31 mei: Tokyo –> Narita

Voor de laatste etappe van mijn fietsreis stond ik wat vroeger op dan de afgelopen dagen. Na het bereiken van de finish moest ik mijn ligfiets terug in de fietsdoos steken. Ik liet de sleutel van het appartement achter in de brievenbus en wandelde naar de fietsenstalling van het metrostation. Ook de derde nacht op rij had mijn ligfiets overleefd. Maar nu ik dichterbij kwam merkte ik de papieren kennisgeving op die iemand gisterennamiddag rond mijn remkabel had geniet. Blijkbaar mogen alleen geregistreerde fietsen op de fietsenstalling geparkeerd worden. Mijn ligfiets is hier in Japan natuurlijk onbekend en nergens geregistreerd. De kennisgeving dreigde met een boete van 3.000 ¥ (23,53 €) en de verwijdering van mijn fiets. Gelukkig had ik dit binnen de 24 uur gezien.
Ik trok de kennisgeving los en stapte op de fiets. Vier kilometer verder bereikte ik Route #357 naar Chiba. Deze drukke weg lag aan weerszijden van een expresweg op hoge poten. Soms leek het dat er nog meer wegen parallel liepen. Gelukkig had Route #357 een afgescheiden fietspad. Bij de talrijke knooppunten met even drukke wegen moest ik telkens een fietspuzzel oplossen. Hoe steek ik over? Vaak kon ik met behulp van fiets- en voetgangersbruggen oversteken. Soms moest ik een eindje de dwarsbaan volgen tot het eerstvolgende verkeerslicht.
Route #357 volgde de kustlijn van de Baai van Tokyo. In de delta van Tokyo monden een dozijn grote en kleine rivieren in de baai uit. Regelmatig klom ik steile bruggen op tot het niveau van de hoge expresweg. Boven op de brug had ik dan een uitzicht op de skyline van Tokyo. Ter hoogte van Disneyland kon ik van op een brug het megahotel van het Disney Resort zien. Meer kon ik helaas niet zien van Disneyland, want ik fietste aan de verkeerde kant.
Na 32 kilometer verliet ik de drukke Route #357. Ik ging voor een laatste keer een beproefde tactiek toepassen en op een jaagpad naast een rivier fietsen. Een paar kilometer verder bereikte ik de rivier Hanami. Meteen had ik de drukte van de stad achter mij gelaten en fietste ik midden in de natuur. Op een paar kilometer na was het rustige fietspad helemaal geasfalteerd.
In de buurt van de stad Sakura verbreedde de rivier. In het vlakke land kreeg ik plots een fata morgana. Ik passeerde een oer-Hollandse windmolen alsof ik in pakweg Zaandam of Uitgeest aan het fietsen was. Uit nieuwsgierigheid stopte ik. Volgens het informatiepaneel had de Nederlandse overheid de windmolen ‘De Liefde’ in 1994 aan de stad Sakura geschonken wegens de veertigste verjaardag van de stad. Ik word volgend jaar ook veertig. Beste Nederlanders, krijg ik dan ook een windmolen voor mijn verjaardag?
Na 71 kilometer verliet ik de rivier terwijl de regendruppels geleidelijk aan talrijker werden. Even verderop stopte ik aan een eenvoudig noedelrestaurant. Na de lunch was de lichte bui over en begon ik aan de laatste acht kilometers van mijn fietsreis. Een korte beklimming bracht me op het plateau van Narita. Even later fietste ik langs een brede laan door de buitenwijken. In het steile centrum van Narita stuurde de gps me een doodlopende parking in. Wat de gps als een weg zag, was in werkelijkheid een steile trap omlaag. Ik volgde dan maar een winkelstraat die uitkwam aan het tempelcomplex dat ik een maand geleden op mijn eerste dag in Japan had bezocht.
Iets na twee uur arriveerde ik terug aan het Hedistar Hotel. Ruim 1.800 kilometer geleden was ik hier aan mijn fietsreis begonnen. De receptioniste herkende me nog. Na het inchecken vroeg ze spontaan of ik mijn grote doos terug wilde hebben. Met lichte spijt stak ik mijn ligfiets in de fietsdoos. Ik had nog wel verder willen fietsen, maar ja, aan alles komt een einde.
Fietsstatistieken:
80,24 km
4 u 13 min
19,06 km/u
Advertenties

