Erna: tips voor toekomstige fietsreizigers

Intussen ben ik al enkele maanden terug thuis. Als afsluitend blogbericht wil ik graag nuttige informatie voor toekomstige fietsers delen, zowel aantekeningen over Japan als fietsland, als meer algemene reizigersinfo.

 

Navigeren

Japan heeft een zeer dicht wegennet. Per vierkante kilometer heeft het hooggeïndustrialiseerde Japan gemiddeld 3 kilometer wegen (berekend op basis van cijfers van wegenwiki.nl). Dit is 2 kilometer minder dan het dichtbebouwde België (5 IMG_2369-1024x768km/km²), en vergelijkbaar met Nederland (3,35 km/km²). Voor de landen van mijn vorige fietsreizen, Laos en Cambodja, ligt de verhouding op respectievelijk 0,04 en 0,013 km/km². In deze landen fietste ik vaak dagenlang rechtdoor op dezelfde snelweg. Navigatie was gewoon een kwestie van je positie op de snelweg te bepalen tussen het startpunt en het eindpunt van de etappe. Het dichte wegennet van Japan maakte van navigeren opnieuw een serieuze uitdaging. Ik fietste kriskras doorheen uitgestrekte verstedelijkte gebieden. Op elk kruispunt stoppen en de smartphone bovenhalen zou echt niet praktisch zijn. Daarom investeerde ik op voorhand in een fiets gps.

Avondenlang stippelde ik de route van elke etappe tot in het detail uit. Het merk Garmin biedt gratis Open Street Maps aan via http://garmin.openstreetmap.nl/ . De Open Street Maps van Japan zijn goed uitgewerkt. Helaas ontbreken de hoogtelijnen zoals bij alle gratis kaarten van Garmin. Daarom stippelde ik mijn routes uit met Google Maps in terreinzicht op mijn tweede beeldscherm geopend. Zo kon ik steeds het reliëf controleren Schermafdruk BaseCampvan de route die Garmin voorstelde. In het programma Garmin Basecamp kan je met de Alt-toets de route verleggen. Meer dan eens raakte de route bij het verleggen in de knoop. Bij de etappe van Toba naar Iga wilde ik niet de kortste weg nemen door het laaggebergte. Helaas begreep Basecamp niet dat ik via een omweg geleidelijk aan naar Iga wilde klimmen. Telkens ik de route versleepte, maakte het programma de knoop erger en erger. Toen de etappeafstand tot 230 kilometer was aangewassen, stond ik de wanhoop nabij. De volgende avond kon ik met hernieuwde moed de knoop ontwarren en de afstand tot 107 kilometer terugbrengen.

Het uitstippelen van alle routes kostte me vele avonden. Maar op het moment zelf was IMG_1570-1024x768dit zeer handig. Ik moest gewoon de aanwijzingen van de fiets gps volgen. Af en toe stopte ik bij een twijfelgeval, in de meeste gevallen omdat twee wegen te dicht naast elkaar liepen. Tijdens de regendagen was ik blij dat ik gewoon de gps kon volgen. Zo kon ik vermijden om in de gietende regen op mijn smartphone de weg te moeten zoeken.

Je kan het ZIP-pakket met alle GPX-routes downloaden via deze link.

 

