Erna: tips voor toekomstige fietsreizigers

Intussen ben ik al enkele maanden terug thuis. Als afsluitend blogbericht wil ik graag nuttige informatie voor toekomstige fietsers delen, zowel aantekeningen over Japan als fietsland, als meer algemene reizigersinfo.

 

Navigeren

Japan heeft een zeer dicht wegennet. Per vierkante kilometer heeft het hooggeïndustrialiseerde Japan gemiddeld 3 kilometer wegen (berekend op basis van cijfers van wegenwiki.nl). Dit is 2 kilometer minder dan het dichtbebouwde België (5 IMG_2369-1024x768km/km²), en vergelijkbaar met Nederland (3,35 km/km²). Voor de landen van mijn vorige fietsreizen, Laos en Cambodja, ligt de verhouding op respectievelijk 0,04 en 0,013 km/km². In deze landen fietste ik vaak dagenlang rechtdoor op dezelfde snelweg. Navigatie was gewoon een kwestie van je positie op de snelweg te bepalen tussen het startpunt en het eindpunt van de etappe. Het dichte wegennet van Japan maakte van navigeren opnieuw een serieuze uitdaging. Ik fietste kriskras doorheen uitgestrekte verstedelijkte gebieden. Op elk kruispunt stoppen en de smartphone bovenhalen zou echt niet praktisch zijn. Daarom investeerde ik op voorhand in een fiets gps.

Avondenlang stippelde ik de route van elke etappe tot in het detail uit. Het merk Garmin biedt gratis Open Street Maps aan via http://garmin.openstreetmap.nl/ . De Open Street Maps van Japan zijn goed uitgewerkt. Helaas ontbreken de hoogtelijnen zoals bij alle gratis kaarten van Garmin. Daarom stippelde ik mijn routes uit met Google Maps in terreinzicht op mijn tweede beeldscherm geopend. Zo kon ik steeds het reliëf controleren Schermafdruk BaseCampvan de route die Garmin voorstelde. In het programma Garmin Basecamp kan je met de Alt-toets de route verleggen. Meer dan eens raakte de route bij het verleggen in de knoop. Bij de etappe van Toba naar Iga wilde ik niet de kortste weg nemen door het laaggebergte. Helaas begreep Basecamp niet dat ik via een omweg geleidelijk aan naar Iga wilde klimmen. Telkens ik de route versleepte, maakte het programma de knoop erger en erger. Toen de etappeafstand tot 230 kilometer was aangewassen, stond ik de wanhoop nabij. De volgende avond kon ik met hernieuwde moed de knoop ontwarren en de afstand tot 107 kilometer terugbrengen.

Het uitstippelen van alle routes kostte me vele avonden. Maar op het moment zelf was IMG_1570-1024x768dit zeer handig. Ik moest gewoon de aanwijzingen van de fiets gps volgen. Af en toe stopte ik bij een twijfelgeval, in de meeste gevallen omdat twee wegen te dicht naast elkaar liepen. Tijdens de regendagen was ik blij dat ik gewoon de gps kon volgen. Zo kon ik vermijden om in de gietende regen op mijn smartphone de weg te moeten zoeken.

Je kan het ZIP-pakket met alle GPX-routes downloaden via deze link.

 

Fietsen in Japan

Aparte fietspaden zijn er nauwelijks in Japan. Gewoonlijk delen fietsers de infrastructuur met de voetgangers. Vaak geven blauwe verkeersborden deze situatie aan. IMG_1413Op de signalisatie staat de voetganger figuurlijk boven de fietser. De infrastructuur is duidelijk op maat van de voetgangers aangelegd, terwijl fietsers alleen getolereerd worden. Bij elke straat of oprit die het verhoogde ‘voetfietspad’ kruist, gaat het pad steil omlaag en dan weer steil omhoog. Het onderhoud laat ook dikwijls te wensen over, met scheuren en bulten in het asfalt en woekerend onkruid als gevolg. Op deze wijze is het lastig om een tempo aan te houden. Met uitzondering van de stadscentra maken weinig voetgangers en fietsers van de ‘voetfietspaden’ gebruik. Bij een aanzienlijk aantal drukke gewestwegen ontbreekt het IMG_1625‘voetfietspad’ of is het pad in onberijdbare toestand. Dan is het onvermijdelijk om uiterst links op de rijbaan te fietsen. Soms maar niet altijd heeft de weg een zijstrook. Volgens mij zijn Japanse chauffeurs gewend aan fietsers op de rijbaan. Meer dan eens werd ik langs rechts op de rijbaan voorbijgestoken door een lokale wielertoerist op een koersfiets. Voor mij was dit het signaal om zelf ook het ondermaatse voetfietspad te verlaten en op de linkse rijstrook mijn plaats naast de auto’s op te eisen. De talrijke bruggen en viaducten probeerde ik wel via het aparte ‘voetfietspad’ over te steken los van de abominabele kwaliteit. Op de smalle rijstroken van de bruggen kunnen auto’s de fietsers immers niet inhalen zonder de aangrenzende rijstrook te gebruiken. Dit genereerde al snel een file achter mij.

Volgens de wet van het getal is de fietser baas op de jaagpaden langs de rivieren. De autovrije fietspaden op verhoogde dijken zijn grotendeels verhard en meestal in goede IMG_1750-1024x768staat. Ze zijn geweldig om gezwind kilometers te malen door een overwegend ruraal landschap. Langs sommige van deze fietsostrades heeft de overheid voorzieningen voor fietsers gebouwd. De fietsostrade langs de rivier Edogawa bijvoorbeeld heeft een heuse snelwegparking met sanitaire blok, picknicktafels en frisdrankautomaten. Sommige prefecturen doen extra inspanningen voor fietstoeristen. Aan de oostkust heeft de prefectuur Toyama een fietsroute langs haar kustlijn aangelegd. Een blauwe op het asfalt geschilderde markering duidt de fietsroute aan. Voor het autoverkeer is het duidelijk dat ze de weg met fietsers moeten delen. De markering bevestigt aan de fietsers dat ze het vermaledijde ‘voetfietspad’ mogen verlaten om hun plaats op de autoweg op te eisen.

 

Hotelreservaties

Ik landde in het begin van de Gouden Week in Japan. Wegens de vier feestdagen die jaarlijks in de eerste week van mei samenvallen, nemen de Japanners massaal vakantie. IMG_1388-1024x768De stedelingen reizen terug naar hun geboortestreek en bezoeken hun familie. Anderen genieten van een vakantie in eigen land. Treinen en hotels zijn voor de hele week nagenoeg volgeboekt. Daarom besloot ik om mijn hotelovernachtingen voor de Gouden Week ver op voorhand te boeken. Dit lukte prima voor de hotels in de steden. Maar voor de vakantieregio Hakone was ik vier maanden op voorhand al hopeloos te laat. Toen ik de Gouden Week had volgeboekt, ging ik door op mijn elan. Na een maand avondwerk had ik alle hotelovernachtingen voor mijn volledige fietsreis geboekt. Dit spaarde me veel avondwerk uit tijdens de fietsreis zelf. Ik moest niet meer elke avond de mogelijkheden voor de volgende overnachting opzoeken. Het volstond om even op te frissen wat het volgende hotel was. De vroegboekkorting vormde een bijkomend voordeel. Mijn eerste IMG_2190en mijn laatste nacht in Japan bracht ik in hetzelfde hotel door. Vier maanden op voorhand kostte een overnachting in het Hedistar Hotel in Narita 38,40 EUR. Toen ik 40 dagen op voorhand de laatste nacht boekte, betaalde ik voor hetzelfde kamertype plots 50,18 EUR. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan het boeken van alle overnachtingen. Het ontneemt de flexibiliteit om ad hoc het reisplan te wijzigen. Persoonlijk waardeer ik de voordelen van een uitgewerkt reisschema. Maar je hebt niet altijd alles in de hand. Het stormweer in de Baai van Tokyo dreigde mijn reisschema danig in de war te sturen. Gelukkig ging de wind tegen de middag liggen en kon ik alsnog met de ferry de baai oversteken. Zonder pech biedt een uitgewerkt schema meer voordelen dan nadelen.

 

Met een fietsdoos landen in Narita

Het landen met een fietsdoos in Narita had ik toch een beetje onderschat. Ik had nagelaten om op voorhand een luchthaventransfer voor mij en mijn fietsdoos te boeken. Ik ging er te gemakkelijk van uit dat ik een taxibus zou kunnen nemen. Op de luchthaven van Narita zijn de taxi’s strikt gereglementeerd. In de taxiwachtrij stonden uitsluitend zwarte sedans van hetzelfde merk en model. Mijn fietsdoos was veel te groot voor de IMG_1387-1024x768kofferbak van deze identieke taxi’s. Parallel met de taxiwachtrij stond een rij minibussen in allerlei maten en kleuren onder een betonnen luifel. De shuttle bussen waren allemaal gereserveerd. Geen enkele chauffeur van de busjes wilde mij en mijn doos vervoeren. Vervolgens wendde ik me vruchteloos tot het openbaar vervoer. Wegens mijn fietsdoos werd ik zowel bij de spoorwegen als bij de reguliere busdienst geweerd. Als laatste strohalm richtte ik me tot een bagagetransportdienst. Japanse luchthavens bieden een bijzondere dienstverlening aan om je bagage bij je hotel of thuis af te leveren. De bagage komt wel pas de volgende dag aan. Ook voor deze dienst was mijn doos te groot. Uiteindelijk besloot ik om mijn fiets uit te pakken en naar mijn hotel te fietsen. Ik gaf mijn doos bij de bagagedienst in bewaring. In de namiddag keerde ik met de shuttle bus van mijn hotel terug naar de luchthaven om mijn fietsdoos op te pikken. Bijna een halve dag na mijn landing zijn mijn fietsdoos, mijn ligfiets en ikzelf uiteindelijk goed bij het hotel in het centrum van Narita aangekomen. Niettemin had ik me veel ellende kunnen besparen door op voorhand een shuttle bus te boeken.

 

Ik heb echt genoten van mijn fietsvakantie. Japan is op dit vlak een aanrader. Het land biedt verscheidenheid op elk vlak. Van de tempels en kastelen in de steden tot de theeplantages en bamboebossen op het platteland, ik raakte er niet op uitgekeken. Ik heb langs twee zeeën en door de Japanse Alpen gefietst. Van op de hoge jaagpaden naast de rivieren ontdekte ik keer op keer nieuwe dingen. Overal verbleef ik in betaalbare hotels IMG_2072die zich konden meten met Europese standaarden. Japanse particulariteiten als de yukata en het toilet met automatische sproeier maakten elke overnachting bijzonder. Op de futons in de Japanse stijlkamers heb ik doorgaans goed geslapen. De Japanse keuken is enorm veelzijdig en heeft mij steeds gesmaakt. Yakitori was mijn favoriet. Het prijspeil van de horeca ligt in Japan op drievierde van België. Eten en drinken was relatief betaalbaar, met uitzondering van alcohol. Hoge accijnzen maken bier en andere alcoholische dranken kunstmatig duur. Niettegenstaande ik alleen in het land rondfietste, voelde me overal veilig. Op een maand tijd lag ik bijna 98 uren op de ligfiets en legde ik 1.846 kilometer af. Voor mij was de fietsvakantie echt geslaagd. Misschien keer ik over enkele jaren wel terug voor een rondje op de zuidelijke eilanden Kyushu en Shikoku.

1 juni: Naar huis

Mijn vlucht naar huis zou om 10u10 opstijgen. ’s Morgens genoot ik eerst nog van het ontbijtbuffet van het Hedistar Hotel. Tien minuten voor het vertrekuur van de shuttle bus stond ik klaar met mijn fietsdoos en banaantassen. De shuttle bus van het hotel was een groter model dan vorige maand. Er was ruimte voor meer passagiers. Helaas ging dit ten koste van de bagagecapaciteit. Mijn fietsdoos paste niet in het kleine bagagecompartiment. Om 7u30 vertrok de shuttle bus zonder mij.
De receptionist deed zijn best om een oplossing te vinden. Een uur lang wachtte ik machteloos af terwijl de stress toenam. Uiteindelijk kwam om 8u35 de andere shuttle bus aanrijden. Met deze bus was ik vorige maand mijn fietsdoos op de luchthaven gaan afhalen. Dit kleinere busmodel had een veel grotere bagageruimte waar mijn fietsdoos ruimschoots inpaste. Een kleine twintig minuten later zette dit privétransport me af aan Terminal 1 van de luchthaven.
Laat komen heeft ook voordelen. Ik werd meteen geholpen aan de check-in balie. Terwijl drie medewerkers mijn fietsdoos opmaten, checkte een vierde medewerkster mij in. Ze vroeg of ik het gewicht van mijn fietsdoos kon verminderen. Tot 23 kilogram mocht de doos gratis meevliegen, ofschoon de afmetingen van de doos het maximum ver overschreden. Ik kon evenwel niet in een handomdraai drie kilogram van mijn ligfiets strippen. Dus betaalde ik met mijn kredietkaart een toeslag van 150 $.
Vervolgens troonde de check-in medewerkster me mee naar de afdeling ‘Oversized Baggage’. Mijn doos was hier al aangekomen. De security gebood me om de fietsdoos te openen. Geholpen door de security medewerkers haalde ik de ligfiets half uit de doos. De security inspecteerde nauwgezet mijn fiets. Ze vielen over de luchtdruk achtervering. Ik legde hen uit dat de vering een overslagklep heeft. Bij overdruk zal de luchtdrukcylinder niet ontploffen maar lucht lossen. De security vertrouwde het niet met uitzondering van een jongeman die zelf een mountainbike had. Hij probeerde zijn collega’s gerust te stellen. Voor de zekerheid wilden ze toch de toestemming van SWISS hebben. Tien lange minuten wachtte ik op de toestemming terwijl de jongeman mij geruststelde. Bij SWISS namen ze gelukkig hun verantwoordelijkheid toen ze uit Tokyo gebeld werden over een rare fiets met luchtdrukvering. Het akkoord kwam er om 9u32, precies acht minuten voordat de boarding zou beginnen. Ik repte me naar de security check. Gelukkig was het uiterst kalm op de luchthaven. Precies om 9u40 sloot ik me aan de gate aan bij de rij mensen die op de boarding wachtten. Toen ik op het vliegtuig zat verdreef de grote opluchting de stress van de voorgaande uren. De eerste vlucht naar Zürich vertrok zonder vertraging.
De volgende twaalf uren verdreef ik de tijd met lezen en films kijken. De aansluiting naar Zaventem vertrok met ruim 50 minuten vertraging. Mijn banaantassen rolden als een van de eerste van de bagageband. De fietsdoos en ik kwamen bijna gelijktijdig bij de afdeling ‘Oversized Baggage’ aan. Mijn vader pikte me op in Parking 2. Ik schoof bij mijn ouders aan tafel terwijl we ondertussen bijpraatten. Na het eten haalde ik mijn ligfiets uit de doos en reed ik met de wagen naar huis.
Tijdens het uitpakken voelde ik de vermoeidheid van de lange dag opkomen. Nog douchen en het laatste blogbericht publiceren, en ik kan eindelijk in bed kruipen. Ongetwijfeld zal ik van deze fantastische fietsreis dromen. Japan heeft immers een onvergetelijke indruk nagelaten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

