30 november: Aankomst in Ayutthaya

Om half zes werd ik deze ochtend gewekt door dichtklappende bedden. Anderhalf uur later reed de trein het Hualamphong station van Bangkok binnen. De trein had een kwartier in het rangeerstation op een vrij spoor moeten wachten, en had zo een kleine vertraging opgelopen. Ik liep meteen naar de bagagewagon om mijn fiets af te halen.
wp-1480515528678.jpg
Daarna begaf ik me naar het loket om een ticket naar Ayutthaya te kopen. Voordat het in de 18de eeuw werd platgebrand door de Birmezen, was Ayutthaya de hoofdstad van Thailand. Tegenwoordig zijn de tempelruïnes Unesco Werelderfgoed. De provinciestad ligt 70 kilometer ten noorden van Bangkok. De eerste trein vertrok onmiddellijk. Op de eerstvolgende zou ik twee uur en half moeten wachten. Ik had eigenlijk eerst in de cafetaria van het station willen ontbijten. Terwijl ik de voor- en nadelen afwoog besloot de loketbediende in mijn plaats. Ze gaf me voor 20 Baht (0,53 EUR) een ticket derde klasse voor de trein die eigenlijk twee minuten geleden had moeten vertrekken. Ik haastte me naar perron 9. Bij de conducteur kocht ik een ticket voor mijn ligfiets voor 100 Baht (2,64 EUR), dat is het vijfvoudige van mijn eigen ticket. Voor de veel langere rit van Ubon Ratchathani betaalde ik 10 Baht minder. Ik bond mijn fiets vast en zocht een zitplaats. Vervolgens gebeurde er … niets! De trein van 7:00u vertrok pas een uur later.
Om 9:30u kwam de trein aan in Ayutthaya. Ik liep het eerste het beste restaurant binnen om te ontbijten. Vervolgens fietste ik 2,5 kilometer naar mijn hotel. Ik had het Baan Tebpitak Guest House op voorhand geboekt voor 1.389 Baht per nacht. Mijn kamer heeft de gebruikelijke functionaliteiten zoals airco, frigo en wifi. Daarenboven heeft het guest house een zwembad. Vermits ik vandaag de enige gast ben, heb ik het zwembad voor mij alleen.
Ik nam een douche en laafde me aan de wifi. Na een korte zwembeurt fietste ik naar het Tourist Information Center. Onderweg stopte ik bij het eerste het beste restaurant voor de lunch. De gebakken noedels waren zeer lekker, maar ik heb toch ongewoon lang moeten wachten. Nog voor ik het bezoekerscentrum bereikte, zag ik de eerste indrukwekkende tempel. De Wat Phra Ram ga ik morgen zeker in detail bekijken.
wp-1480515542018.jpg
Bezoekers van het Tourist Information Center volgen het parkeersignalisatie tot helemaal achteraan de enorme lege parking achter het Center. Toen ik mijn fiets parkeerde bleek de ingang vooraan te zijn. Op de tweede verdieping biedt het Center een inleidende presentatie over Ayutthaya aan. De presentatie focust op de stenen overblijfselen en het gewone leven van de vier eeuwen toen het de hoofdstad van Siam was. Elke tempel kwam aan bod, en ik had het hard om steeds te onthouden wat waar lag.
Na de inleiding fietste ik naar het zuidoosten. De oude stadskern van Ayutthaya bevindt zich op een eiland met rivieren rondom dat ongeveer 10 vierkante kilometer groot is. Ik verliet het eiland langs de oostelijke brug. Aan de overkant van het eiland tegen de rivier ligt de oude handelspost van de Verenigde Oostindische Compagnie. Met Nederlandse steun heeft men de fundering opgegraven en ernaast een museum gebouwd.
wp-1480515555016.jpg
Het museum vertelt het verhaal van handelsmissie van de VOC in Siam met behulp van tweetalige panelen en reproducties. Het inkomgeld bedraagt 50 Baht (1,32 EUR). Onder het museum is een museumcafé dat Nederlandse koffie zou schenken. Ik nam geen tijd om dit te verifiëren, want inmiddels was het reeds 16:00u en ik wilde nog twee tempels in de buurt bezoeken. Wat Phanam Choeng was een grote en moderne tempelsite. Ik arriveerde kennelijk langs een zij-ingang. Een groep militairen woonde een eredienst bij onder een overdekte parking. De afgelopen maand heb ik meer dan voldoende moderne tempels bezocht, dus fietste ik naar de tweede tempel. Op het terrein van de Wat Yai Chai Mongkhon stond wel een mooie oude stupa.
wp-1480515564515.jpg
Nadat ik hier een tijdje had rondgelopen en genoten, fietste ik terug naar mijn guest house. De hotelmanager vertelde me dat ze speciaal voor mij het zwembad had gekuist, dus sprong ik nog eens in het zwembad.
s’Avonds fietste ik naar twee restaurants aan de rivier die de Lonely Planet had aanbevolen. Toen ik op de plek aankwam trof ik geen enkel restaurant aan. Ik fietste verder en schakelde over op plan B, met name stoppen voor elk restaurant dat ik passeerde. Net toen ik de rivier wilde verlaten, zag ik het eerste van de twee restaurants. Het plannetje van de Lonely Planet was duidelijk niet correct. In het Saithong Restaurant stond “draft beer” op de menu. De afgelopen weken had ik uitsluitend flesbier gedronken. In tegenstelling tot Cambodja is tapbier in Laos en Thailand een zeldzaamheid. Hoewel er geen prijs werd vermeld bestelde ik impulsief het tapbier. Even later kreeg ik een getapte 33’er, maar op het aparte dranktafeltje plaatste de opdienster nog een extra literkan met bier. Met één pintje was ik al tevreden, een liter hoefde nu ook weer niet. Van zodra mijn glas halfleeg was goten de opdieners het glas terug vol.
Fietsstatistieken:
27,98 km
1 u 30 min
18,59 km/u
Advertenties