Fietsen in Japan

Aparte fietspaden zijn er nauwelijks in Japan. Gewoonlijk delen fietsers de infrastructuur met de voetgangers. Vaak geven blauwe verkeersborden deze situatie aan. IMG_1413Op de signalisatie staat de voetganger figuurlijk boven de fietser. De infrastructuur is duidelijk op maat van de voetgangers aangelegd, terwijl fietsers alleen getolereerd worden. Bij elke straat of oprit die het verhoogde ‘voetfietspad’ kruist, gaat het pad steil omlaag en dan weer steil omhoog. Het onderhoud laat ook dikwijls te wensen over, met scheuren en bulten in het asfalt en woekerend onkruid als gevolg. Op deze wijze is het lastig om een tempo aan te houden. Met uitzondering van de stadscentra maken weinig voetgangers en fietsers van de ‘voetfietspaden’ gebruik. Bij een aanzienlijk aantal drukke gewestwegen ontbreekt het IMG_1625‘voetfietspad’ of is het pad in onberijdbare toestand. Dan is het onvermijdelijk om uiterst links op de rijbaan te fietsen. Soms maar niet altijd heeft de weg een zijstrook. Volgens mij zijn Japanse chauffeurs gewend aan fietsers op de rijbaan. Meer dan eens werd ik langs rechts op de rijbaan voorbijgestoken door een lokale wielertoerist op een koersfiets. Voor mij was dit het signaal om zelf ook het ondermaatse voetfietspad te verlaten en op de linkse rijstrook mijn plaats naast de auto’s op te eisen. De talrijke bruggen en viaducten probeerde ik wel via het aparte ‘voetfietspad’ over te steken los van de abominabele kwaliteit. Op de smalle rijstroken van de bruggen kunnen auto’s de fietsers immers niet inhalen zonder de aangrenzende rijstrook te gebruiken. Dit genereerde al snel een file achter mij.

Volgens de wet van het getal is de fietser baas op de jaagpaden langs de rivieren. De autovrije fietspaden op verhoogde dijken zijn grotendeels verhard en meestal in goede IMG_1750-1024x768staat. Ze zijn geweldig om gezwind kilometers te malen door een overwegend ruraal landschap. Langs sommige van deze fietsostrades heeft de overheid voorzieningen voor fietsers gebouwd. De fietsostrade langs de rivier Edogawa bijvoorbeeld heeft een heuse snelwegparking met sanitaire blok, picknicktafels en frisdrankautomaten. Sommige prefecturen doen extra inspanningen voor fietstoeristen. Aan de oostkust heeft de prefectuur Toyama een fietsroute langs haar kustlijn aangelegd. Een blauwe op het asfalt geschilderde markering duidt de fietsroute aan. Voor het autoverkeer is het duidelijk dat ze de weg met fietsers moeten delen. De markering bevestigt aan de fietsers dat ze het vermaledijde ‘voetfietspad’ mogen verlaten om hun plaats op de autoweg op te eisen.

 

Hotelreservaties

Ik landde in het begin van de Gouden Week in Japan. Wegens de vier feestdagen die jaarlijks in de eerste week van mei samenvallen, nemen de Japanners massaal vakantie. IMG_1388-1024x768De stedelingen reizen terug naar hun geboortestreek en bezoeken hun familie. Anderen genieten van een vakantie in eigen land. Treinen en hotels zijn voor de hele week nagenoeg volgeboekt. Daarom besloot ik om mijn hotelovernachtingen voor de Gouden Week ver op voorhand te boeken. Dit lukte prima voor de hotels in de steden. Maar voor de vakantieregio Hakone was ik vier maanden op voorhand al hopeloos te laat. Toen ik de Gouden Week had volgeboekt, ging ik door op mijn elan. Na een maand avondwerk had ik alle hotelovernachtingen voor mijn volledige fietsreis geboekt. Dit spaarde me veel avondwerk uit tijdens de fietsreis zelf. Ik moest niet meer elke avond de mogelijkheden voor de volgende overnachting opzoeken. Het volstond om even op te frissen wat het volgende hotel was. De vroegboekkorting vormde een bijkomend voordeel. Mijn eerste IMG_2190en mijn laatste nacht in Japan bracht ik in hetzelfde hotel door. Vier maanden op voorhand kostte een overnachting in het Hedistar Hotel in Narita 38,40 EUR. Toen ik 40 dagen op voorhand de laatste nacht boekte, betaalde ik voor hetzelfde kamertype plots 50,18 EUR. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan het boeken van alle overnachtingen. Het ontneemt de flexibiliteit om ad hoc het reisplan te wijzigen. Persoonlijk waardeer ik de voordelen van een uitgewerkt reisschema. Maar je hebt niet altijd alles in de hand. Het stormweer in de Baai van Tokyo dreigde mijn reisschema danig in de war te sturen. Gelukkig ging de wind tegen de middag liggen en kon ik alsnog met de ferry de baai oversteken. Zonder pech biedt een uitgewerkt schema meer voordelen dan nadelen.

