7 mei: Hamamatsu –> Toba

De weersvoorspelling had gelijk, toen ik opstond regende het pijpenstelen. Vandaag was de eerste bestemming de veerboothaven van Iragomisaki. Aan deze kaap op het Atsumi schiereiland wilde ik de veerboot naar Toba nemen. Er was weinig wind, dus de veerdienst zou normaal werken. Tegen regen moet een veerboot kunnen, ze zijn immers waterdicht. Ik vertrok in regenkleding. Nog voor ik de stad Hamamatsu uit was, was ik al doorweekt. In de gutsende regen een minuut aan een verkeerslicht wachten, daar word je snel nat van. Doornat fietste ik langs lagunes omzoomd met palmbomen.
Gelukkig kon ik de aanwijzingen op de fiets-gps slaafs volgen. In de gietende regen is het geen pretje om aan elk kruispunt de weg te zoeken op je smartphone. Na 24 kilometer klom ik naar een plateau. Boven sloeg ik linksaf in Route #42. Deze rustige weg liep door een ruraal en licht glooiend landschap. Dit soort weg ligt me wel. Eindelijk kon ik eens tempo maken. De kilometers maalden vlot in een landelijke omgeving met veel glasteelt. De regen werd gevoelig minder, en ik begon zelfs te genieten van het fietsen.
Geleidelijk aan daalde ik terug af naar het zeeniveau. Op drie kilometer van de ferryhaven volgde nog een laatste steile beklimming. Al om 12u30 arriveerde ik na 75 kilometer aan de terminal. Ik kocht meteen een enkel ticket voor 2.580 ¥ (19,80 €) voor de boot van 13u40. Dit was dubbel zo duur als de veerboot van Kanaya naar Kurihama. Waarschijnlijk heb ik voor mijn ligfiets moeten bijbetalen. In de toiletten trok ik een droge T-shirt aan. Daarna at ik een kom rijst met kip en groenten in de cafetaria van de terminal. Tien minuten voor het vertrek fietste ik de veerboot op. De stouwers legden mijn ligfiets in de watten met enkele dekentjes.

Na een klein uur varen tussen eilandjes meerde de Isewan ferry aan in Toba. Dit is een vakantieregio aan de kust met verscheidene resorts. In een zeldzaam droog moment fietste ik op een kwartiertje naar mijn hotel. Ik had op voorhand twee nachten geboekt bij het Yukai Resort Saichoraku Hotel. Dit enigszins gedateerde vakantieverblijf ligt aan een vissershaven 3,5 kilometer ten noorden van de ferryterminal. Voor 8.400 ¥ (64,48 €) per nacht heb ik een ruime kamer in Japanse stijl met zicht op de zee en op de vissershaven. Het diner en het ontbijt zijn in de prijs begrepen. Vanavond slaap ik weer op een dunne matras op de grond. In tegenstelling tot de garage in Takeoka is er hier wel beddengoed. Het resort is duidelijk gericht op de eigen inwoners. De receptioniste sprak maar een paar woorden Engels. Ze troonde me mee naar een rek om de hoek om een ‘yukata‘ in mijn maat uit te kiezen. De katoenen badjassen in Japanse stijl lagen niet in stapels van S tot XXL maar volgens lichaamslengte. Ik schurkte tegen de ondergrens van mijn maat aan. De yukata raakte net niet de grond.
Ik hing mijn natte kleding te drogen. Na de warme douche zette ik thee. Terwijl ik de thee dronk barstte een felle regenbui los. Maar nu zat ik binnen lekker droog in mijn yukata. Tegen de schemering begaf ik me naar het onsencomplex. Behalve het Japanse bad van 40°C was er ook een ijsbad en een sauna. Geen idee of de sauna ook tot de Japanse cultuur behoort of uit Scandinavië is geïmporteerd. In de sauna raakte ik in gesprek met een Japanner. Hij kon maar een paar woorden Engels. Ik legde uit dat ik in zijn land een tour ‘by bike’ maakte. “Harley?” vroeg hij. Neen, ‘bicycle’, die rare soort fiets die je wellicht naast de ingang van het hotel zag staan. Vervolgens somde ik de plaatsen op waar ik vandaan kwam en de eerstvolgende etappes.