31 mei: Tokyo –> Narita

Voor de laatste etappe van mijn fietsreis stond ik wat vroeger op dan de afgelopen dagen. Na het bereiken van de finish moest ik mijn ligfiets terug in de fietsdoos steken. Ik liet de sleutel van het appartement achter in de brievenbus en wandelde naar de fietsenstalling van het metrostation. Ook de derde nacht op rij had mijn ligfiets overleefd. Maar nu ik dichterbij kwam merkte ik de papieren kennisgeving op die iemand gisterennamiddag rond mijn remkabel had geniet. Blijkbaar mogen alleen geregistreerde fietsen op de fietsenstalling geparkeerd worden. Mijn ligfiets is hier in Japan natuurlijk onbekend en nergens geregistreerd. De kennisgeving dreigde met een boete van 3.000 ¥ (23,53 €) en de verwijdering van mijn fiets. Gelukkig had ik dit binnen de 24 uur gezien.
Ik trok de kennisgeving los en stapte op de fiets. Vier kilometer verder bereikte ik Route #357 naar Chiba. Deze drukke weg lag aan weerszijden van een expresweg op hoge poten. Soms leek het dat er nog meer wegen parallel liepen. Gelukkig had Route #357 een afgescheiden fietspad. Bij de talrijke knooppunten met even drukke wegen moest ik telkens een fietspuzzel oplossen. Hoe steek ik over? Vaak kon ik met behulp van fiets- en voetgangersbruggen oversteken. Soms moest ik een eindje de dwarsbaan volgen tot het eerstvolgende verkeerslicht.
Route #357 volgde de kustlijn van de Baai van Tokyo. In de delta van Tokyo monden een dozijn grote en kleine rivieren in de baai uit. Regelmatig klom ik steile bruggen op tot het niveau van de hoge expresweg. Boven op de brug had ik dan een uitzicht op de skyline van Tokyo. Ter hoogte van Disneyland kon ik van op een brug het megahotel van het Disney Resort zien. Meer kon ik helaas niet zien van Disneyland, want ik fietste aan de verkeerde kant.
Na 32 kilometer verliet ik de drukke Route #357. Ik ging voor een laatste keer een beproefde tactiek toepassen en op een jaagpad naast een rivier fietsen. Een paar kilometer verder bereikte ik de rivier Hanami. Meteen had ik de drukte van de stad achter mij gelaten en fietste ik midden in de natuur. Op een paar kilometer na was het rustige fietspad helemaal geasfalteerd.
In de buurt van de stad Sakura verbreedde de rivier. In het vlakke land kreeg ik plots een fata morgana. Ik passeerde een oer-Hollandse windmolen alsof ik in pakweg Zaandam of Uitgeest aan het fietsen was. Uit nieuwsgierigheid stopte ik. Volgens het informatiepaneel had de Nederlandse overheid de windmolen ‘De Liefde’ in 1994 aan de stad Sakura geschonken wegens de veertigste verjaardag van de stad. Ik word volgend jaar ook veertig. Beste Nederlanders, krijg ik dan ook een windmolen voor mijn verjaardag?
Na 71 kilometer verliet ik de rivier terwijl de regendruppels geleidelijk aan talrijker werden. Even verderop stopte ik aan een eenvoudig noedelrestaurant. Na de lunch was de lichte bui over en begon ik aan de laatste acht kilometers van mijn fietsreis. Een korte beklimming bracht me op het plateau van Narita. Even later fietste ik langs een brede laan door de buitenwijken. In het steile centrum van Narita stuurde de gps me een doodlopende parking in. Wat de gps als een weg zag, was in werkelijkheid een steile trap omlaag. Ik volgde dan maar een winkelstraat die uitkwam aan het tempelcomplex dat ik een maand geleden op mijn eerste dag in Japan had bezocht.
Iets na twee uur arriveerde ik terug aan het Hedistar Hotel. Ruim 1.800 kilometer geleden was ik hier aan mijn fietsreis begonnen. De receptioniste herkende me nog. Na het inchecken vroeg ze spontaan of ik mijn grote doos terug wilde hebben. Met lichte spijt stak ik mijn ligfiets in de fietsdoos. Ik had nog wel verder willen fietsen, maar ja, aan alles komt een einde.
Fietsstatistieken:
80,24 km
4 u 13 min
19,06 km/u

30 mei: Tempels en schrijnen in Tokyo

Na de musea van gisteren wilde ik vandaag een selectie van tempels en schrijnen verkennen. Ook vandaag verkoos ik de metro boven de ligfiets. Ik had nog een extra reden. Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag een regendag worden. Voordat ik in Tsukishima ondergronds ging, wierp ik een blik op de fietsenstalling van het station. Hij stond er nog! Mijn eerste bestemming was geen tempel of schrijn maar een grote tuin. De Hamarikyu tuin was vroeger een paleistuin van de shogun. Tegenwoordig is de tuin aan drie kanten omheind door wolkenkrabbers.
Ik wandelde een rondje in deze tuin en spoorde met de metro een halte verder. Hier bezocht ik het Zojo-ji tempelcomplex. Vroeger was het de familietempel van de shogun. Hun mausoleum van de shoguns en hun familie stond op deze site. De tempel werd helaas verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog en nadien terug opgebouwd. De roodwitte Eiffeltorenkloon van de Tokyo Tower overschaduwt de Zojo-ji tempel.
Na een snelle lunch nam ik de metro naar de wijk Asakusa. Bij de populaire Senso-ji tempel mengde ik me in de massa. Een pagode van vijf verdiepingen fungeerde als blikvanger. Alle tempels op de site waren dieprood geschilderd. Op de terugweg sloeg ik impulsief af in een overdekte winkelstraat. Een beetje verder liet me verleiden en kocht ik een vers gebakken visvormig gebakje met een vulling van zoete aardappelen. Door het volgen van de winkelstraat was ik afgedwaald. Daarom moest ik tweemaal overstappen om mijn volgende en controversiële bestemming te bereiken.
Het Yasukuni schrijn herdenkt de Japanse soldaten die sneuvelden in de oorlogen sinds het midden van de negentiende eeuw. De doden herinneren is op zich een eerbaar doel. In België liggen vele militaire begraafplaatsen van alle partijen die in beide wereldoorlogen hier gestreden hebben. Maar het Yasukuni schrijn eert ook enkele belangrijke oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. De buurlanden van Japan die in de oorlog zwaar hebben geleden, vinden dit niet kunnen. Als een Japans politicus van nationalistische signatuur dit schrijn bezoekt,  dan staan de Aziatische buren op hun achterste tenen. Maar ik ben gewoon een nieuwsgierige toerist. Mijn bezoek aan het Yasukuni schrijn wekte geen controverse op. Het schrijn ligt wel zeer gevoelig. Voorbij de ‘torii’ (pi-vormige poort) op de onderstaande foto mocht niemand foto’s maken.
Om half vier vertrok ik naar het volgende schrijn. Een half uur later na twee metro’s en twee keer een halve kilometer wandelen kwam ik bij het Nezu-jinja schrijn aan. Dit was een rustig en kleinschalig complex. Aan de zijkant stond er een arcade van rode ‘torii’, maar die was lang niet zo indrukwekkend als de kilometerslange arcade bij het Fushimi Inari schrijn in Kyoto. Persoonlijk vond ik het poortgebouw het mooiste.
Op het einde van mijn bezoek aan Nezu-jinja begon het meer en meer te druppelen. Ik haastte me terug naar het metrostation vóór de regenbui helemaal zou losbarsten. Terwijl ik ondergronds naar huis reed, begon het bovengronds te gieten.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

29 mei: Drie musea in Tokyo

Slechts twee dagen heb ik om Tokyo te verkennen. Overmorgen fiets ik terug naar mijn startpunt Narita. Vandaag wilde ik enkele musea bezoeken. In principe kan ik met de ligfiets overal naartoe fietsen. Tokyo heeft evenwel dezelfde fietsonvriendelijke attitude als Kyoto. Je mag je fiets alleen op de schaarse officiële fietsenparkings achterlaten. Doe je dit niet, dan riskeer je een boete en een administratieve zoektocht naar je verwijderde fiets. Daarom besloot ik om me met het uitgebreide metronetwerk te verplaatsen. Deze morgen controleerde ik eerst of mijn ligfiets nog op de fietsenparking van het metrostation stond. Vervolgens daalde ik de trappen af en kocht aan de automaat een dagpas voor 900 ¥ (7,15 €). In Tokyo baten twee maatschappijen metrolijnen uit. Tokyo Metro is de grootste met negen lijnen. Maar de vier metrolijnen van Toei liggen strategisch goed gepositioneerd. In het metrostation van Tsukishima vlakbij mijn appartementje kruist een metrolijn van Toei met een lijn van Tokyo Metro. Daarom investeerde ik in de duurdere combi-dagpas van beide maatschappijen. Een dagpas voor alleen de metrolijnen van Tokyo Metro is 300 ¥ (2,39 €) goedkoper. De naamgeving van de metrolijnen en de stations is inventief gestructureerd en ook voor westerlingen glashelder. Elke halte heeft een letter die verwijst naar de metrolijn en een volgnummer. Een kruispunt heeft dus twee codes. Tsukishima heeft bijvoorbeeld de codes Y21 en E16. Zo zie je meteen waar je bent en welke richting je uit moet. Bovendien heeft ook elke uitgang van het metrostation een nummer. Op Google Maps kan je zien waar je precies boven de grond zal komen.
Eerst spoorde ik naar het Toppan Printing Museum. Beroepshalve draagt dit private museum mijn grote interesse weg. Net na de openingstijd was ik de enige bezoeker. In de kelder kocht ik een ticket voor 300 ¥ (2,39 €). De lange inleidende hal hing vol reproducties van kleitabletten over oosterse en westerse handschriften tot gedrukte boeken en prenten. In de vaste opstelling van bijna 20 jaar oud lag een mengeling van facsimiles en authentieke objecten. Er lag zowaar een ‘Cruydt-boeck’ van Dodoens tentoongesteld. Dit was niet het enige object van de Plantijnse drukkerij uit Antwerpen. In een hoek van de kelderzaal stond een replica van een drukpers uit dezelfde drukkerij. Een identieke tweelingzus van deze replica bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. Ze wordt er nog dagelijks gebruikt voor drukdemonstraties. Daarentegen stond de Toppan replica in een statisch decor dat de Plantijnse drukkerij nabootste. Op een scherm speelden de oude filmpjes over drukken en lettergieten van het Antwerpse museum. Ik had graag een foto willen tonen, maar helaas was fotograferen strikt verboden in heel het Printing Museum.
Om 11 uur ging ik terug ondergronds. Na twee keer overstappen bereikte ik het volgende museum. Het Tokyo National Museum exposeert een groot aantal topstukken van Japanse kunst en toegepaste kunst. De toegangsprijs van 620 ¥ (4,75 €) was een koopje. In Kyoto en andere plaatsen had ik al heel wat topstukken gezien. Niettemin was het Nationaal Museum de moeite waard. Niet alleen de beeldende kunsten kwamen aan bod. De vaste opstelling had ook oog voor zwaarden en porselein.
Na mijn bezoek wandelde ik door het Ueno park terug naar het Ueno station. Tegenover het station slurpte ik snel een kom noedelsoep met tempura-garnalen naar binnen voor 460 ¥ (3,65 €). Vervolgens nam ik de metro naar het Edo-Tokyo Museum. Dit is het stadsmuseum dat de geschiedenis van Tokyo sinds het jaar 1600 vertelt. Edo is de oude naam van Tokyo. Net als het MAS in Antwerpen is het Edo-Tokyo als een landmark gebouwd. Het gebouw lijkt op een gigantische salontafel op vier dikke poten. In een hoogbouwstad als Tokyo valt het als landmark helaas nauwelijks op. Ik kocht beneden een ticket voor 600 ¥ (4,76 €). Vervolgens ging ik met de lange roltrap naar boven. Centraal in de grote hal staat een reproductie van de centrale brug van het oude Edo als blikvanger. Het verhaal van het museum boeide me wel. Maar de interessante gegevens op de vele panelen waren eentalig Japans op de titel en de samenvatting na.
’s Avonds was ik op restaurant uitgenodigd door een Japans echtpaar en hun oudste dochter. Een wederzijdse kennis had ons in contact gebracht. De supervriendelijke Japanners hadden me voor en tijdens mijn fietsreis al bijgestaan met informatie en advies. Tonijn was de leidraad van het menu. Thuis koop ik wel eens een blikje tonijn. Ik was vergeten hoe enorm groot die vissen in werkelijkheid zijn. De ober diende een groot bot van zeker een halve meter lang op. Het donkerrode rauwe vlees plakte nog aan het bot. Met een schelp schraapten we de fijne laag vlees van het bot. De rauwe vis smaakte heerlijk. Nadien diende de ober een even groot bot op. Nu was de dikke laag vlees gegrild. De stukken vis waren boterzacht en smolten bijna op mijn tong. Voordien en tussendoor werden veelzijdige aperitiefhapjes en tussendoortjes geserveerd. Wie toevallig in Tokyo is en het ook eens wil proeven, zie www.jipe.jp. Ik kan het zeker aanraden.
Terwijl we aten en frequent van nieuwe hapjes werden voorzien, praatten we over mijn fietservaringen in Japan. Uiteraard dwaalde het gesprek ook af naar andere onderwerpen. Na de afsluitende thee wandelden we door de nabije Ginza wijk. Deze buurt is vooral bekend als centrum voor de luxemode. Maar we wandelden ook langs het belangrijkste Kabuki-theater van Tokyo. Aan een metrostation gingen we terug elk onze eigen weg, en nam ik afscheid van deze superfijne mensen.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

28 mei: Satte –> Tokyo

Na drie dagen fietsen zou ik deze namiddag eindelijk in de hoofdstad Tokyo aankomen. Eerst ontbeet ik in de ontbijtruimte van het zusterhotel Green Core +1 aan de overkant van de straat. De laatste etappe naar Tokyo is amper 70 kilometer lang. Ik mocht pas vanaf 15 uur in mijn appartementje. Daarom treuzelde ik na het ontbijt om te vertrekken. Omstreeks half tien lag ik dan toch op de ligfiets. Zes kilometer verder zag ik de rivierdijk liggen.

Nog twee kilometer verder fietste ik op het autovrije fietspad bovenop de dijk. Bij momenten had het fietspad de breedte van een autoweg. Een paar keer passeerde ik een rustplaats voor de fietsers met sanitaire blok en frisdrankautomaten. Langs de Edogawa rivier had de overheid heel wat geld in het fietstoerisme geïnvesteerd.

In het stadje Shibamata verliet ik de rivier om een restaurant te zoeken. Wat op Google Maps een restaurantbuurt leek, was in werkelijkheid een wandelstraat naar een tempelcomplex met bovenlokale aantrekkingskracht. Het straatje had een hoge concentratie aan souvenir- en delicatessenwinkels. De meeste restaurants serveerden ‘unagi’ (paling). Om de hoek vond ik toch een goedkoop Chinees restaurant. Voor 680 ¥ (5,32 €) nam ik het lunchmenu met een lekkere kom soep en dumplings met varkensvlees. Er was zelfs een dessertje bij. Na de lunch bezocht ik de houten tempels van de Taishakuten Daikyoji tempelsite met de banaantassen op mijn schouder.

Op verzoek van de fiets-gps verliet ik na 54 kilometer de Edogawa rivier. Vervolgens loodste de gps me 17 kilometer lang door de voorsteden naar het eiland Tsukuda in de Baai van Tokyo. Op honderd meter van het metrostation van Tsukishima had ik via AirBnB een appartementje gehuurd. Ik parkeerde mijn ligfiets op de fietsenparking van het metrostation.
Ik viste de sleutel uit de brievenbus, en even later opende ik het dubbele slot van het eenslaapkamerappartement. Na de douche wandelde ik naar twee supermarkten. Geen van beide verkocht ontbijtgranen. De supermarkt in Kyoto had verscheidene soorten cruesli en cornflakes in haar aanbod. Daarom verwonderde het me dat ik helemaal geen ontbijtgranen aantrof. Gelukkig ben ik stilaan op het einde van mijn fietsreis. Op het einde van de week kan ik thuis zoveel muesli eten als ik wil. Ik kocht een alternatief ontbijt en wandelde terug naar het appartement.

In de lift van het appartementsblok viel mijn oog plots op een sticker tegen ‘vacation rental’ van appartementen. Vakantieverblijven verhuren is in deze blok verboden. Ik zal me de komende dagen low profile houden. De buren zullen van mij geen last hebben. Eigenlijk ben ik zelf een beetje slachtoffer. De eigenaar van het appartement had me immers niet van het verbod op de hoogte gebracht. Niet ik ben in fout maar de eigenaar. Hopelijk loop ik de syndicus niet toevallig tegen het lijf. Ik heb geen zin in moeilijkheden. In steden van massatoerisme zoals Barcelona en Amsterdam is AirBnB inderdaad een grote plaag. De lokale inwoners lijden onder de overlast en de druk op de huurmarkt. Hier in de miljoenenstad Tokyo lijkt AirBnB voor de huurmarkt een druppel op een hete plaat. Maar ik begrijp uiteraard dat de permanente flatbewoners regelmatig overlast ervaren van luidruchtige en zatte toeristen. Het is aan mij om te bewijzen dat het ook anders kan.