 

Met een fietsdoos landen in Narita

Het landen met een fietsdoos in Narita had ik toch een beetje onderschat. Ik had nagelaten om op voorhand een luchthaventransfer voor mij en mijn fietsdoos te boeken. Ik ging er te gemakkelijk van uit dat ik een taxibus zou kunnen nemen. Op de luchthaven van Narita zijn de taxi’s strikt gereglementeerd. In de taxiwachtrij stonden uitsluitend zwarte sedans van hetzelfde merk en model. Mijn fietsdoos was veel te groot voor de IMG_1387-1024x768kofferbak van deze identieke taxi’s. Parallel met de taxiwachtrij stond een rij minibussen in allerlei maten en kleuren onder een betonnen luifel. De shuttle bussen waren allemaal gereserveerd. Geen enkele chauffeur van de busjes wilde mij en mijn doos vervoeren. Vervolgens wendde ik me vruchteloos tot het openbaar vervoer. Wegens mijn fietsdoos werd ik zowel bij de spoorwegen als bij de reguliere busdienst geweerd. Als laatste strohalm richtte ik me tot een bagagetransportdienst. Japanse luchthavens bieden een bijzondere dienstverlening aan om je bagage bij je hotel of thuis af te leveren. De bagage komt wel pas de volgende dag aan. Ook voor deze dienst was mijn doos te groot. Uiteindelijk besloot ik om mijn fiets uit te pakken en naar mijn hotel te fietsen. Ik gaf mijn doos bij de bagagedienst in bewaring. In de namiddag keerde ik met de shuttle bus van mijn hotel terug naar de luchthaven om mijn fietsdoos op te pikken. Bijna een halve dag na mijn landing zijn mijn fietsdoos, mijn ligfiets en ikzelf uiteindelijk goed bij het hotel in het centrum van Narita aangekomen. Niettemin had ik me veel ellende kunnen besparen door op voorhand een shuttle bus te boeken.

 

Ik heb echt genoten van mijn fietsvakantie. Japan is op dit vlak een aanrader. Het land biedt verscheidenheid op elk vlak. Van de tempels en kastelen in de steden tot de theeplantages en bamboebossen op het platteland, ik raakte er niet op uitgekeken. Ik heb langs twee zeeën en door de Japanse Alpen gefietst. Van op de hoge jaagpaden naast de rivieren ontdekte ik keer op keer nieuwe dingen. Overal verbleef ik in betaalbare hotels IMG_2072die zich konden meten met Europese standaarden. Japanse particulariteiten als de yukata en het toilet met automatische sproeier maakten elke overnachting bijzonder. Op de futons in de Japanse stijlkamers heb ik doorgaans goed geslapen. De Japanse keuken is enorm veelzijdig en heeft mij steeds gesmaakt. Yakitori was mijn favoriet. Het prijspeil van de horeca ligt in Japan op drievierde van België. Eten en drinken was relatief betaalbaar, met uitzondering van alcohol. Hoge accijnzen maken bier en andere alcoholische dranken kunstmatig duur. Niettegenstaande ik alleen in het land rondfietste, voelde me overal veilig. Op een maand tijd lag ik bijna 98 uren op de ligfiets en legde ik 1.846 kilometer af. Voor mij was de fietsvakantie echt geslaagd. Misschien keer ik over enkele jaren wel terug voor een rondje op de zuidelijke eilanden Kyushu en Shikoku.