29 november: De hoogtepunten van Ubon Ratchathani

In afwachting op de nachttrein naar Bangkok bezocht ik overdag de hoogtepunten van Ubon Ratchathani. Eerst sliep ik uit tot 8 uur. Ik ontbeet in de lobby van het hotel met spiegelei en groenten en met toast en confituur. De overnachting was exclusief ontbijt, maar de oploskoffie in zelfbediening was wel inbegrepen. Ubon Ratchathani is een grotere stad dan verwacht. Mijn hotel lag verder van het centrum dan gepland. Daarom nam ik de fiets naar het eerste hoogtepunt.
wp-1480480287193.jpg
De tempel van Wat Thung Si Meuang had een oud houten bibliotheekgebouwtje dat in een vijver stond. Hier werden vroeger de beschreven palmbladeren bewaard. Op de palmbladeren schreef men traktaten over het boeddhisme en geschiedenis maar ook over natuurwetenschappelijke kennisdomeinen zoals geneeskundige planten. Tegenwoordig wordt de collectie elders in betere omstandigheden bewaard en onderzocht door wetenschappers. Maar enkele palmbladeren waren als voorbeeld in een lijst tentoongesteld. Ik liet mijn ligfiets achter bij de tempel en wandelde naar het gelijknamige park Thung Si Meuang. Hier stond deze gigantische gouden kaars op een bootje.
wp-1480480298291.jpg
Vervolgens wandelde ik een beetje doelloos door het winkelcentrum. Ik kwam onder meer een uniformenwinkel van het Thaise leger en politie tegen. Ze verkochten hier ook alle nodige accessoires zoals de rangtekens en afdelinginsignes. Je kon hier ook medailles kopen. Hiervoor moest je wat dieper in de buidel tasten. Een medaille kostte tussen 1.400 en 1.700 Baht (37,00 en 44,92 EUR). Twee straten verder botste ik op een muziekwinkel waar de voorste rekken gevuld waren met cassettes van Thaise artiesten.
wp-1480480310609.jpg
Na de lunch bezocht ik terug enkele tempels. Ik wandelde eerst naar Wat Tai. Naast de obligate boeddhabeelden was het terrein van deze tempel volgepropt met beelden van Thaise goden. Ik vond het wel iets hebben.
wp-1480480320781.jpg
Nadien wandelde ik terug naar de tempel waar ik mijn ligfiets had achtergelaten. Vervolgens fietste ik naar twee tempels in het westen van de stad. De tempel Wat Ubon Si Rattanaram zou pronken met een bijzonder jaden boeddhabeeldje. Volgens mij was het zo klein dat ik het niet heb gespot. De tweede tempel Wat Supatanaram had niets bijzonders behalve dat het middenin een middelbare school was gelegen. Dus fietste ik terug naar mijn hotel om mijn bagage op te pikken. Om 16:30u arriveerde ik aan het station.
wp-1480480332752.jpg
Ik ging meteen langs bij het bagageloket om een ticket voor mijn ligfiets te kopen. Maar de loketbedienden maakten me duidelijk dat er geen plaats was voor mijn fiets op de “Special Express” van 19:00u. Deze sneltrein had immers geen bagagewagon. Mijn ligfiets stond nochtans ostentatief naast mij toen ik gisteren mijn eigen ticket kocht. Ik had de loketbediende van de afdeling reizigers zelfs nog de weg gevraagd naar het bagageloket voor mijn fiets. Ik liet het rusten en boekte mijn ticket voor 50 Baht (1,32 EUR) om voor de “Rapid” trein van 19:30u. Deze trein had wel een bagagewagon. Vervolgens kocht ik voor 90 Baht (2,38 EUR) een ticket voor mijn fiets. Nadien at ik een bord gebakken noedels in een restaurantje tegenover het station. Toen ik nadien op een stoel op het perron wachtte, kwam de “Special Express” aan. De trein zag er blinkend nieuw uit. Jammer dat er geen bagagewagon aan hing. De “Rapid” vertrok een minuut te vroeg naar Bangkok, of misschien staat mijn klok niet meer juist? De steward begon meteen de zitplaatsen om te bouwen in stapelbedden. Gelukkig was er nauwelijks volk op de trein, zodat ik even verderop kon gaan zitten.
Fietsstatistieken:
12,75 km
0 u 42 min
18,12 km/u