30 mei: Tempels en schrijnen in Tokyo

Na de musea van gisteren wilde ik vandaag een selectie van tempels en schrijnen verkennen. Ook vandaag verkoos ik de metro boven de ligfiets. Ik had nog een extra reden. Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag een regendag worden. Voordat ik in Tsukishima ondergronds ging, wierp ik een blik op de fietsenstalling van het station. Hij stond er nog! Mijn eerste bestemming was geen tempel of schrijn maar een grote tuin. De Hamarikyu tuin was vroeger een paleistuin van de shogun. Tegenwoordig is de tuin aan drie kanten omheind door wolkenkrabbers.
Ik wandelde een rondje in deze tuin en spoorde met de metro een halte verder. Hier bezocht ik het Zojo-ji tempelcomplex. Vroeger was het de familietempel van de shogun. Hun mausoleum van de shoguns en hun familie stond op deze site. De tempel werd helaas verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog en nadien terug opgebouwd. De roodwitte Eiffeltorenkloon van de Tokyo Tower overschaduwt de Zojo-ji tempel.
Na een snelle lunch nam ik de metro naar de wijk Asakusa. Bij de populaire Senso-ji tempel mengde ik me in de massa. Een pagode van vijf verdiepingen fungeerde als blikvanger. Alle tempels op de site waren dieprood geschilderd. Op de terugweg sloeg ik impulsief af in een overdekte winkelstraat. Een beetje verder liet me verleiden en kocht ik een vers gebakken visvormig gebakje met een vulling van zoete aardappelen. Door het volgen van de winkelstraat was ik afgedwaald. Daarom moest ik tweemaal overstappen om mijn volgende en controversiële bestemming te bereiken.
Het Yasukuni schrijn herdenkt de Japanse soldaten die sneuvelden in de oorlogen sinds het midden van de negentiende eeuw. De doden herinneren is op zich een eerbaar doel. In België liggen vele militaire begraafplaatsen van alle partijen die in beide wereldoorlogen hier gestreden hebben. Maar het Yasukuni schrijn eert ook enkele belangrijke oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. De buurlanden van Japan die in de oorlog zwaar hebben geleden, vinden dit niet kunnen. Als een Japans politicus van nationalistische signatuur dit schrijn bezoekt,  dan staan de Aziatische buren op hun achterste tenen. Maar ik ben gewoon een nieuwsgierige toerist. Mijn bezoek aan het Yasukuni schrijn wekte geen controverse op. Het schrijn ligt wel zeer gevoelig. Voorbij de ‘torii’ (pi-vormige poort) op de onderstaande foto mocht niemand foto’s maken.
Om half vier vertrok ik naar het volgende schrijn. Een half uur later na twee metro’s en twee keer een halve kilometer wandelen kwam ik bij het Nezu-jinja schrijn aan. Dit was een rustig en kleinschalig complex. Aan de zijkant stond er een arcade van rode ‘torii’, maar die was lang niet zo indrukwekkend als de kilometerslange arcade bij het Fushimi Inari schrijn in Kyoto. Persoonlijk vond ik het poortgebouw het mooiste.
Op het einde van mijn bezoek aan Nezu-jinja begon het meer en meer te druppelen. Ik haastte me terug naar het metrostation vóór de regenbui helemaal zou losbarsten. Terwijl ik ondergronds naar huis reed, begon het bovengronds te gieten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