Advertenties

1 juni: Naar huis

Mijn vlucht naar huis zou om 10u10 opstijgen. ’s Morgens genoot ik eerst nog van het ontbijtbuffet van het Hedistar Hotel. Tien minuten voor het vertrekuur van de shuttle bus stond ik klaar met mijn fietsdoos en banaantassen. De shuttle bus van het hotel was een groter model dan vorige maand. Er was ruimte voor meer passagiers. Helaas ging dit ten koste van de bagagecapaciteit. Mijn fietsdoos paste niet in het kleine bagagecompartiment. Om 7u30 vertrok de shuttle bus zonder mij.
De receptionist deed zijn best om een oplossing te vinden. Een uur lang wachtte ik machteloos af terwijl de stress toenam. Uiteindelijk kwam om 8u35 de andere shuttle bus aanrijden. Met deze bus was ik vorige maand mijn fietsdoos op de luchthaven gaan afhalen. Dit kleinere busmodel had een veel grotere bagageruimte waar mijn fietsdoos ruimschoots inpaste. Een kleine twintig minuten later zette dit privétransport me af aan Terminal 1 van de luchthaven.
Laat komen heeft ook voordelen. Ik werd meteen geholpen aan de check-in balie. Terwijl drie medewerkers mijn fietsdoos opmaten, checkte een vierde medewerkster mij in. Ze vroeg of ik het gewicht van mijn fietsdoos kon verminderen. Tot 23 kilogram mocht de doos gratis meevliegen, ofschoon de afmetingen van de doos het maximum ver overschreden. Ik kon evenwel niet in een handomdraai drie kilogram van mijn ligfiets strippen. Dus betaalde ik met mijn kredietkaart een toeslag van 150 $.
Vervolgens troonde de check-in medewerkster me mee naar de afdeling ‘Oversized Baggage’. Mijn doos was hier al aangekomen. De security gebood me om de fietsdoos te openen. Geholpen door de security medewerkers haalde ik de ligfiets half uit de doos. De security inspecteerde nauwgezet mijn fiets. Ze vielen over de luchtdruk achtervering. Ik legde hen uit dat de vering een overslagklep heeft. Bij overdruk zal de luchtdrukcylinder niet ontploffen maar lucht lossen. De security vertrouwde het niet met uitzondering van een jongeman die zelf een mountainbike had. Hij probeerde zijn collega’s gerust te stellen. Voor de zekerheid wilden ze toch de toestemming van SWISS hebben. Tien lange minuten wachtte ik op de toestemming terwijl de jongeman mij geruststelde. Bij SWISS namen ze gelukkig hun verantwoordelijkheid toen ze uit Tokyo gebeld werden over een rare fiets met luchtdrukvering. Het akkoord kwam er om 9u32, precies acht minuten voordat de boarding zou beginnen. Ik repte me naar de security check. Gelukkig was het uiterst kalm op de luchthaven. Precies om 9u40 sloot ik me aan de gate aan bij de rij mensen die op de boarding wachtten. Toen ik op het vliegtuig zat verdreef de grote opluchting de stress van de voorgaande uren. De eerste vlucht naar Zürich vertrok zonder vertraging.
De volgende twaalf uren verdreef ik de tijd met lezen en films kijken. De aansluiting naar Zaventem vertrok met ruim 50 minuten vertraging. Mijn banaantassen rolden als een van de eerste van de bagageband. De fietsdoos en ik kwamen bijna gelijktijdig bij de afdeling ‘Oversized Baggage’ aan. Mijn vader pikte me op in Parking 2. Ik schoof bij mijn ouders aan tafel terwijl we ondertussen bijpraatten. Na het eten haalde ik mijn ligfiets uit de doos en reed ik met de wagen naar huis.
Tijdens het uitpakken voelde ik de vermoeidheid van de lange dag opkomen. Nog douchen en het laatste blogbericht publiceren, en ik kan eindelijk in bed kruipen. Ongetwijfeld zal ik van deze fantastische fietsreis dromen. Japan heeft immers een onvergetelijke indruk nagelaten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