28 november: Khong Chiam –> Ubon Ratchathani

De Thaise versie van noedelsoep is best eetbaar. In het restaurant waar ik deze ochtend ontbeet werd ze opgediend met lepel en vork. Noedelsoep eten met een vork in plaats van met eetstokjes was toch even aanpassen. Ik probeerde de noedels op z’n Italiaans met mijn vork op mijn lepel te draaien, en dat lukte aardig. Eten is hier heel goedkoop. Ik betaalde 40 Baht (1,06 EUR) voor de noedelsoep, dat is bijna 1.000 Kip (0,12 EUR) minder dan de goedkoopste noedelsoep die ik in Laos heb gegeten.
Omstreeks 8:40u lag ik op de fiets. Eerst klom ik terug de tempelberg boven Khong Chiam op. Nadien werd de weg langzamerhand vlakker maar nooit helemaal vlak. Tot mijn verbazing zag ik links en rechts van de weg koffieplantages. Ik dacht dat koffie pas vanaf enige hoogte gedijt, en ik bevond me niet veel boven het Mekongniveau. De koffiestruiken zagen er ook niet zo gezond uit. De onderste bladeren waren vergeeld.
wp-1480331236265.jpg
Na 34 kilometer stak ik in het stadje Phibun Mangsahan de rivier Mun over. Even later fietste ik terug op de brede snelweg tussen de grens en mijn eindbestemming Ubon Ratchathani. Het was druk op de snelweg. Gelukkig kon ik uitwijken naar een aparte zijstrook voor fietsers. Helaas werd de zijstrook in de dorpen ook als parkeerstrook gebruikt. Dan had ik in mijn achteruitkijkspiegels nodig om het aankomende verkeer te evalueren.
wp-1480331245821.jpg
Om elf uur stopte ik voor een uitzonderlijk vroege lunchpauze. Het eten is hier wel supergoedkoop, maar de porties zijn relatief klein. Daarom besloot ik om vandaag vier in plaats van de gebruikelijke drie maaltijden te nuttigen. Zo kan ik de hongerklop van gisterenavond voorkomen toen ik in het restaurant op mijn diner wachtte. Deze keer had ik wel eetstokjes ter beschikking om mijn noedelsoep te eten.
Nog voor de middag lag ik terug op de fiets. Even na 13u arriveerde ik na 78 kilometer aan het station van de stad Ubon Ratchathani. Het station ligt een eind buiten het centrum aan de andere kant van de rivier Mun. Ik kocht een ticket voor de nachttrein naar Bangkok van morgenavond. De loketbediende stelde een trein voor die niet in het rooster op de website van de Thaise spoorwegen wordt vermeld. De snelle “Special Express” trein vertrekt om 19:00u en komt de volgende ochtend reeds om 5:15u in Bangkok aan. Ik betaalde 821 Baht (21,70 EUR) voor het onderste bed in een gekoelde tweede klassewagon.
wp-1480331256544.jpg
Nadat ik mijn ticket had gekocht, rustte ik een half uurtje uit onder de stationsluifel. Vervolgens fietste ik de laatste 5,5 kilometer naar mijn hotel in het centrum van de stad. Ik had op voorhand een kamer in het T3 House geboekt voor 18,15 EUR. Bij deze boeking deed ik een financieel voordeeltje. Een ‘superior room’ kost immers 700 Baht (18,50 EUR) op de bonnefooi. Wellicht stond de wisselkoers drie maanden geleden gunstiger dan vandaag. De grote kamer stond een paar treden hoger in de luxeschaal ten opzichte van de hotels van de afgelopen week. Eindelijk terug een dekbed in plaats van een deken, en de grote badkamer had zelfs een regendouche. Nadat ik me onder de kunstmatige regenbui had gewassen, fietste ik een kilometer verder naar de Peppers Bakery. Ubon Ratchathani is een grotere stad, dus de afstanden zijn in verhouding. Ik trakteerde me op een kop ongezoete koffie en twee lekkere koffiekoeken voor 115 Baht  (3,04 EUR). Op de terugweg bezocht ik het tempelcomplex Wat Jaeng, maar de tempel zelf was gesloten. Dus parkeerde ik mijn ligfiets aan het hotel, en haalde in mijn kamer een gewassen maar compleet verrimpeld hemd. In de kleine wasserij op de hoek van de straat gaf ik het aan de dame achter de strijktafel. Ze streek het hemd vakkundig voor 20 Baht (0,53 EUR) terwijl ik toekeek. Vanavond kan ik gaan dineren in een versgestreken hemd.
Fietsstatistieken:
86,07 km
3 u 46 min
22,87 km/u