29 mei: Drie musea in Tokyo

Slechts twee dagen heb ik om Tokyo te verkennen. Overmorgen fiets ik terug naar mijn startpunt Narita. Vandaag wilde ik enkele musea bezoeken. In principe kan ik met de ligfiets overal naartoe fietsen. Tokyo heeft evenwel dezelfde fietsonvriendelijke attitude als Kyoto. Je mag je fiets alleen op de schaarse officiële fietsenparkings achterlaten. Doe je dit niet, dan riskeer je een boete en een administratieve zoektocht naar je verwijderde fiets. Daarom besloot ik om me met het uitgebreide metronetwerk te verplaatsen. Deze morgen controleerde ik eerst of mijn ligfiets nog op de fietsenparking van het metrostation stond. Vervolgens daalde ik de trappen af en kocht aan de automaat een dagpas voor 900 ¥ (7,15 €). In Tokyo baten twee maatschappijen metrolijnen uit. Tokyo Metro is de grootste met negen lijnen. Maar de vier metrolijnen van Toei liggen strategisch goed gepositioneerd. In het metrostation van Tsukishima vlakbij mijn appartementje kruist een metrolijn van Toei met een lijn van Tokyo Metro. Daarom investeerde ik in de duurdere combi-dagpas van beide maatschappijen. Een dagpas voor alleen de metrolijnen van Tokyo Metro is 300 ¥ (2,39 €) goedkoper. De naamgeving van de metrolijnen en de stations is inventief gestructureerd en ook voor westerlingen glashelder. Elke halte heeft een letter die verwijst naar de metrolijn en een volgnummer. Een kruispunt heeft dus twee codes. Tsukishima heeft bijvoorbeeld de codes Y21 en E16. Zo zie je meteen waar je bent en welke richting je uit moet. Bovendien heeft ook elke uitgang van het metrostation een nummer. Op Google Maps kan je zien waar je precies boven de grond zal komen.
Eerst spoorde ik naar het Toppan Printing Museum. Beroepshalve draagt dit private museum mijn grote interesse weg. Net na de openingstijd was ik de enige bezoeker. In de kelder kocht ik een ticket voor 300 ¥ (2,39 €). De lange inleidende hal hing vol reproducties van kleitabletten over oosterse en westerse handschriften tot gedrukte boeken en prenten. In de vaste opstelling van bijna 20 jaar oud lag een mengeling van facsimiles en authentieke objecten. Er lag zowaar een ‘Cruydt-boeck’ van Dodoens tentoongesteld. Dit was niet het enige object van de Plantijnse drukkerij uit Antwerpen. In een hoek van de kelderzaal stond een replica van een drukpers uit dezelfde drukkerij. Een identieke tweelingzus van deze replica bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. Ze wordt er nog dagelijks gebruikt voor drukdemonstraties. Daarentegen stond de Toppan replica in een statisch decor dat de Plantijnse drukkerij nabootste. Op een scherm speelden de oude filmpjes over drukken en lettergieten van het Antwerpse museum. Ik had graag een foto willen tonen, maar helaas was fotograferen strikt verboden in heel het Printing Museum.
Om 11 uur ging ik terug ondergronds. Na twee keer overstappen bereikte ik het volgende museum. Het Tokyo National Museum exposeert een groot aantal topstukken van Japanse kunst en toegepaste kunst. De toegangsprijs van 620 ¥ (4,75 €) was een koopje. In Kyoto en andere plaatsen had ik al heel wat topstukken gezien. Niettemin was het Nationaal Museum de moeite waard. Niet alleen de beeldende kunsten kwamen aan bod. De vaste opstelling had ook oog voor zwaarden en porselein.
Na mijn bezoek wandelde ik door het Ueno park terug naar het Ueno station. Tegenover het station slurpte ik snel een kom noedelsoep met tempura-garnalen naar binnen voor 460 ¥ (3,65 €). Vervolgens nam ik de metro naar het Edo-Tokyo Museum. Dit is het stadsmuseum dat de geschiedenis van Tokyo sinds het jaar 1600 vertelt. Edo is de oude naam van Tokyo. Net als het MAS in Antwerpen is het Edo-Tokyo als een landmark gebouwd. Het gebouw lijkt op een gigantische salontafel op vier dikke poten. In een hoogbouwstad als Tokyo valt het als landmark helaas nauwelijks op. Ik kocht beneden een ticket voor 600 ¥ (4,76 €). Vervolgens ging ik met de lange roltrap naar boven. Centraal in de grote hal staat een reproductie van de centrale brug van het oude Edo als blikvanger. Het verhaal van het museum boeide me wel. Maar de interessante gegevens op de vele panelen waren eentalig Japans op de titel en de samenvatting na.
’s Avonds was ik op restaurant uitgenodigd door een Japans echtpaar en hun oudste dochter. Een wederzijdse kennis had ons in contact gebracht. De supervriendelijke Japanners hadden me voor en tijdens mijn fietsreis al bijgestaan met informatie en advies. Tonijn was de leidraad van het menu. Thuis koop ik wel eens een blikje tonijn. Ik was vergeten hoe enorm groot die vissen in werkelijkheid zijn. De ober diende een groot bot van zeker een halve meter lang op. Het donkerrode rauwe vlees plakte nog aan het bot. Met een schelp schraapten we de fijne laag vlees van het bot. De rauwe vis smaakte heerlijk. Nadien diende de ober een even groot bot op. Nu was de dikke laag vlees gegrild. De stukken vis waren boterzacht en smolten bijna op mijn tong. Voordien en tussendoor werden veelzijdige aperitiefhapjes en tussendoortjes geserveerd. Wie toevallig in Tokyo is en het ook eens wil proeven, zie www.jipe.jp. Ik kan het zeker aanraden.
Terwijl we aten en frequent van nieuwe hapjes werden voorzien, praatten we over mijn fietservaringen in Japan. Uiteraard dwaalde het gesprek ook af naar andere onderwerpen. Na de afsluitende thee wandelden we door de nabije Ginza wijk. Deze buurt is vooral bekend als centrum voor de luxemode. Maar we wandelden ook langs het belangrijkste Kabuki-theater van Tokyo. Aan een metrostation gingen we terug elk onze eigen weg, en nam ik afscheid van deze superfijne mensen.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.
Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.
In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.
Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.
In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.
Fietsstatistieken:
71,00 km
3 u 41 min
19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u

