4 mei: Hakone

Het Suimei hotel heeft geen restaurant. Voor het ontbijt stuurde de receptionist me naar een koffiebar in het station. Toen ik na mijn ontbijt terugkwam, was het kamermeisje mijn kamer al aan het kuisen. Ik liet haar rustig doen, en wachtte in een zetel in de lobby. Vijf minuten later kwam ze persoonlijk melden dat ze klaar was. Tegen half tien daalde ik met de fiets 2 kilometer naar het vorige dorp Iryuda. Op 150 meter van het station was hier een wassalon. Ik stopte mijn vuile was in de wasautomaat en stak vier muntjes van 100 ¥ (4 × 0,76 €) in de gleuf. Veertig minuten later was mijn kledij terug proper. Voor nog een muntje van 100 ¥ droogde ik de natte was. Ondertussen verkende ik per ligfiets het steile dorp.
Ik liet de propere was op mijn kamer achter, en wandelde naar het station. Voor 1.540 ¥ (11,80 €) kocht ik een retourticket naar het bergstation Sounzan. Eerst nam ik de bergtrein naar het stadje Gora. Deze trein wisselde onderweg in bijna elke stopplaats van rijrichting. Ik was in de laatste wagon ingestapt, en na de eerste halte zat ik plots vooraan in de trein. In Gora zag ik mensen aan tafels eten in een handelszaak met eentalig Japans uithangbord. Ik veronderstelde terecht dat het een restaurant was. Er was geen wachtrij dus ik kon meteen aan een tafel gaan zitten. Van de summiere menukaart kon ik alleen de prijzen lezen. De Google Translate app had moeite om de handgeschreven menukaart te ontcijferen. Ik herkende het woord ‘ramen‘. Toen de serveerster de bestelling kwam opnemen, sprak ik dit ene woord uit. Even later slurpte ik noedels uit een dampende kom soep.
Na de lunch wandelde ik de steile berg van het stadje op. Na een halve kilometer stapte ik alsnog op de kabeltrein naar Sounzan. Boven kreeg ik een mededeling die me zeer bekend in de oren klonk. Wegens de felle wind was de dienst van de gondelbaan afgelast. De gondel was helemaal niet zo essentieel als de veerboot van gisteren. En vandaag had ik een alternatief. Te voet klom ik op de autoweg verder naar de vulkaankrater van Owakudani. De Baai van Tokyo overzwemmen met ligfiets en bagage is tot nader order niet realistisch. De laatste twee kilometer wandelde ik voorbij een lange file. Ik was eerder boven bij de krater dan de aanschuivende auto’s. Wegens de afgelaste gondeldienst hadden blijkbaar veel te veel mensen voor de auto als alternatief gekozen. De parking kon de toevloed niet slikken. Ook de bussen stonden vast in de file, en waren vandaag geen alternatief.
De vulkaankrater ontstond drieduizend jaar geleden na een gigantische explosie. Vandaag laat de vulkaan nog steeds zwavelhoudend gas los. Boven aan de krater was er geen bescherming tegen de felle wind. Op de uitkijkplateau’s had je zicht op twee natuurlijke attracties. Aan de ene kant zag je gas borrelen uit de krater. Aan de andere kant had je een prachtig zicht op de berg Fuji.
Wegens de koude wind wandelde ik na een kwartier al terug naar Sounzan. Op de kabelbaan en vervolgens op de bergtrein had ik deze keer wel een zitplaats. Terug in Yumoto liep ik langs de talrijke souvenir- en delicatessenwinkels naar het hotel. Achter een uitstalraam zag ik een man kleine gevulde cakejes bakken aan een soort van cirkelvormige lopende band. Na twee rondjes waren ze klaar. Voor de stukprijs van 70 ¥ (0,54 €) kocht ik er vier. Ik at ze meteen met veel smaak op want ze waren nog lekker warm. Na de douche profiteerde ik ervan om meteen in de onsen van het hotel te baden. Ik was pas proper, dus moest ik me bij de onsen niet opnieuw wassen.
Fietsstatistieken:
6,55 km
0 u 26 min
15,08 km/u