27 november: Champasak –> Khong Chiam

Overslapen, dat was me deze fietsreis nog niet overkomen. Ruim een half uur nadat de wekker had moeten afgaan keek ik toevallig naar de klok op mijn smartphone. Ik verschoot en haastte me om toch een beetje van de tijd in te halen. Het kleine winkeltje nabij mijn hotel bleek ook noedelsoep te serveren. Dat was handig, dan hoefde ik niet naar de verderaf gelegen toeristische restaurants te wandelen.
Even voor half negen lag ik op de ligfiets. Eerst fietste ik naar de verbindingsweg tussen Pakse en Thailand. De weg had dezelfde goede kwaliteit als gisteren en was grotendeels vlak. Maar in de open Mekongvlakte had ik de wind tegen. Mijn benen waren nog niet warmgelopen. Al gauw voelde ik de inspanning in de spieren boven mijn knieën. Onderweg passeerde ik twee tolbarrières, maar ik mocht zonder betaling doorfietsen.
wp-1480247921542.jpg
Na ruim 27 kilometer bereikte ik de verbindingsweg. Deze nieuw aangelegde weg had 2×2 rijstroken met perfect asfalt behalve bij de middelste 15 kilometer. In het middenstuk ontbrak de eindlaag en de wegmarkering. De wind werkte nu mee. In een flink tempo maalde ik de vlakke kilometers naar de Thaise grens. Pas de laatste kilometer voor de grens ging de weg omhoog. Zelfs inclusief een frisdrankpauze bereikte ik even voor de middag na 66 kilometer de grens. Hier spendeerde ik nog enkele duizenden van mijn resterende Kippen aan een kom noedelsoep. Deze kom was echt de allerlaatste op Laotiaanse bodem. Even later begaf ik me naar de grens.
wp-1480247932942.jpg
Er was weinig volk aan de Laotiaanse emigratiedienst. Na de betaling van 10.000 Kip (1,15 EUR) exitgeld stempelde de beambte mijn paspoort af. Gelukkig had ik nog voldoende Kip op zak. Uiteindelijk heb ik nog 26.000 Kip (2,99 EUR) over. Ik fietste in het niemandsland de heuvel verder op tot de Thaise immigratie. Ik vond niet meteen waar ik moest zijn. Aan een reeks gesloten slagbomen zag ik een bordje met een fietssymbool. Ik fietste onder de gesloten maar onbewaakte slagboom door. Dit kan je doen met een ligfiets, maar met een gewone trekkingfiets bots je natuurlijk tegen de bareel. Plots kwam ik aan de snelweg richting het Thaise binnenland. Indien ik wenste, kon ik makkelijk doorrijden en illegaal door Thailand reizen. Maar ik wilde de correcte procedure volgen zodat ik achteraf geen problemen krijg. Ik fietste nog eens rond het immigratiegebouw, en nu vond ik wel waar ik moest zijn. Tien minuten later was ik legaal in Thailand met een verblijfsvergunning voor 14 dagen. De rouwperiode voor hun overleden Koning is duidelijk nog niet voorbij. Maar de mensen droegen opmerkelijk meer kleur dan toen ik begin deze maand in Bangkok was. 
wp-1480247943247.jpg
Voorbij de grens liep een brede snelweg met 2×2 rijstroken naar het binnenland. De snelweg hield geen rekening met de talrijke heuvels en liep er recht over. In één van de steile afdalingen op de kaarsrechte weg van smetteloos asfalt heb ik mijn snelheidsrecord voor deze fietsreis scherpgesteld op 58,20 kilometer per uur. 
Elf kilometer voorbij de grens verliet ik de snelweg. Even later nam ik een ongewone colapauze. In plaats van een gekoeld flesje of blikje kreeg ik een plastiek zakje vol ijs. Hierin werd de warme cola uitgegoten en op deze wijze ogenblikkelijk ijskoud gekoeld. Het zakje werd verzegeld met een elastiekje alsof ik het mee naar huis zou nemen. Met een rietje dronk ik zo snel mogelijk de cola op voordat het te waterig werd.
Om 14:50u na 92 kilometer arriveerde ik aan het stadje Khong Chiam waar de rivier Mun in de Mekong mondt. Ik stopte bij het Ban Suan Peerada. Het uithangbord vermeldde geen type, dus ik weet niet of het een hotel, guest house, resort of lodge is. Ik had deze verzameling bungalows op Google Maps gevonden. Blijkbaar was ik de enige, want ik heb geen andere gasten gezien. De dame waarbij ik naar een kamer informeerde sprak geen woord Engels. Ze belde iemand die de taal wel sprak. De tweede dame vertelde me aan de telefoon dat een kamer 500 Baht (13,25 EUR) per nacht kost. Voor deze prijs heb ik een vrij grote bungalow met dubbel bed, airco, frigo, badkamer, wifi, en terras. Naast het bed staat een grote lage tafel, ideaal om mijn bagage op uit te stallen.
Ik zwierde mijn bagage af. Zonder te douchen fietste ik een kilometer verder naar de samenvloeiing van de twee rivieren. De Mekong heeft een rode kleur en de Mun eerder een donkerblauwe. De samenvloeiing geeft speciale effecten bij het mengen van deze twee kleuren. Het tweekleurenpunt is één van de twee belangrijkste attracties van Khong Chiam, maar ik was de enige bezoeker.
wp-1480247956533.jpg
Daarna fietste ik naar de andere bezienswaardigheid, met name een tempel die op een heuvel boven de stad ligt. De Wat Tham Khuha Sawan is op zichzelf zeker het bezoek waard. Maar de echte meerwaarde ligt in het prachtige uitzicht over de stad en de Mekong.
wp-1480247967027.jpg
Fietsstatistieken:
101,05 km
4 u 36 min
21,93 km/u

