtbuffet verliet ik het resort. De uitcheckautomaat had een knop ‘English’, maar de kwitantie rolde er in het Japans uit. Er kwam per nacht een extra kost van 150 ¥ (1,15 €) bij. Het is mij niet duidelijk of het om kuurtaks dan wel BTW gaat. Google Translate vertaalde de Japanse karakters in ‘XB’, en daar werd ik niet wijzer van.
Ik fietste eerst terug naar Ise Jingu Geku langs dezelfde weg als gisteren. Via Route #37 fietste ik het centrum van Ise uit. De wind stond pal op kop. Indien ik zou moeten kiezen tussen de hele dag regen of de hele dag wind tegen, dan kies ik zonder aarzeling voor het laatste. De rivieren die ik overstak waren sterk gezwollen. Voor de regendagen stroomden de ondiepe rivieren gewoonlijk slechts door één geul van hun brede bedding. Nu gebruikten ze bijna de volledige breedte.
Onderweg naar de stad Tsu merkte ik een bushokje met fauteuils op. Dat lijkt me een slim idee. In plaats van je oude zetel naar de kringloopwinkel te brengen, zet je hem gewoon in het bushokje op het einde van je straat. Zo kan je er nog jarenlang van genieten telkens als je op de bus zit te wachten.
In Tsu nam ik niet de directe weg naar mijn eindbestemming Iga. De kortste weg leidt immers dwars door een laaggebergte. Verderop had ik een weg gevonden die geleidelijk de nodige hoogte won. Dus fietste ik Tsu voorbij in de richting van Seki. De drukke Route #10 had maar één rijstrook in elke richting en vaak geen apart fietspad.
’s Middags stopte ik aan een baanrestaurant. Van de Japanse menukaart kon ik alleen de cijfers lezen. De foto’s van de gerechten gaven me alvast een indicatie van de diverse schotels. Aan de hand van de structuur van de kaart begreep ik dat er een lunchaanbieding was: twee schotels plus dessert voor 950 ¥ (7,31 €). Even later bracht de serveerster een grote kom rijst met lange roereislierten. Deze schotel was voor mij qua omvang al een volwaardige maaltijd, maar een minuut later bracht ze ook nog een grote dampende kom noedelsoep. Zo stonden er twee maaltijden voor mijn neus, en ik moest nog 40 kilometer fietsen. Ik heb de rijst en de noedels maar voor tweederde opgegeten. Het dessert had ik eigenlijk niet verdiend. Licht overeten legde ik me terug op mijn ligfiets.
Voorbij de oprit van de expresweg sloeg ik linksaf Route #25 in. Deze rustige baan volgde de loop van een rivier. Al snel fietste ik midden in de groene bossen. Ik hoorde alleen het rivierwater klateren en de Japanse vogels fluiten. Af en toe passeerde er een auto. Eenmaal voorbij de steengroeve zag ik niemand meer. Zo klom ik 11 kilometer lang geleidelijk aan naar 300 meter hoogte. Deze weg is echt een aanrader.
Omstreeks half vijf arriveerde ik aan het Ueno Frex Hotel. Deze hoteltoren staat in de stadsrand van Iga tussen baanwinkels en pinksterkerken. Voor de ronde som van 5.000 ¥ (38,43 €) heb ik een westerse kamer inclusief ontbijt. Mijn ligfiets mocht zelfs bij mij op de kamer overnachten, maar eerst heb ik de ketting gesmeerd. Dat was nodig na de voorbije regendagen. Bovendien heb ik intussen al ruim 600 kilometer op Japanse bodem gefietst.
Fietsstatistieken:
107,82 km
6 u 5 min
17,73 km/u