10 november: Een rondje Bagan

Deze morgen sliep ik een uurtje langer uit dan gewoonlijk. Vervolgens genoot ik van het uitgebreide ontbijtbuffet in de tuin naast het zwembad. Eindelijk eens een hotelontbijt waarbij ik de eieren kon skippen! Toen ik na het ontbijt op de fiets wilde stappen, was het aan het druppelen. Ik had er niet op gerekend dat ik in Myanmar nog regen zou meemaken. De afgelopen week straalde de zon steeds op een open hemel. De eerstvolgende regendruppels zou ik pas voelen als ik terug in België ben, dacht ik. Na een kwartier stopte het druppelen, maar de hele dag bleef het bewolkt, en kwam de zon er nooit helemaal door. Een kwartier later dan gepland begon ik aan een fietstocht door het uitgestrekte Bagan met de duizenden tempels.

Selfie met de zelfontspanner in Bagan

Eerst stopte ik bij de motorfietsgarage om de hoek. Na 590 kilometer snakte mijn ketting naar verse olie. Ik wees naar mijn ketting, en zei ondertussen “oil”. De garagist zocht een spuitbus, en samen begonnen we de ketting te oliën. De olie was een dikke vloeistof en had een roze kleur. Hopelijk blijft er niet teveel stof in plakken. In ieder geval maakte de ketting achteraf minder geluid. Ik vroeg de garagist wat het kostte, maar hij maakte duidelijk dat het gratis was.

In Bagan ben ik niet meer de enige toerist op de fiets. Om het uitgestrekte gebied te verkennen is de fiets een handig vervoersmiddel. Bovendien hebben de autoriteiten aan buitenlanders verboden om met een motorfiets in Bagan rond te rijden. Luie toeristen kunnen een elektrische fiets van Chinese makelij huren. In principe hoeft men op deze fietsen niet te trappen, tenzij de batterij plat is. Gisterenavond heb ik een man zien zwoegen op de trappers van een elektrische fiets. Hij was zeker nog vijf kilometer verwijderd van Nyaung U. Hij was nog lang niet thuis met de platte batterij.

Twee toeristen op e-bike in Bagan

Omstreeks half drie was ik terug in het hotel voor een zwempauze. Na de verfrissende plons sprong ik terug op de fiets om enkele afgelegen paya’s in het binnenland te bezoeken. Bagan is ontsloten door hoofdwegen die een uitgerekte rechthoek vormen. Vele tempels zijn bereikbaar vanaf de hoofdwegen. Binnen in de rechthoek zijn er ook prachtige tempels die enkel bereikbaar zijn via zandwegen. Deze wegen zijn slecht befietsbaar, want ze bestaan vaak uit stroken strandzand. Iedereen die ooit heeft geprobeerd om te fietsen in het mulle strandzand kan me beamen, in los zand valt niet te fietsen. Sommige stukken legde ik dus noodgedwongen te voet af. Uiteraard trok dit het gemiddelde van het aantal kilometers per uur fel naar beneden.

Stupa in Bagan

Morgen stap ik terug op de fiets voor een rit in lijn. De bestemming is Mount Popa, een uitgedoofde vulkaan met een prachtige paya op de top. Ik verwacht de eerstkomende dagen geen WiFi tegen te komen, dus vanaf morgen verdwijn ik een tijdje van de radar.

Fietsstatistieken:
43,31 km
2 u 48 min
15,42 km/u

9 november: Pakokku –> Bagan

Na twee lange ritten, stond er vandaag slechts een kort ritje op het programma. Op papier ligt Pakokku 42 km van Bagan. In de praktijk was ik na amper 32 km al in Nyaung U, de belangrijkste stad in Bagan. Tegenwoordig is Bagan in de brede zin de verzamelnaam voor het gebied en nauwelijks nog voor de oorspronkelijke stad. Het oude Bagan had haar bloeitijd van de 10de tot de 13de eeuw. In het hele gebied staan nu de resten van dit middeleeuwse rijk: duizenden stupa’s en andere ruïnes.

Stupa's in Bagan

Het vinden van een geschikt hotel was moeilijker dan verwacht. Na enkele dagen relatief ‘basic’ gelogeerd te hebben, wilde ik hier wat meer luxe hebben. Het eerste hotel dat ik bezocht, de Bagan Princess, stond in de Lonely Planet prachtig omschreven. In de praktijk bood men me voor 50$ een kamer in een ver bijgebouw aan, die ik niet beter vond dan de kamer van Pakokku. Het aanwezige zwembad kon de kloof niet dichten. Bijgevolg fietste ik verder. Via Old Bagan (de voormalige ommuurde stad Bagan) bereikte ik New Bagan. Dit stadje is pas in 1990 aangelegd, toen de overheid de dorpelingen uit Old Bagan verjoeg. De militaire junta wilde de archeologische site beschermen tegen schattenjagers. Zoals het een junta betaamt, werd de gedwongen verhuis nogal abrupt doorgevoerd. Tegenwoordig is New Bagan een groot dorp met onverharde stoffige straten volgens een dambordpatroon. Hier en daar stond er een hotel. Gelukkig waren de twee hotels die ik probeerde allebei volzet. In dit stoffige dorp waar eigenlijk niets te beleven valt wil ik liever niet verblijven. Dus fietste ik langs een andere weg terug naar de stad Nyaung U. Per ongeluk reed ik verkeerd, en zat ik enkele kilometers ver in de richting van Mount Popa. Hier wil ik ook naartoe, maar pas overmorgen. Onderweg nam ik even de tijd voor een fotosessie bij een verlaten paya.

Mezelf op de ligfiets voor een stupa in Bagan

Na een zoektocht van 30 kilometer vond ik centraal in Nyaung U eindelijk een hotel dat een kamer vrij had en me beviel. De receptionist pleegde eerst nog een telefoontje voordat het bevrijdende antwoord klonk: “Yes , we have a room for you, sir”. Prompt nam ik de kamer, en betaalde ik 50$ voor de eerste nacht. Het Hotel Thante groepeert een aantal bungalows rond het zwembad. Mijn kamer is ruim en heeft een houten vloer. De badkamer is bijna Europees, en voor het eerst in dagen had ik een warme douche. Het hotel heeft WiFi, dus ik kon ’s avonds eindelijk de blogberichten publiceren die ik sinds Mandalay had geschreven.

In de namiddag bezocht ik Old Bagan. Ik had het tamelijk snel gezien. De omliggende paya’s waren interessanter. Om 15:45u fietste ik snel naar het hotel terug om even in het zwembad te plonsen. Vervolgens repte ik me terug om bij zonsondergang te kunnen genieten van het uitzicht op een paya. Bij aankomst stikte deze paya reeds van de toeristen.

Een paya in Bagan vol met toeristen

Niettemin heb ik toch genoten van het uitzicht en enkele mooie foto’s genomen.

Avondschemering in Bagan

Fietsstatistieken:
87,76 km
4 u 28 min
19,58 km/u