25 februari: Andoung Tuek –> Tatai

De zachte matras was een verademing. Ondanks de warmte heb ik deze nacht goed geslapen. Om 6:45u stond ik op en ontbeet met noedelsoep in het guest house. Rond 8 uur lag ik op de fiets voor de koninginnenrit van mijn Tour de Cambodge. De afgelopen weken heb ik hoofdzakelijk vlakke ritten gefietst. Vandaag stond de enige bergrit op het programma.

Ik stopte eerst in het dorpscentrum om proviand in te slaan. Volgens de reisgids van Bernadette Speet zou er halverwege de etappe een restaurantje zijn. Ze adviseert evenwel om zelf voor een plan B te zorgen. Dus kocht ik op het kleine marktje een tros bananen en vulde mijn watervoorraad aan tot 2 liter.

De eerste zes kilometers fietsten vlot. Bij de afslag naar een golfterrein begon een zware beklimming van 4 km gevolgd door een afdaling met haarspeldbochten. Nadien werd de weg zwaar glooiend met af en toe een venijnige maar kortere beklimming.

image

De kwaliteit van de weg was redelijk, en dat vergemakkelijkte het klimmen. De weg ging dwars door het regenwoud van het Botum Sakor nationaal park. Een verkeersbord waarschuwde voor overstekende olifanten, die ik helaas niet heb gezien.

Elephant alert

Om 10:20u na 41 km fietste ik het dorpje Trapeang Rung binnen. Ik stopte aan het eerste restaurant dat ik tegenkwam. Op mijn gemak dronk ik een blikje cola, en een half uur later bestelde ik de lunch. Om half twaalf stapte ik terug op de fiets. Ik passeerde zeker een tiental restaurantjes in het dorp. Mijn bananen kon ik dus sparen als krachtvoer.

Het stuk na Trapeang Rung was duidelijk zwaarder. Ik had de indruk dat ik bijna voortdurend klom en dat er nauwelijks afdalingen tegenover stonden. Na 70 km was het eindelijk zover, en mocht ik 4 km dalen. Vlak voor Tatai was er nog een steile afdaling van 3 km.

Omstreeks half drie parkeerde ik mijn ligfiets op de brug over de rivier Tatai in het gelijknamige dorp. Ik belde naar de Rainbow Lodge om mijn aankomst te melden, en twintig minuten later werd ik door een motorbootje opgepikt. Na tien minuten varen kwamen we aan bij de ecolodge aan een zijrivier van de Tatai. Samen met de bootsman sleurde ik mijn ligfiets het steile pad naar de lobby op.

image

De Rainbow Lodge heeft een zevental vrijstaande paalhutten middenin het groen. Eén van de hutten had ik op voorhand geboekt voor 75$ per nacht. Dit is veruit de duurste overnachting van de hele reis, en op het eerste zicht krijg ik er weinig voor terug. Er is geen airco en geen wifi, en uit de douche stroomt alleen koud water. Daarentegen is de ligging superbijzonder. De ecolodge is volledig ingebed in het groen, en het is er extreem rustig. De prijs wordt ook gemilderd door het volpension arrangement, waarbij niet alleen het ontbijt maar ook de lunch en het driegangendiner inclusief zijn.

Rainbow Lodge Tatai

De rest van de namiddag en de vooravond blies ik uit van de zware fietstocht. Tegen dat het driegangendiner om 19:30u werd opgediend, had ik grote honger.

 

Fietsstatistieken:

83,03 km

4 u 29 min

18,53 km/u

24 februari: Veal Renh –> Andoung Tuek

Wegens de harde matras heb ik de voorbije nacht niet zo goed geslapen. Ik moest me telkens herpositioneren om de alomtewegenwoordige vering niet meer te voelen. Om kwart voor zeven stond ik op, en ging ik met de ligfiets ontbijten. In feite was dit overbodig, want na 350 meter zag ik al een ontbijtschuurtje. Hier at ik voor 1$ een bord met heerlijk warme rijst en malse varkensstukjes. De rauwe tomaten- en komkommerschijfjes liet ik zoals gewoonlijk onaangeroerd. Ik vertrouw geen rauwe groenten in de tropen.

Om 8:20u lag ik op de fiets met bestemming Andoung Tuek. De eerste 40 km fietste ik over de drukke snelweg #4. Een gigantische palmolieplantage domineerde het uitzicht. Palmolie is een goedkope grondstof voor de Westerse voedingsindustrie. Dergelijke plantages nemen wel de plaats in van nuttige teelten voor de lokale bevolking.

Na een tijdje werd ik de passerende vrachtwagens en bussen beu, en snakte ik naar een rustigere weg. Bij een drukke weg moet ik voortdurend in mijn spiegels kijken om in de gaten te houden wat er langs achter komt aanrazen. Ik vergelijk dit steeds met het tegenliggend verkeer om tijdig te kunnen inschatten wanneer twee vrachtwagens naast mij zullen kruisen. Mijn wens werd verhoord, want vanaf de afslag naar Sre Ambel en Koh Kong werd het verkeer gedecimeerd. De meeste vrachtwagens en auto’s bleven de snelweg volgen naar de hoofdstad Phnom Penh. Vanaf het rondpunt begon meteen een klim van één kilometer gevolgd door een steile afdaling. Nadien werd de weg zacht glooiend, met afwisselend vlakke en meer heuvelachtige stukken.

Om 10:30u bereikte ik de afslag naar het centrum van Sre Ambel. Ik koos een restaurantje om te lunchen uit waar het bestek en de sausflesjes op tafel stonden. Helaas waren de tafels nog gedekt voor het ontbijt, en kon ik hier niet eten. Terwijl ik een cola dronk, ruimde het personeel de tafels op. Ik fietste vijf kilometer verder tot de brug over de Sre Ambel rivier. Hier was een wegrestaurant waar bussen en minibussen stopten voor de lunch. Op de onderstaande foto markeert de concentratie minibussen aan de rechterkant van de weg de ligging van het restaurant.

Na een lunchpauze van drie kwartier vertrok ik stipt om 12:00u voor de laatste 39 kilometer naar Andoung Tuek. De kwaliteit van het wegdek verminderde. Vaak had men artisanale stukken ingelast: een laag pek bestrooid met grove blauwe kiezels. Omdat er weinig verkeer was, kon ik de slechte stukken soms spookrijdend omzeilen. Om 14:00u arriveerde ik in het dorp Andoung Tuek aan de rivier Phipot.

Ik stelde vast dat het dorp twee eenvoudige guest houses telde, één voor de brug en één na de brug over de rivier. Ik koos het Kim Chhoun Guest House op de linkeroever. De eerste kamer die de eigenaar me toonde had geen ventilator en er kroop een hagedis over de muur naast het bed. Uit eigen beweging toonde hij me een tweede kamer waar wel een ventilator aanwezig was. De bijhorende hagedis heb ik nog niet ontdekt. Voor 8$ nam ik deze zeer eenvoudige kamer. Het sanitair bestond uit een Franse WC en een grote teil water met een klein potje om te scheppen. De bijvulkraan was aangesloten op een reservoir, en verflauwde halverwege mijn koude wasbeurt tot een pisstraaltje.

Na de wasbeurt slenterde ik door het dorp. s’Avonds dineerde ik in het restaurant van het guest house met wat de pot schafte: rijst met een stoofpotje van verschillende soorten vlees en inktvis. Gelukkig doe ik niet mee aan Dagen Zonder Vlees.

Fietsstatistieken:

93,40 km

4 u 5 min

22,82 km/u