26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

25 mei: De baden van Kusatsu Onsen

De gastheer van mijn ryokan had me gisteren meegedeeld dat het ontbijt om 7u30 in mijn kamer zou worden geserveerd. Dus zette ik mijn wekker om 7u15. Ik was net uit het bed gestapt, toen het personeel me belde. Of ze mochten langskomen voor het ontbijt? Ik trok snel mijn yukata aan, en een minuut later werd er op de deur geklopt. Eerst werd mijn matras en beddengoed in de ingebouwde kast opgeborgen. Dan plaatste de gastheer twee mini-tafeltjes waar zo-even mijn matras lag. Nog een paar minuten later bracht de gastvrouw het traditionele Japanse ontbijt. Mijn kamerdeur bleef de hele tijd openstaan. Samen met de ontbijtservice op de kamer gaf dit me onwillekeurig toch een ziekenhuisgevoel. Voor de privacy sloot het personeel wel steeds de schuifdeur tussen de leefruimte en het inkomhalletje.
Na het ontbijt gebruikte ik het andere privé-bad van de ryokan. Het bleek een vierkant buitenbad te zijn. Vervolgens wandelde ik in yukata naar het centrale plein van het kuuroord. In de ‘Yubatake‘ op het plein wordt het hete geothermische bronwater afgekoeld voordat het onder de talrijke badhuizen wordt verdeeld. Net als in Yellowstone verkleuren de rotsen door het hete mineraalrijke water.
Intussen had ik opgemerkt dat ik als enige in yukata rondliep. Toch zette ik door en wandelde ik naar het Sainokawara park een kilometer ten westen van het centrum. Hier stroomt een warme rivier dwars door het park. Verspreid over het park liggen verscheidene voetbaden.
Aan het einde van het park ligt een openlucht badcomplex. Ik betaalde 600 ¥ (4,68€) voor de toegang en betrad het mannengedeelte. In het midden van het openluchtbad staat een houten scherm. Links is voor de vrouwen en rechts voor de mannen. Vanuit het bad had ik een prachtig zicht op de beboste heuvels rondom. De donkergroene dennen en de lichtgroene loofbomen contrasteerden magistraal met de staalblauwe hemel. Gelukkig had ik mijn bril aangehouden zodat ik van het uitzicht kon genieten. Na een uurtje baden wandelde ik terug naar de ryokan. Ik wisselde de yukata voor een broek en een hemd. Zo voelde ik me meer op mijn gemak en was ik terug in lijn met de kledingstijl van de Japanse bezoekers.
In de namiddag spotte ik meer en meer mensen in yukata. Blijkbaar is in yukata op straat rondlopen gelijk aan drinken, dat doe je ook niet voor twaalf uur ’s middags. Omstreeks drie uur wandelde ik naar het Ohtakinoyu badcomplex aan de oostkant van Kusatsu. De toegang kostte 900 ¥ (7,00 €). Voor deze prijs kon ik naar hartenlust baden in een veelzijdig assortiment van Japanse baden. Binnen was er een binnenbad, een sauna, en een koud badje. Buiten waren nog twee hete baden. In de kelderverdieping bevond zich de vermaarde ‘awase-yu’. Dit is een reeks van vijf kleine baden met oplopende temperatuur. Het koudste bad was 40°C, dat is de normale temperatuur van een Japans bad. Het volgende was al 43°C warm, en het derde bijna 45°C. Dan kwamen de twee grootste baden van de reeks met respectievelijk 45,6 en 45,8° C. In het warmste bad vloeide constant een straal heet water. Door de beweging van het water voelde dit bad nog warmer aan. De bedoeling was om je lichaam geleidelijk aan te laten wennen aan steeds hogere temperaturen. Meteen in het heetste bad stappen voelt aan alsof je levend gekookt wordt. Maar als je voldoende tijd neemt en in de juiste richting baadt, dan kan je het heetste bad perfect aan. Gespreid over mijn bezoek heb ik drie cycli voltooid en telkens tot aan mijn nek in het heetste bad kunnen zitten.
Tegen vijf uur had ik genoeg gebaad voor vandaag. Mijn vingers waren compleet verrimpeld. Met een omweg langs de Yubatake op het centrale plein slenterde ik terug naar de ryokan.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u