Fietsstatistieken:
71,00 km

3 u 41 min

19,28 km/u

27 mei: Takasaki –> Satte

In Takasaki had ik een kamer zonder ontbijt geboekt. Maar de prijs voor het ontbijtbuffet van het Park Inn Hotel bleek zeer schappelijk te zijn. Gewoonlijk kost een hotelontbijt in Japan tussen de 700 en 1.700 ¥ (5,49 tot 13,32 €) met 1.000 ¥ (7,84 €) als de meest gebruikelijke prijs. Hier in het Park Inn Hotel ontbeet ik ‘all you can eat’ voor amper 500 ¥ (3,92 €).
Via de stationsbuurt verliet ik Takasaki. Even later fietste ik op de drukke Route #17. Deze semi-snelweg gaat recht naar Tokyo. Een wegwijzer informeerde me dat het nog maar 101 kilometer tot Tokyo was. Ik was evenwel niet van plan om de kortste weg te nemen. Na enkele kilometers kruiste de snelweg de rivier Kabura. Hier sloeg ik af naar het autovrije fietspad op de dijk. Het autovrije fietspad naast de rivier zal me tot in het hart van de metropool Tokyo brengen. Onderweg zal de rivier nog een paar keer van naam veranderen na een samenvloeiing of afsplitsing van andere rivieren.
Op een zonnige zondag had ik van op de hoge dijk een goed zicht op de vrijetijdsbesteding van de Japanners. De rivierbeddingen zijn hier veel breder dan in Vlaanderen. Op de vlakke landstrook tussen de rivier en de dijk was er ruimte zat voor allerlei sportinfrastructuur. In de eerste plaats fietste ik voorbij baseballvelden en in mindere mate voetbalvelden.  Ik passeerde ook drie echte golfterreinen, niet de compacte golfterreinen van twee voetbalvelden groot, maar de enorme grasvelden waarin men met een golfkarretje van de ene hole naar de andere rijdt. Japanners zijn ook gepassioneerd in vliegen en vliegtuigen. Ik fietste voorbij een dozijn grasveldjes waarin Japanners met een afstandsbediening miniatuurvliegtuigen in de lucht bestuurden. Op andere plaatsen gingen Japanners zelf de lucht in met een parapente. Sommige hadden een propellor op hun rug gebonden om rond te vliegen. Op een strook van twee kilometer lang had men een zweefvliegveld aangelegd. Voor mijn ogen zag ik een zweefvliegtuig met een lier opstijgen.
Het fietstoerisme is in Japan nog lang niet zo ontwikkeld als in Vlaanderen. Hier vind je op de dijk geen fietscafé’s waar je op het terras een trappist kan drinken of een hapje kan eten. Na de middag verliet ik de dijk om een restaurant te zoeken. Volgens Google Maps zouden er vier restaurants in het dorp zijn, maar alleen het vierde was open. Ik at een kom noedelsoep terwijl de andere gasten luide commentaar gaven op het televisieprogramma.
Na 80 kilometer verliet ik de rivier om het hotel op te zoeken dat ik voor deze nacht had geboekt. Plots fietste ik terug tussen de rijstvelden terwijl ik vandaag alleen nog maar groenten en andere graansoorten had gezien. Even voor vier uur kwam ik bij het Green Core Hotel in het stadje Satte aan. Vannacht slaap ik in een zakelijke kamer in Japanse stijl. De leefruimte is op een verhoogd platform. In het midden van de kamer bedekt een luik een vierkant gat in de vloer. Op deze wijze kan je als gast kiezen hoe je wil zitten. Ofwel zit je op zijn Japans aan de lage tafel, ofwel doe je het luik open en kan je je benen hierin kwijt. Zo lijkt het alsof je aan een normale tafel zit. Voor je gaat slapen doe je het luik toe en leg je de dunne matras er op.
Fietsstatistieken:
90,38 km
4 u 29 min
20,18 km/u

26 mei: Kusatsu Onsen –> Takasaki

Net als gisteren werd het ontbijt om half acht op de kamer opgediend. Vandaag had het traditionele Japanse ontbijt wel een andere samenstelling met uitzondering van de rijst. Ik had geen haast. In een relatief korte etappe zou ik 1.000 hoogtemeters doorspoelen. Dus baadde ik na het ontbijt nog een laatste keer in de twee privé-baden van de ryokan.
Mijn fietsreis zit er bijna op. In drie etappes fiets ik naar Tokyo. Na een city-trip van enkele dagen rest me nog de laatste etappe naar mijn startpunt Narita.
Voordat ik aan de lange afdaling kon beginnen, moest ik terug uit het steile dal van Kusatsu klimmen. Negen kilometer aan een stuk daalde ik aan een hellingsgraad van tien procent. Mijn schijfremmen kregen het zwaar te verduren maar ze hielden het gelukkig uit. In het stadje Naganohara sloeg ik linksaf Route #145 in. De hellingsgraad verminderde aanzienlijk. Bijgevolg hoefde ik de schijfremmen niet meer zo zwaar te belasten.
Ik negeerde de afslag van Route #406 naar mijn eindbestemming Takasaki. Met een dozijn haarspeldbochten klom deze weg opnieuw boven de 1.000 meter. Ik bleef Route #145 nog een tijdje volgen, en zou verderop de aansluiting maken. De fiets-gps leidde me naar de oude Route #145 die vlak naast de rivier loopt. Van beneden zag ik de nieuwe Route #145 met behulp van een viaduct de rivier oversteken.
Helaas was de oude weg even later onderbroken. Via een supersteil baantje vol haarspeldbochten duwde ik mijn ligfiets omhoog naar de nieuwe weg. Op Google Maps zag ik dat de nieuwe weg verderop in een tunnel van vier kilometer lang zou duiken. Gelukkig liep er op de tegenoverliggende bergflank een parallelweg. Over een viaduct met een prachtig uitzicht stak ik het dal over. Het viaduct was een toeristische attractie. Japanners kuierden te voet over het viaduct om van het uitzicht te genieten.
De alternatieve weg had ook een tunnel van bijna twee kilometer lang. Dankzij een verhoogd fietspad van drie meter breed kon ik veilig door deze tunnel fietsen. Precies om 12 uur ’s middags merkte ik een restaurant op. In dit landelijke gebied van bossen en rijstvelden had ik dit niet verwacht. Ik was net aan een beklimming begonnen. Klimmen gaat beter met een volle maag dan met een lege. Dan is de kans om zonder energie te vallen kleiner. Dus liet ik deze kans niet liggen en stopte hier voor de lunch. De gastvrouw van het noedelrestaurant sprak vrij goed Engels. Dat kwam goed uit. De vertaalapp van mijn smartphone zou toch niets snappen van de prachtig gekalligrafeerde menukaart. Met haar hulp bestelde ik een kom ‘soba‘ noedelsoep met tempuragroenten. Na de maaltijd legde ik haar mijn fietsroute uit. Bij het afscheid gaf ze me een zak snoepjes als extra energie voor onderweg.
Voordat ik de beklimming hervatte stak ik een snoepje in mijn mond. De rest stopte ik weg bij de snoepjes die ik onderweg naar Nara van de chef-kok had gekregen. Na zeven kilometer klimmen aan een redelijke hellingsgraad bereikte ik de top. Vervolgens daalde ik ongeveer twintig kilometer af tot in de vlakte van Takasaki. Slechts eenmaal werd de afdaling onderbroken door een korte klim en een tunneltje.
Om half vier arriveerde ik aan het Park Inn Hotel van Takasaki. Vanavond slaap ik terug op een dikke matras met een zacht hoofdkussen.
Fietsstatistieken:
72,72 km
3 u 41 min
19,72 km/u

25 mei: De baden van Kusatsu Onsen

De gastheer van mijn ryokan had me gisteren meegedeeld dat het ontbijt om 7u30 in mijn kamer zou worden geserveerd. Dus zette ik mijn wekker om 7u15. Ik was net uit het bed gestapt, toen het personeel me belde. Of ze mochten langskomen voor het ontbijt? Ik trok snel mijn yukata aan, en een minuut later werd er op de deur geklopt. Eerst werd mijn matras en beddengoed in de ingebouwde kast opgeborgen. Dan plaatste de gastheer twee mini-tafeltjes waar zo-even mijn matras lag. Nog een paar minuten later bracht de gastvrouw het traditionele Japanse ontbijt. Mijn kamerdeur bleef de hele tijd openstaan. Samen met de ontbijtservice op de kamer gaf dit me onwillekeurig toch een ziekenhuisgevoel. Voor de privacy sloot het personeel wel steeds de schuifdeur tussen de leefruimte en het inkomhalletje.
Na het ontbijt gebruikte ik het andere privé-bad van de ryokan. Het bleek een vierkant buitenbad te zijn. Vervolgens wandelde ik in yukata naar het centrale plein van het kuuroord. In de ‘Yubatake‘ op het plein wordt het hete geothermische bronwater afgekoeld voordat het onder de talrijke badhuizen wordt verdeeld. Net als in Yellowstone verkleuren de rotsen door het hete mineraalrijke water.
Intussen had ik opgemerkt dat ik als enige in yukata rondliep. Toch zette ik door en wandelde ik naar het Sainokawara park een kilometer ten westen van het centrum. Hier stroomt een warme rivier dwars door het park. Verspreid over het park liggen verscheidene voetbaden.
Aan het einde van het park ligt een openlucht badcomplex. Ik betaalde 600 ¥ (4,68€) voor de toegang en betrad het mannengedeelte. In het midden van het openluchtbad staat een houten scherm. Links is voor de vrouwen en rechts voor de mannen. Vanuit het bad had ik een prachtig zicht op de beboste heuvels rondom. De donkergroene dennen en de lichtgroene loofbomen contrasteerden magistraal met de staalblauwe hemel. Gelukkig had ik mijn bril aangehouden zodat ik van het uitzicht kon genieten. Na een uurtje baden wandelde ik terug naar de ryokan. Ik wisselde de yukata voor een broek en een hemd. Zo voelde ik me meer op mijn gemak en was ik terug in lijn met de kledingstijl van de Japanse bezoekers.
In de namiddag spotte ik meer en meer mensen in yukata. Blijkbaar is in yukata op straat rondlopen gelijk aan drinken, dat doe je ook niet voor twaalf uur ’s middags. Omstreeks drie uur wandelde ik naar het Ohtakinoyu badcomplex aan de oostkant van Kusatsu. De toegang kostte 900 ¥ (7,00 €). Voor deze prijs kon ik naar hartenlust baden in een veelzijdig assortiment van Japanse baden. Binnen was er een binnenbad, een sauna, en een koud badje. Buiten waren nog twee hete baden. In de kelderverdieping bevond zich de vermaarde ‘awase-yu’. Dit is een reeks van vijf kleine baden met oplopende temperatuur. Het koudste bad was 40°C, dat is de normale temperatuur van een Japans bad. Het volgende was al 43°C warm, en het derde bijna 45°C. Dan kwamen de twee grootste baden van de reeks met respectievelijk 45,6 en 45,8° C. In het warmste bad vloeide constant een straal heet water. Door de beweging van het water voelde dit bad nog warmer aan. De bedoeling was om je lichaam geleidelijk aan te laten wennen aan steeds hogere temperaturen. Meteen in het heetste bad stappen voelt aan alsof je levend gekookt wordt. Maar als je voldoende tijd neemt en in de juiste richting baadt, dan kan je het heetste bad perfect aan. Gespreid over mijn bezoek heb ik drie cycli voltooid en telkens tot aan mijn nek in het heetste bad kunnen zitten.
Tegen vijf uur had ik genoeg gebaad voor vandaag. Mijn vingers waren compleet verrimpeld. Met een omweg langs de Yubatake op het centrale plein slenterde ik terug naar de ryokan.
Fietsstatistieken:
0 km
0 u 0 min
0 km/u

24 mei: Nagano –> Kusatsu Onsen

Deze morgen scheen de zon tussen de wolken. De bergen waren wel nog onder een dikke grijze wolkenlaag verstopt. Vandaag stond de zwaarste bergrit van mijn ‘Tour du Japon’ op het programma. In twee lange beklimmingen zou ik 1.500 hoogtemeters  moeten overwinnen. De beloning was evenredig: twee nachten verblijven in één van de beste kuuroorden van Japan. Ik had een route uitgestippeld waarbij ik de zwaarste cols kon vermijden. De omweg van 25 kilometer pakte ik erbij. Eerst zou ik langs de Chikuma rivier naar Ueda fietsen, om dan Route #144 door de bergen naar Kusatsu Onsen te volgen.
Omdat mijn was gisterenavond niet op tijd droog was, kon ik niet vroeg gaan slapen. Alles schoof dus op, en ik lag pas om kwart na acht op de fiets. Voorbij de eindeloze buitenwijken bereikte ik de Chikuma rivier. Vervolgens fietste ik twintig kilometer over een vrijliggend fietspad op de rivierdijk. Onderweg passeerde ik vier compacte golfterreinen. Japanners hebben voldoende aan een oppervlakte van twee tot drie voetbalvelden om te kunnen golfen.
Vlak voor Ueda verliet ik de rivier en begon ik aan een lange beklimming van 26 kilometer. Intussen won de blauwe lucht het stilaan van de wolken. Na enkele zware kilometers bereikte ik Route #144. Deze weg klom in het begin aan een redelijk steigingspercentage.
Om 12 uur stopte ik aan een noedelrestaurant. Ik bestelde een kom noedelsoep,  maar door het taalprobleem kreeg ik een bord met koude noedels en een paar potjes garnituur. Het koppel naast mij dat me hielp bij het bestellen kreeg wel warme noedelsoep. Ik dacht aan de topsporters die dagelijks een berg spaghetti verorberen, en at mijn koude noedels op.
Na de lunchpauze werd Route #144 veel steiler. De laatste kilometers klom ik aan meer dan 10%. Op een hoogte van 1.362 meter bereikte ik eindelijk de top.
Vervolgens daalde ik 17 kilometer aan een stuk af tot een hoogte van 800 meter. Dan sloeg ik linksaf Route #59 in en begon ik aan de slotklim. Eerst klom deze weg geleidelijk, maar tussen de kolenvelden moest ik toch hard op de pedalen stoempen. Tussendoor daalde ik even af. De laatste kilometers op Route #292 waren terug aan een hellingsgraad van 10%. Vlak voor Kusatsu bereikte ik de top van ongeveer 1.260 meter. Na een korte maar zeer steile afdaling arriveerde ik om vijf uur in het kuuroord Kusatsu.
De volgende twee nachten logeer ik in de ryokan Tamura in het centrum van Kusatsu Onsen. In mijn kamer in Japanse stijl trok ik snel de klaarliggende yukata aan en repte me naar de onsen. Behalve de publieke mannen- en vrouwenbaden heeft de ryokan ook twee privébaden. Eentje was vrij, en na de wasbeurt stapje ik in het gloeiend hete water in de grote natuurstenen ton. Kenmerkend voor Kusatsu is dat de mineralen het troebele water wit kleuren. Het lijkt alsof het water is aangelengd met melk.
Fietsstatistieken:
94,86 km
5 u 49 min
16,29 km/u