Om half acht startte mijn shift om te dineren in het restaurant. Ik viel een beetje uit de toon toen ik het restaurant betrad. Driekwart van de gasten liep in yukata rond. Ik had gewoon een broek en een hemd aan, want ik wilde het omgekeerde niet meemaken. Stel je voor dat ik in yukata zou arriveren terwijl iedereen gewoon gekleed is. Het buffet à volonté was zeer uitgebreid. Ik heb me moeten inhouden om me niet te overeten aan de onbekende lekkernijen.
Fietsstatistieken:
78,82 km
4 u 6 min
19,23 km/u

6 mei: Shizuoka –> Hamamatsu

Ondanks de harde matras heb ik goed geslapen in het Abant Hotel. Het inclusieve ontbijt had een westers aanbod van toast met roerei en worstjes. De koffie uit de automaat liep ook vlot binnen. Tegen half negen lag ik op de ligfiets. Eerst fietste ik de stad Shizuoka uit. Dan begon ik aan een zachte klim. Alvorens ik het door had, had ik de bergpas al bereikt. Vervolgens ging het door een tunnel terug naar beneden. De tunnel had gelukkig een breed afgescheiden fietspad.
Beneden in de vlakte kwam ik terug in verstedelijkt gebied. Na het oversteken van de tweede rivier stuurde de GPS me op een bospad recht een steile berg op. Ik vond het bospad niet, maar het alternatief was ook veel te steil om op te fietsen. Boven op het plateau kwam ik in een uitgestrekte theeplantage aan. Zelfs op zondag snoeiden theeboeren de theestruiken met een boogvormige haagschaar.

Zachtjes klom ik nog acht kilometer lang tussen de theestruiken verder het plateau op. Plots stuurde de GPS me in een supersteil baantje naar een dorpje in het dal. Aan de andere kant moest ik op momenten even steil terug naar boven klimmen, eerst tussen de theevelden, nadien door een bos. Vaak duwde ik mijn ligfiets naar boven. Uiteindelijk stuurde de GPS me een onverharde veldweg in, maar die liep dood aan een mesthoop.

Via een veel te steile afdaling op een smal bospad kwam ik stilaan terug in een verstedelijkte vlakte. Om kwart voor één hield ik halt bij een restaurant dat als logo een rode varkenskop had. Het bleek een Chinees noedelrestaurant te zijn. Ik wees op het fotomenu een schotel aan die er lekker uitzag. Even later werd een koude noedelsalade opgediend. Op een foto kan je niet zien of een schotel warm of koud is. Gelukkig had ik nog een bord warme rijst als bijgerecht besteld.
Na de middag fietste ik verder door de voorsteden van Hamamatsu. Ik volgde vaak snelweg #1 via een parallelweg of een fietspad. De talrijke verkeerslichten en viaducten drukten het tempo. Pas om tien na vier kwam ik bij het Hotel Concorde in het centrum van Hamamatsu aan. Net als gisteren is het een hoteltoren, maar dan wel dubbel zo hoog. Ook mijn kamer met twee eenpersoonsbedden op de elfde verdieping is hoger gelegen dan gisteren. Deze relatief ruime kamer had ik op voorhand geboekt voor 38,31 €.

Na de douche wandelde ik naar het kasteelpark van Hamamatsu dat vlak naast het hotel ligt. Nu had ik (een beetje) tijd om het kasteel te bezoeken, maar het was gesloten. Dus wandelde ik terug naar het hotel, en stak mijn vuile was op de vierde verdieping in een wasautomaat. Ik had er slechts twee muntjes van 100 ¥ (0,77 €) voor nodig, eentje voor de automaat en eentje voor een zakje waspoeder. Een wasautomaat in het hotel is wel handig op een fietsreis. Zo kan je ’s avonds zelf de was doen, en dan heb ik het niet over wassen in de lavabo. In mijn vorige fietsreizen in Zuidoost-Azië vond ik alleen wasserijen die er 24 uur over doen. Zoveel tijd had ik alleen op rustdagen ter beschikking.

Nadat ik de natte was voor nog een muntje van 100 ¥ in de droogtrommel had laten zwieren, wandelde ik de kilometer naar de uitgaansbuurt van Hamamatsu. Blijkbaar lag het kasteel en het hotel toch niet zo centraal in de stad. In de uitgaansbuurt was de keuze veel te groot. Uiteindelijk stapte ik impulsief een restaurant binnen. Naast twee kippensatés at ik een kom rijst met gehakt en een rauw ei erbovenop. Op de terugweg voelde ik fijne druppels vallen. Volgens de weersvoorspelling zal het morgen regenen…
Fietsstatistieken:

83,60 km
5 u 13 min

16,04 km/u