23 mei: Matsumoto –> Nagano

De verse koffiekoeken die ik gisteren in de supermarkt had gekocht waren deze ochtend nog eetbaar. Ik spoelde de koeken door met lauwe oploskoffie. De thermos met warm water stond immers al van gisterenmiddag op mijn kamer in de ryokan. De kleine bokaal oploskoffie had ik in Kyoto gekocht, en zal de volgende dagen nog af en toe van pas komen.
Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag om 12 uur in Matsumoto beginnen regenen. In mijn eindbestemming Nagano zou de regenbui pas rond 17 uur losbarsten. Het doel was dus om vóór de middag ver genoeg weg te zijn van Matsumoto en daarna tijdig in Nagano aan te komen. Ik nam niet de kortste route naar Nagano. Ik volgde de rivier Sai die door de bergen van Matsumoto naar Nagano stroomt.
Eerst fietste ik zes kilometer door de buitenwijken van Matsumoto naar de oever van de rivier. Dan fietste ik even op de drukke Route #19. Al snel leidde de gps me naar een rustigere weg die van dorp tot dorp in het glooiende landschap liep.
Toen het dal vernauwde, kwam ik terug uit op Route #19 naast de rivier. Deze bijwijlen drukke weg volgde meer dan 50 kilometer de grillige loop van de rivier stroomafwaarts door de bergen. Nagano ligt 200 meter lager dan Matsumoto. Wegens het glooiende landschap was het niet comfortabel om de hele tijd op het middelste voorblad te fietsen, maar ik deed het toch.
Eenmaal omringd door de bergen begon het te druppelen. Echt hard regende het niet. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille op in mijn banaantassen. Terwijl het heel de tijd bleef druppelen fietste ik zonder regenbescherming verder.
Tegen de middag bereikte ik de vlakte van Nagano. Hier begon het geleidelijk aan minder te druppelen. Er waren hier ook geen bergen om de regenwolken naar boven te stuwen. Ik begon uit te kijken naar een restaurant om te lunchen. In de laatste kilometers tussen de bergen was ik een snelwegparking met een paar restaurants voorbijgefietst. Toen vond ik het nog iets te vroeg om te lunchen. Terwijl de gps me door de buitenwijken van Nagano leidde, vermeed hij zorgvuldig elk restaurant. Pas in downtown Nagano op 500 meter van mijn hotel spotte ik een filiaal van de Sukiya fastfoodketen. Ik nam mijn tijd om te lunchen. Ik wilde niet voor de check-in tijd bij het hotel aankomen. In Nagano overnacht ik in het chique Hotel Metropolitan naast het station. Vele maanden geleden had ik hier een kamer geboekt voor bijna de helft van de normale prijs.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter en stapte terug op de ligfiets. Het druppelen was intussen over. Ik fietste naar de Zenko-ji tempel aan de andere kant van de stad. Op deze site staan een grote houten tempel en een houten poort uit de vroege achttiende eeuw.
Na een korte wandeling op de tempelsite fietste ik terug naar het hotel. Na de douche wandelde ik naar een supermarkt. Het begon opnieuw te druppelen, maar ik stoorde me er niet aan. ’s Avonds was het iets harder aan het regenen. Het hotel heeft een rechtstreekse toegang tot het station, dus ben ik zonder buiten te komen in één van de restaurantjes in het stationsgebouw gaan eten.
Fietsstatistieken:
83,55 km
3 u 53 min
21,48 km/u