23 mei: Matsumoto –> Nagano

De verse koffiekoeken die ik gisteren in de supermarkt had gekocht waren deze ochtend nog eetbaar. Ik spoelde de koeken door met lauwe oploskoffie. De thermos met warm water stond immers al van gisterenmiddag op mijn kamer in de ryokan. De kleine bokaal oploskoffie had ik in Kyoto gekocht, en zal de volgende dagen nog af en toe van pas komen.
Volgens de weersvoorspelling zou het vandaag om 12 uur in Matsumoto beginnen regenen. In mijn eindbestemming Nagano zou de regenbui pas rond 17 uur losbarsten. Het doel was dus om vóór de middag ver genoeg weg te zijn van Matsumoto en daarna tijdig in Nagano aan te komen. Ik nam niet de kortste route naar Nagano. Ik volgde de rivier Sai die door de bergen van Matsumoto naar Nagano stroomt.
Eerst fietste ik zes kilometer door de buitenwijken van Matsumoto naar de oever van de rivier. Dan fietste ik even op de drukke Route #19. Al snel leidde de gps me naar een rustigere weg die van dorp tot dorp in het glooiende landschap liep.
Toen het dal vernauwde, kwam ik terug uit op Route #19 naast de rivier. Deze bijwijlen drukke weg volgde meer dan 50 kilometer de grillige loop van de rivier stroomafwaarts door de bergen. Nagano ligt 200 meter lager dan Matsumoto. Wegens het glooiende landschap was het niet comfortabel om de hele tijd op het middelste voorblad te fietsen, maar ik deed het toch.
Eenmaal omringd door de bergen begon het te druppelen. Echt hard regende het niet. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille op in mijn banaantassen. Terwijl het heel de tijd bleef druppelen fietste ik zonder regenbescherming verder.
Tegen de middag bereikte ik de vlakte van Nagano. Hier begon het geleidelijk aan minder te druppelen. Er waren hier ook geen bergen om de regenwolken naar boven te stuwen. Ik begon uit te kijken naar een restaurant om te lunchen. In de laatste kilometers tussen de bergen was ik een snelwegparking met een paar restaurants voorbijgefietst. Toen vond ik het nog iets te vroeg om te lunchen. Terwijl de gps me door de buitenwijken van Nagano leidde, vermeed hij zorgvuldig elk restaurant. Pas in downtown Nagano op 500 meter van mijn hotel spotte ik een filiaal van de Sukiya fastfoodketen. Ik nam mijn tijd om te lunchen. Ik wilde niet voor de check-in tijd bij het hotel aankomen. In Nagano overnacht ik in het chique Hotel Metropolitan naast het station. Vele maanden geleden had ik hier een kamer geboekt voor bijna de helft van de normale prijs.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter en stapte terug op de ligfiets. Het druppelen was intussen over. Ik fietste naar de Zenko-ji tempel aan de andere kant van de stad. Op deze site staan een grote houten tempel en een houten poort uit de vroege achttiende eeuw.
Na een korte wandeling op de tempelsite fietste ik terug naar het hotel. Na de douche wandelde ik naar een supermarkt. Het begon opnieuw te druppelen, maar ik stoorde me er niet aan. ’s Avonds was het iets harder aan het regenen. Het hotel heeft een rechtstreekse toegang tot het station, dus ben ik zonder buiten te komen in één van de restaurantjes in het stationsgebouw gaan eten.
Fietsstatistieken:
83,55 km
3 u 53 min
21,48 km/u

22 mei: Het kasteel van Matsumoto

Mijn ontbijttafel in de ryokan stond boordevol kommetjes. Ik wist niet waar eerst aan te beginnen. Bij mijn aankomst in de ontbijtruimte stak de vriendelijke gastvrouw twee tafelvuurtjes aan. Het ene vuurtje was een mini-barbecue. De twee stukken vis begonnen meteen te grillen. Op het andere vuurtje begon een pot tofu te pruttelen. De gastvrouw zei dat de tofu over tien minuten klaar zou zijn. Terwijl ik de vis regelmatig omdraaide, proefde ik van de veelheid van potjes. Ik had eigenlijk alleen de kamer geboekt zonder het diner en het ontbijt. Maar in deze buitenwijk zijn de ryokans talrijk en de gewone restaurants zeldzaam. Gewoonlijk nemen de gasten in een ryokan de formule met diner en ontbijt. Daarom reserveerde ik gisteren bij mijn aankomst alsnog de maaltijden. Het Japanse ontbijt kostte meer dan het diner van gisterenavond, maar het was het waard.
Bij een Japans ontbijt wordt thee en geen koffie geschonken. Na het ontbijt lichtte de gastvrouw me in dat de koffie klaar staat in de lobby. Op mijn gemak dronk ik twee tassen koffie terwijl ik op mijn e-reader las. Ik vertrok pas na tien uur met de ligfiets naar het kasteel van Matsumoto. Dit kasteel is één van de oudste bewaarde houten kastelen van Japan. Het werd gebouwd op het einde van de zestiende eeuw.
Het kasteel is dé attractie van Matsumoto, ik was hier dus niet alleen. Ik parkeerde mijn ligfiets op de gratis fietsenparking naast de hoofdingang. Vervolgens kocht ik voor 610 ¥ (4,65 €) een toegangsticket voor de donjon. Langs supersteile trappen met hoge treden klom ik naar de zesde en bovenste verdieping van de kasteeltoren. De oudere bezoekers hadden veel moeite met de trappen. Regelmatig stond ik aan een steile trap aan te schuiven om naar boven of beneden te kunnen gaan. Boven moest ik op mijn knieën gaan zitten om door de lage ramen van het uitzicht te kunnen genieten.
Aansluitend bezocht ik het Matsumoto City Museum dat naast het kasteel ligt. De toegang was inbegrepen bij het ticket voor het kasteel. Geheel conform met haar naam vertelde het stadsmuseum de geschiedenis van de stad van de prehistorie tot heden. Potscherven en oude wapens illustreerden het verhaal.
Tegen de middag wandelde ik naar de oude handelswijk Nakamachi. De reisgids raadde een wandeling in deze buurt aan. Ik vond er niets charmant aan, dus ik wandelde verder. Uiteindelijk kwam ik het gloednieuwe Æon shoppingcenter tegen. Dit is uiteraard ook niet charmant,  maar het shoppingcenter had wel een grote food court. Ik deed de ronde en koos een restaurant dat een soort van krokante kiptempura afficheerde. Bestellen gebeurde via een tablet op de tafel. De serveerster hielp me om te bestellen. Per vergissing bestelde ik een extra groot bord kip en een miniportie rijst. Na de lunch kuierde ik uit nieuwsgierigheid even door het winkelcentrum. Daarna wandelde ik terug naar mijn ligfiets aan het kasteel. Ik fietste vier kilometer in westelijke richting de stad uit. Een kilometer voorbij de expresweg naar Nagano hield ik halt aan het Matsumoto City Open-Air Architectural Museum. Dit is een hele mond vol voor een soort van mini-Bokrijk. Er stonden hier geen keuterboerderijen en dorpsschooltjes. De focus lag op openbare gebouwen uit de negentiende en twintigste eeuw. Onder meer het oude gerechtshof van Matsumoto was naar hier verhuisd. De poppen zijn typisch voor een museumopstelling in het Verre Oosten.
Naast het gerechtshof had men ook een jeugdgevangenis en een zijdefabriek heropgebouwd. Rond 16 uur fietste ik terug naar de ryokan. De gastheer had slecht nieuws voor mij. Vanavond was er geen diner en morgen ook geen ontbijt. Ik stapte terug op de fiets en reed naar de supermarkt. Hier kocht ik een paar echte koffiekoeken en geen voorverpakte koeken. Hopelijk zijn ze morgenochtend nog lekker. ’s Avonds legde ik me terug op de ligfiets om een restaurant op te zoeken.
Fietsstatistieken:
24,24 km
1 u 19 min
18,41 km/u

21 mei: Itoigawa –> Matsumoto

Met een beetje schrik keek ik de voorbije dagen uit naar de etappe van vandaag. Niet de hoogtemeters maar de autotunnels boezemden me de meeste angst in. De route liep door een rivierdal recht de Japanse Alpen in. Dankzij de talrijke tunnels werd de hoogte geleidelijk gewonnen en waren haarspeldbochten overbodig. Volgens Google Maps zou de langste tunnel wel vijf kilometer lang zijn. Op voorhand had ik de tunnels in Google Streetview verkend. Meestal hadden de autotunnels geen verhoogd fietspad. Bijgevolg zou ik op de rijstrook van de auto’s en de vrachtwagens door de donkere tunnels moeten fietsen.
Even voor acht uur lag ik de fiets. Bij het eerste kruispunt fietste ik rechtdoor Route #148 naar Matsumoto in. Deze weg zou ik tot voorbij de bergen volgen. Verrassend snel doemden de eerste besneeuwde bergtoppen op.

Na 13 kilometer splitste een weg af en werd Route #148 minder druk. Even later dook ik de eerste tunnel in. De korte tunnel werd gevolgd door een kilometerslange halfopen tunnel. De hellingsgraad in de tunnels was bescheiden. De hoogtemeters werden voornamelijk in de open lucht gewonnen. Na nog een paar kortere tunnels kwam ik onvermijdelijk aan de tunnel van vijf kilometer. Een seingever met een rode vlag liet me stoppen voor wegenwerken aan de ingang van de tunnel. Ik wachtte enkele minuten tot een karavaan auto’s van de andere kant uit de tunnel kwam. De vlaggeman gaf teken aan het gemotoriseerd verkeer om door te rijden, maar ik moest tot de laatste auto wachten. Samen met de afsluitende werfbus vertrok ik. De chauffeur van het piepkleine Suzuki busje gebaarde om mijn ligfiets in de koffer te steken. Ik ging akkoord en stopte. Met twee tilden we de ligfiets dwars over de achterbank van het busje. Mijn ligfiets ging er maar nipt in. Het voorblad en de pedalen staken uit tussen de hoofdsteunen van de voorste zetels. Ik legde mijn banaantassen erbij, en zonder nadenken opende ik het portier aan de rechterkant. De chauffeur hield me tegen, en ik zag meteen waarom. Ik was even vergeten dat men in Japan links rijdt en dat het stuur zich dus aan de rechterkant bevindt. Ik zag mijn vergissing in en wandelde rond het busje naar het andere portier. Dankzij de wegenwerken kon ik de gevreesde tunnel overslaan.

Stilaan minderde het aantal tunnels en kwamen de besneeuwde bergtoppen dichterbij.

Vlak voor de middag kwam ik in het skioord Hakuba. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano vonden hier de skiwedstrijden plaats. Aan het station lunchte ik in een klein noedelrestaurant. Op de noedelsoep dreef een tempurakrans van groentjes en garnalen.

Gestaag klom ik verder door het langerekte skidorp. In het bos voorbij het dorp werd het terug steiler. Dan sloeg ik rechtsaf naar het Aoki meer. Voorbij het meer mocht ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Na nog een tweede meer bereikte ik de vallei van Matsumoto. Een eind verder gidste de gps me naar een dijkweg naast een brede snelstromende rivier. Terwijl ik de rivier 14 kilometer stroomafwaarts volgde, hield ik makkelijk een hoog tempo aan.

Na ruim 100 kilometer naderde ik het centrum van Matsumoto. Even later fietste ik langs het bekende kasteel. Morgen zal ik de tijd nemen om dit kasteel te bezoeken, dus ik stopte niet. Via een fietspad langs een kronkelende gracht klom ik naar de voet van de bergen. Om kwart na vier arriveerde ik in een buitenwijk aan de ryokan Izumiya Zenbe. Een ryokan is een familiaal pension in Japanse stijl. De gastheer ontving me uiterst vriendelijk. De komende twee nachten zal ik terug op zijn Japans op de grond slapen.
Fietsstatistieken:
109,14 km
5 u 42 min
19,12 km/u

20 mei: Toyama –> Itoigawa

Op het gemak ontbeet ik in het restaurant van het hotel op de tiende verdieping. De zon scheen zowaar, al waren de bergen nog steeds bedekt met een dikke wolkenlaag. Vandaag stond een relatief korte etappe van een goede 80 kilometer op het programma. Daarom nam ik de tijd om na het ontbijt nog een keer de onsen te bezoeken. Pas om half tien lag ik op de fiets. Eerst reed ik de stad Toyama uit. Onderweg fietste ik voorbij een lokale voetbalmatch. Op een zondagvoormiddag kan je dit in de hele wereld tegenkomen, dus ook in Japan. De supporters moedigden hun team aan met liederen waarvan de melodie me bekend in de oren klonk maar uiteraard niet de tekst.
Eenmaal uit Toyama volgde ik Route #135 naar Namerikawa. Voorbij dit stadje kwam ik terug aan de zee uit. Hier stak ik enkele snelstromende bergrivieren over die rechtstreeks in zee uitmonden.
Deels langs een vrijliggend fietspad volgde ik de kustlijn. De felle wind was van richting veranderd en blies nu tegen. Zeker toen ik na het kustfietspad terug tussen de open rijstvelden laveerde, dwong de wind me tot zware inspanningen. Met veel moeite reed ik soms maar 15 kilometer per uur op een vlakke weg.
Om 13 uur stopte ik aan een restaurant voor een kom noedelsoep. Volgens mijn kaartapp was het restaurant gespecialiseerd in noedelsoep, maar ze serveerden duidelijk veel meer dan dat. Een paar kilometer verder vernauwde de vlakte tussen de zee en de heuvels tot amper honderd meter breed. Terwijl de ruimte tussen de zee en de steile heuvels steeds smaller werd, begon de weg geleidelijk te stijgen. Een reeks van halfopen tunnels beschermde de weg tegen vallende rotsblokken.
Uiteindelijk kwam ik aan een echte tunnel. Gelukkig kon ik de tunnel omzeilen langs een vrijliggend fietspad tussen de klif en de zee. Hier fotografeerde ik voor de laatste keer mijn ligfiets met de Japanse Zee op de achtergrond.
Door halfopen tunnels daalde ik terug af naar het zeeniveau. Tien kilometer verder bereikte ik de eindbestemming Itoigawa. In het plaatselijke filiaal van de Route-Inn hotelketen had ik een kamer geboekt. Het zeezicht vanuit mijn kamer was een leuke verrassing, ofschoon de zee nog tweehonderd meter verder ligt.
Juist naast het hotel ligt een filiaal van de restaurantketen waar ik in Nara tweemaal heb ontbeten. Om 19 uur wandelde ik er naartoe. Op een zondagavond zat het restaurant goed vol. Er stond een wachtrij tot aan de deur. Ik zag de wachtende mensen voor mij gegevens neerpennen in een formulier op een lessenaar. Ik volgde hun voorbeeld. Met behulp van de vertaalapp van Google begreep ik wat ik moest invullen: naam, aantal volwassenen en kinderen, roker of niet. Een kwartier later kwam er een tafeltje voor twee vrij en doorstreepte de serveerster mijn naam op het formulier.
Fietsstatistieken:
83,35 km
4 u 28 min
18,63 km/u