26 november: Wat Phu Champasak

Het restaurant waar ik gisterenavond had gedineerd heeft haar Mekongterras uitgerust met ergonomische tuinstoelen die een zitvlak en leuning van gaaswerk hebben. Dus besloot ik deze ochtend om in het Champasak With Love Restaurant te gaan ontbijten. Bovendien was het gisteren aardedonker en had ik de Mekong niet kunnen zien. Uit luiheid nam ik de fiets ofschoon het restaurant amper 500 meter van mijn hotel ligt. Maar ik miskeek me op het Mekonguitzicht. De zon stond vanochtend aan de andere kant van de Mekong, dus er was geen schaduw. Noodgedwongen nam ik plaats op een niet-ergonomische houten stoel verder weg van de Mekong.
Omstreeks 9:45u vertrok ik met de ligfiets naar de Unesco Werelderfgoedsite van Wat Phu Champasak op 10 kilometer van mijn hotel. De eerste kilometers fietste ik op de hoofdbaan van bijna-Europese kwaliteit. Helaas ging de hoofdbaan twee kilometer verder abrupt over in een brede aardeweg. De verharde weg werd afgeleid naar de smallere parallelweg langs de Mekong. Toen beide wegen elkaar terug ontmoetten op twee kilometer van Wat Phu, werd de kwaliteit van het asfalt terug opgetrokken tot het niveau van het eerste stuk. Het begin en einde van de hoofdbaan waren reeds klaar, maar aan de verharding van het stuk tussenin moest men nog beginnen.
wp-1480153085321.jpg
Ik legde mijn fiets op de parking vast aan de paal van een afdak, en wandelde naar de inkom. Sinds de publicatie van de Lonely Planet in februari 2014 was het inkomgeld fors opgeslagen. Ik betaalde 50.000 Kip (5,76 EUR) in plaats van 30.000 Kip. Voor de volgende 24 uur zal ik mijn buikriem een beetje moeten aantrekken, want ik heb slechts 225.000 Kip (25,93 EUR) over. Morgen fiets ik terug naar Thailand en verlaat ik Laos. Daarom probeer ik rond te komen met de resterende Kip.
Wat Phu stamt uit dezelfde periode en cultuur als de bekende Angkor Wat site in Cambodja. De oudste resten dateren van de vijfde eeuw na Christus. Een soort van golfkarbusje pikte me voorbij de ingang van de site op. We reden rond een rechthoekige ceremoniële vijver (barray) met een lengte van 500 meter. Aan de andere kant moest ik te voet verder. Langs een zuilengalerij kwam ik aan twee grote stenen gebouwen die symmetrisch tegenover elkaar lagen.
wp-1480153111701.jpg
Het noordelijke gebouw was reeds gerestaureerd. In het zuidelijke gebouw werkten tientallen arbeiders naarstig aan de restauratie.
wp-1480153127213.jpg
Voorbij de tweelinggebouwen leidde een steile trap naar een tempel onderaan de flank van een berg. Het heiligdom lag verborgen onder enkele hoge bomen. Op het terras van de tempel had ik een prachtig uitzicht op de Mekongvlakte.
wp-1480153145173.jpg