22 mei: Het kasteel van Matsumoto

Mijn ontbijttafel in de ryokan stond boordevol kommetjes. Ik wist niet waar eerst aan te beginnen. Bij mijn aankomst in de ontbijtruimte stak de vriendelijke gastvrouw twee tafelvuurtjes aan. Het ene vuurtje was een mini-barbecue. De twee stukken vis begonnen meteen te grillen. Op het andere vuurtje begon een pot tofu te pruttelen. De gastvrouw zei dat de tofu over tien minuten klaar zou zijn. Terwijl ik de vis regelmatig omdraaide, proefde ik van de veelheid van potjes. Ik had eigenlijk alleen de kamer geboekt zonder het diner en het ontbijt. Maar in deze buitenwijk zijn de ryokans talrijk en de gewone restaurants zeldzaam. Gewoonlijk nemen de gasten in een ryokan de formule met diner en ontbijt. Daarom reserveerde ik gisteren bij mijn aankomst alsnog de maaltijden. Het Japanse ontbijt kostte meer dan het diner van gisterenavond, maar het was het waard.
Bij een Japans ontbijt wordt thee en geen koffie geschonken. Na het ontbijt lichtte de gastvrouw me in dat de koffie klaar staat in de lobby. Op mijn gemak dronk ik twee tassen koffie terwijl ik op mijn e-reader las. Ik vertrok pas na tien uur met de ligfiets naar het kasteel van Matsumoto. Dit kasteel is één van de oudste bewaarde houten kastelen van Japan. Het werd gebouwd op het einde van de zestiende eeuw.
Het kasteel is dé attractie van Matsumoto, ik was hier dus niet alleen. Ik parkeerde mijn ligfiets op de gratis fietsenparking naast de hoofdingang. Vervolgens kocht ik voor 610 ¥ (4,65 €) een toegangsticket voor de donjon. Langs supersteile trappen met hoge treden klom ik naar de zesde en bovenste verdieping van de kasteeltoren. De oudere bezoekers hadden veel moeite met de trappen. Regelmatig stond ik aan een steile trap aan te schuiven om naar boven of beneden te kunnen gaan. Boven moest ik op mijn knieën gaan zitten om door de lage ramen van het uitzicht te kunnen genieten.
Aansluitend bezocht ik het Matsumoto City Museum dat naast het kasteel ligt. De toegang was inbegrepen bij het ticket voor het kasteel. Geheel conform met haar naam vertelde het stadsmuseum de geschiedenis van de stad van de prehistorie tot heden. Potscherven en oude wapens illustreerden het verhaal.
Tegen de middag wandelde ik naar de oude handelswijk Nakamachi. De reisgids raadde een wandeling in deze buurt aan. Ik vond er niets charmant aan, dus ik wandelde verder. Uiteindelijk kwam ik het gloednieuwe Æon shoppingcenter tegen. Dit is uiteraard ook niet charmant,  maar het shoppingcenter had wel een grote food court. Ik deed de ronde en koos een restaurant dat een soort van krokante kiptempura afficheerde. Bestellen gebeurde via een tablet op de tafel. De serveerster hielp me om te bestellen. Per vergissing bestelde ik een extra groot bord kip en een miniportie rijst. Na de lunch kuierde ik uit nieuwsgierigheid even door het winkelcentrum. Daarna wandelde ik terug naar mijn ligfiets aan het kasteel. Ik fietste vier kilometer in westelijke richting de stad uit. Een kilometer voorbij de expresweg naar Nagano hield ik halt aan het Matsumoto City Open-Air Architectural Museum. Dit is een hele mond vol voor een soort van mini-Bokrijk. Er stonden hier geen keuterboerderijen en dorpsschooltjes. De focus lag op openbare gebouwen uit de negentiende en twintigste eeuw. Onder meer het oude gerechtshof van Matsumoto was naar hier verhuisd. De poppen zijn typisch voor een museumopstelling in het Verre Oosten.
Naast het gerechtshof had men ook een jeugdgevangenis en een zijdefabriek heropgebouwd. Rond 16 uur fietste ik terug naar de ryokan. De gastheer had slecht nieuws voor mij. Vanavond was er geen diner en morgen ook geen ontbijt. Ik stapte terug op de fiets en reed naar de supermarkt. Hier kocht ik een paar echte koffiekoeken en geen voorverpakte koeken. Hopelijk zijn ze morgenochtend nog lekker. ’s Avonds legde ik me terug op de ligfiets om een restaurant op te zoeken.
Fietsstatistieken:
24,24 km
1 u 19 min
18,41 km/u