19 mei: Katayamazu Onsen –> Toyama

Vermoedelijk was het deze ochtend nog zachtjes aan het regenen. Vanuit mijn suite op de zesde verdieping kon ik dat niet goed beoordelen. Toen ik na het uitchecken buiten kwam, was het in ieder geval droog maar ook koud. Met 12°C was het ook maar half zo warm als gisteren.
De fiets-gps wilde me langs een fietspad naast de zee sturen. In werkelijkheid ging het om een private weg die bedrijven op een industrieterrein aan elkaar reeg. Op een zaterdag kon ik de slordig gesloten poorten tussen de bedrijven met weinig moeite passeren. Maar een golfterrein wilde duidelijk geen passanten.
Ik keerde terug en fietste een tijdje langs de gewone weg. Tien kilometer verder stuurde de gps me opnieuw naar een vrijliggend fietspad naast het strand. Deze keer klopte de kaart met de werkelijkheid, en kon ik 15 kilometer langs het strand fietsen op een vrijwel verlaten fietspad.
Enkele kilometers verder kreeg ik fietsproblemen. De shifter van de voorbladen sloeg over en kon de ketting niet meer van het kleinste blad naar het middelste blad verleggen. Dit is een vervelend maar geen essentieel probleem. Net als in de prehistorie van het wielrennen kan ik handmatig schakelen. Even stoppen, met de hand de ketting op het grotere blad leggen, en terug vertrekken. In een glooiend landschap is er natuurlijk geen beginnen aan om na elke bult de ketting te verleggen.
Na het verlaten van de kust fietste ik door de stad Kanazawa naar een heuvellandschap. Over Route #304 volgde een beklimming in twee delen. In het heuvelland begon het licht te miezeren.
Na nog een laatste klim over Route 274 verlegde ik de ketting en daalde ik af naar een grote vlakte vol rijstvelden. Ik begon intussen honger te krijgen. De gps laveerde me links-rechts door de rijstvelden zonder een restaurant tegen te komen. Na 15 kilometer rijstvelden dwarste ik een drukke steenweg met baanwinkels. Ik verliet mijn fietsroute en enkele honderden meters verder aan de overkant van een kruispunt op de steenweg vond ik twee baanrestaurants tegenover elkaar. De verkeerslichten kozen het restaurant in mijn plaats. Rechtdoor was het eerst groen, dus ik lunchte in het Joyfull Restaurant.
In het laatste stuk naar Toyama fietste ik eerst op een brede en alsmaar drukkere baan. Dan gidste de gps me naar een fietspad op een voormalige spoorlijn. Bij elk kruispunt bewaakten zigzaghekken het autovrije karakter van het fietspad. Wegens de beperkte draaicirkel van mijn ligfiets drukten ze het tempo.
Het fietspad eindigde in een fruitstreek aan de voet van een heuvelrug. In dit glooiende landschap begon ik het vlotte schakelen tussen de voorbladen al te missen. Na het oversteken van een rivier fietste ik in downtown Toyama. Deze provinciehoofdstad is terug een wat grotere stad. Toyama heeft naast trams ook een netwerk van fietsstations met deelfietsen zoals in Antwerpen en Brussel en vele andere Europese en Amerikaanse steden.
Om 16 uur stipt arriveerde ik aan het Manten Hotel. Mijn kleine kamer in deze hoteltoren is even groot als de slaapkamer van mijn suite in Katayamazu Onsen. Maar de onsen op de elfde verdieping van dit hotel had wel meer variatie te bieden. Naast het gewone hete bad was er ook een sauna en twee hete bubbelbaden. Op een heldere dag zou je van uit het bad de bergen kunnen zien.
Fietsstatistieken: 
112,20 km
5 u 26 min
20,61 km/u

18 mei: De stranden van Kaga

Deze morgen bedekten wolken nog steeds de volledige hemel, maar ze waren minder grijs dan gisteren. Met 24°C was de temperatuur wel OK. Geen ideaal strandweer, maar toch trok ik er op uit met de ligfiets. De weerdienst voorspelde een onweer om 17 uur en nadien heel de nacht regen. Voor de zekerheid nam ik behalve mijn zwembroek ook regenkleding mee. Na negen kilometer zocht ik me een weg door de onoverzichtelijke steegjes van het dorp Kurosaki. Aan de andere kant van het dorp eindigde een steile klim aan een parking. Tussen de lokale begraafplaats en een bamboebos liep een aardeweg de kam van de heuvel over. Ik parkeerde mijn ligfiets. De aardeweg leidde naar een verlaten strandje omringd door groene kliffen.
Op Google Maps had ik foto’s gevonden van een overdekt strandterras. Deze constructie was niet te bekennen. Er lagen wel vele hopen aangespoelde rommel. Open en bloot trok ik mijn zwembroek aan. Het strand liep steil in zee af. Ik waagde me maar een goede vijf meter van de waterlijn. Ik was er helemaal alleen, niemand zou me komen redden mocht ik in de problemen komen. Het zeewater was niet warm maar ook niet te koud. Onder een stralende zon zou een duik in de Japanse Zee zeker een verfrissing zijn.
Ik liet me vanzelf opdrogen en fietste naar het volgende strand. Het grotere Katano Beach lag eveneens vol aangespoelde rommel. Zouden Japanners bij mooi weer hun strandlaken tussen de rommel leggen? Dat geloof ik niet. Hier was er wel een horecazaak, maar het Sea Side Café serveerde uitsluitend koffie.
Volgens de toeristische kaart van de regio Kaga zou er tussen Katano Beach en Shioya Beach een pittoreske fietsroute liggen. Ik zag wegwijzers maar die stuurden me in een kringetje. Daarom nam ik de gewone weg langs het binnenland. Op het groene strand van Shioya Beach zag ik ook geen strandkloppers.
Een kilometer verder overschreed ik de duizend fietskilometers in Japan. Even later vond ik een restaurantje voor een late lunch. Via dezelfde route als gisteren fietste ik terug naar Katayamazu Onsen. De lucht was grijzer dan ’s ochtends. Toch besloot ik om nog een rondje rond het Shibayama meer te fietsen. Rond het meer loopt een bewegwijzerde fietsroute van zeven kilometer. Na anderhalve kilometer voelde ik druppels vallen. Ik zette door, en terecht. Van een echte regenbui was nog geen sprake.
Tegen half vier arriveerde ik droog aan het hotel. Ik parkeerde mijn ligfiets onder een afdak. Wat mij betreft mocht het voorspelde onweer nu losbarsten.
Toen ik me na 18 uur in het buitenbad van de onsen ontspande, was het zachtjes aan het regenen. Van een onweer was vooralsnog geen sprake.
Fietsstatistieken:
48,74 km
2 u 32 min
19,21 km/u

17 mei: Tsuruga –> Katayamazu Onsen

De etappe van vandaag was nog twee kilometer langer dan die van gisteren. Met de positieve ervaring van gisteren in het achterhoofd, stond ik toch iets later op. Lichtelijk overeten verliet ik het ontbijtbuffet. Ik controleerde nogmaals de weersvoorspelling. Rond de middag zou het regenen. Dat is al een pak beter dan de voorspelling van gisteren, die stelde dat het de hele dag zou regenen. Uit voorzorg borg ik mijn smartphone en portefeuille toch op in een plastic zakje in mijn bagage.
Om 7u45 vertrok ik onder een zwaarbewolke hemel. Eerst fietste ik op Route #8 door de heuvels ten noorden van Tsuruga. Na 8 kilometer kwam ik aan de Japanse Zee uit. Vervolgens fietste ik 60 kilometer langs de ruige kust van Echizen.  Rechts van de weg rezen steile groene heuvels op, en links lag de kalme Japanse Zee met talrijke rotseilandjes.
In het eerste stuk was er nog veel verkeer. Enkele kilometers verder dook de drukke Route #8 terug de heuvels in, en volgde ik de rustige Route #305 langs de kustlijn. Op een Michelinkaart zou deze weg zonder twijfel aangeduid worden als ‘route pittoresque’ en over de hele lengte groen gemarkeerd zijn. Bij een impulsieve stop voor een fotomoment kreeg ik mijn linkse sandaal niet tijdig los uit de klikpedaal. Ik viel om en schaafde mijn elleboog. Mijn ligfiets was gelukkig in orde. Na de nodige EHBO-zorgen fietste ik verder. De schaafplek aan mijn elleboog zal vanavond wel flink pikken in het hete bad van de onsen.
De kustweg was verrassend vlak. Slechts af en toe moest ik kort klimmen. De kilometers maalden weer supervlot. Alleen het dozijn tunnels zorgde telkens voor een kort oponthoud. Voor elke tunnel stopte ik om mijn fietsverlichting aan te steken, en na de tunnel opnieuw om de lichten te doven. De meeste tunnels en zeker de langere hadden een verhoogd fietspad.
Nog voor tien uur begon het zachtjes te druppelen. Twee kilometer verder stopte ik onder een groot afdak. Ik trok mijn regenkleding aan en bevestigde de regenhoezen van mijn banaantassen. Toen ik eindelijk klaar was, was de regen al over. Twee kilometer verder borg ik mijn regenbescherming terug op.
Regelmatig waarschuwden verkeersborden voor grote golven. Vandaag was de waarschuwing niet nodig want de zee was zeer kalm. Het verkeersbord leek me geïnspireerd op de iconische prent van Hokusai met de grote golf. Vergelijk zelf bij Google Arts & Culture.
Nadat ik de prachtige kustlijn had verlaten, beklom ik een onverwacht lange heuvel. Op de top blies ik uit aan een houtzagerij. Een jonge vrouw kwam uit het kantoor en bood me een blikje cola en een flesje fruitsap aan. De cola was lauw, dus die legde ik opzij. Het fruitsap was wel gekoeld en goot ik vlot naar binnen. Ze was helemaal weg van mijn ligfiets. Ik somde de steden op waar ik al doorgefietst was. Bij elke stad trok ze grote ogen en zei ze het Japans equivalent van ‘wow!’. Ze vroeg of ze een foto van de ligfiets mocht maken, en uiteraard stemde ik toe. Een collega trok nog een paar foto’s van ons. Ik nam afscheid en fietste verder onder een luide ‘Kijk hoe hij fietst!’ (maar dan in het Japans).
Ik lunchte in de cafetaria van een winkelcentrum. Rond 14 uur begon het terug licht te druppelen. Een echte bui bleef gelukkig uit, en even later stopte de regen. In deze etappe verpulverde ik mijn snelheidsrecord van gisteren met meer dan 1 kilometer per uur. Mijn record in Japan staat nu op het gemiddelde van 22,71 kilometer per uur.
Om vijf na drie arriveerde ik in het kuuroord Katayamazu Onsen aan het Shibayama meer op ongeveer 7 kilometer van de stad Kaga. Ik had een kamer geboekt in het New Maruya Hotel. Dit vakantieverblijf maakt deel uit van dezelfde Yukai Resort keten waar ik ook in Toba twee nachten verbleef. Mijn verbazing was groot toen ik de kamerdeur opende. Ik had een reuzegrote familiekamer gekregen van wel 70 vierkante meter groot. De kamer had een badkamer met afgescheiden toilet en douche, een slaapkamer, een zithoek met zetels, een leefkamer met tatami’s, en een lange gang.
Ik liet mijn bagage achter en verkende te voet het centrum van Katayamazu Onsen. Behalve dat het kleine stadje bovenmatig veel hotels had, was er weinig bijzonders te zien. Voor het diner ontspande ik me in de onsen met zicht op het meer. Ik heb geen sauna gevonden, misschien is er geen. In het aanbod van het buffetrestaurant herkende ik veel gerechten van in Toba.
Fietsstatistieken:
112,59 km
4 u 57 min
22,71 km/u

16 mei: Kyoto –> Tsuruga

Terwijl veel Belgen nog wakker waren, begon ik in Japan al aan een nieuwe dag. Om 6u15 (23u15 in België) liep mijn wekker af en stond ik op. Ik ontbeet en pakte mijn bagage terug in. De paraplu liet ik achter in het hotel. Om 7u40 fietste ik de straat uit. Mijn fiets-gps spartelde tegen en begon zonder noodzaak de route te herberekenen. Ondertussen navigeerde ik op mijn smartphone Kyoto uit tijdens de ochtendspits. Na een abrupte stop om op de kaartapp te kijken, viel mijn ketting er af. Ik trok latex wegwerphandschoenen aan en in een wip legde ik de ketting er terug op. Met propere handen fietste ik verder de stad uit. Intussen had de gps eindelijk de route herberekend en kon ik verder op de fiets-gps navigeren. Met een korte en makkelijke klim stak ik de oostelijke heuvelrug over. Na een vlakte kwam er een tweede en steilere heuvelrug. Aan de voet van de heuvels splitste de snelweg waar ik op fietste als een bos bloemen. De gps kon niet duidelijk maken welke bloem ik moest volgen. Ik koos voor Route #161 omdat op de wegwijzer mijn eindbestemming Tsuruga werd vermeld. Via een korte klim over een viaduct boog deze snelweg naar links af, terwijl ik volgens de gps meer rechtdoor moest. Ik stopte aan een oprit en raadpleegde de kaartapp van mijn smartphone. Route #161 ging de juiste richting uit, maar zou even later verdwijnen in een tunnel van anderhalve kilometer. Daarom wilde de gps me een andere snelweg laten nemen. Voorzichtig verliet ik Route #161 via de oprit. Aan de andere kant nam ik de oprit naar Route #1. Deze snelweg werd even later samen met een expresweg en een spoorlijn door een smal dal geperst.
Na de afdaling kwam ik in de stad Otsu aan het Biwameer. Met een oppervlakte van 675 vierkante kilometer is het Biwameer het grootste meer van Japan. Vandaag zou ik de volledige lengte van het meer affietsten. Van Otsu tot het 20 kilometer verder gelegen Katata fietste ik door één lange verstedelijkte zone. Uiteindelijk mocht ik van de gps Route #558 met de talrijke verkeerslichten verlaten voor een klein baantje vlak naast de oever van het meer.
Via de rustige Route #601 kwam ik 10 kilometer verder uit op de drukke hoofdweg #161 naar Tsuruga. De kilometers maalden supervlot. De wind blies zachtjes in mijn voordeel. Aan het uiteinde van het Biwameer sloeg ik linksaf een jaagpad naast een bergrivier in. De rivier stroomde rond een berg, en zo kon ik veel geleidelijker hoogte winnen dan langs Route #161.
Intussen was het middag geworden en keek ik uit naar een lunchgelegenheid. Op de kaartapp had ik twee kandidaten gezien, een café-lunchbar en een baanrestaurant. De lunchbar lag zo afgelegen dat haar faling me logisch leek. Het baanrestaurant lag wel optimaal aan een kruispunt van twee snelwegen, maar toch was het al jaren failliet. Bij het tankstation ertegenover vond ik alleen frisdrankautomaten maar niets om te eten. Ik stak een van de snoepjes in mijn mond die de chef-kok me onderweg naar Nara had gegeven. De bees smaakte een beetje zoals een Napoleon bonbon. Al zuigend op het snoepje vatte ik de slotklim aan.
Vijf kilometer verder en 200 meter hoger bereikte ik de top bij een skistation in verval. Na een snelle afdaling reed ik al voor 14 uur mijn eindbestemming binnen. Op twee kilometer van mijn hotel merkte ik eindelijk een restaurant op. De handelszaak kondigde haar gerechten in Japanse tekens aan zonder de gebruikelijke foto’s. Intussen heb ik al voldoende ervaring om de zaak als baanrestaurant te herkennen.
Na de noedelsoep legde ik vlot de laatste twee kilometer naar het hotel af. Ik had een kamer geboekt in het Manten Hotel aan het station van Tsuruga. In deze buurt zijn wel meer zakenhotels te vinden. Ik trok mijn zwembroek onderaan en legde me terug op mijn ligfiets. Tsuruga ligt aan een baai in de Japanse Zee. Een kleine vier kilometer verder in een park vol naaldbomen stopte ik aan het strand. Ik zag niemand zwemmen dus besloot ik om het ook niet te doen. Wel stak ik mijn voeten even in het koude zeewater. Er dreven overal kleine kwallen van 5 cm lang, dus ik was er snel terug uit.
Ik fietste terug naar het hotel. Na de douche ging ik me ontspannen in de onsen en de sauna. In de infomap van het hotel las ik dat alleen de mannenafdeling een sauna heeft. Vrouwen kunnen hier dus niet van de sauna genieten. Ook in Japan is er nog werk aan de gelijkheid tussen man en vrouw.
Op voorhand had ik de zwaartegraad van deze etappe een beetje overschat. Dat was voor niets nodig. Van alle ritten die ik tot nu toe in Japan heb gefietst, was dit de langste maar ook de snelste etappe.
Fietsstatistieken:
114,17 km
5 u 17 min
21,60 km/u