3 mei: Takeoka –> Yumoto

Afgelopen nacht had ik mijn eerste slaapervaring in de Japanse stijl. Doorheen de dunne matras voelde ik de harde tatamivloer. Met een tweede matras er op lag ik wel zacht. Beddengoed trof ik niet aan, maar wel een stapel fleecedekens. Ik gebruikte er een als dekbed en een tweede rolde ik op als hoofdkussen. Ik kroop in mijn zijden slaapzak, en ik sliep prima. Toen ik rond 7 uur opstond, waaide het hard. Mijn vrees werd waarheid toen ik de ferryterminal in Kanaya bereikte. De dienst was voor onbepaalde duur afgelast wegens stormweer.
Het enige alternatief was met de trein rond de baai sporen. Maar de stationschef weigerde mijn fiets omdat hij niet ingepakt was. Dus zat ik voorlopig vast in Kanaya. Ik besloot te wachten tot de wind zou gaan liggen, hopelijk in de namiddag, en anders morgen.
Achter het loket van de veerdienst zag ik een potje met paperclips. Met gebaren vroeg ik of ik er een mocht hebben. Nu kon ik eindelijk de Japanse simkaart installeren. Van thuis uit had ik een simkaart voor mobiele data gekocht en laten leveren in het Hedistar Hotel in Narita. Helaas kreeg ik de simkaartgleuf van mijn smartphone niet open. Je hebt een fijne pin nodig om de veer te activeren. De paperclip was ideaal voor dit doel. Ik verwisselde en installeerde de Japan Travel SIM van IJMio, en even later was ik na ruim 24 uur terug verbonden met de digitale wereld. Dit gaf de mogelijkheid om online een oplossing voor het ferryprobleem te zoeken en hiervoor Japanse contacten aan te spreken.
Tegen 11 uur had ik al grote honger. De industriële koffiekoeken waren blijkbaar snel verteerd. Ik stapte een westerse fastfoodtent binnen en bestelde een bord rijst met gepaneerde kotelet. Toen ik rond 12 uur terug aan de ferry terminal kwam, was de dienst hervat. Zeer opgelucht kocht ik meteen voor 1.200 ¥ (9,10 €) een ticket voor de boot van 12u25. Ik mocht als eerste inschepen. Wat later begon de bijna lege veerboot aan de overtocht.
De boot deinde licht op en neer, maar onvoldoende om zeeziek te worden. Veertig minuten later fietste ik in Kurihama de kade op. Eerst volgde ik een kanaal, vervolgens stak ik twee heuvelruggen over. Dan kwam ik aan het strand uit. De eerste kilometers stond het verkeer op de kustweg aan te schuiven in een lange file. Ik fietste de stilstaande auto’s langs links voorbij. Toen er twee rijstroken in elke richting waren, loste de file snel op.
Parallel met de kustweg liep een fietspad tussen het strand en de duinen. Helaas was het fietspad niet befietsbaar. De sterke wind had grote zandplassen op het fietspad geblazen. Bij de tweede plas ben ik uitgegleden. Het scheelde niet veel of ik was omgevallen. Ik besloot om terug te gaan en de kustweg te blijven volgen tot in de stad Odawara. Vanaf daar was het nog 5 kilometer klimmen tot Yumoto.
Met 2 tot 3 uur vertraging stopte ik aan het Hotel Suimei. Deze morgen heb ik lang gedacht dat ik er vandaag nooit zou geraken, maar het was toch gelukt. In dit hotel had ik op voorhand een kamer geboekt in een bijgebouw aan de overkant van de straat. Op initiatief van het personeel mocht ik mijn ligfiets in de hal aan de ingang stallen. Achteraf heeft men er een label met Japans opschrift aangehangen.
Na het diner van kip teriyaki trok ik de kimono van het hotel aan en begaf ik me naar de ‘onsen‘. Dit is een welnessbad in typisch Japanse stijl. De vakantieregio Hakone waar ik nu ben is bekend voor zijn vele onsen. Het water wordt speciaal aangevoerd uit de bergen. Een warm bad op zijn Japans is inderdaad heel relaxerend. Dit ga ik de komende weken nog vaak doen.
Fietsstatistieken:
79,22 km
4 u 25 min
17,91 km/u