21 mei: Itoigawa –> Matsumoto

Met een beetje schrik keek ik de voorbije dagen uit naar de etappe van vandaag. Niet de hoogtemeters maar de autotunnels boezemden me de meeste angst in. De route liep door een rivierdal recht de Japanse Alpen in. Dankzij de talrijke tunnels werd de hoogte geleidelijk gewonnen en waren haarspeldbochten overbodig. Volgens Google Maps zou de langste tunnel wel vijf kilometer lang zijn. Op voorhand had ik de tunnels in Google Streetview verkend. Meestal hadden de autotunnels geen verhoogd fietspad. Bijgevolg zou ik op de rijstrook van de auto’s en de vrachtwagens door de donkere tunnels moeten fietsen.
Even voor acht uur lag ik de fiets. Bij het eerste kruispunt fietste ik rechtdoor Route #148 naar Matsumoto in. Deze weg zou ik tot voorbij de bergen volgen. Verrassend snel doemden de eerste besneeuwde bergtoppen op.

Na 13 kilometer splitste een weg af en werd Route #148 minder druk. Even later dook ik de eerste tunnel in. De korte tunnel werd gevolgd door een kilometerslange halfopen tunnel. De hellingsgraad in de tunnels was bescheiden. De hoogtemeters werden voornamelijk in de open lucht gewonnen. Na nog een paar kortere tunnels kwam ik onvermijdelijk aan de tunnel van vijf kilometer. Een seingever met een rode vlag liet me stoppen voor wegenwerken aan de ingang van de tunnel. Ik wachtte enkele minuten tot een karavaan auto’s van de andere kant uit de tunnel kwam. De vlaggeman gaf teken aan het gemotoriseerd verkeer om door te rijden, maar ik moest tot de laatste auto wachten. Samen met de afsluitende werfbus vertrok ik. De chauffeur van het piepkleine Suzuki busje gebaarde om mijn ligfiets in de koffer te steken. Ik ging akkoord en stopte. Met twee tilden we de ligfiets dwars over de achterbank van het busje. Mijn ligfiets ging er maar nipt in. Het voorblad en de pedalen staken uit tussen de hoofdsteunen van de voorste zetels. Ik legde mijn banaantassen erbij, en zonder nadenken opende ik het portier aan de rechterkant. De chauffeur hield me tegen, en ik zag meteen waarom. Ik was even vergeten dat men in Japan links rijdt en dat het stuur zich dus aan de rechterkant bevindt. Ik zag mijn vergissing in en wandelde rond het busje naar het andere portier. Dankzij de wegenwerken kon ik de gevreesde tunnel overslaan.

Stilaan minderde het aantal tunnels en kwamen de besneeuwde bergtoppen dichterbij.

Vlak voor de middag kwam ik in het skioord Hakuba. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano vonden hier de skiwedstrijden plaats. Aan het station lunchte ik in een klein noedelrestaurant. Op de noedelsoep dreef een tempurakrans van groentjes en garnalen.

Gestaag klom ik verder door het langerekte skidorp. In het bos voorbij het dorp werd het terug steiler. Dan sloeg ik rechtsaf naar het Aoki meer. Voorbij het meer mocht ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Na nog een tweede meer bereikte ik de vallei van Matsumoto. Een eind verder gidste de gps me naar een dijkweg naast een brede snelstromende rivier. Terwijl ik de rivier 14 kilometer stroomafwaarts volgde, hield ik makkelijk een hoog tempo aan.