15 mei: Nog meer tempels en zentuinen

Gisteren was ik maar tot halverwege de oostelijke flank van tempels en zentuinen geraakt. Na het ontbijt pikte ik de draad van gisteren weer op. Ik fietste eerst 3 kilometer pal in oostelijke richting naar de Chion-in tempelsite. In de buurt van de hoofdingang waren ruime parkings voor bussen voorzien maar niets voor fietsen. Overal stonden verbodsborden, nergens kon ik mijn ligfiets reglementair parkeren. Ik vroeg aan een parkeerwachter waar de fietsenparking was, en hij wees vaag in de richting van downtown Kyoto. Ik durfde mijn ligfiets hier niet achterlaten. De stad verwijdert systematisch verkeerd geparkeerde fietsen. Ik had echt geen zin om na het bezoek aan de tempel bij de politie mijn ligfiets te moeten zoeken. Mijn degelijk kettingslot van Abus kost overigens meer dan de boete van 2.300 ¥ (17,55 €). Ik kan begrijpen dat het stadsbestuur Amsterdamse toestanden wil vermijden, maar voorzie dan wel voldoende fietsparkeerplaatsen.
Op mijn kaartapp zocht ik fietsenstallingen in de buurt. Uiteindelijk stalde ik mijn ligfiets op de officiële parking van het Nationaal Museum voor Moderne Kunst. Vervolgens wandelde ik meer dan een kilometer terug naar de Chion-in tempel. Als voorbereiding voor de restauratie waren bouwvakkers het hoofdgebouw aan het overkoepelen. Zo kan het niet binnenregenen als ze later het dak renoveren.
Het werflawaai verstoorde het zengevoel in de twee zentuinen van de tempel. Grind werd in deze tuinen voornamelijk gebruikt voor de wandelpaden en niet als sierelement. De groenpracht domineerde in deze zentuinen. De horden bezoekers van gisteren ben ik vandaag niet meer tegengekomen.
Na de Chion-in tempel bezocht ik de naburige Shoren-in tempel. Hier was wel een fietsenparking, maar die stond niet op mijn kaartapp. Op blote voeten wandelde ik eerst op de balkons van de houten tempelgebouwen. Ik passeerde langs oude beschilderde schuifdeuren en kleine altaren. Nadien wandelde ik op mijn teenslippers door de groene zentuin.
Op de terugweg naar mijn ligfiets ging ik een restaurant binnen. Ik bestelde het lunchmenu van 1.050 ¥ (8,01 €). Even later at ik omelet met rijst en een tas maïsroomsoep. Achteraf bracht de serveerster nog een heerlijke kop koffie.
Na de middag fietste ik naar de Nanzen-in tempel. Deze tempel had gelukkig wel een fietsenparking. Ook hier combineerde het bezoek een balkonwandeling met een afsluitende tuinwandeling.
Aansluitend bezocht ik de naburige Eikando Zenrin-ji tempel en zentuin. Daarna fietste ik 2 kilometer noordwaarts naar de laatste tempel op mijn programma. Bij de Ginkaku-ji tempel was het drukker dan de vorige tempels, maar nog lang niet zo druk als gisteren.
Na de tuinwandeling was het bijna 16 uur. Ik had zin om nog een site te bezoeken. Mijn verstand zei evenwel dat de meeste sites tussen 16 en 17 uur sluiten, en dat ik waarschijnlijk toch te laat zou aankomen. Daarom rondde ik mijn citytrip aan Kyoto af en fietste ik terug naar het hotel. Bij de aankomst aan het hotel zat de achterwielspanner nog vrij goed. Ik besloot het er op te wagen. Hopelijk houdt de wielspanner het morgen ook tijdens een etappe van meer dan 100 kilometer.
Fietsstatistieken:
15,66 km
0 u 58 min
16,18 km/u

14 mei: De tempels en schrijnen van Kyoto

In de loop van de nacht was de regen eindelijk gestopt. Toen ik na het ontbijt buiten kwam, scheen de zon tussen kleine witte wolkjes. Nu kon ik eindelijk Kyoto per ligfiets verkennen zoals ik het maanden geleden had gepland. De stad Kyoto is aan alle kanten omgeven door bergen behalve aan de zuidkant. De meeste tempels en schrijnen liggen aan de voet van de oostelijke bergen. Ik fietste 5 kilometer in zuidoostelijke richting. Mijn eerste stop was het Fushimi Inari schrijn. Ik arriveerde langs de zijkant via een smal steegje. In de hoofdstraat stond duidelijk een fietsparkeerverbod aangegeven. Dus maakte ik rechtsomkeer naar de wirwar van steegjes om mijn ligfiets ergens discreet te parkeren. Op de kaartapp van mijn smartphone plaatste ik een virtuele speld om mijn ligfiets vlot te kunnen terugvinden. Even later sloot ik me aan bij de massa bezoekers in de hoofdstraat.
Shintoïstische heiligdommen hebben vaak een kenmerkende rode toegangspoort. Deze traditionele ‘torii‘ staan symbool voor de overgang van de gewone wereld naar de heilige wereld. Bij het Fushimi Inari schrijn heeft men dit principe creatief opengetrokken. In plaats van één poort staat het volledige parcours volgebouwd met torii. Het was alsof je onder een lange arcade van oranjerode torii liep.
In het eerste stuk perste de massa zich moeizaam door de smalle torii. De arcade van torii was voor iedereen nieuw, en niemand weerstond de drang om dit op de foto vast te leggen. Voorbij de afslag naar de berg Inari werd het minder druk. De galerij van torii klom gestaag de berg op. Onderweg passeerden we verscheidene schrijnen, en ook op de top van de Inari stond een schrijn. Boven op de berg stonden de torii verder uit elkaar dan aan de voet.
Tegen de middag fietste ik een kilometer noordwaarts. De Tofuku-ji tempel heeft twee aparte siertuinen die elk voor zich 400 ¥ (3,05 €) entreegeld vroegen. De Hojo Hasso tuin had aan de voorkant een siertuin met rotsblokken op grind en in een hoekje een paar mosbergen. Het grind was in gestileerde sporen getrokken. Bij het woord siertuin denk ik spontaan aan groenpracht en bloemen en niet aan een grindperk met rotsen. Maar bij een zentuin draait alles rond symboliek. De rotsblokken in deze tuin staan voor de vier hemelse eilanden, de grindpatronen voor de ruige zee, en de mosbergen voor de vijf heilige bergen.
Toen ik terug op de ligfiets lag, was de lunchtijd bijna voorbij. Ik besloot om onderweg naar de volgende tempel te stoppen aan een restaurant. Op een drukke baan zag ik hier en daar een eetgelegenheid maar nooit een naar mijn zin. Uiteindelijk stopte ik aan een tempura-restaurant. Bij tempura worden ingrediënten in een beslag geduwd en kort gefrituurd. Voor 900 ¥ (6,68 €) at ik een smakelijk bord met tempura-reuzengarnalen en tempura-groenten op een bed van witte rijst.
Om half drie fietste ik naar de laatste tempel voor vandaag. Onderweg naar de parking belandde ik in een file bergop. Boven aan de parking moest ik ook een parkeerticket voor mijn fiets kopen. Het ticket van 200 ¥ (1,52 €) bleek een dagpas te zijn die geldig was op 10 fietsenparkings verspreid over de belangrijkste bezienswaardigheden van Kyoto. Te voet mengde ik me in de massa die zich door een straatje met souvenirwinkels naar de Kiyomizu-dera tempel slenterde. Ik merkte opvallend veel bezoekers in kimono op, vooral jonge vrouwen maar ook mannen. In Kyoto kan je op tal van plaatsen een kimono voor één dag huren. Ik ben niet meteen van plan om er zelf een te huren. Een kimono is immers nogal onhandig op een ligfiets.
Na het bezoek aan de tempel fietste ik naar de fietsenwinkel Wadachi in de buurt van mijn hotel aan de drukke Gojo Dori boulevard. Het probleem met de achterwielspanner bleef ook vandaag steeds terugkeren. De fietsmonteur haalde de wielspanner er uit. Op het eerste zicht was er niets mis mee, behalve dat de hendel nogal stroef bewoog. Hij smeerde de hendel en plaatste de spanner terug in de naaf. Het wiel klemde terug goed. De rolweerstand leek weer prima in orde te zijn. Morgen zal ik ondervinden of het probleem echt is opgelost. Desnoods keer ik morgenavond weer. Samen pompten we de banden naar een spanning van 5 bar. Toen ik vroeg wat de rekening was, wuifde de monteur dat het gratis was.
Fietsstatistieken:
15,90 km
1 u 3 min
15,14 km/u

13 mei: De paleizen van shogun en keizer

Gisterenavond heb ik tot vrij laat het dikke hoofdstuk Kyoto in mijn reisgids gelezen. Daarom sliep ik vandaag een beetje langer dan gewoonlijk. In de supermarkt had ik gisteren cruesli, yoghurt en bananen gevonden. Dus ontbeet ik vanochtend min of meer zoals ik thuis gewoon ben. Het raam van mijn kamer heeft melkglas dat ik niet kan openen. Na het ontbijt ging ik buiten poolshoogte van het weer nemen. De voorspelde regen gutste inderdaad uit de hemel. Ondertussen ken ik het al. Op een Japanse regendag regent het nonstop de hele dag. Buien met tussendoor opklaringen zijn een Europees fenomeen. Ik besloot om mijn ligfiets droog onder de brede dakrand van het hotel te laten staan. Kyoto heeft een uitgebreid en veelzijdig openbaar vervoersnetwerk voor haar anderhalf miljoen inwoners. Naast stadsbussen rijden hier ook metrostellen en regionale treinen. Maar zoals wel vaker in steden het geval is, worden de lijnen uitgebaat door verschillende maatschappijen met een afzonderlijke tariefstructuur. Op het internet vond ik het plan van het stedelijke busnetwerk. Ik besloot naar een belangrijk busknooppunt te wandelen om voor 600 ¥ (4,59 €) een dagpas te kopen. Maar eerst investeerde ik in het supermarktje schuin tegenover het hotel in een transparante paraplu.
Van de zeventiende tot de negentiende eeuw had de Japanse keizer louter ceremoniële bevoegdheden. De werkelijke macht was in handen van de shogun, die als een soort premier en opperbevelhebber het land regeerde. De keizer en de shogun hadden elk hun eigen paleis in Kyoto. Ik nam eerst een bus naar het paleis van de shogun, het Nijo-jo Kasteel. Voor 600 ¥ (4,59 €) mocht ik de paleistuin binnenwandelen. De belangrijkste bezienswaardigheid op deze site is het Ninomaru paleis. Zelfs op een zondag liep het hier vol schoolkinderen in uniform.
Ik borg mijn paraplu op in een speciale paraplulocker. Gisteren na mijn bezoek aan de Higashi Hongan-ji tempel had ik het plastic schoenenzakje bijgehouden. Ik hergebruikte het zakje om mijn fietssandalen in te steken. Op kousenvoeten betrad ik het paleis. Het parcours bracht me langs een hele reeks kamers met prachtig beschilderde schuifdeuren en tatami’s op de vloer. De schilderingen leken net nieuw en dat was ook zo. Alle schuifdeuren waren reproducties. De originele schuifdeuren heb ik achteraf in een apart museum bewonderd. Daar konden ze in gepaste bewaarcondities worden tentoongesteld. Na het paleisbezoek leidde het parcours me in de gietende regen door de paleistuin. Achteraan de tuin had de shogun nog een kasteel met slotgracht laten bouwen voor het geval hij aangevallen zou worden.
Het deed deugd om tijdens de lunch even droog te zitten in een restaurant. Na de middag nam ik een bus naar het keizerlijk paleis. Het paleis ligt in een tuin van 11 hectare dat op zijn beurt is ingebed in een park van 65 hectare. Ik wist niet dat de westelijke poort de ingang van het paleis was. Dus wandelde ik helemaal rond de ommuurde paleistuin tot ik aan de ingang kwam. De inkom was gratis. In tegenstelling tot het paleis van de shogun liep het parcours tussen de gebouwen en er niet in.
Omstreeks 16 uur was ik klaar met het keizerlijk paleis. Ik nam een bus naar twee tempelsites ten noordoosten van het paleis. Dit had ik niet meer moeten doen. De tempels sloten al om 16u00. De Koto-in tempel was bij aankomst al gesloten, en ook het Daitoku-ji tempelcomplex leek verlaten. Precies op de sluitingstijd botste ik onverwacht op de Kohrin-in tempel. Voor 600 ¥ (4,59 €) mocht ik nog snel deze voormalige familietempel van een hoogadelijke familie bezoeken.
Na dit bezoek keerde ik terug naar het hotel. De eerste bus die kwam bracht me naar het station van Kyoto. Hier stapte ik over op bus 26. Deze bus reed helemaal niet de richting uit die ik had verwacht. Dus liet ik de chauffeur stoppen aan de eerstvolgende halte. Bij het afstappen maakte de chauffeur me duidelijk dat mijn dagpas niet geldig was op zijn bus. Ik moest een nieuw ticketje kopen voor 230 ¥ (1,76 €). Klaarblijkelijk was ik op een bus 26 van een concurrerende maatschappij opgestapt. Om verdere verrassingen te voorkomen wandelde ik de laatste mijl naar het hotel.
Fietsstatistieken:
0,00 km
0 u 0 min
0,00 km/u

12 mei: Nara –> Kyoto

Op het programma van vandaag stond maar een halve etappe van ongeveer 50 kilometer. Dus sliep ik uit tot acht uur en ging ik me nog voor het ontbijt een laatste keer ontspannen in de onsen van het hotel. De sauna had een groot flatscreen. Op dit ochtendlijke uur werd een luchtige ontbijtshow uitgezonden met een computeranimatie als centrale gast. Na het Japanse bad ontbeet ik in hetzelfde restaurant als gisterenochtend.
Om half elf vertrok ik naar Kyoto, de cultuurhoofdstad van Japan, en in Europa ook algemeen gekend door het klimaatprotocol. Langs een brede laan fietste ik de stad uit. Na 5 kilometer kwam ik aan de Heijo site. In dit park van ruim een vierkante kilometer groot stond in de achtste eeuw het keizerlijke paleis. Ook de toenmalige hoofdstad Nara was op deze site gevestigd. Tegenwoordig is hier weinig te zien. Het lijkt meer een gewoon park dan een archeologische opgraving. Er liep zelfs een spoorlijn dwars door het park. Hier en daar had men een paleis gereconstrueerd. Op een zonnige zaterdagvoormiddag speelde de plaatselijke jeugd gezellig een potje voetbal.
 De weg daalde geleidelijk tot aan een rivier. Naast de rivier lag een autovrij fietspad op een verhoogde dijk. De wind stond deze keer aan mijn kant en blies me naar Kyoto. Op een zonnige zaterdag fietste ik niet alleen op dit jaagpad. Ik kruiste veel wielertoeristen maar nooit een peloton.
Na 34 kilometer vloeiden drie rivieren samen. Ik volgde een andere rivier stroomopwaarts naar Kyoto. Om een uur of één verliet ik even het jaagpad om een restaurant te zoeken. De laatste twee kilometer fietste ik binnendoor naar mijn hotel. Al om half drie arriveerde ik bij het filiaal van Japan Hotels in de wijk Gojo Muromachi. Mijn kamer was al klaar, dus ik moest niet wachten tot het vooraf gecommuniceerde tijdstip van 16 uur. Omdat er in Kyoto zoveel bezienswaardigheden zijn, blijf ik hier vier nachten. Daarom heb ik een kamer met kitchenette geboekt. Zo kan ik op dit rustpunt van een beetje huiselijkheid genieten.
Ik liet mijn bagage achter en fietste naar de Kyoto Tower tegenover het centraal station van Kyoto. Deze naaldtoren is amper 100 meter hoog. Omdat er in Kyoto geen hoogbouw is, heb je vanaf het observatiedek op deze hoogte al een prachtig 360° uitzicht.
Op de terugweg naar het hotel stopte ik bij het Higashi Hongan-ji tempelcomplex. De site telde twee gigantische houten tempels. Merkwaardig genoeg stonden in de tempels geen grote boeddhabeelden opgesteld. De gelovige bezoekers baden voor een lege ruimte. Om de tempels te betreden moesten de schoenen uit. Aan de grens van de schoenenvrije zone werden witte plastic zakjes verdeeld om je schoenen in op te bergen. Japan is echt verslingerd aan plastic zakjes. Koop je in een supermarktje een flesje frisdrank, dan zal de kassierster het flesje zonder vragen in een plastic zakje verpakken.
In de supermarkt kocht ik een assortiment sushi als diner. Ik had besloten om de kitchenette van mijn kamer niet te gebruiken. Om zelf te koken was het keukentje onvoldoende uitgerust. Voor 500 ¥ (3,83 €) had ik wel een set met pannen en eetgerei gehuurd. Maar de basisingrediënten om te koken ontbraken. Er waren geen kruiden, geen olie, niets. Om dat allemaal te kopen om maximaal vier keer te gebruiken, dat vond ik niet redelijk. Ik had ook geen zin om de overschot mee te nemen op de rest van mijn fietsreis. Elk gewicht telt op de fiets, zeker in de bergen.
Fietsstatistieken:
55,13 km
2 u 35 min
21,36 km/u