26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

25 mei: De baden van Kusatsu Onsen

De gastheer van mijn ryokan had me gisteren meegedeeld dat het ontbijt om 7u30 in mijn kamer zou worden geserveerd. Dus zette ik mijn wekker om 7u15. Ik was net uit het bed gestapt, toen het personeel me belde. Of ze mochten langskomen voor het ontbijt? Ik trok snel mijn yukata aan, en een minuut later werd er op de deur geklopt. Eerst werd mijn matras en beddengoed in de ingebouwde kast opgeborgen. Dan plaatste de gastheer twee mini-tafeltjes waar zo-even mijn matras lag. Nog een paar minuten later bracht de gastvrouw het traditionele Japanse ontbijt. Mijn kamerdeur bleef de hele tijd openstaan. Samen met de ontbijtservice op de kamer gaf dit me onwillekeurig toch een ziekenhuisgevoel. Voor de privacy sloot het personeel wel steeds de schuifdeur tussen de leefruimte en het inkomhalletje.
Na het ontbijt gebruikte ik het andere privé-bad van de ryokan. Het bleek een vierkant buitenbad te zijn. Vervolgens wandelde ik in yukata naar het centrale plein van het kuuroord. In de ‘Yubatake‘ op het plein wordt het hete geothermische bronwater afgekoeld voordat het onder de talrijke badhuizen wordt verdeeld. Net als in Yellowstone verkleuren de rotsen door het hete mineraalrijke water.
Intussen had ik opgemerkt dat ik als enige in yukata rondliep. Toch zette ik door en wandelde ik naar het Sainokawara park een kilometer ten westen van het centrum. Hier stroomt een warme rivier dwars door het park. Verspreid over het park liggen verscheidene voetbaden.
Aan het einde van het park ligt een openlucht badcomplex. Ik betaalde 600 ¥ (4,68€) voor de toegang en betrad het mannengedeelte. In het midden van het openluchtbad staat een houten scherm. Links is voor de vrouwen en rechts voor de mannen. Vanuit het bad had ik een prachtig zicht op de beboste heuvels rondom. De donkergroene dennen en de lichtgroene loofbomen contrasteerden magistraal met de staalblauwe hemel. Gelukkig had ik mijn bril aangehouden zodat ik van het uitzicht kon genieten. Na een uurtje baden wandelde ik terug naar de ryokan. Ik wisselde de yukata voor een broek en een hemd. Zo voelde ik me meer op mijn gemak en was ik terug in lijn met de kledingstijl van de Japanse bezoekers.
In de namiddag spotte ik meer en meer mensen in yukata. Blijkbaar is in yukata op straat rondlopen gelijk aan drinken, dat doe je ook niet voor twaalf uur ’s middags. Omstreeks drie uur wandelde ik naar het Ohtakinoyu badcomplex aan de oostkant van Kusatsu. De toegang kostte 900 ¥ (7,00 €). Voor deze prijs kon ik naar hartenlust baden in een veelzijdig assortiment van Japanse baden. Binnen was er een binnenbad, een sauna, en een koud badje. Buiten waren nog twee hete baden. In de kelderverdieping bevond zich de vermaarde ‘awase-yu’. Dit is een reeks van vijf kleine baden met oplopende temperatuur. Het koudste bad was 40°C, dat is de normale temperatuur van een Japans bad. Het volgende was al 43°C warm, en het derde bijna 45°C. Dan kwamen de twee grootste baden van de reeks met respectievelijk 45,6 en 45,8° C. In het warmste bad vloeide constant een straal heet water. Door de beweging van het water voelde dit bad nog warmer aan. De bedoeling was om je lichaam geleidelijk aan te laten wennen aan steeds hogere temperaturen. Meteen in het heetste bad stappen voelt aan alsof je levend gekookt wordt. Maar als je voldoende tijd neemt en in de juiste richting baadt, dan kan je het heetste bad perfect aan. Gespreid over mijn bezoek heb ik drie cycli voltooid en telkens tot aan mijn nek in het heetste bad kunnen zitten.
Tegen vijf uur had ik genoeg gebaad voor vandaag. Mijn vingers waren compleet verrimpeld. Met een omweg langs de Yubatake op het centrale plein slenterde ik terug naar de ryokan.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u