Na ruim 100 kilometer naderde ik het centrum van Matsumoto. Even later fietste ik langs het bekende kasteel. Morgen zal ik de tijd nemen om dit kasteel te bezoeken, dus ik stopte niet. Via een fietspad langs een kronkelende gracht klom ik naar de voet van de bergen. Om kwart na vier arriveerde ik in een buitenwijk aan de ryokan Izumiya Zenbe. Een ryokan is een familiaal pension in Japanse stijl. De gastheer ontving me uiterst vriendelijk. De komende twee nachten zal ik terug op zijn Japans op de grond slapen.
Fietsstatistieken:
109,14 km
5 u 42 min
19,12 km/u

20 mei: Toyama –> Itoigawa

Op het gemak ontbeet ik in het restaurant van het hotel op de tiende verdieping. De zon scheen zowaar, al waren de bergen nog steeds bedekt met een dikke wolkenlaag. Vandaag stond een relatief korte etappe van een goede 80 kilometer op het programma. Daarom nam ik de tijd om na het ontbijt nog een keer de onsen te bezoeken. Pas om half tien lag ik op de fiets. Eerst reed ik de stad Toyama uit. Onderweg fietste ik voorbij een lokale voetbalmatch. Op een zondagvoormiddag kan je dit in de hele wereld tegenkomen, dus ook in Japan. De supporters moedigden hun team aan met liederen waarvan de melodie me bekend in de oren klonk maar uiteraard niet de tekst.
Eenmaal uit Toyama volgde ik Route #135 naar Namerikawa. Voorbij dit stadje kwam ik terug aan de zee uit. Hier stak ik enkele snelstromende bergrivieren over die rechtstreeks in zee uitmonden.
Deels langs een vrijliggend fietspad volgde ik de kustlijn. De felle wind was van richting veranderd en blies nu tegen. Zeker toen ik na het kustfietspad terug tussen de open rijstvelden laveerde, dwong de wind me tot zware inspanningen. Met veel moeite reed ik soms maar 15 kilometer per uur op een vlakke weg.
Om 13 uur stopte ik aan een restaurant voor een kom noedelsoep. Volgens mijn kaartapp was het restaurant gespecialiseerd in noedelsoep, maar ze serveerden duidelijk veel meer dan dat. Een paar kilometer verder vernauwde de vlakte tussen de zee en de heuvels tot amper honderd meter breed. Terwijl de ruimte tussen de zee en de steile heuvels steeds smaller werd, begon de weg geleidelijk te stijgen. Een reeks van halfopen tunnels beschermde de weg tegen vallende rotsblokken.
Uiteindelijk kwam ik aan een echte tunnel. Gelukkig kon ik de tunnel omzeilen langs een vrijliggend fietspad tussen de klif en de zee. Hier fotografeerde ik voor de laatste keer mijn ligfiets met de Japanse Zee op de achtergrond.
Door halfopen tunnels daalde ik terug af naar het zeeniveau. Tien kilometer verder bereikte ik de eindbestemming Itoigawa. In het plaatselijke filiaal van de Route-Inn hotelketen had ik een kamer geboekt. Het zeezicht vanuit mijn kamer was een leuke verrassing, ofschoon de zee nog tweehonderd meter verder ligt.
Juist naast het hotel ligt een filiaal van de restaurantketen waar ik in Nara tweemaal heb ontbeten. Om 19 uur wandelde ik er naartoe. Op een zondagavond zat het restaurant goed vol. Er stond een wachtrij tot aan de deur. Ik zag de wachtende mensen voor mij gegevens neerpennen in een formulier op een lessenaar. Ik volgde hun voorbeeld. Met behulp van de vertaalapp van Google begreep ik wat ik moest invullen: naam, aantal volwassenen en kinderen, roker of niet. Een kwartier later kwam er een tafeltje voor twee vrij en doorstreepte de serveerster mijn naam op het formulier.
Fietsstatistieken:
83,35 km
4 u 28 min
18,63 km/u