11 mei: Wandeling in het Narapark

Mijn arrangement in het Onyado Nono Hotel bevat de overnachting en toegang tot de onsen maar niet het ontbijt. Het hotel serveert wel een ontbijtbuffet in haar restaurant,  maar de vraagprijs van 1.800 ¥ (13,81 €) had ik er niet voor over. Een paar honderd meter van het hotel stapte ik een filiaal van een fastfoodketen binnen. De keten noemt zich Café ‘Restaurant Gast’, waarbij de laatste twee woorden in Japanse karakters worden geschreven. Ik had er al eens gegeten in het filiaal bij de ferryhaven van Kanaya. Toen begreep ik het systeem niet. Ik wachtte aan een tafel om te bestellen, maar de serveerster negeerde mij. Uiteindelijk ben ik toen naar de kassa gegaan en heb ik daar mijn bestelling doorgegeven. Vanochtend ontdekte ik een bel tussen de sausflesjes. Na het rinkelen van de bel kwam de serveerster meteen mijn bestelling opnemen. Toen ik koffie bestelde, legde ze uit dat ik mezelf kon bedienen van alle (niet-alcoholische) dranken. Uiteindelijk ontbeet ik voor 648 ¥ (4,97 €). Hier kom ik morgen terug.
Na het ontbijt wandelde ik naar het historisch park van Nara. Dit uitgestrekte park met een oppervlakte van ruim 500 hectare ligt ten noordoosten van de stad. Vooraan op het vlakke gedeelte staan verscheidene tempelsites. Achteraan liggen enkele steile beboste heuvels. Ik besloot om de ligfiets op stal te laten. Zo zou ik een lus kunnen maken langs de meeste bezienswaardigheden. Fietsen is mogelijk in het Narapark, maar niet overal. Het Narapark is ook de thuis van meer dan duizend herten. De wilde dieren lopen vrij rond in het park. Ze hebben geen schrik van mensen. Integendeel, de bezoekers voederen hen met speciale hertenkoekjes. Volgens de overlevering zijn vier shinto-goden op de rug van een hert naar het Narapark verhuisd. Daarom kende men aan de herten een speciale status toe.
Eerst bezocht ik een tempel op de Kofukuji site die ik gisterennamiddag alleen aan de buitenkant had bekeken. Vervolgens wandelde ik naar de boeddhabeeldenhal van het Nationale Museum. Deze hal stelde boeddhabeelden in alle maten en houdingen tentoon. Zoals de meeste sites in het Narapark was het museum verplichte kost voor scholieren in uniform.
Nadien verkende ik de Yoshikien Garden. Deze Japanse tuin had onder meer een mostuin. Indien je eigen gazon meer mos dan gras bevat, kan je dit eenvoudig oplossen door je gazon als ‘mostuin’ te herdopen. Vervolgens bezocht ik de naburige Todai-ji tempel. Deze gigantische houten tempel herbergt een even reusachtig boeddhabeeld.
Toevallig zag ik op het juiste moment een restaurant. Na de lunch wilde ik de Wakakusa berg beklimmen. De eerste twee bospaden die ik probeerde waren verderop afgesloten. Bij het derde en juiste pad begreep ik waarom. Voor het beklimmen van de berg moest je een ticket van 150 ¥ (1,15 €) kopen. Het pad ging steil naar boven, het eerste stuk via een lange trap, vervolgens op een brede gazon met wijd uitzicht. Boven op de top had ik een prachtig uitzicht over het park en de stad Nara.
Ik daalde aan de andere kant de berg af langs een breed bospad. Zo kwam ik in de buurt van het Kasuga Taisha schrijn met de kenmerkende roodwitte gebouwen. Dit schrijn staat terecht op de lijst van Unesco Werelderfgoed.
Nadien bezocht ik in de nieuwe vleugel van het Nationaal Museum een tijdelijke tentoonstelling over de schatten van het Kasuga Taisha schrijn. Bij deze tentoonstelling rondde ik mijn bezoek aan het Narapark af, en wandelde ik terug naar het hotel. Vandaag heb ik geen kilometer gefietst, maar volgens de stappenteller van mijn smartphone heb ik wel 20,3 kilometer gewandeld.
Fietsstatistieken: 
0,00 km
0 u 0 min
0,00 km/u

10 mei: Iga –> Nara

De rit naar Nara was maar een halve etappe van 45 kilometer. Dus fietste ik na het ontbijt de heuvel op naar het Ueno kasteel. Ik parkeerde mijn ligfiets en wandelde in het park rond het kasteel. Een man die zijn hond uitliet bood spontaan aan om een foto van mij te nemen.
Aan de andere kant van het park botste ik op het Ninja Museum. Eergisteren in de sauna vertelde ik mijn reisschema aan een geïnteresseerde Japanner. Bij Iga riep hij spontaan “ninja!”. Nu werd het verband ook voor mij duidelijk. Op een donderdagochtend was het zeer kalm in het museum. Ik kocht een ticket voor 756 ¥ (5,80 €). Even later kreeg ik een privé-demonstratie van een verklede gids. Niet de vechttechniek maar de ninja-kunst om je te verbergen vormde het onderwerp van de demonstratie. Speciaal voor dit doel was een ninja-huis vol verborgen ruimtes nagebouwd. De gids demonstreerde hoe hij zich in een oogwenk achter een valse wand kon verbergen of een zwaard uit de vloer kon tevoorschijn toveren. Na de demonstratie bezocht ik de vaste opstelling van wapentuig en ander ninja-gereedschap.

Ik fietste terug naar het hotel om mijn bagage op te pikken. Even voor elf uur vertrok ik naar Nara. Route #163 liep eerst heuvel op heuvel af. Na 8 kilometer daalde de weg af naar de rivier Kizu. De rest van het traject volgde de weg de rivier door het beboste dal. Zonder fietspad was Route #163 net te druk om aangenaam op te fietsen.

Intussen had ik ook een probleem met de achterwielspanner. Hierdoor liep de uitlijning van het achterwiel scheef. Zo verhoogde de rolweerstand en sleep de remschijf tegen de schijfrem. Ik stopte en probeerde de ideale uitlijning te herstellen. Na verscheidene pogingen leek het in orde, maar een halve kilometer verder kwam het probleem terug. De herhaaldelijke uitlijnstops zorgden voor veel oponthoud. Omstreeks 13 uur had ik nog maar 26 kilometer afgelegd. Ik fietste door een bosrijke maar schaarsbewoonde streek. Het baanrestaurant ‘Daisen’ kwam dus onverwacht. Ik bestelde ‘katsudon’ (rijst met gepaneerde kotelet). Na de maaltijd volgde de chef-kok me naar buiten. Geïnteresseerd vroeg hij welke route ik fietste. Hij was verbaasd dat ik helemaal uit Tokyo naar hier was gefietst. Hij gaf me twee zakken snoep als aanmoediging cadeau.
Na ongeveer 35 kilometer sloeg ik linksaf en stak ik de rivier Kizu over. De volgende kilometers werd het steeds drukker. Om kwart na drie arriveerde ik aan het Onyado Nono Hotel vlakbij het treinstation van Nara. Het uithangbord van het hotel was zeer discreet, dus ik was er eerst voorbij gefietst. Het relatief nieuwe hotel is smaakvol ingericht met veel Japanse stijlelementen. Overal liggen tatami matten, dus iedereen loopt verplicht op blote voeten of sokken rond. Mijn schoeisel heb ik opgeborgen in de schoenenkluisjes naast de receptie. Op mijn blote voeten zwierde ik mijn bagage in mijn kamer af. Daarna sprong ik met mijn teenslippers terug op de ligfiets. Ik blijf twee nachten in Nara, maar ik wilde de historische site al even verkennen. Een dikke kilometer verder bezocht ik het Kofukuji tempelcomplex aan de voet van het historisch park. De tempel rechts van mij heeft de toepasselijke naam ‘Vijf-Verdiepingen-Pagode’, en dateert uit de vijftiende eeuw.

Bij valavond bezocht ik het onsencomplex van het hotel. Aan het station van Nara heb je natuurlijk geen zeezicht, maar het Japanse bad was weer zeer ontspannend.
Fietsstatistieken:
48,57 km

2 u 37 min

18,59 km/u

9 mei: Toba –> Iga

De shinto-goden van Ise Jingu hadden mijn schietgebedje gehoord. Toen ik vanmorgen opstond was het droog. Na het ontbijtbuffet verliet ik het resort. De uitcheckautomaat had een knop ‘English’, maar de kwitantie rolde er in het Japans uit. Er kwam per nacht een extra kost van 150 ¥ (1,15 €) bij. Het is mij niet duidelijk of het om kuurtaks dan wel BTW gaat. Google Translate vertaalde de Japanse karakters in ‘XB’, en daar werd ik niet wijzer van.
Ik fietste eerst terug naar Ise Jingu Geku langs dezelfde weg als gisteren. Via Route #37 fietste ik het centrum van Ise uit. De wind stond pal op kop. Indien ik zou moeten kiezen tussen de hele dag regen of de hele dag wind tegen, dan kies ik zonder aarzeling voor het laatste. De rivieren die ik overstak waren sterk gezwollen. Voor de regendagen stroomden de ondiepe rivieren gewoonlijk slechts door één geul van hun brede bedding. Nu gebruikten ze bijna de volledige breedte.
Onderweg naar de stad Tsu merkte ik een bushokje met fauteuils op. Dat lijkt me een slim idee. In plaats van je oude zetel naar de kringloopwinkel te brengen, zet je hem gewoon in het bushokje op het einde van je straat. Zo kan je er nog jarenlang van genieten telkens als je op de bus zit te wachten.
In Tsu nam ik niet de directe weg naar mijn eindbestemming Iga. De kortste weg leidt immers dwars door een laaggebergte. Verderop had ik een weg gevonden die geleidelijk de nodige hoogte won. Dus fietste ik Tsu voorbij in de richting van Seki. De drukke Route #10 had maar één rijstrook in elke richting en vaak geen apart fietspad.
’s Middags stopte ik aan een baanrestaurant. Van de Japanse menukaart kon ik alleen de cijfers lezen. De foto’s van de gerechten gaven me alvast een indicatie van de diverse schotels. Aan de hand van de structuur van de kaart begreep ik dat er een lunchaanbieding was: twee schotels plus dessert voor 950 ¥ (7,31 €). Even later bracht de serveerster een grote kom rijst met lange roereislierten. Deze schotel was voor mij qua omvang al een volwaardige maaltijd, maar een minuut later bracht ze ook nog een grote dampende kom noedelsoep. Zo stonden er twee maaltijden voor mijn neus, en ik moest nog 40 kilometer fietsen. Ik heb de rijst en de noedels maar voor tweederde opgegeten. Het dessert had ik eigenlijk niet verdiend. Licht overeten legde ik me terug op mijn ligfiets.
Voorbij de oprit van de expresweg sloeg ik linksaf Route #25 in. Deze rustige baan volgde de loop van een rivier. Al snel fietste ik midden in de groene bossen. Ik hoorde alleen het rivierwater klateren en de Japanse vogels fluiten. Af en toe passeerde er een auto. Eenmaal voorbij de steengroeve zag ik niemand meer. Zo klom ik 11 kilometer lang geleidelijk aan naar 300 meter hoogte. Deze weg is echt een aanrader.
Omstreeks half vijf arriveerde ik aan het Ueno Frex Hotel. Deze hoteltoren staat in de stadsrand van Iga tussen baanwinkels en pinksterkerken. Voor de ronde som van 5.000 ¥ (38,43 €) heb ik een westerse kamer inclusief ontbijt. Mijn ligfiets mocht zelfs bij mij op de kamer overnachten, maar eerst heb ik de ketting gesmeerd. Dat was nodig na de voorbije regendagen. Bovendien heb ik intussen al ruim 600 kilometer op Japanse bodem gefietst.
Fietsstatistieken:
107,82 km
6 u 5 min
17,73 km/u

8 mei: Uitstap naar Ise Jingu

Het was nog droog toen ik deze morgen opstond. Gekleed in yukata ging ik naar het ontbijtbuffet. De brede mouwen van de yukata zijn niet zo handig. Ze hadden de neiging om het eten te raken. Geheel conform aan de weersvoorspelling begon het na het ontbijt alsnog te regenen. Ik besloot om te volharden in mijn planning en een daguitstap te maken naar Ise Jingu. Om een hele dag binnen in een hotel te zitten, daarvoor ben ik niet naar Japan gekomen. Bovendien gaat de onsen pas om vier uur in de namiddag open. Ise Jingu is het meest vereerde shinto schrijn in Japan. Het telt twee tempelsites die enkele kilometers uit elkaar liggen. De oorsprong van de schrijnen gaat ruim 1700 jaar terug.
Gehuld in regenkleding lag ik om tien uur op mijn ligfiets. Eerst terug naar Toba-centrum, dan een drukke baan volgen, en na 5 kilometer aan een 7-Eleven linksaf. Deze rustige weg deelde een dal met een riviertje en een spoorlijn. Na een eerste steile kilometer volgde een langere maar geleidelijke afdaling naar de stad Ise. In Ise had het al urenlang niet meer geregend want de straten waren nagenoeg droog. Ik fietste eerst door het stadscentrum naar Ise Jingu Geku, het buitenschrijn. Het hoofdschrijn van de Geku-site was niet toegankelijk, tenzij voor leden van de keizerlijke familie. De gewone Japanners en ik mochten zelfs geen foto’s maken bij het buitenste hek. Van op afstand zag de zijkant van het gebouwencomplex er uit als op de onderstaande foto.
Om de twintig jaar wordt een perfecte kopie van het schrijn opgetrokken op het aanpalende keienveld. Het vorige schrijn wordt dan afgebroken. Het gebouwencomplex van op de foto is dus van recente datum en zeker niet uit de derde eeuw. Op de site staan nog drie kleinere tempels, en die mochten wel gefotografeerd worden.
Het aanpalende Sengukan Museum was helaas gesloten. Vorige herfst was het museum getroffen door een tyfoon, en de schade was nog niet hersteld. Ondertussen had de regenbui mij ingehaald en begon het hier ook te druppelen. In de regen fietste ik naar het vier kilometer verder gelegen Ise Jingu Naiku, het binnenschrijn. Deze tempelsite ligt in een bos aan een rivier. Net als op de Geku-site werden gewone stervelingen op een respectabele afstand van het hoofdschrijn gehouden.
Na het bezoek aan de Naiku-site wandelde ik aan de overkant een straat vol houten huisjes in. De autovrije straat bootste een winkelstraat uit het vroegmoderne Japan na. Ik negeerde de souvenirwinkels en keek uit naar een restaurant om te lunchen.
In één ruk fietste ik na de lunch terug naar het hotel. Ik had mijn doorweekte kleding al opgehangen toen ik vaststelde dat de kuisploeg mijn yukata had meegenomen. Dus trok ik met tegenzin terug mijn natte en koude kleren aan om op het gelijkvloers een nieuwe yukata van het rek te nemen. Net als gisteren ontspande ik me vlak voor de schemering in de onsen. Daarna trok ik gekleed in de yukata en de bijhorende vest naar het buffetrestaurant. Alvast op het vlak van kleding viel ik vanavond niet uit de toon.
Fietsstatistieken:
37,47 km
1 u 56 min
19,32 km/u

7 mei: Hamamatsu –> Toba

De weersvoorspelling had gelijk, toen ik opstond regende het pijpenstelen. Vandaag was de eerste bestemming de veerboothaven van Iragomisaki. Aan deze kaap op het Atsumi schiereiland wilde ik de veerboot naar Toba nemen. Er was weinig wind, dus de veerdienst zou normaal werken. Tegen regen moet een veerboot kunnen, ze zijn immers waterdicht. Ik vertrok in regenkleding. Nog voor ik de stad Hamamatsu uit was, was ik al doorweekt. In de gutsende regen een minuut aan een verkeerslicht wachten, daar word je snel nat van. Doornat fietste ik langs lagunes omzoomd met palmbomen.
Gelukkig kon ik de aanwijzingen op de fiets-gps slaafs volgen. In de gietende regen is het geen pretje om aan elk kruispunt de weg te zoeken op je smartphone. Na 24 kilometer klom ik naar een plateau. Boven sloeg ik linksaf in Route #42. Deze rustige weg liep door een ruraal en licht glooiend landschap. Dit soort weg ligt me wel. Eindelijk kon ik eens tempo maken. De kilometers maalden vlot in een landelijke omgeving met veel glasteelt. De regen werd gevoelig minder, en ik begon zelfs te genieten van het fietsen.
Geleidelijk aan daalde ik terug af naar het zeeniveau. Op drie kilometer van de ferryhaven volgde nog een laatste steile beklimming. Al om 12u30 arriveerde ik na 75 kilometer aan de terminal. Ik kocht meteen een enkel ticket voor 2.580 ¥ (19,80 €) voor de boot van 13u40. Dit was dubbel zo duur als de veerboot van Kanaya naar Kurihama. Waarschijnlijk heb ik voor mijn ligfiets moeten bijbetalen. In de toiletten trok ik een droge T-shirt aan. Daarna at ik een kom rijst met kip en groenten in de cafetaria van de terminal. Tien minuten voor het vertrek fietste ik de veerboot op. De stouwers legden mijn ligfiets in de watten met enkele dekentjes.