Op de terugweg stopte ik voor een late lunch. Mogelijk at ik deze middag mijn laatste noedelsoep in Laos. Tegen 15u arriveerde ik terug aan het hotel. Even later wakkerde de wind aan en schoven er grijze wolken voor de hemel. Ondanks de onweersdreiging bleef het droog.
Fietsstatistieken:
22,06 km
1 u 2 min
21,43 km/u

25 november: Tat Fane –> Champasak

Vandaag stond een korte rit van 60 kilometer op het programma. De helft ervan was afdalen, dus maakte ik geen haast om te vertrekken. Na het ontbijt hielp ik de hotelmanager bij het installeren van een app op zijn iPhone. Iets na half tien lag ik op de ligfiets voor een afdaling van 31 kilometer tot aan de vertrouwde snelweg #13. De weg had amper bochten en was lang niet zo steil als ik had verwacht. Zonder te remmen haalde ik maximaal 45 kilometer per uur.
wp-1480072355622.jpg
Na een dik uur bereikte ik de afslag. Snelweg #13 bleef hoofdzakelijk dalen met af een toe een kort knikje omhoog. Zelfs met een colapauze bereikte ik al om 12u het moment van afscheid aan kilometerpaal 698. De telling van de palen van snelweg #13 begon in de hoofdstad Vientiane, dus ik heb vele honderden van deze witte palen met rode kop voorbijgefietst.
wp-1480072383412.jpg
Ik koos een noedelshop uit voor de lunch. Vervolgens liet ik snelweg #13 definitief achter mij, en sloeg rechtsaf een smalle verharde weg in. Na 4,5 km slalommen tussen de putten bereikte ik de Mekong. Onder een schraal afdak op de bedding van de brede rivier stak een vrouw drie vingers op. Dus betaalde ik haar 30.000 Kip voor de veerdienst naar de overkant. Een man met een klein bootje meerde net aan. De vrouw deed teken om in te stappen. Ik bracht mijn fiets en bagage aan boord. Na een fotomoment vertrokken we onmiddellijk naar de overkant.
wp-1480072397662.jpg
Vijf minuten later landden we in Champasak. Twee fietskilometers verder arriveerde ik bij het Siamephone Hotel. Hier nam ik voor 100.000 Kip een kamer met dubbel bed, badkamer, airco, en wifi. Onderweg had ik in een ijzerhandel een waslijn gekocht. Ik maakte de waslijn vast aan twee palen en hing mijn was te drogen. Mijn vorig hotel, het Tat Fane Resort, had deze ochtend mijn propere was vochtig teruggegeven. Wegens de regen van gisteren en het supervochtige lokale klimaat was het niet gelukt om de was tijdig te drogen.
Terwijl mijn kleren droogden, verkende ik te voet het dorpscentrum. Champasak was in de Franse koloniale tijd een marionettenkoninkrijkje. Tot een halve eeuw geleden leefde hier een echte koning. De uitroeping van de volksrepubliek in 1975 betekende de doodsteek voor het koningshuis. Het stadje gleed langzaam af naar de huidige status van slaperig dorp. Niet ver van het centrum bevindt zich de 19de-eeuwse koninklijke tempel van Wat Nyutthitham. In de voortuin staan de grafmonumenten van enkele koningen van Champasak.
wp-1480072422528.jpg
Fietsstatistieken: 
60,31 km
2 u 10 min
27,83 km/u