31 mei: Tokyo –> Narita

Voor de laatste etappe van mijn fietsreis stond ik wat vroeger op dan de afgelopen dagen. Na het bereiken van de finish moest ik mijn ligfiets terug in de fietsdoos steken. Ik liet de sleutel van het appartement achter in de brievenbus en wandelde naar de fietsenstalling van het metrostation. Ook de derde nacht op rij had mijn ligfiets overleefd. Maar nu ik dichterbij kwam merkte ik de papieren kennisgeving op die iemand gisterennamiddag rond mijn remkabel had geniet. Blijkbaar mogen alleen geregistreerde fietsen op de fietsenstalling geparkeerd worden. Mijn ligfiets is hier in Japan natuurlijk onbekend en nergens geregistreerd. De kennisgeving dreigde met een boete van 3.000 ¥ (23,53 €) en de verwijdering van mijn fiets. Gelukkig had ik dit binnen de 24 uur gezien.
Ik trok de kennisgeving los en stapte op de fiets. Vier kilometer verder bereikte ik Route #357 naar Chiba. Deze drukke weg lag aan weerszijden van een expresweg op hoge poten. Soms leek het dat er nog meer wegen parallel liepen. Gelukkig had Route #357 een afgescheiden fietspad. Bij de talrijke knooppunten met even drukke wegen moest ik telkens een fietspuzzel oplossen. Hoe steek ik over? Vaak kon ik met behulp van fiets- en voetgangersbruggen oversteken. Soms moest ik een eindje de dwarsbaan volgen tot het eerstvolgende verkeerslicht.
Route #357 volgde de kustlijn van de Baai van Tokyo. In de delta van Tokyo monden een dozijn grote en kleine rivieren in de baai uit. Regelmatig klom ik steile bruggen op tot het niveau van de hoge expresweg. Boven op de brug had ik dan een uitzicht op de skyline van Tokyo. Ter hoogte van Disneyland kon ik van op een brug het megahotel van het Disney Resort zien. Meer kon ik helaas niet zien van Disneyland, want ik fietste aan de verkeerde kant.
Na 32 kilometer verliet ik de drukke Route #357. Ik ging voor een laatste keer een beproefde tactiek toepassen en op een jaagpad naast een rivier fietsen. Een paar kilometer verder bereikte ik de rivier Hanami. Meteen had ik de drukte van de stad achter mij gelaten en fietste ik midden in de natuur. Op een paar kilometer na was het rustige fietspad helemaal geasfalteerd.
In de buurt van de stad Sakura verbreedde de rivier. In het vlakke land kreeg ik plots een fata morgana. Ik passeerde een oer-Hollandse windmolen alsof ik in pakweg Zaandam of Uitgeest aan het fietsen was. Uit nieuwsgierigheid stopte ik. Volgens het informatiepaneel had de Nederlandse overheid de windmolen ‘De Liefde’ in 1994 aan de stad Sakura geschonken wegens de veertigste verjaardag van de stad. Ik word volgend jaar ook veertig. Beste Nederlanders, krijg ik dan ook een windmolen voor mijn verjaardag?
Na 71 kilometer verliet ik de rivier terwijl de regendruppels geleidelijk aan talrijker werden. Even verderop stopte ik aan een eenvoudig noedelrestaurant. Na de lunch was de lichte bui over en begon ik aan de laatste acht kilometers van mijn fietsreis. Een korte beklimming bracht me op het plateau van Narita. Even later fietste ik langs een brede laan door de buitenwijken. In het steile centrum van Narita stuurde de gps me een doodlopende parking in. Wat de gps als een weg zag, was in werkelijkheid een steile trap omlaag. Ik volgde dan maar een winkelstraat die uitkwam aan het tempelcomplex dat ik een maand geleden op mijn eerste dag in Japan had bezocht.
Iets na twee uur arriveerde ik terug aan het Hedistar Hotel. Ruim 1.800 kilometer geleden was ik hier aan mijn fietsreis begonnen. De receptioniste herkende me nog. Na het inchecken vroeg ze spontaan of ik mijn grote doos terug wilde hebben. Met lichte spijt stak ik mijn ligfiets in de fietsdoos. Ik had nog wel verder willen fietsen, maar ja, aan alles komt een einde.
Fietsstatistieken:
80,24 km
4 u 13 min
19,06 km/u

28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.
Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.
In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.
Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.
In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.
Fietsstatistieken:
71,00 km
3 u 41 min
19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u

26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u