Na een klein uur varen tussen eilandjes meerde de Isewan ferry aan in Toba. Dit is een vakantieregio aan de kust met verscheidene resorts. In een zeldzaam droog moment fietste ik op een kwartiertje naar mijn hotel. Ik had op voorhand twee nachten geboekt bij het Yukai Resort Saichoraku Hotel. Dit enigszins gedateerde vakantieverblijf ligt aan een vissershaven 3,5 kilometer ten noorden van de ferryterminal. Voor 8.400 ¥ (64,48 €) per nacht heb ik een ruime kamer in Japanse stijl met zicht op de zee en op de vissershaven. Het diner en het ontbijt zijn in de prijs begrepen. Vanavond slaap ik weer op een dunne matras op de grond. In tegenstelling tot de garage in Takeoka is er hier wel beddengoed. Het resort is duidelijk gericht op de eigen inwoners. De receptioniste sprak maar een paar woorden Engels. Ze troonde me mee naar een rek om de hoek om een ‘yukata‘ in mijn maat uit te kiezen. De katoenen badjassen in Japanse stijl lagen niet in stapels van S tot XXL maar volgens lichaamslengte. Ik schurkte tegen de ondergrens van mijn maat aan. De yukata raakte net niet de grond.
Ik hing mijn natte kleding te drogen. Na de warme douche zette ik thee. Terwijl ik de thee dronk barstte een felle regenbui los. Maar nu zat ik binnen lekker droog in mijn yukata. Tegen de schemering begaf ik me naar het onsencomplex. Behalve het Japanse bad van 40°C was er ook een ijsbad en een sauna. Geen idee of de sauna ook tot de Japanse cultuur behoort of uit Scandinavië is geïmporteerd. In de sauna raakte ik in gesprek met een Japanner. Hij kon maar een paar woorden Engels. Ik legde uit dat ik in zijn land een tour ‘by bike’ maakte. “Harley?” vroeg hij. Neen, ‘bicycle’, die rare soort fiets die je wellicht naast de ingang van het hotel zag staan. Vervolgens somde ik de plaatsen op waar ik vandaan kwam en de eerstvolgende etappes.

Om half acht startte mijn shift om te dineren in het restaurant. Ik viel een beetje uit de toon toen ik het restaurant betrad. Driekwart van de gasten liep in yukata rond. Ik had gewoon een broek en een hemd aan, want ik wilde het omgekeerde niet meemaken. Stel je voor dat ik in yukata zou arriveren terwijl iedereen gewoon gekleed is. Het buffet à volonté was zeer uitgebreid. Ik heb me moeten inhouden om me niet te overeten aan de onbekende lekkernijen.
Fietsstatistieken:
78,82 km
4 u 6 min
19,23 km/u

6 mei: Shizuoka –> Hamamatsu

Ondanks de harde matras heb ik goed geslapen in het Abant Hotel. Het inclusieve ontbijt had een westers aanbod van toast met roerei en worstjes. De koffie uit de automaat liep ook vlot binnen. Tegen half negen lag ik op de ligfiets. Eerst fietste ik de stad Shizuoka uit. Dan begon ik aan een zachte klim. Alvorens ik het door had, had ik de bergpas al bereikt. Vervolgens ging het door een tunnel terug naar beneden. De tunnel had gelukkig een breed afgescheiden fietspad.
Beneden in de vlakte kwam ik terug in verstedelijkt gebied. Na het oversteken van de tweede rivier stuurde de GPS me op een bospad recht een steile berg op. Ik vond het bospad niet, maar het alternatief was ook veel te steil om op te fietsen. Boven op het plateau kwam ik in een uitgestrekte theeplantage aan. Zelfs op zondag snoeiden theeboeren de theestruiken met een boogvormige haagschaar.

Zachtjes klom ik nog acht kilometer lang tussen de theestruiken verder het plateau op. Plots stuurde de GPS me in een supersteil baantje naar een dorpje in het dal. Aan de andere kant moest ik op momenten even steil terug naar boven klimmen, eerst tussen de theevelden, nadien door een bos. Vaak duwde ik mijn ligfiets naar boven. Uiteindelijk stuurde de GPS me een onverharde veldweg in, maar die liep dood aan een mesthoop.

Via een veel te steile afdaling op een smal bospad kwam ik stilaan terug in een verstedelijkte vlakte. Om kwart voor één hield ik halt bij een restaurant dat als logo een rode varkenskop had. Het bleek een Chinees noedelrestaurant te zijn. Ik wees op het fotomenu een schotel aan die er lekker uitzag. Even later werd een koude noedelsalade opgediend. Op een foto kan je niet zien of een schotel warm of koud is. Gelukkig had ik nog een bord warme rijst als bijgerecht besteld.
Na de middag fietste ik verder door de voorsteden van Hamamatsu. Ik volgde vaak snelweg #1 via een parallelweg of een fietspad. De talrijke verkeerslichten en viaducten drukten het tempo. Pas om tien na vier kwam ik bij het Hotel Concorde in het centrum van Hamamatsu aan. Net als gisteren is het een hoteltoren, maar dan wel dubbel zo hoog. Ook mijn kamer met twee eenpersoonsbedden op de elfde verdieping is hoger gelegen dan gisteren. Deze relatief ruime kamer had ik op voorhand geboekt voor 38,31 €.

Na de douche wandelde ik naar het kasteelpark van Hamamatsu dat vlak naast het hotel ligt. Nu had ik (een beetje) tijd om het kasteel te bezoeken, maar het was gesloten. Dus wandelde ik terug naar het hotel, en stak mijn vuile was op de vierde verdieping in een wasautomaat. Ik had er slechts twee muntjes van 100 ¥ (0,77 €) voor nodig, eentje voor de automaat en eentje voor een zakje waspoeder. Een wasautomaat in het hotel is wel handig op een fietsreis. Zo kan je ’s avonds zelf de was doen, en dan heb ik het niet over wassen in de lavabo. In mijn vorige fietsreizen in Zuidoost-Azië vond ik alleen wasserijen die er 24 uur over doen. Zoveel tijd had ik alleen op rustdagen ter beschikking.

Nadat ik de natte was voor nog een muntje van 100 ¥ in de droogtrommel had laten zwieren, wandelde ik de kilometer naar de uitgaansbuurt van Hamamatsu. Blijkbaar lag het kasteel en het hotel toch niet zo centraal in de stad. In de uitgaansbuurt was de keuze veel te groot. Uiteindelijk stapte ik impulsief een restaurant binnen. Naast twee kippensatés at ik een kom rijst met gehakt en een rauw ei erbovenop. Op de terugweg voelde ik fijne druppels vallen. Volgens de weersvoorspelling zal het morgen regenen…
Fietsstatistieken:

83,60 km
5 u 13 min

16,04 km/u

5 mei: Yumoto –> Shizuoka

Gisterenavond had ik drie in plastic folie ingepakte koffiekoeken gekocht om vandaag als ontbijt te eten. Zo kon ik tijd uitsparen. Na anderhalve koffiekoek was ik voldaan. Ik stopte de overschot in mijn banaantas om een eventuele hongerklop te counteren. Stipt om 8 uur lag ik op de fiets voor een zware etappe. Meteen na het oversteken van de rivier begon de beklimming naar de Hakone bergpas. In 10 kilometer klom ik bijna 800 hoogtemeters. De beklimming was veel te steil om in een ruk met al mijn bagage te doen. Ik pauzeerde veelvuldig om op adem te komen. In het midden was er een strook van 1,2 kilometer met 12 haarspeldbochten. Sommige binnenbochten waren te steil om te fietsen. Dan stapte ik af en duwde ik mijn ligfiets door de bocht naar boven.
Deze weg was in de vroegmoderne periode een van de belangrijkste wegen van Japan. De zogenaamde ‘Tokaido‘ verbond Tokyo met het westen van het land. Tegenwoordig gebruikt het doorgaande verkeer een snelweg met tunnels door de bergen.
Na twee uur en half afzien bereikte ik de de eerste kam. Hierna volgde een korte afdaling naar het Ashi bergmeer. Vanaf het meer heb je een prachtig zicht op de Fuji berg. Ik nam even de tijd voor een fotomoment.
Voorbij het meer begon de beklimming opnieuw. Nu was de helling minder steil als voor het meer. Na 16,50 kilometer bereikte ik op 846 meter hoogte de top van de Hakone bergpas. Ik trok mijn winddichte regenjas aan want het was maar 13°C op de top. Tegen 50 km/u en regelmatig nog sneller raasde ik naar beneden. Na een afdaling van 15 kilometer stond ik terug iets boven het zeeniveau in een sterk verstedelijkte vlakte. Na talrijke verkeerslichten bereikte ik een zeer rustige straat naast de highway met nummer #1. Onderweg scheen de zon de hele tijd. Het enige wolkje in de hemel hing boven de Fuji berg.
IMG_1522
Om half een stopte ik langs de kant van de weg en at ik de rest van mijn ontbijt als lunch. Meteen na de lunch fietste ik verder. De GPS voerde me kriskras door de stad Fuji naar een brug over de gelijknamige rivier. Nadien fietste ik naast de tsunamikering aan het strand en half onder de verhoogde highway #1 naar de haven van Shizuoka. Het was een rustig fietspad van vaak 6 meter breed. De grootste hinder ondervond ik van de felle wind op kop. Voorbij de haven fietste ik door de uitgestrekte voorsteden van Shizuoka. Na 100,50 kilometer arriveerde ik om 16u50 eindelijk aan het Hotel Abant. Net als alle andere overnachtingsplaatsen had ik op voorhand een kamer in het zakenhotel geboekt. Voor mijn kamer op de achtste verdieping had ik enkele maanden geleden 5.826 ¥ (44,63 €) betaald inclusief het ontbijt.
Ik liet mijn bagage in mijn kamer achter, en fietste meteen naar het kasteel van Shizuoka. Ik had geen tijd meer om het kasteel zelf te bezoeken. Binnen de kasteelmuren is een groot park. Dit weekend vond er een evenement plaats. Het park stond vol tenten. Wat voor evenement het was kon ik niet opmaken. Het enige wat ik kon ontcijferen was dat er tussen 11 tot 19 uur een carnaval en sambagroep zou optreden.
Fietsstatistieken:
102,92 km
6 u 10 minuten
16,68 km/u

4 mei: Hakone

Het Suimei hotel heeft geen restaurant. Voor het ontbijt stuurde de receptionist me naar een koffiebar in het station. Toen ik na mijn ontbijt terugkwam, was het kamermeisje mijn kamer al aan het kuisen. Ik liet haar rustig doen, en wachtte in een zetel in de lobby. Vijf minuten later kwam ze persoonlijk melden dat ze klaar was. Tegen half tien daalde ik met de fiets 2 kilometer naar het vorige dorp Iryuda. Op 150 meter van het station was hier een wassalon. Ik stopte mijn vuile was in de wasautomaat en stak vier muntjes van 100 ¥ (4 × 0,76 €) in de gleuf. Veertig minuten later was mijn kledij terug proper. Voor nog een muntje van 100 ¥ droogde ik de natte was. Ondertussen verkende ik per ligfiets het steile dorp.
Ik liet de propere was op mijn kamer achter, en wandelde naar het station. Voor 1.540 ¥ (11,80 €) kocht ik een retourticket naar het bergstation Sounzan. Eerst nam ik de bergtrein naar het stadje Gora. Deze trein wisselde onderweg in bijna elke stopplaats van rijrichting. Ik was in de laatste wagon ingestapt, en na de eerste halte zat ik plots vooraan in de trein. In Gora zag ik mensen aan tafels eten in een handelszaak met eentalig Japans uithangbord. Ik veronderstelde terecht dat het een restaurant was. Er was geen wachtrij dus ik kon meteen aan een tafel gaan zitten. Van de summiere menukaart kon ik alleen de prijzen lezen. De Google Translate app had moeite om de handgeschreven menukaart te ontcijferen. Ik herkende het woord ‘ramen‘. Toen de serveerster de bestelling kwam opnemen, sprak ik dit ene woord uit. Even later slurpte ik noedels uit een dampende kom soep.
Na de lunch wandelde ik de steile berg van het stadje op. Na een halve kilometer stapte ik alsnog op de kabeltrein naar Sounzan. Boven kreeg ik een mededeling die me zeer bekend in de oren klonk. Wegens de felle wind was de dienst van de gondelbaan afgelast. De gondel was helemaal niet zo essentieel als de veerboot van gisteren. En vandaag had ik een alternatief. Te voet klom ik op de autoweg verder naar de vulkaankrater van Owakudani. De Baai van Tokyo overzwemmen met ligfiets en bagage is tot nader order niet realistisch. De laatste twee kilometer wandelde ik voorbij een lange file. Ik was eerder boven bij de krater dan de aanschuivende auto’s. Wegens de afgelaste gondeldienst hadden blijkbaar veel te veel mensen voor de auto als alternatief gekozen. De parking kon de toevloed niet slikken. Ook de bussen stonden vast in de file, en waren vandaag geen alternatief.
De vulkaankrater ontstond drieduizend jaar geleden na een gigantische explosie. Vandaag laat de vulkaan nog steeds zwavelhoudend gas los. Boven aan de krater was er geen bescherming tegen de felle wind. Op de uitkijkplateau’s had je zicht op twee natuurlijke attracties. Aan de ene kant zag je gas borrelen uit de krater. Aan de andere kant had je een prachtig zicht op de berg Fuji.
Wegens de koude wind wandelde ik na een kwartier al terug naar Sounzan. Op de kabelbaan en vervolgens op de bergtrein had ik deze keer wel een zitplaats. Terug in Yumoto liep ik langs de talrijke souvenir- en delicatessenwinkels naar het hotel. Achter een uitstalraam zag ik een man kleine gevulde cakejes bakken aan een soort van cirkelvormige lopende band. Na twee rondjes waren ze klaar. Voor de stukprijs van 70 ¥ (0,54 €) kocht ik er vier. Ik at ze meteen met veel smaak op want ze waren nog lekker warm. Na de douche profiteerde ik ervan om meteen in de onsen van het hotel te baden. Ik was pas proper, dus moest ik me bij de onsen niet opnieuw wassen.
Fietsstatistieken:
6,55 km
0 u 26 min
15,08 km/u