24 november: De watervallen rond Tat Fane

De koffie bij het ontbijt was veruit de lekkerste die ik in de afgelopen drie weken in Laos had gedronken. Het resort brouwde de koffie met lokale koffiebonen op een espressomachine. Na het ontbijt bekeek ik de Tat Fane waterval grondiger dan de snelle blik van gisteren.
wp-1479986328819.jpg
Vervolgens maakte ik me klaar om naar de nabijgelegen Tat Yuang waterval te wandelen. Op de kaart van Maps.me stond een rechtstreeks wandelpad tussen de twee watervallen ingetekend. Het pad slingerde door dicht struikgewas en liep na een halve kilometer dood op een theeplantage. Noodgedwongen keerde ik terug naar het hotel. De manager bevestigde me dat Tat Yuang uitsluitend bereikbaar is via de snelweg. Daarom besloot ik naar de andere waterval te fietsen. Eerst gaf ik mijn ligfiets een beperkte onderhoudsbeurt. Met een wegwerptandenborstel poetste ik het aangekoekte vuil van de tandwielen. Vervolgens smeerde ik de ketting. Pas om 11:40u lag ik op de ligfiets. Eerst de halfverharde oprit naar de snelweg, dan 2 km zacht klimmen, en ten slotte nog eens 800 meter onverharde weg. Ik parkeerde mijn ligfiets aan de bareel en betaalde 5.000 Kip (0,58 EUR) parkeergeld plus 10.000 Kip (1,15 EUR) inkomgeld. Van de bareel tot aan de waterval was het nog 200 meter. Eerst bezocht ik de bovenkant van de waterval.
wp-1479986342510.jpg
Toen ik terugkeerde schoof ik uit op de gladde aardeweg. Ik bezeerde mijn pols en mijn broek zat vol rode moddervegen. Gelukkig fiets ik hier rond op een ligfiets en moet ik niet op mijn pols steunen. Ik waste mijn modderhanden in het toilet, en daalde zeer voorzichtig de glibberige trap naar de bodem van de waterval af. Ik had net het uitzichtpaviljoen bereikt toen de hemelsluizen openden.
wp-1479986359563.jpg
Ik schuilde hier een kwartier tot de bui over was en keerde droog terug naar mijn druipnatte fiets. Moeizaam fietste ik over de onverharde oprit terug naar de snelweg. Vlak voor de snelweg stopte ik aan een noedelshop voor een late lunch. Dit was een goede timing, want even later begon het opnieuw te regenen. Op het gemak at ik mijn noedelsoep. Vervolgens kwam ik droog aan bij het resort. Ik besloot om de rest van de namiddag in het resort door te brengen. Aan de andere kant van de snelweg was ook een waterval, met name de Tat Champee. Maar mijn fietssandalen hadden vandaag duidelijk bewezen dat ze ongeschikt zijn voor een wandeling van drie kilometer over een glibberige aardeweg. Voor mijn teenslippers geldt hetzelfde. Op mijn balkon keek ik naar lage wolken die de waterval bij tussenpozen volledig bedekten.
wp-1479986373664.jpg
Fietsstatistieken:
6,79 km
0 u 29 min
13,97 km/u